— maandag 5 augustus 2019, 09:37 | 0 reacties, praat mee

Sander de Kramer: Wereldverbeteraar en levensgenieter

© Sanne Donders

Eerst ontfermde hij zich jarenlang over daklozen in Rotterdam en sinds 2007 over diamantkinderen in Sierra Leone. Sander de Kramer (46) is een opgewekte en onbaatzuchtige ‘actiejournalist’. Een hels virus leek zijn levenswerk te bedreigen.

‘Ha die Frits! De wereld verbeteren en van het leven genieten. Het kan allebei!’ Een schaterlach klinkt vanuit de achtertuin. Sander de Kramer paradeert er als de koning van Terbregge, met druipend bovenlijf en een gele handdoek om zijn middel. Een groot, plastic kinderzwembad vult het stenen plaatsje. Een jongetje slaat met zijn handen op het water en proest van plezier. Pappa heeft net zijn eerste duik genomen. Mamma Wendy trekt binnen verhuisdozen open, op zoek naar droog ondergoed.

‘Je hebt gelijk een primeur’, lacht de koning, als hij me in de deuropening ziet staan. ‘Sander de Kramer is verhuisd. We wonen hier precies één dag. Alleen de bedden moeten nog over!’ De woonkamer van het huis in Terbregge, Rotterdam-Noord, oogt daarom weinig doorleefd. Dozen staan voor lege meubels. In een hoek kijkt Majoor Bosshardt toe, in gebronsde vorm. De journalist, presentator en wereldverbeteraar kreeg het beeld in 2013 als ultiem eerbetoon voor zijn sociale werk. ‘Zij moet nog een mooi plekje krijgen’, zegt hij, eenmaal binnen. ‘Zij is voor mij de ras-idealist, ik kan niet eens in haar schaduw staan.’

Pas 46 is hij, maar De Kramer heeft de levens van honderd mensen geleefd. Vijftien jaar lang bouwde hij vanuit Rotterdam een netwerk van straatkranten op. En alweer bijna eenzelfde periode zet hij zich belangeloos en tomeloos in voor armoedebestrijding in het straatarme Sierra Leone, West-Afrika. Honderden kinderen redde hij uit de diamantmijnen, waar ze zich letterlijk bijna doodgroeven. Hij gaf hen onderwijs. Duizenden anderen kregen ook weer kansen, naar schatting 250.000 in totaal. In het land is hij een volksheld, ze riepen hem uit tot chief, een regionale burgemeester. Chief Sander de Kramer klonk wat aanmatigend, vond hij. Ouwe Dibbes, was dat niet leuker? Bij de eretitel hoorde een cadeau: drie jonge vrouwen. Dat vond Sander, en ook zijn vrouw Wendy, een minder geslaagd idee. Het genereuze gebaar werd afgekocht met een geit, een zak witte rijst en een fles brandy.

Chief Ouwe Dibbes ontmoet nu ministers en soms ook de president, bij wie hij aanstekelijke pleidooien houdt voor zijn projecten. Bijna dertig scholen heeft hij al laten bouwen, van donaties die hij met zijn Sunday Foundation ophaalt. Ook honderden microkredieten heeft hij verstrekt, wapens tegen de armoede. Hugo Borst en een team vrijwilligers steunen De Kramer in zijn levenswerk, een directeur coördineert ter plaatse. Ruim veertig keer is hij per vliegtuig naar Sierra Leone afgereisd. De tickets worden met donaties betaald, al het werk doet hij met het hart en zonder salaris te innen.

Tekst loopt verder onder de foto. Beeld: Rick Nederstigt

Sierra Leone is niet zijn enige reisdoel. Als journalist was hij verbonden aan het tv-programma ‘Reisadvies negatief’ en bezocht hij plekken van armoede en extreem geweld, overal ter wereld. In Rwanda zag hij stapels doorkliefde schedels, ook kinderhoofdjes, na de grootste massaslachting sinds de Tweede Wereldoorlog. In Zuid-Soedan moest hij ijlings vluchten voor een man zwaaiend met een armlang slachtmes, die het op hem had gemunt. In Goma, oostelijk Congo, bezocht hij een VN-wapenverzamelplaats, vol met Kalasjnikovs. Een medewerker legde een flink aantal in zijn armen. ‘Met elk van die wapens zijn ten minste twintig mensen doodschoten’, sprak de man. ‘Stond ik daar met de dood in mijn armen’, zegt hij aan de keukentafel. ‘Krankzinnig, heel heftig. Later probeerde ik onder de douche de dood letterlijk van me af te spoelen. Maar het gekke is, zo’n confrontatie inspireert me ook. Dan weet ik, ik moet voor de overgebleven kinderen zorgen.’

