Ilan Sluis en Olof van Joolen werden permanent heen en weer geslingerd tussen hun rol van journalist en familielid
In de rubriek De Schepping schrijven journalisten over de totstandkoming van hun werk. Dit keer Olof van Joolen en Ilan Sluis. Collega's die boezemvrienden werden ondanks het feit dat hun grootouders een compleet tegenovergesteld oorlogsverleden hebben. Ze doken in die beladen familiegeschiedenissen en schreven er het boek 'Erfgenamen, opgroeien in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog' over.
We vonden het een even bijzondere als geruststellende gedachte. Dat we rond de eeuwwisseling vrienden konden worden terwijl Ilans oma als Joodse vrouw de oorlog in onderduik overleefde. En Olofs grootvader dienend bij de Waffen SS en de Sicherheitsdienst juist onderdeel uitmaakte van het terreurregime waarvoor zij zich moest verschuilen.
Waar we snel achter kwamen, was dat ondanks die complete uitersten van het historische spectrum we meer gemeen hadden dan we dachten. We wisten beiden veel over onze familiegeschiedenis niet. Dat vormde het startpunt van onze research. Ilan kon de eerste puzzelstukjes leggen dankzij medewerkers van het herdenkingscentrum Westerbork terwijl Olof het lijvige strafdossier in het Nationaal Archief doorspitte.
Waardevol in deze fase was de hulp van historicus en kenner van de SS Evertjan van Roekel. Hij wist onduidelijkheden uit het verhaal van Co van Joolen op te helderen, plaatste het in een context en raadde het relatief onbekende boek Wiking van voormalig oostfrontstrijder Henk Kistemaker aan. Hij diende bij dezelfde divisie als Van Joolen. Liet grootvader weinig los over zijn tijd aan het front, dankzij Kistemakers boek viel dat inhoudelijke gat te dichten.
Wat ontstond was een feitenrelaas, maar geen verhaal van vlees en bloed. Die dimensie wisten we in te kleuren dankzij correspondentie die letterlijk bij onze vaders op zolder lag. Brieven die ze beiden al jaren in bezit hebben. In Olofs geval las zijn vader ze niet terwijl Ilans vader dat wel deed maar hem er nooit iets over vertelde. Opmerkelijk, vonden we. We vroegen hen waarom ze dat nooit deden toen we ze interviewden. Ilan sprak – om een zo objectief mogelijk beeld te krijgen – met Olofs vader en vice versa.
Die interviews gebruikten we voor de tweede vraag die we graag in ons boek wilden beantwoorden. Erfgenamen moest niet alleen een reconstructie van de familiehistorie worden zoals er al veel meer zijn, maar ook inzichtelijk maken wat voor effect opgroeien in nest met historische ballast op iemand heeft. Op de interviews reflecteerden we weer om het beeld completer te maken. Hierin probeerden we ook zo goed en zo kwaad als het kan - zonder relevante wetenschappelijke publicaties – duidelijk te krijgen hoeveel oorlog wij nog in ons hebben.
Als bijna vijftigers met decennia journalistieke ervaring is research voor ons bekend terrein. Wat onderzoek doen voor dit project alleen anders maakte, is dat je permanent heen en weer wordt geslingerd tussen je rol van journalist en familielid. Het is net zo bevredigend als altijd om een verhaal stukje bij beetje te reconstrueren, maar anders dan bij een niet-persoonlijk dossier zijn er vervolgens vaak emoties die de informatie bij je losmaken.
We hebben dit bewust een plek in het boek gegeven door de lezer over onze schouder mee te laten kijken en deelgenoot te maken van wat we onderweg voelden. We zijn heel benieuwd hoe de lezer het eindresultaat gaat ontvangen.
Ilan Sluis en Olof van Joolen leerden elkaar kennen op de redactie van Haarlems Dagblad, waar ze boezemvrienden werden. Ze werkten nadien onder meer nog samen bij de NOS en De Telegraaf, waar Olof nu chef verslaggeving is. Ilan werkt inmiddels als woordvoerder en communicatieadviseur in het bedrijfsleven.
‘Erfgenamen. Opgroeien in de schaduw van de oorlog’ wordt uitgegeven door uitgeverij Volt | ISBN ISBN 9789062225439 | Paperback | 192 pagina’s | € 22,99 | verschijnt 17 september



Praat mee