Nationale Ombudsman kritisch op handelswijze politie en OM bij arrestatie van Volkskrant-journalist bij klimaatdemonstratie
De Nationale Ombudsman is ontstemd over de handelswijze van de politie en het Openbaar Ministerie (OM) bij de arrestatie van Volkskrant-journalist Mac van Dinther bij een klimaatdemonstratie in Den Haag in oktober 2021. Met de arrestatie heeft de politie het recht op vrije nieuwsgaring en persoonlijke vrijheid geschonden, aldus de ombudsman.
‘Opgelucht is een groot woord, maar ik ben zeker tevreden met de uitspraak van de Ombudsman’, reageert Van Dinther desgevraagd tegenover Villamedia.
De uitspraak van de Ombudsman staat niet op zichzelf. In dezelfde week werk bij een andere demonstratie een fotograaf gearresteerd. Die arrestatie was onrechtmatig, oordeelde het gerechtshof in Den Haag in april 2024.
Bij de demonstratie waren politieagenten bezig om de demonstranten, die zich vastgeketend hadden, te verwijderen. Journalist Van Dinther bevond zich op circa één meter van de agenten. Een politieagent verzocht hem meerdere keren om meer afstand te bewaren omdat de agenten ‘werkruimte en privacy’ nodig hadden, aldus het proces-verbaal.
Belediging en belemmering
De journalist weigerde dat, omdat hij met zijn perskaart ‘mocht gaan en staan waar hij maar wilde’. Een agent waarschuwde de journalist daarop dat hij zou worden aangehouden voor belemmering als hij niet meer afstand zou bewaren. In een woordenwisseling beet Van Dinther de agent toe dat hij zich als een ‘klein kind’ gedroeg. Daarop werd hij aangehouden voor belemmering én belediging.
Die aanhouding was rechtmatig, oordeelde het OM later in de sepotbeslissing. De politie had weliswaar anders kunnen handelen door Van Dinther ‘(tijdelijk) de toegang tot het afgezette gebied te ontzeggen’, maar dat betekende niet dat de journalist volgens het OM ‘niet had mogen worden aangehouden’.
Tegenover de ombudsman schreef het OM later dat ‘het optreden van de politie in de situatie ongepast was’ maar dat de aanhouding op zichzelf niet onrechtmatig was. Na een klacht van Van Dinther bij de klachtencommissie van de politie oordeelde de politiechef dat zijn klachten ongegrond waren. Hij was het wel eens dat ‘de politie te weinig rekening hield met de bijzondere positie van de journalist’. Na de klacht van Van Dinther bij de klachtencommissie is de sepotcode rond ‘belemmering’ aangepast van 52 (‘door feit of gevolgen getroffen’) naar 06 (‘dader niet strafbaar’). De sepotcode voor ‘belediging’ is gewijzigd van 02 ‘onvoldoende bewijs’ naar 01 ‘ten onrechte als verdachte aangemerkt’.
‘Structurele veranderingen’ bij de politie
Naar aanleiding van diezelfde klacht heeft de politie volgens eigen zeggen intern enkele ‘structurele veranderingen’ toegepast, waaronder een presentatie over de rechten en plichten van journalisten bij afgestudeerde agenten aan de politieacademie. Bij grote demonstraties worden agenten ‘gebriefd over de omgang met media’ en wordt de politieperskaart ‘minimaal een keer per jaar onder de aandacht gebracht via een bericht op intranet en een nieuwsbrief’.
Van Dinther stelt tegenover de ombudsman dat hij een demonstrant van pijn hoorde schreeuwen en daar verslag van wilde doen, waardoor hij voorbij het afzetlint wilde komen. Een agent vroeg hem ‘op agressieve toon’ wat hij aan het doen was, waarna hij ‘op meters afstand’ van de agenten verslag deed. Na de aanwijzing dat de agenten meer ruimte nodig hadden stak hij de straat over. Volgens Van Dinther heeft hij de politie ‘op geen enkel moment gehinderd’ en hadden de agenten voldoende ruimte om hun werk te doen.
De aanhouding was onrechtmatig, meende Van Dinther achteraf, omdat journalisten slechts ‘alleen in uitzonderlijke gevallen’ aangehouden mogen worden. Er waren volgens hem ‘tientallen andere manieren’ om het probleem op een minder ingrijpende manier op te lossen.