Het eerste half uur van het gesprek gaat het over niets anders: de gebeurtenissen en de beelden die hij iedere keer naar huis terugneemt. Wendy heeft hem intussen een droog overhemd gegeven. Geluiden van blije kinderstemmen, zomers uitgelaten, mengen zich met gruwelijke details van armoede en oorlogen. Ze hadden ook voor een nieuw huis iets verderop in de straat kunnen kiezen, zegt Sander terloops. Maar daar lag zomaar een schedel in een kast. ‘Meteen ging in mijn hoofd een laadje open’, zegt hij. ‘Ik heb veel vreselijke dingen gezien. Ze zitten allemaal in laadjes, die af en toe opengaan. Het zijn kleine trauma’s, gevolg van PTSS. Op onverwachte momenten kan het verdriet weer komen. Maar gelukkig blijven de laadjes meestal dicht.’

Zijn mentale evenwicht is in orde. Cynisch of sceptisch is hij niet geworden, zoals veel andere idealisten. ‘Ik denk dat je meer voor anderen kunt betekenen, als je in balans bent’, zegt hij. ‘Dus ja, ook van het leven genieten!’ Op de keukentafel ligt een vorig jaar verschenen boek over zijn leven en werk. ‘Chief Ouwe Dibbes. Volksheld in Afrika’ luidt de titel. De Kramer leest de aanhef voor. ‘Ongelooflijk en tegelijk aanstekelijk hoe Sander zijn blijmoedigheid en enorme gulheid onbaatzuchtig inzet. Het bewijs dat levensgenieter en levensredder kan samengaan.’ Was getekend: Guus Hiddink. Een lach gaat weer over de tafel: ‘Mooi toch! Hij schrijft precies op wie ik ben.’ Het is niet de enige BN’er die voor zijn charmante daadkracht is gevallen. Danny Cruyff, Nahib Amhali en Theo Maassen denken of reizen met hem mee. Robin van Persie schonk hem geld voor een school. Vermogende ondernemers en anonieme donateurs houden zijn stichting verder in leven.

Zijn zwak voor kansarmen, waar ook ter wereld, is niet van vandaag of gisteren. De kiem werd 46 jaar geleden gelegd in Rotterdam-Noord, waar hij opgroeide. Vader was verkoopleider van Duyvis. Verbaal was hij sterk, sociaal minder. Dat maakte moeder weer helemaal goed. Ze gaf haar leven lang zwemles aan blinden, gehandicapten en vluchtelingen en wond zich op over verdreven inheemse indianen in Amerika. Sander: ‘Ze voelde een oerwoede, net als ik. Altijd maar tegen onrecht knokken, als een ‘spookrijder tegen de stroom in’.

Op zijn 12e zag hij na een filmbezoek voor het eerst een dakloze. De man vroeg hem om gulden. Kleine Sander gaf hem het geld. ‘Sinds dat moment vraag ik me bij iedere dakloze af: welk verhaal zit er achter jou? Het is oprechte journalistieke nieuwsgierigheid, met nadruk op nieuwsgierig.’ In die tijd ontpopte zich de actiejournalist. Na het doorlopen van het VWO en de School voor de Journalistiek begon zijn compassievolle periode als hoofdredacteur van de Rotterdamse Straatkrant. Zijn moeder juichte zijn besluit toe, ‘Sander, volg je hart!’ Vader had er grote moeite mee, maar zette een paar weken later in de schuur toch een paar pakken ijsthee neer: ‘Voor je daklozen.’

Een intense periode volgde. De Kramer werd gelijke onder de daklozen en gaf hen de straatkrant waarmee ze een schamel inkomen en waardigheid konden verdienen. Hij bedacht ludieke acties, zoals een wereldkampioenschap voetbal voor dak- en thuislozen, tegelijk te houden met het echte WK in 2003. Het Oostenrijkse Graz was gaststad. De Kramer kreeg een dubbelfunctie: organisator en bondscoach van het Nederlandse team. Daklozen uit alle hoeken van de wereld beleefden hun moment of glory.

