Op de bres voor de correspondent
Het nieuwe werk van Pieter Waterdrinker, schrijver en Telegraaf-correspondent, heet ‘De Correspondent’. Een statement, zegt hij in de Volkskrant. Want het correspondentschap zoals hij dat beoefent, wordt bedreigd, vindt hij.
Door media die inwisselbare freelancers inhuren die een beetje kunnen schrijven en die het zich met geld van papa wel kunnen veroorloven om een jaartje in Rome te gaan zitten. ‘Kennis, eruditie en levenservaring worden niet meer gewaardeerd’, zegt de al jaren in Rusland woonachtige Waterdrinker. In zijn boek beschrijft hij zo’n inwisselbaar type. Een 26-jarige stagiaire van Deutsche Welle, die voorstelt om samen een taxi te nemen van Bakoe naar Tbilisi, waar Rusland en Georgië in oorlog zijn. ‘O eindelijk ga ik naar een echte oorlog, supergeil!’, kirt de stagiaire. ‘Dus daar links ligt ergens Iran?’ En oh ja, waar haalde ze een kogelvrij vest vandaan, en hoe kwam ze bij het front?
Een dag of wat later hoort Waterdrinker dat cameraman Stan Storimans is omgekomen, en zijn collega Jeroen Akkermans gewond is geraakt. Hij haast zich naar het mortuarium. Ondertussen trilt in zijn broekzak zijn telefoon. De stagiaire. Ze is in aantocht en laat weten dat ze ‘superveel zin heeft’ in Tbilisi. ‘Vanavond ergens wat drinken, Tschüss!’
Een duidelijker tegenstelling had Waterdrinker niet kunnen beschrijven om zijn punt te maken. Het correspondentschap wordt steeds meer een vak van jonge avonturiers, al kunnen we ons in Nederland – gelukkig – ook nog altijd gelukkig prijzen met een flink aantal goed ingevoerde en verantwoordelijke correspondenten, vooral als het op conflictjournalistiek aankomt.
Tegelijkertijd denkt Waterdrinker dan en daar, met afgeknepen keel voor de deur van het mortuarium: ‘maar ik ben verdomme helemaal geen correspondent. Ik wil boeken schrijven’. Al eerder tekent die innerlijke tweestrijd zich af op de pagina’s. Op het moment dat de oorlog begint, ligt Waterdrinker net een halfuur aan het strand van de Oostzee van zijn vakantie te genieten, nadenkend over de novelle die hij wil gaan schrijven. Hij parafraseert een van zijn lievelingsschrijvers en tevens journalist Gérard de Nerval, die in een brief aan zijn vader verzucht dat literaire arbeid in zijn tijd bestond uit twee dingen: het krantenwerk, waarvan je heel goed kon leven maar je helaas in deze wereld niet hoger en niet verder bracht. En het werken aan boeken. 150 jaar later geldt dat credo wat Waterdrinker betreft nog steeds. De novelle moet in de ijskast, en Waterdrinker tot zijn spijt naar Georgië.
In ‘De Correspondent’ verbindt hij de genres met elkaar. Een literaire beschrijving van zijn leven in Rusland, zijn werk als correspondent. Het is het laatste boek dat hij over Rusland heeft geschreven, zegt hij – hij publiceerde er al meerdere romans over.
Een aantal jaar geleden interviewde ik Jelle Brandt Corstius, de kop boven het stuk was: ‘Nooit meer Rusland’. We weten allemaal hoe dat afliep. Rusland is in al zijn merkwaardigheid zo’n plek die onder je huid gaat zitten. Het is te hopen dat ook een doorgewinterde Ruslandkenner als Waterdrinker zijn kijk op het land ook gewoon blijft opschrijven. Voor De Telegraaf. En voor de literatuur.
Pieter Waterdrinker: De Correspondent. Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044626056, € 19,95


Praat mee