‘Overheid moet meer doen om de risico’s van onlinetracking te beperken’
De overheid moet volgens het Rathenau Instituut meer doen om de risico's van onlinetracking, zoals via cookies, te beperken. Bedrijven en organisaties verzamelen en gebruiken gegevens en dat heeft gevolgen voor zaken als privacy, maar ook de nationale veiligheid, zegt het onderzoeksinstituut in het rapport 'De prijs van gratis internet'.
Het Rathenau Instituut deed onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer. Data worden gebruikt voor het personaliseren van wat internetgebruikers online te zien krijgen, zoals producten, prijzen en advertenties. Het instituut noemt het fenomeen “een belangrijke pijler van het gratis internet”.
Onlinetracking heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld “tot een complex en ondoorzichtig systeem waarin via uiteenlopende technieken gegevens van gebruikers worden verzameld, gecombineerd, geanalyseerd en verhandeld”. Onlinetracking kan de privacy en autonomie van mensen aantasten en uitlopen op ongelijke behandeling.
Lees ook: AI-Media Journaal: Hoe een AI-agent een rekenfout maakte en prompt de FBI inschakelde
Cambridge Analytica
Het instituut waarschuwt ook voor risico’s voor de democratie, bijvoorbeeld wanneer onlinetracking wordt ingezet om verkiezingen te beïnvloeden. Een voorbeeld hiervan is het schandaal rond het bedrijf Cambridge Analytica. Dat gebruikte gegevens van Facebook-accounts voor de campagne van Donald Trump in 2016.
Door onlinetracking kunnen bedrijven mensen informatie aanbieden die precies in hun filterbubbel past. Dit wordt hyperpersonalisatie genoemd en zet het publieke debat onder druk, waarschuwen de auteurs.
Het instituut roept op te kijken naar alternatieven, zoals het stimuleren van betaalde onlinediensten en ‘contextueel adverteren’. Hierbij tonen adverteerders informatie op basis van de inhoud van de bezochte webpagina en niet van de bezoeker zelf.


Praat mee