data als kans

— donderdag 28 juli 2011, 15:28 | 0 reacties, praat mee

Staar je niet blind op de cijfers

Het duurde lang, maar nu zijn er dan toch eindelijk cijfers over het aantal communicatiemedewerkers bij het Rijk. Maar de discussie moet niet alleen over getallen gaan, vindt Frits Bloemendaal. ‘Het gevaar is dat een te grote nadruk op de aantallen communicatiemedewerkers de aandacht afleidt van de verschuiving naar politieke marketing. Want daar heeft de pers het meeste last van.’

Laatste wijziging: 4 augustus 2011, 13:52

Dat er cijfers worden verstrekt is alleen al winst, al zou het nog mooier zijn geweest als ook inzicht zou zijn gegeven in de communicatiebudgetten. Want daarover hult het Rijk zich al tientallen jaren in mist. Dat de Rijksvoorlichtingsdienst nu ineens wel inzicht wil geven in het aantal voorlichters kan te maken hebben met de groeiende kritiek op de overheidscommunicatie. Hoewel die kritiek deels gaat over de sterke groei van het aantal communicatiemedewerkers gedurende de afgelopen pakweg twintig jaar, ligt de kern toch meer in de richting die die communicatie is opgegaan. Het zou daarom jammer zijn als de discussie zich zou verengen tot de cijfers.

Niettemin is het, nu ze er toch zijn, de moeite waard er eens scherper naar te kijken. Volgens het overzicht zijn er 608 fte aan communicatiemedewerkers, onder wie 100 fte persvoorlichters. Twee jaar geleden waren dat er respectievelijk 795 en 125 fte; het aantal is dus bijna met een kwart afgenomen.

Let wel: het gaat hier om fte; aangezien veel voorlichters in deeltijd werken, kun je ervan uitgaan dat het aantal persvoorlichters rond de 125 moet liggen. Is dat veel of weinig? Het is in elk geval aanzienlijk minder dan het aantal parlementaire journalisten. Volgens de meest recente cijfers (mei 2011) die ik bij de Tweede Kamer heb opgevraagd zijn 292 personen namens nieuwsmedia bij de Kamer geaccrediteerd. Van hen zijn er 89 fotograaf, technicus of redactieassistent.

Het zou te gemakkelijk zijn om te concluderen dat alle ophef over de groeiende invloed van voorlichters onterecht is, omdat journalisten getalsmatig een groot overwicht hebben. Want het is appels met peren vergelijken; journalisten doen heel ander werk dan voorlichters. De laatsten hebben bovendien veel betere toegang tot overheidsinformatie; theoretisch zou één voorlichter als een Cerberus voor alle informatie kunnen gaan liggen. Omgekeerd kan één journalist als hij wil een vracht aan voorlichters werk bezorgen.

Zinvoller is het naar de functie en het doel van de overheidscommunicatie te kijken. En dan is onmiskenbaar dat die de afgelopen tien jaar zijn veranderd: van informeren, toelichten en verklaren naar overtuigen. Van voorlichten naar (politieke) marketing, naar PR.

In dat licht gaan de RVD-cijfers er heel anders uitzien. Want ook speechschrijvers (30 fte), communicatieadviseurs (124 fte), redacteuren van ministeriële uitgaven (69 fte) en communicatie-onderzoekers/analisten (33 fte) kunnen voor dit doel worden ingezet – en worden dat ook. Op ministeries worden vele uren besteed aan het analyseren van berichtgeving in de media, of van opvattingen van het publiek. En aan het maken van communicatieplannen.

Verder worden geregeld op projectbasis communicatiespecialisten ingehuurd. Dan heb ik het niet over de pool van dertig tot veertig communicatiemedewerkers die op freelance basis worden ingehuurd om zieken te vervangen of bij pieken bij te springen, maar bijvoorbeeld over specialisten die rondom projecten worden aangesteld. Soms ook met politieke marketing als opdracht.

Overheidscommunicatie is dus al lang niet meer neutraal, maar is meer en meer een middel om politieke doelen te bereiken. Dat wringt, want de medewerkers (ambtenaren) zijn formeel niet in dienst van de minister (de politicus), maar van het volk, de burgers. Dus ook van degenen die het niet met de minister eens zijn. Het gevaar is dat een te grote nadruk op de aantallen communicatiemedewerkers de aandacht afleidt van de verschuiving naar politieke marketing. Want daar heeft de pers het meeste last van.

Bijvoorbeeld omdat zoveel mogelijk alleen gunstige informatie wordt verstrekt, of omdat informatie gekleurd wordt gepresenteerd. Informatie die het gewenste beeld kan schaden wordt zoveel mogelijk weggehouden. Door ambtenaren de mond te snoeren, door journalisten naar de WOB te verwijzen en vervolgens het WOB-verzoek veel te langzaam af te handelen en vervolgens af te wijzen. Of door botweg niet te antwoorden.

Over die trend zou het moeten gaan.Niet alleen onder journalisten, maar ook onder politici. Want de bewindslieden zijn verantwoordelijk. Zij kunnen een einde maken aan de verwording van overheidscommunicatie tot PR en als ze dat niet doen, kan de Tweede Kamer ze daartoe dwingen. Voorlichters, hoeveel of hoe weinig het er ook zijn, zijn slechts uitvoerders.

Bekijk meer van

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.