De politie en het OM gaan hierin mee, maar blijven erbij dat de aanhouding rechtmatig was. En door te erkennen dat er ‘andere, minder ingrijpende mogelijkheden’ waren dan een arrestatie kunnen de politie en het OM ‘niet anders dan concluderen dat de aanhouding niet proportioneel was’, aldus de ombudsman.
‘Door zijn aanhouding is het de journalist onmogelijk gemaakt om (verder) verslag te doen van de demonstratie’, concludeert de ombudsman in zijn onderzoek. ‘Met zijn aanhouding is zijn recht op vrije nieuwsgaring dan ook beperkt.’
Van Dinther zegt in het onderzoek van de ombudsman te vrezen dat zijn aanhouding een chilling effect heeft en stelt dat er binnen de politie te weinig kennis bestaat over de bijzondere positie van journalisten en de betekenis van een politieperskaart.
‘Dringend beroep’
De ombudsman doet een ‘dringend beroep’ op de NVJ, de politie en het OM om ‘op landelijk niveau’ met elkaar in gesprek te gaan over de positie van journalisten bij demonstraties.
De arrestatie van Van Dinther is nadien door het OM geseponeerd met sepotcode 02 (‘belediging’) en 52 (‘belemmering’). Maar de opmerking ‘klein kind’ kan volgens Van Dinther niet als belediging gezien worden. Als gevolg van deze sepotcodes heeft Van Dinther een aantekening in zijn strafblad, met de daarbij horende consequenties.
De landelijke leiding van het OM oordeelde na vragen van de ombudsman dat de sepotcodes gewijzigd moeten worden en dat er bij de aanhouding ‘onvoldoende rekening is gehouden met zijn hoedanigheid als journalist en dat het optreden van de politie onvoldoende professioneel was’. Zijn handelingen zijn ‘niet strafbaar’ en de sepotcodes worden aangepast naar 06 (‘dader niet strafbaar’). Door het wijzigen van de sepotcodes zijn de klachten van Van Dinther gegrond, oordeelt de leiding van het OM.
De ombudsman concludeert dat de klachten over de politie en het OM bij de aanhouding terecht zijn. Maar de ombudsman is het niet eens met de klacht dat het OM een verkeerde sepotcode heeft gebruikt om de zaak af te sluiten. Hij vindt dat het OM voldoende redenen had om de sepotcode niet aan te passen, ondanks dat de journalist vond dat de code onterecht was.
‘Ik ben vooral blij dat de ombudsman de zaak breder heeft getrokken’, zegt Van Dinther. ‘Hij heeft deze zaak aangereikt om te onderstrepen dat de relatie tussen de pers en politie vaak problematisch is. Politie en Justitie houden er vaak te weinig rekening mee dat journalisten hun werk moeten kunnen doen.’
‘Als ik niet gesteund was door de krant en door een advocatenteam dan had ik de handdoek al in de ring gegooid. Het blijkt in Nederland toch moeilijk om je recht te halen’, aldus Van Dinther. ‘Wij zijn niet eens uitgenodigd bij de klachtencommissie van de politie. Vanaf het begin baseerde Justitie zich alleen op de processen-verbaal van de agenten.’
De Ombudsman doet in zijn rapport de aanbeveling dat politie, Justitie en de NVJ met elkaar in gesprek gaan over hoe dit soort zaken in de toekomst voorkomen worden. ‘Dat moeten we afwachten’, zegt Van Dinther. ‘De politieperskaart is ooit opgericht op verzoek van de politie, maar in praktijk blijkt dat veel agenten niet weten wat het belang is van zo’n kaart. Uiteindelijk hebben wij ook het recht om de politie op zijn vingers te kijken, óók als het niet zo goed uitkomt.’
Naar aanleiding van het rapport van de Ombudsman in de zaak van verslaggever Van Dinther wordt Reinier van Zutphen, de Nationale Ombudsman, vandaag geïnterviewd in de Volkskrant. In dat vraaggesprek zegt hij, onder andere: ‘Verslaggevers kunnen ongelooflijk irritant zijn, net als demonstranten trouwens. Ik zeg niet dat journalisten zich als koning mogen gedragen. Ze moeten zich net als iedereen aan regels houden. Maar zolang ze dat doen, moet de overheid ze de ruimte geven. Want het recht op vrije nieuwsgaring staat in de Grondwet.’


Praat mee