— maandag 26 oktober 2026 12:18 | 0 reacties , praat mee

Opinie: Wie heeft het recht om te spreken op redacties?

Opinie: Wie heeft het recht om te spreken op redacties?
© ANP / Faiz Qreqa

Wie bepaalt welke bron geloofwaardig is? En wie bepaalt wat neutrale en betrouwbare journalistiek is? Het zijn vragen die de Nederlandse journalistiek zichzelf zou moeten stellen na het onderzoek naar de berichtgeving over Gaza van 14 oktober jongstleden, gepubliceerd in Trouw en de Groene Amsterdammer. Maar de reacties van de verschillende hoofdredacties stemmen weinig hoopvol, schrijft Lara Billie Rense in deze opiniebijdrage. Laatste wijziging: 26 oktober 2026, 12:27

Het onderzoek laat zien wat duizenden dagelijkse journalistieke keuzes bij grote landelijke media samen opleveren. De onderzoekers analyseerden meer dan 17.000 artikelen en namen een steekproef uit 3.083 stukken waar in de kop of lead een citaat te vinden was. In 1.835 artikelen konden ze een bron vaststellen. Uit die analyse blijkt dat Israëlische bronnen anderhalf keer vaker worden geciteerd.

Ook onderzochten ze in 2.000 afzonderlijke passages de gebruikte taal. Uitspraken van Israëlische bronnen werden stelliger weergegeven. Bij Palestijnse bronnen gebruikten journalisten vaker woorden als ‘zou’, ‘volgens’ en ‘mogelijk’. Bij Israëlische bronnen zagen de onderzoekers drie keer vaker woorden als ‘bewijst’, ‘stelt’, ‘zeker’ terugkomen. Ook zagen de onderzoekers dat Palestijns leed bijna drie keer vaker met verzachtende woorden beschreven werd. Palestijnse slachtoffers ‘kwamen om’ bij een ‘incident’, terwijl Israëlische slachtoffers werden ‘vermoord’ bij een ‘terroristische aanslag’. De manier waarop taal hier gebruikt wordt kan bepalen wie we geloven, welk leed we herkennen en erkennen en welke lezing van de werkelijkheid als uitgangspunt mag gelden.

‘Steengoede journalistiek’
Dagblad Trouw raadpleegde als enige onderzochte titel meer Palestijnse bronnen dan Israëlische. Een bewuste keus laat de hoofdredactie weten. Het laat zien dat journalistieke routines geen natuurwetten zijn. Je kunt ze onderzoeken, ter discussie stellen en veranderen. De overige reacties op het onderzoek vond ik ontluisterend. NRC benadrukte dat het ‘steengoede journalistiek heeft bedreven’ en dat journalistieke kwaliteit niet in grafieken te vatten is. Andere hoofdredacties bekritiseerden de onderzoeksmethode of wezen op de moeilijke omstandigheden waaronder verslag werd gedaan. Geen van deze leidinggevenden onderschreef de conclusie dat de berichtgeving bij hen die ongelijkheid in het voordeel van Israël liet zien. Of zoals wetenschappers die naar een reactie gevraagd zijn constateerden, ‘een asymmetrie in het voordeel van Israël’.

Natuurlijk moet je altijd kritisch kijken naar onderzoeksmethoden. Maar waarom leidt onderzoek naar onze dagelijkse journalistieke praktijk zo vaak tot zelfverdediging, in plaats van zelfonderzoek? Het is een reflex die ik ook zag op het Nederlands Journalistiek Festival in Deventer, bij een sessie over de verkiezingsverslaggeving van 2025. Onderzoek van Hogeschool Windesheim liet zien hoe de aandacht van media, ondanks voornemens om meer over de inhoud te berichten (bijvoorbeeld over wonen), vaak uitging naar politieke poppetjes, strategieën en mogelijke coalities. Toch weer de hang naar paardenrace journalistiek en veel minder naar wat er daadwerkelijk op het spel staat voor mensen. Een van de reacties op het onderzoek die me bijbleef: ‘Wij herkennen ons niet in de cijfers.’ Dat is zonde, want onderzoek kan zichtbaar maken wat binnen redacties soms onzichtbaar blijft. Het kan laten zien welke onderwerpen en dynamieken vanzelfsprekend aandacht krijgen. En als het gaat om de berichtgeving over Gaza, welke bronnen vertrouwen we zonder veel voorbehoud? En wie moet zijn geloofwaardigheid steeds opnieuw bewijzen? Omdat de uitkomsten van onderzoek naar onze journalistieke praktijk af te doen met deze afwerende reflex, zorgt ervoor dat we niet openstaan voor een andere houding, een manier van doen die ons werk zoveel beter kan maken.

‘Gebalanceerd, koel en feitelijk’
Wat het onderzoek naar de Gaza-verslaggeving bovendien extra interessant maakt, zijn de beschreven ervaringen en dynamieken op redacties, aan de hand van interviews. Journalisten die ontevreden terugkijken op de verslaggeving zijn vrijwel uitsluitend dertigers, meestal vrouwen en vaak met een niet-westerse migratieachtergrond. De journalisten die tevreden zijn, zijn gemiddeld ouder dan vijftig, meestal mannen en hebben vrijwel allemaal geen niet-westerse migratieachtergrond. Zij beschrijven de berichtgeving als gebalanceerd, koel en feitelijk, terwijl de ontevreden groep vindt dat hun redacties te weinig aan waarheidsvinding deden. En nee, het is geen representatief onderzoek, maar laat dit het begin van meer onderzoek en een gesprek zijn. Sla de deur niet dicht in het gezicht van de mensen op je redactie die ontevreden zijn over de journalistieke praktijk van je medium.

Want hier komt iets belangrijks naar voren, namelijk wie mag het woord voeren en wie wordt vanzelfsprekend vertrouwd als journalist? In ‘Spreken en zijn’ beschrijft de Duitse denker Kübra Gümüşay hoe mensen die tot de dominante norm behoren als de norm zelf kunnen gelden. Zij hoeven hun positie niet uit te leggen; anderen krijgen een label en worden vanuit dat label bekeken, vaak ook nog als groep en niet als individu. Mensen die tot de dominante norm behoren kunnen hun eigen positie gemakkelijker als neutraal ervaren, terwijl het perspectief van ‘anderen’ juist nadrukkelijk wordt benoemd. Ook de journalistiek ontsnapt daar niet aan. Het risico bestaat dat stemmen die aansluiten bij het dominante perspectief op een redactie vanzelfsprekender gezag krijgen. Andere stemmen worden dan niet per se uitgesloten, maar wel met meer voorbehoud behandeld. Ik ken te veel collega’s die niet tot de dominante norm op redacties behoren en voor wie het elke dag weer een strijd is om óók gehoord te worden of evenveel recht van spreken te krijgen. Ik heb deze dynamiek zelf overigens ook pas relatief laat ingezien, daardoor heb ik in het verleden sommige collega’s onvoldoende gesteund. Ik ben pas later in mijn carrière gaan zien hoe het dominante perspectief onzichtbaar bleef op redacties, terwijl het perspectief van ‘de ander’ voortdurend werd benoemd.

Waarom noemen we die ene collega activist?
De reactie van een van de eindredacteuren is in dit opzicht interessant: ‘(…) jouw perspectief moet niet doorklinken in onze verslaggeving, die moet evenwichtig zijn. Omdat de NOS van en voor iedereen is, is dit voor activistische journalistiek niet de juiste plek.’ Misschien is het probleem niet dat journalisten een perspectief hebben, maar dat sommige perspectieven binnen de journalistiek zo vanzelfsprekend zijn geworden dat we ze niet meer als perspectief herkennen. We zouden ons daarvan bewust moeten zijn en kritisch moeten kijken naar de vanzelfsprekendheid waarmee we de ene bron geloven en de andere wantrouwen. En waarom we de ene collega een activist noemen en de andere een journalist.

En begrijp me niet verkeerd, ik zie dit mechanisme niet als het gevolg van bewuste partijdigheid. Het zijn ingesleten journalistieke routines en blinde vlekken en die verdienen onderzoek en niet de reflex van diskwalificatie. Duizenden kleine redactionele keuzes kunnen samen een structureel verschil (of asymmetrie) in geloofwaardigheid produceren en reproduceren. Onderzoek naar berichtgeving is geen aanval op onafhankelijkheid, maar een kans om die onafhankelijkheid te versterken. Wie van anderen verlangt dat ze zich verantwoorden voor hun woorden en daden, moet dat ook zelf kunnen. De journalistiek moet niet alleen de macht onderzoeken, maar ook haar eigen macht: de macht om te bepalen wie geloofwaardig is, welk leed zichtbaar is en welke werkelijkheid uiteindelijk op papier beschreven is.

Lara Billie is als journalist actief op een groot aantal platforms. Zo presenteert die onder andere Wat Blijft (Human) op NPO Radio 1, het tv-programma Focus van de NTR en maakte die verschillende podcasts. In 2024 schreef die het boek Een Zee van Ruimte. Ook is Rense bestuurslid van het Huis voor de Journalistiek.

Bekijk meer van

Lara Billie Rense Israël Gaza
Schrijvers en journalisten in opstand tegen Big Tech - banner onder artikel

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee