Minister van Landbouw Wiersma mag documentairemaker vooralsnog niet dwingen identiteit varkensboer te onthullen
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft deze week een voorlopige voorziening toegewezen in een conflict tussen documentairemaker Aan Tafel en demissionair minister van Landbouw Femke Wiersma. Centraal staat een documentaire die Aan Tafel maakte met de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) over een varkensboer, die alleen als 'Thomas' werd opgevoerd. Wiersma wilde met een dwangsom afdwingen dat Aan Tafel zou vertellen wie deze varkenshouder precies is. De minister mag dat voorlopig niet op deze wijze afdwingen.
Aan Tafel is een in 2023 opgericht non-profit pr-bureau, dat via tafelgesprekken en documentaires aandacht vraagt voor “innovatieve voedselmakers” en als verbinder tussen de agrarische sector en consumenten zegt te willen optreden.
Wiersma eiste de informatie na een klacht van Stichting Varkens In Nood. Die had in de documentaire ‘Het Nederlands varken: Koning van de Kringloop’ volgens eigen zeggen geconstateerd dat bij varkensboer Thomas onvoldoende zogeheten ‘hokverrijkingsmateriaal’ in de stallen aanwezig zou zijn.
Dat is in strijd met algemene huisvestings- en verzorgingsnormen zoals zijn vastgelegd in wetgeving rond het houden van dieren. Het gaat daarbij voor varkens bijvoorbeeld om matten en strooisel en materiaal dat varkens kunnen onderzoeken en manipuleren.
Wiersma wilde via een oplopende dwangsom Aan Tafel ertoe bewegen de details over de varkensboer te delen, zodat de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) kon nagaan wat er van de beschuldiging klopt. De NVWA vroeg Aan Tafel afgelopen april schriftelijk om de informatie. Twee maanden later werd Aan Tafel gesommeerd mee te werken aan de inlichtingenvordering. Het bureau weigerde, onder meer met een beroep op journalistieke bronbescherming.
Volgens het bureau is anonimiteit verlenen vaak nodig om medewerking te krijgen vanuit de agrarische sector. “Boeren, zeker varkenshouders, willen niet met naam en toenaam meewerken omdat zij worden afgeschrikt door het risico op indringende protesten van dierenactivisten, waarbij soms de grenzen van de wet worden geschonden. Het verleden laat zien dat dit een reëel en invoelbaar risico vormt”, stelde Aan Tafel.
Daarnaast had de minister zich direct tot de POV moeten richten, stelt Aan Tafel. De minister erkent dat niet te hebben gedaan, blijkt uit het CBb-oordeel. “De inspanningen van de minister om op andere wijze de gegevens te achterhalen zijn beperkt gebleven tot een zoektocht [..] op internet naar de combinatie van ‘Thomas’ en een varkenshouderij”, schrijft het College. De voorzieningenrechter noemt het onderzoek van de minister “bijzonder mager”.
Vorderen mag, mits…
Het CBb stelt voorop dat de toezichthouder onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel degelijk inlichtingen mag vorderen. In deze zaak is de vordering bovendien voldoende duidelijk en gemotiveerd. Tegelijk moet zo’n informatievordering voldoen aan het evenredigheidsbeginsel: de vordering moet noodzakelijk zijn voor het bereiken van het doel en mag geen buitensporige last opleveren voor de partijen die daarbij betrokken zijn.
De voorzieningenrechter stelt - met een verwijzing naar de karige inspanningen de informatie op een andere manier te achterhalen - dat de minister “de noodzaak van de last en de gevolgen van de last voor Aan Tafel onvoldoende (concreet) in kaart heeft gebracht”.
“Resteert de vraag of Aan Tafel recht heeft op journalistieke bronbescherming”, aldus het CBb, dat stelt dat het beroep journalist niet is afgeschermd. De definitie is breed en vastgelegd in nationale en Europese wetgeving.
“Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter komt aan Aan Tafel gelet op haar doelstelling en activiteiten journalistieke bronbescherming toe als een ‘public watchdog’. Daarmee is nog niet gezegd dat de minister die bescherming niet kan doorbreken, maar dan moet de minister aantonen dat een dwingend maatschappelijk belang zwaarder weegt dan de publieke waarde van bescherming van bronnen. Het gaat hier verder om een ongevraagd belastend besluit, waarvan de minister de noodzaak nog niet overtuigend heeft aangetoond en dat (nog) overtuigende motivering op basis van een kenbare afweging van de betrokken belangen mist. De lat ligt voor de minister hoog”, schrijft de voorzieningenrechter.
Het CBb spreekt van een onomkeerbare nadelig gevolgen als Aan Tafel onder de huidige omstandigheden de inlichtingen moet verstrekken. Er is een “indringende rechterlijke toetsing” nodig “voordat onomkeerbare gevolgen intreden”.
In het besluit is de dwangsom en het tijdspad per direct opgeschort, tot zes weken na de volgende stap van de minister. De minister werd verder veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. Meer bij College van Beroep voor het bedrijfsleven


Praat mee