foj 2019

— vrijdag 21 juni 2013, 09:46 | 1 reactie, praat mee

‘De nieuwe journalist zendt niet meer, maar praat met zijn publiek’

Wetenschap en praktijk hebben elkaar gevonden in een profiel voor de nieuwe journalist, constateert hoofdredacteur Dolf Rogmans van Villamedia. Anno 2013 informeert een journalist zijn publiek niet alleen, hij communiceert vooral. Of daar geld mee te verdienen valt, is nog even de vraag.

Wanneer ben je een journalist die een beetje met zijn tijd mee gaat? Henk Scheenstra, topman van de Nederlandse tijdschriftentak van Sanoma, gebruikt daarvoor een checklist met tien punten, die hij weer geleend heeft van uitgever Hearst Magazines. De essentie: ben je echt actief op alle digitale platforms? Plaats je artikelen, foto’s en video’s?

En belangrijker, start je discussies, reageer je op mensen die op jouw stukken reageren, ga je in gesprek met bedrijven via social media? Koop je artikelen online? Ben je nog terughoudend in je digitale gedrag? Vind je dat hele internet nog te tijdrovend en wil je niet 24/7 in contact staan met anderen? Dan ben je voor Sanoma nog geen nieuwe journalist. En tegelijk ook een journalist waar binnen Sanoma op termijn geen plaats voor is.

Want zo is het ook nog eens. De nieuwe journalist is geen vage toekomstdroom. Het is iets van vandaag, nu, meteen. En niet alleen voor Sanoma. In zijn inaugurele rede voor de universiteit van Groningen constateert professor Jeroen Smit ook dat het bij de nieuwe journalist om communicatie in plaats van zenden gaat. Traditionele redenen om dat niet te doen, veegt hij van tafel. Smit: ‘Journalisten vrezen traditioneel voor alles wat riekt naar commercie, geld verdienen, rekeningen sturen. Ook dan wordt angstig geroepen: we zijn geen koekjesfabriek. Om hun werk als ‘waakhond van de democratie’ goed te kunnen doen, willen ze overal buiten blijven, zich nergens aan verbinden. Door afzijdig te blijven voelen ze zich onafhankelijk. Maar waarom eigenlijk? Waarom zou je geen contact kunnen hebben met een uitgever, abonnee of adverteerder?’, betoogt Smit.

‘Is dat niet-ontmoeten het bewijs van onafhankelijkheid? Ik geloof juist dat die ontmoetingen nodig zijn om de ethische waarden en normen, het belang van die onafhankelijkheid, steeds weer te toetsen en op scherp te zetten! De belangrijkste waarborg voor die zo belangrijke onafhankelijkheid is een diep professioneel en persoonlijk besef ervan.’

Het is te begrijpen dat de journalist van huis uit meer van het zenden is dan van het communiceren. Dat laatste kon immers niet. De journalist was het exclusieve doorgeefluik tussen zijn bron en zijn publiek, daartoe in staat gesteld door zijn uitgever. De eigenaar van de drukpers, radio of tv-station bepaalde wie de boodschapper was. De journalist wentelde zich in die luxe positie. Zowel de bronnen als het publiek konden niet om hem heen. Internet heeft die verhoudingen sinds grofweg de eeuwwisseling op zijn kop gezet. Zowel bronnen als publiek zijn zich anders gaan gedragen. Iedereen kan nu in elke rol aan het publicatieproces meewerken. Zo zijn de bronnen (bijvoorbeeld bedrijven) zelf journalist/uitgever geworden, met digitale nieuwsbrieven, websites, social media accounts en kanalen op YouTube. Bronnen zijn daardoor niet meer afhankelijk van journalisten om met hun publiek te communiceren. En daar waar journalisten iets doen wat de bron niet zint, kan die dat eenvoudiger corrigeren.

Ook het publiek is massaal voor journalist/uitgever gaan spelen en publiceert er op los. Mensen etaleren bijvoorbeeld hun deskundigheid via het internet. Ook zoeken ze direct contact met de bronnen die van oudsher alleen met journalisten communiceerden en ook met journalisten direct. Het publiek blijkt ook nog eens deskundiger dan de journalist. En corrigeert daar waar nodig. Het publiek regelt kortom veel meer zaken buiten de journalist om.

Voor veel informatie is de journalist dus in zijn oude rol niet meer nodig. Dat is een probleem voor journalist en uitgever samen. Het wegvallen van het monopolie op het bereiken van publiek leidt niet alleen tot functieverlies van de journalist, maar tegelijk en logischerwijs ook tot het wegvallen van inkomsten.

Verliep dat verval van functie en inkomsten aanvankelijk geleidelijk, inmiddels gaan de ontwikkelingen hard. Tien jaar lang elk jaar enkele procenten inleveren, heeft zijn sporen nagelaten. De economische crisis en de voortschrijdende technische ontwikkelingen doen de rest. Inmiddels beseft elke journalist dat zijn vak financieel en inhoudelijk in een crisis verkeert en dat er geen weg meer terug is, slechts een onzekere weg vooruit.

Want de markt is onverbiddelijk. Als de functie van de journalist en de uitgever niet meer inhoudt dan doorgeefluik zijn, dan is er weinig toekomst voor het vak. De journalist zal moeten leren leven in een wereld waar hij wordt betaald voor zijn toegevoegde waarde en niet meer omdat hij samen met de uitgever een monopolie op bereik in stand houdt. Dat is even wennen en meer dan dat. Smit in zijn oratie: ‘Er vindt een dramatische verschuiving van de macht plaats. In een door de vraag, door de consument geregeerde omgeving, kan een uitgever, een redactie of een journalist maar op een manier overleven: heel goed naar dat publiek luisteren en echte vernieuwende kwaliteit leveren.’

Omdat de journalist zich niet meer tussen bron en publiek kan opstellen, zal hij in dialoog moeten gaan en daarbij zijn rol opnieuw uitvinden. Dat begint met gedragsverandering in de richting zoals Scheenstra de nieuwe journalist ziet: initiëren, reageren, communiceren. Hoogleraar journalistiek aan de UvA, Mark Deuze, biedt de journalist een nieuw ijkprofiel aan in de persoon van dj Armin van Buuren. Een metafoor die hij recent in lezingen gebruikte. ‘Kijk hoeveel plezier Van Buren heeft. Die journalist wil ik opleiden met hetzelfde optimisme, de passie, de energie en de opwinding als die je bij dj’s ziet. Wat ik zo goed vind aan dj’s is dat zij bij elkaar brengen wat anderen creatief voortbrengen. Het op sleeptouw nemen van anderen is typerend voor creatievelingen. Wij zouden ons niet krampachtig moeten vasthouden aan onze eigen journalistieke verhalen, maar creatief omgaan met wat er al is’.

En wat Deuze betreft ontwikkelt de journalist daarvoor zijn eigen kanalen. Hij ziet in journalisten zelfstandige ondernemers. Voor de grote redacties van vandaag heeft Deuze weinig hoop. De journalist wordt het merk. Smit is daar nog iets voorzichtiger in en ziet ook nog wel een rol voor uitgevers, eigenaren van grote merken.

Voor het gedrag van journalisten maakt dat niet veel uit. Smit: ‘Door zich te verdiepen en aan een paar onderwerpen te verbinden, krijgen journalisten toegang tot bronnen omdat hun kennis garant staat voor afgewogen berichtgeving. Juist door hun specialisatie, hun belangrijkste waarde, hoeven ze niet bang te zijn voor het verlies van hun onafhankelijkheid in welke ontmoeting dan ook.’

En daarmee vormt zich een beeld van de nieuwe journalist. Dat is een specialist, hij communiceert met bronnen en publiek en is een zelfstandig merk of op de een of andere manier verbonden aan aan groter merk. En hij koestert zijn onafhankelijkheid. Ten opzichte van de traditionele rolopvatting van de journalist is dat een forse verandering. Die ontwikkeling is natuurlijk al lang gaande en neemt vele vormen aan. Kijk naar initiatieven als De Nieuwe Pers, waarbij een merk wordt gebouwd rond journalisten die zelf aan hun eigen merk bouwen. Of De Correspondent, waar een redactie van freelancers wordt gevormd. Er zijn meer voorbeelden. Met digitale boekenuitgeverij Fosfor willen twee journalisten het werk van zichzelf en vooral ook van anderen uitgeven en zo ook het vinden van een verdienmodel ter hand nemen en dat niet meer aan een uitgever overlaten.

Rol en het gedrag van de nieuwe journalist tekenen zich dan misschien wel af, bij alle partijen leeft nog wel een zorg. Hoe zit het met het geld? Wie kan er nog leven van journalistiek? Jarenlang is het ontbreken van een antwoord op die vraag reden geweest om voorzichtig te innoveren. Met het wegvallen van steeds meer inkomsten, wordt niet alleen de noodzaak tot innoveren belangrijker, het wordt ook makkelijk. Er is minder te beschermen, te verliezen.  Smit roept daarom journalisten op om in beweging te komen. Om twee redenen. Grote uitgevers zijn bijna niet meer in stand te houden en journalisten zijn het aan hun stand verplicht hun eigen voortbestaan te regelen. Dat laat je niet aan een ander over.

Bekijk meer van

Dossiers
platform makers

Praat mee

1 reactie

Mark Deuze, 16 juli 2013, 18:59

Het geld is niet de enige zorg. Een wezenlijker zorgpunt is kwaliteit. Redacties en het nieuwsbedrijf hadden lange tijd het primaat op de functie, het journalistieke ambacht te beschermen, steunen, en in staat te stellen zich verder te ontwikkelen. Dat deze functie nu in toenemende mate op de schouders van de individuele journalist komt te rusten, is zorgelijk.

Ook hierin is het beeld van de DJ nuttig: de DJ is zowel qua inhoud als arbeider geen eenling. Juist in allerlei nieuwe vormen van samenwerking - zowel binnen als buiten bestaande redacties - kunnen journalisten zich sterk maken voor het vak.

Los van dit alles is er nog een adder onder het gras: het beeld van de journalist als merk en zelfstandige ondernemer speelt wel erg handig in op ontwikkelingen in de markt, waarin werkgevers zich (vanuit kostenbesparende overwegingen) terugtrekken.

Tot slot: meer onderzoek is nodig naar wat dit alles concreet betekent voor het journalistieke vak, voor de kwaliteit van de nieuwsvoorziening, en voor de organisatie van het nieuwsbedrijf.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.