Marjolein van de Water: ‘Ik mis het avontuur, maar structuur is nu prettig’
Van de jungle naar de kantoortuin. Correspondent Latijns-Amerika Marjolein van de Water is sinds eind vorig jaar chef buitenland bij de Volkskrant. Aan de hand van een jeugdfoto en een voorwerp vertelt ze over haar loopbaan. ‘Als je vijf jaar geleden had gevraagd of ik chef wilde worden, had ik je voor gek verklaard.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid JolanDouwes. Ook lid worden?
Ze moet ervoor graven in haar werktas, maar dan heeft Marjolein van de Water (41) het te pakken. Op de tafel in een café tegenover de Volkskrant zet ze een poppetje. Geen lief kinderspeelgoed, maar een guerrillastrijder met een zwart masker en een houten geweer. Weer eens wat anders dan de boom, batikstempel of taperecorder die andere journalisten laten zien tijdens hun loopbaaninterview.
Staat dit poppetje symbool voor de manier waarop de buitenlandchef aankijkt tegen haar werk? Van de Water neemt een slok van haar speciaal biertje, terwijl ze naar de aantekeningen kijkt – ‘Alcoholvrij, hoor’. Ze vertelt dat ze op haar 19e met een vriend ging backpacken in Mexico. In de arme deelstaat Chiapas kocht ze het poppetje van kinderen op straat.
‘Het poppetje stelt een Zapatista voor, een lid van de revolutionaire beweging uit die streek. Daar ben ik me in gaan verdiepen. Ik vond het fascinerend dat de inheemse bevolking na jarenlange onderdrukking een deel van de regio in eigen beheer nam. Het inspireerde me om me tijdens mijn studie antropologie te richten op etnische conflicten en mijn afstudeeronderzoek in Chiapas te doen. Dat heeft er weer toe bijgedragen dat ik correspondent werd in Latijns-Amerika.’
Het poppetje is niet wat het lijkt?
‘Het ziet er dreigend uit, maar het is maar vanuit welk perspectief je ernaar kijkt. Iedereen heeft een verhaal dat het waard is om naar te luisteren, al kan iemand nog zulke discutabele dingen doen. Als correspondent vond ik het mijn taak om naar plekken te gaan waar je niet vaak van hoort. Daar probeerde ik mensen te spreken die ver weg stonden van marketingafdelingen en woordvoerders. Hun verhalen verruimen onze blik op de wereld.’
In haar afscheidsstuk onder de kop ‘Ben ik geen parasiet?’, kijkt Van de Water begin januari terug op ruim zeven jaar correspondentschap. Ze beschrijft haar gevaarlijke tocht door de Colombiaanse jungle met FARC-guerrillastrijders en haar interview met Alejandro, die werkte voor een Mexicaans drugskartel. Hij heeft de gruwelijkste martelingen op zijn geweten, maar: ‘Ik eet chips, drink een biertje mee en lach om zijn grapjes’.
Had je geen nachtmerries over die martelingen?
‘Na interviews met daders heb ik niet veel last van hun verhalen, hoe verschrikkelijk ook. Om slachtoffers kan ik me wel veel zorgen maken. Ik heb een familie in Colombia geïnterviewd die door paramilitairen met de dood werd bedreigd. Ze woonden met kleine kinderen in the middle of nowhere en waren heel gastvrij. Toen de fotograaf en ik weg waren, hoorden we dat de bedreigingen na ons bezoek waren toegenomen. Ik was enorm bang dat hun iets zou overkomen door mijn schuld. Met een lokale organisatie regelde ik dat ze weggehaald zouden worden als de situatie te ernstig werd. Dat was gelukkig niet nodig.’
Waar komt je verantwoordelijkheidsgevoel vandaan?
‘Een van de levenslessen van mijn ouders is dat je er moet zijn als anderen hulp nodig hebben. Die verantwoordelijkheid voel ik als journalist al helemaal als mensen een risico nemen door hun verhaal met je te delen. Nu ik chef ben, vraag ik onze correspondenten wel eens: heb je gecheckt of je geïnterviewden weten dat ze in een grote landelijke krant komen met hun foto?’
Buitenlandredacteur Theo Koelé dacht aanvankelijk over je overstap: ‘Van de jungle naar de kantoortuin, dat wordt nog wat.’
‘Die reactie kreeg ik van veel mensen. Het is een grote verandering, maar ik was eraan toe om te stoppen. Ik mis het avontuur, maar de structuur in mijn leven is nu prettig. Met mijn voorganger Alex Burghoorn had ik het eind vorig jaar over teruggaan naar Nederland. Hij ging net naar de hoofdredactie en ik besloot te solliciteren op zijn functie. Ik was nieuwsgierig hoe de krant aan de achterkant werkt. Als correspondent had ik aan de voorkant gestaan, maar daar had ik er weinig zicht op wie waar aan de touwtjes trekt. Ik zou een cursus leidinggeven krijgen, maar door corona is die niet doorgegaan. Nu leer ik in de praktijk, ook door veel te praten met andere chefs.
Volgens Italië-correspondent Jarl van der Ploeg is goed te merken dat je correspondent bent geweest. Je vraagt niet alleen hoe laat zijn stuk binnenkomt, maar ook hoe het gaat.
‘Als je in ingewikkelde omstandigheden naar hartverscheurende verhalen hebt geluisterd, is het kil om te horen: ‘Je krijgt achthonderd woorden, wanneer is het af?’ De vraag of je het nog trekt, maakt dan het grote verschil. Alex had daar ook aandacht voor. Ik weet hoe belangrijk het is om je gehoord te voelen en waardering te krijgen.’
‘Voordat je om 9.15 uur aan de vergadering begint, heeft ze al drie correspondenten gesproken’, vertelde Koelé ook.
‘Vanwege het tijdsverschil bel ik op de fiets al weleens met Leen Vervaeke in China of Jeroen Visser in Seoul. Ik wist van tevoren dat het geen negen tot vijf-baan zou zijn. Als correspondent stond ik altijd aan, maar als chef ook. Ik voel de verantwoordelijkheid voor mijn redacteuren en correspondenten, zeker in coronatijd. Op het hoogtepunt van de uitbraak was er minder ruimte voor buitenland in de krant. We moesten er hard voor knokken.’
Half augustus schreef je een persoonlijk verslag onder de kop: ‘Als coronapatiënt zie ik hoe weinig slagkracht de GGD heeft’. Daar ontstond bij een aantal lezers ophef over. Ze verweten je onverantwoordelijk gedrag waardoor je was besmet. Geen Stijl wijdde een vilein artikel aan ‘de onvoorzichtige, asociale mevrouw van de Volkskrant’.
‘Ook op Twitter werd ik afgemaakt, al kreeg ik evenveel positieve reacties. De bak stront was naar, maar de lezersbrieven nam ik serieuzer dan anonieme, gefrustreerde Geen Stijlers. Ik vond het niet terecht hoe onverantwoordelijk ik werd afgeschilderd. Het was niet zo dat ik op illegale coronafeestjes rondsprong. Journalisten zijn net mensen, net als politici. Ik wist dat mijn verhaal veel commotie zou opleveren, maar ik moest het persoonlijk maken. Alleen zo kon ik inzicht geven in het bron- en contactonderzoek van de GGD.’
Tekst loopt verder onder de foto.

Wees eerlijk - die les heeft ze meegekregen van haar ouders. De jeugdfoto komt tevoorschijn, nog een vast onderdeel van het loopbaaninterview. Een 2-jarige peuter houdt een rode telefoon aan haar oor. De foto is gemaakt in Etten-Leur waar Van de Water opgroeide met haar oudere broer. Haar ouders hadden een horecazaak.
Wat zegt deze foto over jou?
‘Zie je die blik van “dat zeg je nou wel?” Ik was weinig meegaand en heel nieuwsgierig. Volgens mijn moeder stelde ik zo veel vragen dat mensen er gek van werden. Wat vind je leuker: lopen of staan? Ik vond het raar dat anderen dat een rare vraag vonden. Ik was ook wel sociaal en heel leergierig. Alles wat los en vast zat, las ik. De vier boeken die ik per week mocht meenemen van de bibliotheek waren te weinig.’
Zat het er toen al in dat je journalist zou worden?
‘Ik schreef weleens voor de schoolkrant en ik vond de journalistiek interessant. Maar ik wilde naar de universiteit en mijn studie antropologie was een ideale voorbereiding op mijn werk als correspondent. Ik leerde zo onbevangen mogelijk verslag te doen. Die openheid komt van pas.’
Wat wordt je volgende loopbaanstap?
‘Daar ben ik niet mee bezig, ik kijk niet verder dan twee weken vooruit. Als je me vijf jaar geleden had gevraagd of ik chef wilde worden, had ik je voor gek verklaard.’
CV Marjolein van de Water
1979: geboren in Bergen op Zoom
1998-2004: studie antropologie, Radboud Universiteit
2006-2007: medewerkster Peace Brigades International, Mexico
2007-2009: woordvoerder XminY Fonds
2009-2011: master journalistiek, Universiteit van Amsterdam
2007-2012: redacteur Noticias.nl
2011-2012: buitenlandredacteur de Volkskrant
2012-2020: correspondent Latijns-Amerika voor o.a. Volkskrant, VRT
2020-heden: chef buitenland Volkskrant


Praat mee