— donderdag 25 september 2025 08:51 | 0 reacties , praat mee

Opinie: Journalisten, neem je verantwoordelijkheid tegen uiterst rechts en word zelf ‘antifa’

Opinie: Journalisten, neem je verantwoordelijkheid tegen uiterst rechts en word zelf ‘antifa’
© ANP/ Josh Walet

Journalisten moeten de verantwoordelijkheid voor het extreemrechtse geweld in Den Haag niet alleen bij de politiek leggen, maar ook bij zichzelf. Het is tijd dat zij de normalisering van uiterst rechts een halt toeroepen, betoogt freelance journalist Harmen van der Meulen in deze opiniebijdrage. Laatste wijziging: 25 september 2025, 15:54

Na het extreemrechtse geweld in Den Haag van afgelopen zaterdag, dat ontstond naar aanleiding van de demonstratie georganiseerd door ‘Els Rechts’, doet de journalistiek wat je van haar mag verwachten: waarheidsvinding, analyseren en reconstrueren.

Zo schreef NRC in een analyse: ‘De taal en uiterlijke kenmerken van deze groepen maken één ding helder: dit was geen hooliganisme, zoals na afloop door rechtse politici werd gezegd. Dit was politiek geweld, mede gepleegd door hooligans.’

En de Volkskrant publiceerde een reconstructie met als onderkop: ‘Hoe extreemrechtse groepen zich voorbereidden op ElsFest’. Zeer nuttige journalistiek, maar wat mij nog meer deugd deed, waren de commentaren waarin kranten zelf stelling namen, en zich daarbij niet inhielden.

Zo schaarde Trouw zich onder de kop ‘Alles is politiek aan de rellen in Den Haag’, achter D66-leider Rob Jetten en GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans, door te schrijven over de extreme taal van Geert Wilders: ‘woorden doen ertoe. Juist als ze jaar in jaar uit hetzelfde klinken. Ze voeden angst en laten anderen denken dat hun verzet gelegitimeerd is.’ (Een punt dat Lubach onderstreepte door filmpjes te laten zien waarin Wilders zijn aanhangers meermaals luidkeels opriep democratische besluiten ‘niet te accepteren’.)

NRC sloot zich hier bij aan, door het extreemrechtse geweld te bestempelen als ‘het voorspelbare resultaat van jaren van politieke normalisering van ideeën over minderheden, asielzoekers en Nederlanders die niet lijken op het AI-plaatje van de PVV’.

Commentator Michael Persson uitte in de Volkskrant een vergelijkbaar geluid: ‘alles aan de rellen was politiek, van de boodschap tot het doelwit. Wie dat niet benoemt, negeert het gevaar.’ Hij sloot zijn stuk – getiteld ‘De reactie van gematigd rechts op rechtsextremisme bepaalt hoe het de democratie vergaat’ – af met twee zinnen die tot nadenken stemmen: ‘De periodieke opkomst van radicaal-rechts populisme is onvermijdelijk. Het is de vraag hoe het systeem daarop reageert.’

Explicieter het gesprek voeren
Dat is inderdaad een belangrijke vraag, maar ook een vraag die zo groot is, dat hij bijna niet valt te beantwoorden. Daarom wil ik inzoomen op één onderdeel van dat systeem, waar ik zelf toe behoor: de journalistiek. Volgens mij is het namelijk van het grootste belang dat we als beroepsgroep explicieter het gesprek gaan voeren over ‘onze’ omgang met uiterst rechts (de noemer waar zowel radicaal- als extreemrechts onder vallen, die wetenschappers gebruiken omdat – stelt bijvoorbeeld politicoloog Léonie de Jonge – de scheidslijnen tussen die groepen steeds meer vervagen). Want het is zeker niet alleen afhankelijk van ‘gematigd rechts’ hoe het de democratie vergaat, maar ook van ons journalisten.

Diezelfde politicoloog De Jonge, hoogleraar rechtsextremisme-onderzoek aan de Universiteit van Tübingen, beschreef in juni in Trouw de omgang met uiterst rechts als een ‘gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid’, waarin de belangrijkste rollen zijn weggelegd voor politieke partijen en de media: ‘Zij fungeren samen als poortwachters die bepalen welke partijen en thema’s aan bod komen.’ Wat je ook zou kunnen omschrijven als: zij – en dus: wij – stellen de normen.

