foj 2019

— donderdag 26 november 2015, 10:35 | 1 reactie, praat mee

‘Stiekem een zuur-cynische journalist aan het worden’

© Maaike Putman

Sinds mei is Rob Pietersen communicatieadviseur bij Stichting Vluchteling. Na 25 jaar journalistiek maakte hij de overstap. Jarenlang laafde hij zich aan enthousiaste nieuwkomers op de redactie van Trouw. Standaard dezelfde grappen makend: ‘Waarschuw me als ik ook zo’n stoffige, volgevreten, zuur-cynische, bedaagde journalist ben geworden. Dan ben ik weg. Ik was het stiekem toch aan het worden.’

‘Een half jaar in dienst van Stichting Vluchteling vandaag. Elke dag was anders. En dat is een understatement van jewelste. Van de aangespoelde peuter op het strand van Kos. Naar de Hitlergroet in Enschede. Van betrokkenheid en empathie naar harteloosheid en angst. Als journalist kreeg ik steeds meer moeite met snel, sneller, snelst. Met de scoringsdrift. Die drift zorgt nu voor een overdosis schreeuwers in de media. De nuance is verdwenen, de stille meerderheid onzichtbaar. Er is geen vluchtelingencrisis hier. Het is een fatsoenscrisis.’

Dat schreef ik op 1 november op ­LinkedIn. Het leverde een verzoek van Villamedia op. Voor dit verhaal.

Met de billen bloot moet ik, zo luidt de opdracht. Maar ik wil niet natrappen naar veruit de mooiste krant van Nederland. En evenmin naar de journalistiek – een pracht-ambacht, zo reageerde ik.

Mijn droombaan bij een droomkrant begon voor het eerst een beetje te knellen, denk ik, terugkijkend, in de herfst van 2011. Bij Trouw had ik de portefeuille integratie & asiel en het ging die weken vooral over Mauro, de jonge asielzoeker uit ­Angola die in Limburg opgroeide maar uitgezet moest worden.

Het raakte me, de verhitte discussie in het kille, ongastvrije Nederland. De politieke spelletjes met een jongen als speelbal. Ik had bij de berichtgeving moeite de journalistieke grenzen in het oog te houden. Ik dreigde de professionele objectiviteit een beetje kwijt te raken. En was stik jaloers op de activisten die voor Mauro ten strijde trokken, tegen minister Leers, het belachelijke beleid.

Ik ben nooit ziek. Ik meldde me twee weken ziek toen.

Ruim een jaar later werd ik ‘slachtoffer’ van het roulatiesysteem op de redactie. Na zes jaar integratie & asiel moest ik iets anders gaan doen. Dat werd onderwijs & opvoeding. Een leuke deelredactie, fijne collega’s, ik mocht er mooie verhalen maken. Maar ik kon er niet echt aarden. Ik kreeg ‘heimwee’. Mijn hart was geraakt door de verhalen van vluchtelingen.

Eerlijk is eerlijk: Ik voelde me al wat langer niet helemaal meer ‘thuis’ bij mijn krant. Ook kwaliteitskranten hijgen steeds vaker mee, vind ik. Ook bij Trouw maakt de scoringsdrift slachtoffers. Meer, meer, meer. Snel, sneller, snelst. Steeds meer redelijkheid moet wijken voor snel-iets-in-de-krant-van-morgen. Opportunisme viert hoogtij. Wie durft nog nuchter te beschouwen in plaats van mee te huilen met de wolven in het bos? Waar is de nuance?

Daarnaast ergerde ik me er aan hoe jonge journalisten met contractjes worden uitgemolken, uitgewrongen, op al die witte, steeds grijzer wordende krantenredacties. Ik heb jonge, mooie, bevlogen, talentvolle journalisten (bijna) kopje onder zien gaan. Ik schaamde me soms. Voor die gang van zaken. Maar ook voor mijn veilige plek en privileges. Voor het feit dat ik wel nee durfde te zeggen – en kon zeggen – tegen weer zo’n raar verhaalidee.

Jonkies worden op veel kranten­redacties niet of nauwelijks fat­soen­lijk begeleid. Ja… Zo krijg je ongelukken. Neem pas die overambitieuze stagiair van de Volkskrant. En liever had ik hier nu niet de naam van Perdiep Ramesar genoemd. Hij was een fijne collega, een onvoorstelbaar harde werker, en vooral ook een hartstikke lief mens.

Dit gevoel knaagde: blijf ik hier zitten? Maak ik hier mijn tijd vol? Of ga ik nog één keer iets nieuws beginnen? Iets heel anders?

Maar ik durfde niet. Je geeft niet zomaar een vaste aanstelling, een riant salaris en allerlei vrijheden op voor allerlei onzekerheden. Voor een jaarcontract, langere reistijden, voor een wereld die je spannend lijkt maar niet echt kent.

