Leidraad RvdJ: opnemen gesprekken mag
De Raad voor de Journalistiek (RvdJ) heeft de Leidraad voor journalistiek handelen aangepast en uitgebreid. Voortaan staat het een journalist vrij telefoongesprekken op te nemen, maar bij (gedeeltelijke) publicatie van die opname is toestemming van de geïnterviewde nodig. Onderzoeksjournalist Joep Dohmen (NRC Handelsblad) die in 2009 door de Raad op de vingers werd getikt omdat hij een telefoongesprek met een manager van een vastgoedbedrijf op band had opgenomen vindt, dat de journalistieke waakhond een stap in de goede richting heeft gezet. ‘Maar nog steeds is niet duidelijk of het nu wel of niet verplicht is de geïnterviewde vooraf te melden dat het gesprek wordt opgenomen.’
De geheel herziene redactie van punt 2.1.7. (oud punt 2.1.6.)
Het staat een journalist vrij een telefoongesprek op te nemen wanneer dit nodig is om een onbetwistbare en zo adequaat mogelijke weergave van het besprokene te kunnen publiceren. Wanneer hij de geluidsopname zelf, of delen daarvan, openbaar wil maken, dient hij echter vooraf toestemming van de geïnterviewde te verkrijgen.
Een nieuw ingevoerd punt 2.4.9.
Bij het benaderen van slachtoffers van ongevallen en rampen en hun nabestaanden behoort de journalist rekening te houden met het recht van betrokkenen om met rust te worden gelaten. De journalist dient terughoudend te zijn indien de weerloosheid of geestelijke toestand van betrokkenen daartoe aanleiding geeft. Bij publicaties over ongevallen en rampen vermijdt hij zoveel mogelijk dat slachtoffers en nabestaanden daardoor nadeel zullen ondervinden, dat hen extra leed wordt aangedaan of dat het verwerkingsproces wordt bemoeilijkt. Met het oog daarop dient de journalist informatie over slachtoffers en nabestaanden die niet noodzakelijk is om de aard en ernst van ongeval of ramp weer te geven, achterwege te laten.


Praat mee