Aangezien er in de Tweede Kamer momenteel, na de steun van de VVD voor de veelbesproken ‘antifa-motie’, sprake is van een uiterst rechtse meerderheid, is het des te belangrijker dat wij ons als poortwachters bewust zijn van onze verantwoordelijkheid en daarnaar handelen. Helaas durf ik daar niet op te vertrouwen.

Want de journalistieke respons op de gebeurtenissen van zaterdag was zeker niet overal adequaat. Zo kwamen in de items in het NOS Journaal van zowel 20 als 21 september over de rellen in Den Haag de termen ‘extreemrechts’ of ‘neonazi’s’ niet voor; er werd slechts gesproken over ‘relschoppers’ (net als bij veel andere media, bijvoorbeeld Nu.nl). En in het hoofdartikel op de NOS-website werd pas in de allerlaatste alinea überhaupt benoemd dat ‘veel demonstranten’ prinsenvlaggen met zich mee droegen – ‘het symbool van de NSB’ – en sommigen kleding droegen met ‘White Power’ erop. Dat er ook extreemrechtse en antisemitische leuzen werden gescandeerd en Hitlergroeten werden gebracht, bleef onvermeld, terwijl de – totaal ongefundeerde – bewering van demonstratieorganisator Els Noort dat ‘Antifa mogelijk een rol heeft gespeeld bij het geweld’ wél in het artikel werd opgenomen.

Bijzonder hoogleraar onderzoeksjournalistiek en plaatsvervangend hoofd analyse bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nikki Sterkenburg, gespecialiseerd in uiterst rechts, verbond deze gebrekkige berichtgeving op LinkedIn aan een ‘in ons land ingebakken neiging’ om weg te kijken van racistisch en extreemrechts geweld. Zij schreef dat op dit onderwerp ‘politici en media structureel verzaken in het onderkennen van patronen’.

Milders-frame
‘Structureel verzaken’, dat is een serieus verwijt, dat we ons als journalisten zouden moeten aantrekken. Net zoals we moeten kijken hoe de journalistiek zelf heeft bijgedragen – en nog bijdraagt – aan de normalisering van uiterst rechtse standpunten en het groter maken van uiterst rechtse politici en partijen.

Bijvoorbeeld door Geert Wilders – die mensen stelselmatig uitsluit, criminaliseert en ontmenselijkt op basis van hun geloof en afkomst, en die journalisten ‘tuig van de richel’ en ‘slechte mensen’ noemde – maar liefst drie keer tot Politicus van het Jaar uit te roepen. Door de PVV, FVD, BBB en JA21 met buitensporig veel (te vaak kritiekloze) media-aandacht in het zadel te helpen (zie onlangs nog de interviews van NRC en AD met FVD-lijsttrekker Lidewij de Vos) en door voor de afgelopen verkiezingen massaal in het (overduidelijk leugenachtige) ‘Milders’-frame te trappen. Maar ook door voor de rol van buikspreekpop van uiterst rechts te kiezen, bijvoorbeeld door het evacueren van hoogstens een paar honderd ernstig zieke of gewonde kinderen uit Gaza te verbinden met de angst dat daar asielaanvragen uit voortkomen (zoals onlangs in Buitenhof gebeurde) – alsof dat werkelijk zo’n ramp zou zijn.

In 2020 zei koning Willem-Alexander bij de Nationale Herdenking dat het minste wat we kunnen doen, is: ‘Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is.’ Inmiddels is het zover dat ‘denormalisering’ noodzakelijk is: dat de echt democratische krachten luidkeels uitspreken – zo vaak als nodig – dat wat normaal gemaakt is, niet normaal is en niet normaal zou moeten zijn. Dat antifascisme geen terrorisme is, zoals uiterst rechts beweert (inclusief hun partijblad De Telegraaf), maar een broodnodige verdediging van onze vrije samenleving.

Een verdediging waarin wij als journalisten bij uitstek een rol kunnen – en wat mij betreft moeten – spelen. Roep het maar met me mee, collega’s: ‘No pasarán!’ Tot hier en niet verder.

Harmen van der Meulen is freelance journalist en (eind)redacteur, onder meer voor Trouw.

Dit opiniestuk is geschreven door een externe auteur en weerspiegelt niet per se het standpunt van de redactie van Villamedia.

Bekijk meer van

extreemrechts
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee