foj 2019

— zaterdag 11 februari 2012, 09:20 | 0 reacties, praat mee

‘Mensen stellen zich voor mij open doordat ik dat zelf ook doe’

Afgestudeerd in 2008, ietwat onzeker neergestreken in The Bronx en plotsklaps een gekend fotograaf na publicaties op fotoblog Lens van The New York Times. Toch, van binnen blijft Chantal Heijnen een ‘social worker’, getuige ook weer haar fotoproject ‘Ghost Republic Somaliland’, waarvan binnenkort in ‘very limited edition’ het boek verschijnt.

‘De journalistiek – soms twijfel ik wel eens. Vroeger dacht ik: journalisten zijn deskundig, krantenartikelen vertellen de Waarheid. Maar dan ben ik ergens met een verslaggever en als ik dan achteraf het stuk lees, denk ik: goh, dat heb ik toch heel anders ervaren. Ik besef nu dat journalistiek gekleurd is en vast zit aan vreemde regeltjes. Steeds die verplichte link met Nederland en met de nieuwsactualiteit – alsof daarbuiten niets meer te ontdekken zou zijn! Wat is nou belangrijker, ons landje of het bijzondere verhaal?’

Welkom in de onbevangen wereld van Chantal Heijnen (1976), plotsklaps een náám, sinds haar serie ‘The Bonxites’ prijkt op het vermaarde NYT-fotoblog Lens. Een Zilveren Camera nominatie bleef dit jaar uit, maar ze won diverse andere prijzen, stond in Stern en De Standaard, en jongstleden november mocht ze – voor Buitenlandse Zaken – exclusief het gehele bezoek van premier Mark Rutte aan Barack Obama vastleggen. Dat leverde gedenkwaardige studentikoze herenshots op, met Obama die gauw even een sok optrekt.

Ben je trots?
‘Het is geweldig, natuurlijk. Sowieso vind ik ­fotografie een fantastisch vak. Maar uiteindelijk gaat het me toch om iets anders: mensen in minderheidsposities hun verhaal laten vertellen.’

Ook achter interviewafspraken zit soms een mensenverhaal(tje). Dit gesprek-in-drie-bedrijven begint medio 2008. Een kennis vertelt mij over een pas – cum laude – afgestudeerde fotografe, die een project heeft lopen in het New Yorkse stadsdeel The Bronx en opdrachtgevers zoekt. Als de facto fotoredacteur van het ‘Jaarboek Onderzoeksjournalistiek’ van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten, wil ik haar werk best eens bekijken.

Wanneer ze op een zomermiddag haar voorlopige Bronx-portfolio openklapt, stokt mijn adem. De dagen erna mail en bel ik diverse Nederlandse en Vlaamse bladen: ‘fotografe ontdekt’. Want hoe vaak krijg je nou een ontluikend toptalent op de thee?

Wat ik zie: mannen, vrouwen, jong en oud, soms kinderen. In hun woonkamer, op het punt de keukentafel af te ruimen, of op hun verkreukelde bed. Interieurstillevens ook, en straten: sjofeltjes, maar altijd eigen, geliefd – vol mini- anekdotes. Bloemenvaasje, een lantaren, een verdwaald mobieltje. Even lijkt het heel gewoon. Maar dan die Rembrandteske okers, dat sprankelende, karmijnwarm donkere licht…

En Heijnens mensen. Ze lachen of klussen, of kijken je rustig aan. Niet als vertegenwoordigers van een of ander maatschappelijk statement, maar als zichzelf, ‘gefotoschilderd’ omwille niet van wát, maar wíe ze zijn. Ieder zijn eigen raadsel, haar eigen levensverhaal. Hoe zijn ze hier terecht gekomen? Fotoverslaglegging die noodt tot dromen.

‘Binnenkort verhuizen mijn man Bart en ik naar The Bronx.’ Ze wijst: ‘Bij deze man, Gilbert, komen we te wonen. Op één kamer, maar ik voel mij er zó thuis. The Bronx is een stad op zich, vol onderlinge zorgzaamheid! Eindeloos veel onderwerpen zie ik er, alleen: wie is erin geïnteresseerd?’

Tweede bedrijf: mei 2009. Voorlopig antwoord heeft Heijnen dan al gekregen: ze assisteert Dana Lixenberg ­– die andere Nederlandse fotografe, die The Big Apple veroverd heeft, en fotografeert onder meer voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland. We praten bij in het Nijmeegse filmcentrum Lux. Tot 2008 heeft Heijnen in Nijmegen gewoond, gestudeerd (sociale academie) en gewerkt bij Vluchtelingenwerk, vanaf 2005 in combinatie met een nieuwe studie: de Amsterdamse Fotoacademie.