Ik vond een noodverband. Het gevoel van urgentie, het gevoel van ‘ik wil iets betekenen’, van ‘nuttig zijn’ en ‘helpen’ was ik kwijtgeraakt, maar ik hervond het in vrijwilligerswerk. Ik kwam via handjehelpen.nl in contact met Tijmen, een meervoudig gehandicapte jongen van 12. Met hem maak ik eindeloze wandelingen, het liefst schreeuwt hij op zaterdagmiddag het overvolle winkelcentrum Overvecht bij elkaar. Zijn schaterlach is goud waard.

En ik ben vrijwilliger van ‘bed, bad en brood’ in Utrecht, de nachtopvang van ongedocumenteerden (toevluchtutrecht.nl) mannen zonder verblijfsvergunning. Het is mijn statement. Die baantjes vulden een leegte op. In mijn agenda en in mijn hart.

En toen ineens kwam er toch die prachtige kans bij een prachtige organisatie.

Over de hele wereld zijn bijna 60 miljoen mensen op de vlucht voor oorlog, geweld en onderdrukking. Stichting Vluchteling is een noodhulporganisatie die zich wereldwijd inzet voor hulp aan vluchtelingen. Bij acute nood zorgt de stichting voor directe hulp, zoals onderdak, medische zorg, hulpgoederen, voedsel, schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen.

En daar mag ik bij helpen. Ikke!

Het voelt als een cadeau. En heus: ook dit lijkt soms op werken. Ook hier is niet alles koek en ei en is niet elke werkdag een feest. Maar we betekenen iets. Als cynische journalist zou ik dit zeggen: Met 60 miljoen mensen op de vlucht gaat het om een druppel op de gloeiende plaat. Nu zeg ik: maar die druppel… Die maakt voor mensen het verschil. Met die druppels verzachten we leed.

Na ruim vier maanden de kunst afkijken en keihard mee buffelen op het bureau, ging ik in september voor het eerst op reis. Ik had gedroomd van de Centraal Afrikaanse Republiek, Myanmar of Iran. Het werd Lesbos. Geconfronteerd met de ellende op het vakantie-eiland schreef ik op Facebook: ‘Terug van Lesbos. Een ervaring die me altijd zal bijblijven. Het was onwerkelijk werkelijk. Mijn directeur zei dit nog, hartstikke terecht: ‘Europa moet zich schamen. Honden worden beter behandeld dan deze vluchtelingen. Dit moet echt snel stukken menswaardiger.’

Ik ben later bijna drie weken terug geweest. Om mee te helpen. Op een dag stond ik op het strand bij Molyvos, in het noorden van Lesbos. Daarover schreef ik: ‘Drie weken geleden stonden we acht uur op de uitkijk voor een bootje uit Turkije. Vandaag 25 boten in anderhalf uur. Veel te weinig water en croissants in de kofferbak, veel te weinig plek op de achterbank. Wat een mooie mensen. Wat een bijzondere dag. Wat een gave baan.’

Ik geniet me suf. Ik help. Ik ben activist. Ik mag zeggen wat ik denk. Bijvoorbeeld over populistische politici die roeptoeteren dat we onze welvaart moeten verdedigen, die het vluchtelingenverdrag zomaar ineens ter discussie stellen omdat dat ons nu even een ietsepietsie minder goed uitkomt. Of die met sobere opvang vluchtelingen willen afschrikken.

Ik mag hardop wensen dat elke PVV-stemmer eens een half uurtje op Lesbos zou kunnen praten met vluchtelingen. Niks engs. Niet allemaal verkrachters, geen mensen die ons op wat voor wijze dan ook bedreigen. Gewone mensen die de pech hadden dat hun ‘thuis’ in oorlogsgebied kwam te liggen.
Ik mag twitteren dat ik vind dat er hier in Nederland geen vluchtelingencrisis is, maar toch vooral een fatsoenscrisis.

Ik mis een handvol lieve collega’s van Trouw. Maar het werk heb ik nog geen minuut gemist. Mijn vertrek was goed voor mij. En goed voor Trouw. Voor mijn salaris kunnen ze twee jonkies aannemen, van samen 50 jaar. Hopelijk begeleiden ze die dan goed.

Rob Pietersen (50) begon in 1989 als verslaggever bij de Woerdense Courant. Hij was daarna sportverslaggever voor Tubantia, het ANP en Trouw. Begin 2007 nam hij afscheid van ‘de sport’. Sinds mei 2015 werkt hij als communicatieadviseur, (eind-) redacteur en publieksvoorlichter bij Stichting Vluchteling. Pietersen heeft twee dochters en woont in Utrecht.

Praat mee

1 reactie

sandra zuiderduin, 26 november 2015, 20:08

Heel herkenbaar en wat openhartig en eerlijk geschreven, Rob. En fijn dat je je nieuwe plek hebt gevonden;-) Het is alleen jammer dat het zo moet en de ‘echte’ journalistiek zo steeds meer de das om wordt gedaan.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.