Ieder mens heeft iets bijzonders te vertellen, is zijn overtuiging. Journalistiek is niets anders dan je als mens voor de ander open te stellen. Het leven kan je dan overkomen, zoals in Sierra Leone. In 2007 was hij er voor een reportage, te plaatsen in De Telegraaf. Het land was kort tevoren geteisterd door een niemand ontziende burgeroorlog en stond bij de VN te boek als de slechtste plek op aarde. Een man die hij er toevallig sprak, Abdul, wees hem op een gebied in het zuidoosten, waar diamant werd gedolven. Het was volgens hem de grootste schande op aarde. Geen mens zou er moeten leven, zo hardvochtig en onterend waren de omstandigheden, vooral voor kinderen. Aan de edelstenen kleefden bloed. Wie zich er als vreemdeling zou vertonen, moest voor zijn leven vrezen.

De Kramer ging, door nieuwsgierigheid gedreven. Wat hij er zag, raakte hem diep, weggaan kon niet meer. ‘Het was niet te bevatten, zo krankzinnig, zo verschrikkelijk’, vertelt hij met hetzelfde vuur als toen. ‘Jonge kinderen, net wees geworden door de oorlog, haalden er in erbarmelijke omstandigheden diamanten uit de grond. Het duurste edelsteentje, dat wij in het Westen elkaar om de vingers schuiven, symbool voor ultiem geluk. Wat ik er aantrof was een situatie van ongelooflijke armoede en uitbuiting.’

Hij besloot er niet alleen over te schrijven, hij moest de kinderen helpen. ‘Als ik word geraakt, moet ik handelen. Ik denk en ik doe, en ga er op af.’ Dertien jaar en vele vliegreizen later gaan duizenden weeskinderen naar school en niet langer naar de mijnen. Als De Kramer weer eens langskomt, gaat hij op de schouders. Maar niet iedereen in het gebied is van dankbaarheid vervuld. De uitbuiters van de diamantkinderen haten hem, ze zijn van hun brood beroofd. Een gewapende bewaker wijkt daarom niet van zijn zijde. Zijn status als chief geeft hem een zekere bescherming.

Onder zijn vrienden overheerste aanvankelijk grote bezorgdheid. Hij zou zijn leven riskeren. En kinderen in Afrika kon je toch niet helpen. Ze vonden hem naïef. ‘Maar dat ben ik niet’, spreekt hij tegen. ‘Ik ben een realistische idealist. Ik weet hoe ik mijn verhaal, dit bizarre verhaal, bij Pauw moet vertellen.’ Ook vader en moeder lieten hem in het begin met moeite gaan. Moeder is al twee keer mee op reis geweest. Vader al drie keer. In het jungledorp, waar zijn zoon als Chief in zijn eigen lemen hut leeft, begon hij te speechen, voor een gehoor van tientallen dorpelingen. De tranen bij zijn vader vloeiden gelijktijdig met zijn van trots doorspekte woorden. De verraste Chief Ouwe Dibbes werd weer even het jongetje van toen.

De Kramer vertelt het verhaal als zijn eigen zoontje de keuken inloopt en een arm om hem heen slaat. Met mamma gaat hij naar oma. De voordeur valt achter hen dicht. In de stilte volgt de vraag: ontkomen aan kapmessen en kogels, altijd veilig geland, nog steeds optimist en behept met een blij gemoed. Gaat het in het leven van Sander wel eens mis? Zonder aarzeling noemt hij een datum: ‘27 augustus 2013. Het gebeurde in mijn hoofd. Alsof een mes mijn hoofd doorkliefde. Een ongelooflijke, verschrikkelijke piep die almaar aanhield. Ik wankelde en kon niet meer op mijn benen staan. Het gevolg van evenwichtsstoornissen, bleek later, waarschijnlijk veroorzaakt door een tropische virus. Of door roofbouw dat ik op mijn lichaam had gepleegd. Een verschrikkelijke tijd, het was niet te doen.’

Dat jaar had hij 58 vluchten gemaakt, vooral voor het programma Reisadvies Negatief. Hij bleef werken, zij het minder intensief. Tijdens opnames voor het tv-programma De Wandeling zwalkte hij op zijn benen. De dagen werden uitzichtloos, zelfs voor de onverbeterlijke optimist. In zijn gedachten ontspon zich een vluchtscenario. Als hij nu eens naar Afrika zou gaan, naar zijn lemen hut, geen eten meer zou nemen en het drinken zou laten staan…In het geheim had hij al oxazepam ingeslagen, pillen die de stervenspijn kunnen verzachten.

‘Zo wilde ik mijn leven eindigen, in Afrika’, zegt hij terwijl hij het boek erbij pakt. Hij toont een foto: ‘Kijk wat idyllisch, mijn dorp daar in Kambia, een prachtige plek bij de rivier. Ik zag het niet zo zwaar. It’s all in the game als het leven bij veertig jaar stopt. Ik zag in gedachten de beelden terug en die maakten me vrolijk. Goed gedaan Sander! Als het hier ophoudt, kan ik zeggen: ik heb de levens van duizenden mensen ten goede veranderd.’ Zijn Afrikaanse projecten zouden doorgaan, ook zonder hem. Mocht hem iets overkomen, dan nemen vrienden het over, is de afspraak.

Op een van zijn reizen deelde hij zijn plan met een Afrikaanse vriend. Huilend zei die voor hem te zullen bidden, samen met anderen ging hij zijn ziekte fixen. Duizenden kwamen de volgende dagen samen en riepen de hogere machten aan. Bij thuiskomst besprak hij zijn plan uitgebreid met Wendy. ‘Het werd een erg, erg emotioneel gesprek.’ Het besluit viel en werd gezamenlijk genomen: hij mocht eindigen in Afrika, op voorwaarde dat hij iets van zichzelf zou doorgeven. Twee maanden later was Wendy zwanger. Zijn zoontje Kryn bleek zijn levenslijn: ‘Hoe kon ik nog uit het leven stappen? En al die mensen in Afrika mocht ik toch ook niet in de steek laten?’ Een anti-pieppil hielp nadien de dagen draaglijker te maken. Er kwam meer rust, hij kon ‘de machine vaker uitzetten’.

De Kramer leeft weer ‘als een raket’. De energie is terug, zijn idealen doofden nooit. Hij heeft nog iets te vertellen. Beter dat zijn vader en moeder het niet horen: ‘Het belang van wat ik doe wordt groter dan dat van mijn gezin en familie, merk ik. Belangrijker zelfs dan mijn eigen leven. Het moet…ik moet weer gaan. In augustus wil ik naar Taliban-gebied in Afghanistan, het grootste risicogebied ter wereld. Daar ga ik een ambachtsschool bouwen, waar kinderen loodgieter of timmerman kunnen worden. Zonder schoolopleiding stappen ze voor driehonderd dollar over naar de Taliban. Dat wil ik voorkomen.’

Tot die tijd nog zóveel te doen! ‘Alleen maar super leuke dingen’, begint hij een opsomming van afgelopen week. ‘Een theatertour van vijf dagen, een afscheidsvoorstelling bij Feyenoord-jeugdopleiding Varkenoord. Radio gemaakt voor het programma Spraakmakers. Ja, de Nacht van de Vluchteling heb ik ook gepresenteerd. Als bijzonder ambtenaar een bevriend stel getrouwd, honderdduizend euro hebben ze geschonken. En o ja, de actie Maak kanker kansloos gedaan. En het Rotterdam Gala, voor demente bejaarden. Een pittig weekje, zeker, maar zó leuk. En dan hadden we natuurlijk ook nog de verhuizing.’

Of hij nooit moe wordt van zichzelf? Sander buldert het antwoord: ‘Eindelijk een goeie vraag!’ Dan heel serieus: ‘Moe? Nee, natuurlijk niet. Dit geeft me alleen maar meer energie om anderen kansen te geven!’

Sander de Kramer (Rotterdam, 1973)
VWO, School voor Journalistiek Utrecht
Hoofdredacteur Straatmagazine Rotterdam (1994–2009)
Oprichter en chef Sunday Foundation (2007–heden)
Opdrachtgevers: De Telegraaf, KRO-NCRV
Prijzen: Rotterdammer van het Jaar, Paul Nijgh Penning, Laurenspenning, Majoor Bosshardt Prijs.
De Kramer schreef vier boeken. Ook verscheen er een boek over hem: ‘Chief Ouwe Dibbes’.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.