‘Ik ben altijd een plaatjesmens geweest. Als kind, bij oma, zat ik te rommelen tussen oude kiekjes en spulletjes. Hele levens kun je erbij denken, net een leegstaand huis. Verliefd op zelf foto’s maken ben ik geworden rond mijn 15e, in de donkere kamer, voor een portret van mijn zus. Dat gevoel, toen het beeld naar voren kwam!

Tegelijkertijd was ik al vroeg een enorme idealist. Met school geld inzamelen voor het daklozenhuis… Mensen die achtergesteld worden, ik heb dat nooit begrepen. Ik dacht, met foto’s kun je hun verhaal vertellen. In ons middelbare schooljaarboek sta ik vermeld als “fotograaf-in-spe”. Iedereen wist dat ik naar Afrika wilde met de camera.’

Afrika…
‘Tja, vooral door de indrukwekkende figuur van Nelson Mandela, denk ik…. In 1994 kwam mijn kans. Via een uitwisselingsproject kon ik met andere jongeren maandenlang in Kenia wonen en werken. Tussendoor maakte ik onder meer een fototentoonstelling rond een stel Keniaanse meiden van 16. Met de bijbehorende dia-geluidsserie ben ik vervolgens scholen afgegaan.

Toch begon ik te twijfelen: wat moet ik feitelijk met fotografie? Ik wilde directer menselijk contact. Vandaar die twaalf jaar Vluchtelingenwerk. Totdat in 2005 Rita Verdonks bezuinigingen toesloegen. Toen duidelijk werd dat ik weg moest, ben ik alsnog naar de fotoacademie gegaan.’

Niet dat Heijnen haar fotopassie van thuis heeft meegekregen. ‘Ik kom uit een ondernemersgezin, moest het allemaal uit mezelf halen. De omweg via Vluchtelingenwerk heeft me minder schuchter gemaakt en me geleerd dat mensen zich voor mij openstellen, doordat ik dat zelf ook doe. Daar zit misschien wel het eigene van mijn fotografie.’

We spreken die middag af om verder te praten zodra de actualiteit een publicatie kansrijk maakt. Dat wordt december 2011, telefonisch. Vanwege Lens, haar foto’s in Stern en haar dagje Obama (NRC, Elsevier) en haar verwachte boek.

Over het Witte Huis: ‘We waren allemaal behoorlijk zenuwachtig, Rutte incluis. Maar Obama creëert een heel relaxte atmosfeer. Hoe vluchtig ook, dergelijke fotojournalistieke opdrachten zijn een zegen. Ze stellen me in staat om daarnaast mijn meer tijdsintensievere projecten uit te voeren.’

Wat geeft met name jouw vrije fotoprojecten nou die typische Nederlandse, Hollandse Meester-achtige sfeer?
‘Niet zozeer de warme kleuren. Nederlanders werken vaker met desaturated tinten. Maar wat licht betreft word ik wèl erg geïnspireerd door oud Nederlandse schilderkunst en oude portretfotografie: dat staatsieportretachtige. Ik werk bijna altijd van statief, met een Canon 5D Mark II of tegenwoordig met een 4x5 analoge camera, en ik besteed veel aandacht aan lichtval. De combinatie met uitgesproken kleuren geeft een mooie, warme zweem. Dat drukt ook de warmte uit die ikzelf bij mensen ervaar.’

Bedachtzame techniek, gepaard aan een journalistiek – voorzichtig uitgedrukt – ongebruikelijk activisme: Heijnens stijl ontwikkelt zich snel, ook middels verrassende ‘kunstachtige’ publicatievormen. Ook haar Somaliland-project heeft een onalledaags karakter.

‘Een vriendin van mij komt uit Somaliland. Het land ligt pal naast slagveld Somalië, heeft formeel geen regering, wordt niet erkend door de Verenigde Naties, maar is wel stabiel. Mensen proberen er een natie op te bouwen. Vorig jaar bestond het twintig jaar, maar zelfs Afrikanen weten er amper van! Wij willen het land en zijn nation builders een gezicht geven.

De media dáár hebben ruim over ons project bericht en van de betreffende kranten heb ik tientallen originelen gekregen. Die worden meegebonden in de in totaal 75 exemplaren van ons boek. Maar mijn droom is een foto-expositie in het VN-gebouw. Misschien lukt het via de Nederlandse Missie in New York. Het ligt gevoelig. Maar als het doorgaat – dat zou absoluut het ultieme zijn!’

Heijnens eerstvolgende Afrika-project – ‘Felabration’, over de Nigeriaanse muzieklegende en activist Fela Kuti – krijgt de komende maanden gestalte in samenwerking met collega-fotografe Judith Quax. ‘Ondertussen heb ik sinds Lens ook het Bronx-project weer opgepakt. Dát boek verschijnt hopelijk volgend jaar. Ik voel me langzamerhand echt een Bronx-ambassadeur. Hoeveel mensen ik hier al niet heb uitgenodigd en rondgeleid!’

Bekijk meer van

vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.