Opinie: Moeten gegronde klachten van de Raad voor de Journalistiek na een paar jaar verdwijnen?
Journalist Jos van Noord werd ooit berispt door de Raad voor de Journalistiek. Na meer dan een kwart eeuw werd zijn veroordeling op zijn wens ‘gewist’. In deze opiniebijdrage vraagt Van Noord zich af of deze veroordelingen niet gewoon na een paar jaar al verwijderd moeten worden.
Platenbaas Hans Breukhoven was een man naar mijn hart. De succesvolle zakenman richtte in de vorige eeuw al de stichting ‘Elk Kind Op Schoolreis’ op, waardoor ook kinderen van minvermogende ouders mee kunnen met schoolreis.
De school hoefde hem maar te bellen en het werd geregeld. Dan dacht Hans aan zijn eigen jeugd, vertelde hij mij. De zaterdag dat ik in een reportage voor mijn krant schreef dat hij en zijn vrouw Conny twee Chileense ‘wegwerpkinderen’ hadden geadopteerd, ontplofte de oprichter van de succesvolle Free Record Shops.
Nog hetzelfde weekeinde belde hij woedend mijn hoofdredacteur thuis op en hij sleepte mij voor de Raad voor de Journalistiek. Wegwerpkinderen, dat kón je niet schrijven over kinderen, vond Hans.
De Raad, zeg maar de tuchtcommissie van de NVJ, heeft natuurlijk altijd gelijk en ik zal de laatste zijn om daar op af te dingen.
Om die ‘wegwerpkinderen’ werd ik eind jaren tachtig door de Raad veroordeeld. Het heeft me de rest van mijn journalistieke leven achtervolgd. Want wie mij ook maar even google-de op naam, altijd kwam die veroordeling door de Raad voor de Journalistiek als eerste naar boven.
Om de haverklap werd ik er op aangesproken, ik werd er om gewantrouwd, met argusogen bekeken. Want een journalist die publiekelijk is terechtgewezen door de Raad voor de Journalistiek, dat is geen vakman. Die kan niet deugen. Zelfs Wikipedia wil met zo’n bewezen mislukkeling niks te maken hebben.
Een jaar of wat geleden raakte ik het zó zat dat ik vroeg aan een gepensioneerde collega, die net als ik vele jaren correspondent was in het Midden-Oosten en enkel nog wat vrijwilligerswerk deed voor de senioren binnen de NVJ, of mijn al meer dan een kwart eeuw oude veroordeling door de Raad voor de Journalistiek niets eens van het wereldwijde web kon worden verwijderd.
Dat lukte warempel. Alsof ik gratie kreeg, na een veroordeling tot levenslang. Dat een nieuwe tv-documentaire van de NPO over een Nederlandse non in Chili, die zich daar bekommerde om adoptiekinderen, de titel kreeg ‘De non en de wegwerpkinderen’ bracht mijn veroordeling door de Raad voor de Journalistiek om de term ‘Wegwerpkinderen’ weer pijnlijk tot leven.
Over wegwerpkinderen schreef ik voor mijn krant nog talloze reportages, twee boeken ook over wegwerpkinderen in Ethiopie en in Libanon, voor het Rode Kruis en voor Unicef. Geen wegwerpers: geheel ten bate van deze hulporganisaties werden er tienduizenden van verkocht. Ook in de vele jaren dat ik voortdurend aan mijn veroordeling door Raad voor de Journalistiek herinnerd moest worden.
Wegwerpkinderen, dezer dagen opnieuw: in Gaza, net als in de Soedan, in Oekraïne eveneens. En wederom in Libanon. Wegwerpkinderen, ik kan het niet laten om ze in hun lot te benoemen.
Op de Markt in Groningen lagen hun duizenden schoenen, bij een manifestatie van ‘Plant een Olijfboom’ en ik las er mijn gedicht voor, over hun ‘Vermoorde onschuld’. Over kinderen die worden weggeworpen als ze in de weg lopen. Afgeschreven, niet door mij, maar weggeworpen door ruziënde volwassenen.
Met enkele wegwerpkinderen van toen, uit mijn Unicef-boekje over de oorlogsjeugd van Libanon, heb ik nog altijd contact. En nog altijd ben ik, op mijn 75ste, lid van mijn NVJ. Solidariteit moet.
Een journalist, die het ziét gebeuren, moet keihard kunnen zeggen waar het op staat.
Telkens moet ik dan denken aan premiersvrouw Ria Lubbers, die ooit met mij door Afrika trok, waar we Rode Kruis-noodkampen bezochten vol hongerende kinderen. Bij de krant kwamen brieven binnen van lezers, die schreven dat zij doodziek werden van de foto’s met uitgemergelde wegwerpkinderen.
Ria pakte de telefoon en belde die lezers op: ‘Als u thuis al doodziek wordt van de foto’s, kunt u misschien wel nagaan hoe die kinderen zich voelen!’
Is het een goed idee dat de Raad voor de Journalistiek z’n persoonlijke veroordelingen, zeker als die draaien om ethische normen, nooit langer dan een paar jaar op het wereldwijde prikbord laat prijken?


Praat mee
1 reactie
Johannes, 26 augustus 2026, 12:56
Sterker: de Raad zou zijn uitspraak over wegwerpkinderen dienen te herroepen. Met de beschrijving van Jos van Noord was niks mis.