— woensdag 20 november 2019, 15:00 | 0 reacties, praat mee

Marc Bolsius: Een gewone jongen uit Schijndel

Met zijn naam lag een leven tussen kaarsen voor de hand. Marc Bolsius koos uiteindelijk voor de fotojournalistiek, na een ruige tijd in de Canadese bush en liefdevol aandringen van twee vrouwen. Fotoburo Bolsius is nu een begrip in Den Bosch en wijde omgeving. Een portfolio-interview. Klik linksboven op de carrousel voor een overzicht van alle foto's. Laatste wijziging: 6 september 2023, 08:21

Het gesprek begint als een hartelijk, levensecht cliché. Na binnenkomst komen eerst de broodjes en het drinken op tafel. ‘Lunch je met ons mee?’, vraagt Marc Bolsius (63) terwijl zijn vrouw Miranda in de keuken de voorbereidingen treft. Het is de Brabantse gastvrijheid in een woonerfhuis in Rosmalen, aan de rand van Den Bosch. ‘Doe maar met oude kaas’, roept Marc naar de keuken. ‘Dan voel ik me weer thuis.’

De fotograaf en zijn vrouw zijn nog geen dag thuis, na een korte vakantie op het Griekse eiland Kos. Ze probeerden er een beetje los te komen van het werk, dat het ritme van hun dagen bepaalt. Tuurlijk genoten ze van de zee, ze konden zelfs helemaal naar Turkije kijken, maar Brabant was nooit ver weg. Via de mail hielden ze iedere dag contact met hun dochter, die de business waarnam en namens Fotoburo Bolsius de telefoon opnam. Veel nieuws ligt er iedere dag te wachten in Den Bosch, de randgemeenten, de Meierij en de Langstraat – de gebieden waaruit Bolsius zijn werk put. Daar in de Randstad moesten ze eens weten.

Hij brengt het onderwerp zelf direct ter sprake: de blik van de Randstedeling op Brabant. Terwijl hij een hap van zijn broodje neemt, uitdagend: ‘De Randstad kijkt niet verder dan de stadsgrens, zeker in Amsterdam. Achter Buitenveldert houdt Nederland op. Maar de provincie, Brabant, weet heel goed wat er in de Randstad gebeurt. Natuurlijk, in de Randstad is er een bundeling van journalisten, fotografen en uitgeverijen. Maar in de provincie hebben we net zoveel talent, alleen is er minder aandacht voor. Daardoor lijkt het of wij boeren niets kunnen.’

Hij lacht om de kracht van zijn eigen woorden. ‘Heerlijk om een beetje te chargeren. Ik vind het lekker om zo te denken. Dan kan ik vanuit underdog positie verrassen. Ik zal jullie laten zien wat ik kan!’ Alleen bij grote gebeurtenissen ziet hij ze nog komen, de collega’s uit het Westen. Ze zijn sneller, brutaler, geeft hij toe, ze nemen de beste plaatsen in. Het is geen ergernis, begrijp hem vooral goed, het maakt wel iets anders in hem los: ‘Ik voel inspiratie en ongekende krachten naar boven komen. Ik ken de plekken, jullie niet, denk ik dan. Ik ken de mensen, hun verhalen. Ik heb een voorsprong.’

Al in 1985 vestigde hij zich officieel als zelfstandig fotograaf en werkte hij vanuit de Bossche binnenstad, waar hij toen woonde. Zo eenvoudig als het lijkt, was het niet. Het leven van Bolsius bestond voorheen uit stroomversnellingen, uitwaaierend van Schijndel naar Montreal, Canada en terug. De inschrijving als fotograaf bracht een zekere rust, afgezien van de duizenden kilometers die hij in de jaren erna door Brabant zou rijden, op jacht naar nieuws en andere onderwerpen.

Dat de jonge Marc met fotocamera’s en studiolampen zou gaan werken, lag niet voor de hand. Bolsius, de naam zegt het al. Hij werd in Schijndel geboren in een gezin, waar vader diep in de kaarsen zat. Kerkkaarsen, om precies te zijn, en dat al sinds 1917. Op een dag – Marc moet ongeveer 15 jaar zijn geweest – wilde vader hem spreken. Of hij had nagedacht over een toekomst in het bedrijf. Het werd een kort gesprek. Nul keer, had Marc iets te boud geantwoord. Het was wel de waarheid. Maar wat dan wel? ‘Ik had ook nul keer aan fotografie gedacht’, zo kijkt hij terug. Marc wist voor geen meter wat hij met zijn leven wilde.

Een ongewisse tijd brak aan. Na de middelbare school werd hij uitgeloot voor de sociale academie en studies Nederlands en geschiedenis. Diensttijd in het leger dreigde, waardoor hij veel later zou kunnen studeren. Via vaders tweelingbroer vond Bolsius in 1974 een uitweg naar Canada. Hij zou er een jaartje blijven. Het werden er tien. De landed immigrant uit Schijndel zoog zich vol met muziek, film, literatuur, feesten en meisjes. Intussen verdiende hij de kost met het maken van shampooflessen, snijden van wc-rollen en de verkoop van langspeelplaten. Als de Brabantse versie van Jack Kerouac trok hij liftend door het ruige, eindeloze land, wekenlang was hij on the road. Aan het einde van elke trip wachtte weer een tijdelijk baantje in de olie-industrie of hoogbouw. Het was de tijd van zijn leven, weet hij nu.

Hij had er een eenvoudige camera gekocht, een Pentax K. En leerde zijn toenmalige vrouw kennen, Laurie. Op een dag raakte hij geblesseerd. Laurie wees hem het pad van de fotografie. In Edmonton, Alberta meldde hij zich voor een opleiding. ‘Wow’, herinnert hij zich het gevoel. ‘Het was een spark, een vonk. Ik leerde vooral technische fotografie, studiowerk, de basis voor later. Toen kwam ook de interesse voor de journalistiek. Het maakt me tot een allrounder.’

Met Laurie kwam hij terug naar Nederland, maar ze kon niet aarden en ging terug. Bolsius was rond de 30, zijn leven was ‘rusteloos en nog niet omlijnd’. Hij was een ongelukkige schoolfotograaf, toen hij in Den Bosch zijn huidige vrouw Miranda leerde kennen. Zij was een keerpunt en werd een rustpunt. De zoekende man kreeg zijn toekomst in het vizier. Bolsius weet het zich nog goed te herinneren: ‘Stop ermee, met die schoolfoto’s, zei ze tegen me, wanneer ga je eens beginnen?’ Terwijl hij zich uitspreekt, kijkt hij naar de overkant van de tafel: ‘Zij zorgde ervoor dat ik mijn hart volgde.’ Miranda eet glimlachend een laatste hap van haar broodje.

Canada was tien jaar avontuur geweest, nu begon het avontuurlijke opnieuw. Want wie zat er op hem te wachten? Hij zette Teletekst aan en begon de radio te volgen. Iedere dag vloog hij op gebeurtenissen in de regio af en maakte van elk nieuwsitem zes of zeven afdrukken. Vervolgens snelde hij in zijn Renault 25 langs alle redacties, van het Brabants Dagblad tot het ANP en de NRC, Volkskrant, Trouw en Parool, helemaal in Amsterdam. De volgende dag bekeek hij in de kiosk alle kranten. Wie een foto had geplaatst, kreeg een telefoontje. ‘Ik zette alles op alles’, vertelt hij. ‘Het begon te lopen. Ik werd fotojournalist, zoals ik wilde.’

Ik koos voor Brabant. Heel Nederland bestrijken, ging me gevoelsmatig te ver

Na verloop van tijd kon hij zelfs kiezen: het AD wilde hem binnenhalen. Maar het Brabants Dagblad had hem ook nodig. ‘Ik koos voor Brabant. Heel Nederland bestrijken, ging me gevoelsmatig te ver.’ Voor het Brabants Dagblad maakte hij aanvankelijk veel portretten en geënsceneerde foto’s, bestemd voor de ‘achterkant van de krant’, de bijlages. Toen belde hoofdredacteur Tony van der Meulen: of hij de stad in wilde voor het nieuws. ‘Wow, de voorkant, het echte werk.’ Met fotograaf Joep Lennarts, inmiddels overleden, kwam hij in 1993 overeen het werk voor de stadsredactie te verdelen. Om de week wisselden ze, zodat Bolsius zijn vaste klanten bij overheden, woning­corporaties en andere instanties kon behouden.

Bijna twintig jaar lang was het een vast patroon. Vanaf de fotoredactie kwam een telefoontje met opdrachten voor die dag, zoals alle collega-fotografen telefoontjes kregen. Vanuit Den Bosch werd het werk verdeeld.

Maar op een dag werd alles anders. Bolsius kreeg een telefoontje met een heel andere lading: ‘Het was in de tijd dat eigenaar Wegener de boel overdroeg aan de Persgroep. Bezuinigingen volgden, er waren minder redacteuren, ook op de fotoredactie. Het dagelijks bellen van freelance fotografen kostte te veel tijd, vertelde de redactiechef. We willen er vanaf, wil jij het van ons overnemen?’

Het speelt zes, zeven jaar geleden, maar de gevoeligheid is nog niet helemaal geweken. ‘Eerst wilde ik niet’, legt Bolsius zorgvuldig uit. ‘De andere fotografen waren mijn collega’s maar ook mijn concurrenten. Ik zou een soort zetbaas worden, namens het Brabants Dagblad. Zij mochten maar één telefoonnummer bellen, mijn nummer, en ik moest dan het werk verdelen. Aanvankelijk was er veel weerstand onder fotografen. Ik was de vijand, natuurlijk was ik de vijand. Ze voelden zich geknecht.’

Hij zei toch ja, ‘onder dwang’, om zijn zaak zeker te stellen. Als hij het niet deed, stond er direct een ander klaar, wist hij. Miranda bood aan het moederschap en het huishouden met een functie als foto-coördinator te combineren. ‘Het was noodgedwongen. En zeker niet ons initiatief’, zegt ze in weinig woorden, want liever heeft ze dat het interview over Marcs foto’s gaat. Iedere dag maakt ze meerdere keren de gang naar de garage naast hun huis. In het epicentrum van de business raadpleegt ze het fotobestelsysteem van het Brabants Dagblad en instrueert ze de freelancers. De beloning volgt maandelijks in de vorm van ