foj 2019

— vrijdag 24 mei 2013, 09:44 | 3 reacties, praat mee

‘Samen freelancen’ klinkt als een contradictio in terminis

Het ‘samen freelancen’ bevalt Eefje Rammeloo wel. Met een collega zette zij een journalistencollectief op. Maar intussen vraagt ze zich wel af of dit betekent dat zij het niet alleen kan? ‘Ben ik geen échte freelancer?’

Toen ik voor mezelf begon deed ik dat in het studeerkamertje naast de woonkamer. Gezeten aan mijn bureau staarde het wasrek me aan. Ik moest iets met de was doen. En als ik dan toch opstond kon ik gelijk even de vaatwasser uitruimen. Misschien ook maar even naar buiten. Ik zou nog sinasappels kopen, en dan kon ik meteen een kop koffie drinken op de hoek. Collega freelancer Karin Sitalsing schreef een hilarisch blog op de Vogelvrije Freelancer (www.villamedia.nl/vogelvrije_freelancer) over haar uitstelgedrag. Zij werkt al negen jaar in haar uppie thuis en ‘vindt het heerlijk’ om nergens bij te horen. ‘Laat mij maar lekker mijn eigen regels maken.’

Aan mij is die eenzaamheid niet besteed. Oh, wat miste ik het geluid van andermans toetsenbord. Maar het waren niet alleen andere levende zielen die ik miste. Het bureau dat ik een paar maanden later ging huren, op de zolder van een oud studentenhuis, stond naast dat van een grafisch ontwerper en een evenementenorganisator. Ja, er werd gerammeld op toetsenborden, maar kranten lazen ze weinig, mijn medehuurders. Ze vonden niet zoveel van het regeerakkoord of het gerestylde Volkskrant magazine.

Dat ik méér miste dan de pseudo intellectuele gesprekjes bij de koffieautomaat bleek toen ik samen met collega Nynke Sietsma een Haags journalistencollectief opzette. Toen pas merkte ik hoe onzeker ik werd als een chef wéér een voorstel de grond in boorde. Mijn voorstellen werden scherper als ik er vooraf met mijn kantoorgenoot over sparde. We speculeerden welke gasten wij hadden uitgenodigd als we in de redactie van Pauw & Witteman hadden gezeten, om daarna in het vuur van onze eigen overtuiging een mail op te stellen aan een nieuwe opdrachtgever.

Betekende dit dat ik het niet alleen kon? Was ik geen échte freelancer? Maar als ík dat niet ben, dan zijn al die andere journalisten die in een collectief werken dat ook niet, evenmin als de 700 vrije vogels die zijn aangesloten bij het freelancersforum op Facebook.

Bijdehand laveren we met z’n allen door het medialandschap. Ongebonden. Lachend om bezuinigingen en reorganisaties. Elk van ons loerend naar kansen, we springen in gaten die anderen laten vallen. Een freelancer is een eenling, iemand die geen baas of collega’s nodig heeft, en twijfel eenvoudig rationaliseert.

Een heleboel eenlingen maken een groep. Een grote groep: van de 16.000 journalisten die Nederland rijk is, staan er ruim 5000 bij de KvK geregistreerd als freelancer. Wij eenlingen komen elkaar steeds vaker tegen. Drukte op de markt voor eenpitters. Maar flexibel als we zijn maken we van de nood een deugd. We zoeken elkaar op: bij borrels, op Facebook of in collectieven.

Is de freelancer daarmee nog wel de onafhankelijke eenling die hij pretendeert te zijn? Pretendeert hij die rol eigenlijk nog wel te hebben?

Het ‘samen’ freelancen bevalt ons wel. Hoe lekker het ook is om geen zeurende baas aan je bureau te hebben, het is toch erg fijn om samen te lachen over de idiote gast die bij Pauw en Witteman aanschoof. Over de verbouwing van het Centraal Station. Over de tatoeage van de buurman. Over de cover van Vrij Nederland. You name it. Freelancers zijn net mensen: we hebben van tijd tot tijd behoefte aan een kletspraatje.

Geklets bij de virtuele koffieautomaat is één ding, maar er wórdt nogal wat gedeeld onder freelancers. Op Twitter en Facebook wordt naar hartelust feedback gegeven, en meegedacht over ingewikkelde verhalen en lastige bronnen. Freelancen doe je niet alleen. Nee, inderdaad. Want freelancen moet leuk en haalbaar blijven in een bomvolle markt waar verhalen steeds gekker en grootser moeten.

Waar houdt het op? Op het Facebook forum wordt geïrriteerd gereageerd als iemand vraagt om het mailadres van een redactiechef bij een grote Sanoma-titel. Even googlen en je hebt ’t. Nog beter: bel en je hebt instant contact met de chef. Kun je hem meteen om z’n mailadres vragen. Hoe moeilijk kan het zijn?

Mijn gevoelens zijn tweeledig. Aan de ene kant wil ik collega’s graag helpen. Als geen ander weet ik hoe lastig het is om in deze markt te overleven. Ik gun iedereen een verhaal in een grote, dan wel lucratieve titel. Heus.

Aan de andere kant schreeuwt mijn liberale geweten me terug. Ik houd mijn kostbare, zuurverdiende kaarten stevig tegen de borst en sta versteld hoeveel informatie mensen met elkaar delen. Bedrijfsinformatie.

Zoveel freelancers, zoveel meer dan vroeger. Was het tien jaar geleden anders? Zaten we minder op elkaars lip in collectieven en fora? Konden we het toen wel alleen? Frederieke Geerdink is al dertien jaar freelancer en merkt al vanaf het begin dat mensen elkaar opzoeken. ‘Je hebt inspiratie van anderen nodig om je werk te kunnen doen’, zegt ze. Haar workshops creatief denken worden goed bezocht omdat juist dát, het creatieve proces, zo stroef gaat als je in je eentje op een zolderkamer zit.

Uitwisseling en inspiratie zijn ‘essentieel’ volgens Geerdink. In vaste dienst vind je die input aan het bureau naast je, als freelancer moet je het elders zoeken. Natuurlijk zijn er uitzonderingen: de zaak van solist Karin lijkt prima te lopen. Maar Karin mag dan in haar eentje thuis zitten, ze heeft wel weer een lijntje met mijn kantoorgenoot. Ze geven elkaar deadlines en peppen elkaar op als ze de draad dreigen kwijt te raken.

‘Samen freelancen’ klinkt als een contradictio in terminis. Nee, freelancen doe je niet alleen. Maar wat ben je voor freelancer als je het niet alleen kúnt? Wie zelf geen bronnen kan vinden, en voor een telefoonnummer liever bij een collega aanklopt gaat het op termijn niet redden.

Misschien moeten we er een nieuwe term voor verzinnen. Modern freelancerschap ofzo. Want toegegeven: veel freelancers van tegenwoordig hebben er niet om gevraagd om freelancer te worden. Ik ook niet: ik zag geen andere mogelijkheid toen ik mijn baan verloor. Daarmee behoor ik tot de massa’s journalisten die ‘dan maar gaan freelancen’. Al die studenten journalistiek die door de overvolle markt worden gedwongen om eenpitter te zijn, terwijl ze daar misschien niet voor in de wieg gelegd zijn. Al die journalisten die worden wegbezuinigd, en na jaren op comfortabele redactievloeren opeens hun eigen werk moeten zoeken.

Wanhoop is een beroerd begin van een freelancecarrière. Tegen mijn eigen verwachting in bleek ik over genoeg ondernemerstalent te beschikken om het te redden als ZZP’er. De eerste maanden besteedde ik 80 procent van de tijd aan pitches. Eerlijk is eerlijk: als mijn partner ons er niet (financieel) had doorgesleept, had ik nu wellicht een baan als communicatiemedewerker gehad.

Freelancen is onlosmakelijk verbonden met ondernemen. Hoe wil je het anders redden? Iemand die vraagt ‘of er nog redacties zijn die nieuwe freelancers zoeken’ is verkeerd bezig. Hetzelfde geldt voor de freelancer wiens lot afhangt van twee of drie opdrachtgevers die al tijden geen winst meer maken.

Een freelancer gaat de boer op met originele ideeën. Maar toch. Het karakter van die traditionele eenpittende journalist verandert. Hij verhuurt zich steeds vaker als redacteur, zijn baas houdt hem aan het lijntje met tijdelijke contracten of hij wordt aangestuurd door een rompredactie. Ben je dan ook freelancer?

Freelancen doe je inderdaad nooit alleen. Je hebt een meedenkende chef nodig, sparringpartners, kantoorgenoten… Toch moet je het aan het eind van het verhaal zelf doen. Het risico op falen is voor de eenpitter. Er is geen CAO, redactie- of ondernemingsraad om je belangen in de gaten te houden.

Als je ideeën niet goed genoeg zijn, je de telefoon niet durft te pakken, geen tijd steekt in gedegen vooronderzoek en alles pikt wat je wordt aangeboden, dan ben je misschien niet geschikt voor het vak. Je kunt nóg zo’n fijn netwerk van behulpzame en inspirerende collega’s hebben, toch red je het dan niet. Want freelancen doe je niet alleen, maar je bént wel in je eentje.

Bekijk meer van

Dossiers

Praat mee

3 reacties

Mo Roso, 26 mei 2013, 11:43

Welkom in de wereld van het zelfstandig ondernemerschap, Eefje. Je zult inderdaad een evenwicht moeten leren vinden tussen samenwerken en je kaarten voor de borst houden. In volwassen bedrijfstakken waar het zelfstandig ondernemerschap allang gemeengoed is, heeft men dat al behoorlijk onder de knie. Denk: zelfstandig adviseurs en trainers, vrije beroepen (advocatuur, medisch specialisten). De journalistiek is een bedrijfstak waar te lang is uitgegaan van werknemerschap. Mark Deuze (inmiddels hoogleraar aan de UvA) schreef hier al in 2007 over: werken in de mediasector betekent werken als freelancer. Wen er dus maar aan en leer het. Ondernemerschapsmodules en ondernemerscoaching zijn dus ook pas sinds kort een issue binnen resp. opleidingen en vakorganisaties zoals de NVJ. Daar valt nog een wereld te winnen.

koertg, 15 juni 2013, 11:04

Als je iemands mailadres al niet hebt, dan heb je zijn of haar telefoonnummer natuurlijk ook niet. Gheghe!

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.