— woensdag 3 december 2008, 12:47 | 1 reactie, praat mee

Raad voor de Journalistiek, PRO en CONTRA

Arendo Joustra schreef twee bijdragen als inleiding op het groot MediaDebat over zelfkritiek op journalistieke praktijken. De eerste column “PRO” schreef hij als voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. De tweede column “CONTRA”, als hoofdredacteur van Elsevier. Het MediaDebat wordt gehouden op zaterdag 13 december om 13.00 uur in de Amstelkerk, Amstelveld 10, Amsterdam.

PRO


De meeste leden van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren steunen uit volle overtuiging de Raad voor de Journalistiek, die mede door het Genootschap is opgericht. Het is dan ook niet meer dan normaal dat de voorzitter van het Genootschap zich een groot voorstander van de Raad betuigt, ook al is zijn eigen weekblad wat minder enthousiast over dit instituut.


De Raad functioneert allereerst als een uitstekende buffer, die klagers een mogelijkheid biedt verhaal te halen zonder direct naar de rechter te lopen. Vaak is het voor klagers al voldoende om van de Raad te horen dat hun klacht gegrond is. Overigens zou het goed zijn als ook de overheid, die de laatste tijd de media steeds vaker op het belang van zelfregulering wijst, eerst aanklopt bij de Raad als ze een grief heeft en niet zoals minister-president Balkenende deed in zijn zaak tegen het weekblad Opinio de rechter om een uitspraak vraagt.


In het ideale geval is de Raad niet ‘punitief’, maar helpt ze in het formuleren, verhelderen en uitleggen van het journalistiek denken en doen. Dat kunnen de afzonderlijke media ook, maar het is goed dat namens de gezamenlijke media een instituut als de Raad dit eveneens doet en zo het vak vooruit helpt. Tegelijkertijd is de Raad een ideale schakel om klagers en consumenten van mediaproducten uit te leggen hoe en waarom journalisten handelen zoals ze handelen.


Daarom is het ook beter dat de Raad een orgaan van zelfregulering en dus van journalistieke professionals blijft. Ideeën om ook raadsleden ‘van buiten’ te benoemen, de zogeheten ‘publieke leden’, ondergraven mijns inziens de waarde van de Raad. Dan gaan andere oordelen meespelen in plaats van professionele. Voorop moet blijven staan de vraag of de journalistieke standaard is gevolgd.
Vormen de uitspraken van de Raad het laatste woord? Nee, maar samen met de Leidraad bieden ze wel houvast. Net als de Code van het Genootschap, de laatste dateert van april 2008, bieden uitspraken en Leidraad de mogelijkheid tot verdere discussie. Je kunt de code, de Leidraad, de uitspraken omarmen of er afstand van nemen. Het is geen eindpunt van het debat, maar een beginpunt. Zonder deze teksten worden discussies al snel oeverloos, aangezien een referentiepunt ontbreekt.


Tegelijkertijd bieden code, uitspraken en Leidraad de buitenstaander enig inzicht hoe journalisten globaal denken en handelen. Daarbij gaat het niet alleen om passieve transparantie (‘zo werken we’), maar ook om het actief uitdragen waar het in de journalistiek in wezen om gaat.

Arendo Joustra, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren

CONTRA


Sinds januari 2000 erkent Elsevier de Raad voor de Journalistiek niet. De redenen hiervoor heb ik uiteengezet in De Journalist van 22 februari 2000 [http://tinyurl.com/3hec9d] en zal ik hier niet herhalen.


Wat betekent zo’n niet-erkenning in de praktijk eigenlijk? Het is nuttig dit uit te leggen, want vooral politici vinden het maar niets als je je onttrekt aan zelfregulering. Ze verdenken je van gemakzucht (‘Elsevier verwijst naar de rechter’) of een arrogante houding ‘die zo typerend is voor een macht die zich niet wenst te verantwoorden’.


Niets is minder waar. Wat politici niet altijd begrijpen, is dat de vrije markt al voor de nodige tucht zorgt. Lever je een slecht product op de vrije markt, dan kost je dit klanten, in ons geval lezers, en dus geld. Het is een sanctie die de Raad niet kent.


Fouten kunnen ook leiden tot rechterlijke procedures, waarmee eveneens veel geld is gemoeid. Zowel met het voeren ervan, als met een eventuele schadevergoeding. Een blad dat financieel zijn eigen broek moet ophouden en ook nog eens een hoog rendement moet leveren aan zijn eigenaar, moet dus aan risicobeperking doen.


Vandaar dat we al lang voordat we besloten ‘uit de Raad te stappen’, strenge interne regels hadden. Na het besluit zijn die regels alleen maar aangescherpt en is de interne controle erop vergroot. Zelfregulering hoef je niet altijd uit te besteden. Zelfregulering kun je letterlijk ook zelf ter hand nemen. Niet meedoen aan de Raad betekent dus niet dat er geen sprake is van zelfregulering.


In de bijna 9 jaar dat we niet meedoen aan de Raad, zijn er bij de Raad twee klachten over Elsevier binnengekomen. Niet van gewone burgers die door Elsevier in de hoek zijn gezet, maar van criminelen. Althans van verdachten die door het Openbaar Ministerie zijn voorgeleid op verdenking van ernstige misdrijven.


Beide keren hebben we ons niet bij de Raad verdedigd. De ene klacht bleek ongegrond, de andere gegrond. Het oordeel over die laatste klacht, hebben we gewoon afgedrukt. We plaatsen in Elsevier zo vaak meningen waarmee we het wel of niet eens zijn, kwestie van sportiviteit (zoals we via onze uitgever ook nog steeds meebetalen aan de Raad).


Het ging overigens om het vermelden van de volledige achternaam van een man die werd verdacht van oplichting. Mij lijkt het de taak van de media om de samenleving te waarschuwen voor mensen die het OM verdenkt van oplichting, maar de Raad denkt daar kennelijk anders over. Daar moet ik niet over zeuren. Dan had ik me maar moeten verweren.


Arendo Joustra, hoofdredacteur Elsevier

Bekijk meer van

Raad voor de Journalistiek

Praat mee

1 reactie

nannet heilhof, 16 december 2008, 12:54

Het getuigt van weinig fatsoen dat hoofdredacteuren in het geval van (bijna) bedrijfsongevallen, de mediaslachtoffers uitsluitend verwijzen naar de civiele rechter. Met bedrijfsongevallen bedoel ik situaties waarin er geen juiste belangenafweging is gemaakt tussen de uitingsvrijheid en de privacy en wanneer er gehandeld is in strijd met beroeps- en kwaliteitsnormen. De gang naar de civiele rechter is voor de meeste mediaslachtoffers, duur, risicovol, en genereert nieuwe ongewenste publiciteit. Bovendien zijn de eventuele baten van de procedure schamel. De schadevergoedingen zijn bescheiden en de bewijsvoering van het eisende mediaslachtoffer is, zeker in kort geding, lastig. Het kan jaren duren tot een rechtsstrijd ten finale is beslist. Ten slotte oordeelt de civiele rechter alleen over rechtsnormen. Hoofdredacteuren zouden er goed aan doen om hun kritiek op de Raad uitvoerig te motiveren door aan te geven op welke punten de Leidraad achterhaald zou zijn en in welke gevallen de Raad kwalitatief beslechte beslissingen zou hebben genomen. Hoofdredacteuren dienen een constructieve bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van een gezaghebbende Raad waar mediaslachtoffers daadwerkelijk terecht kunnen met hun klachten over de publicaties en het optreden van journalisten. Deze bijdrage leveren ze niet door de samenwerking met de Raad op te zeggen, de discussie uit te weg te gaan, en te verwijzen naar de civiele rechter omdat ze niet tweemaal kosten willen maken of bang zijn dat een uitspraak van de Raad als breekijzer kan worden ingezet bij de schadeclaims.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.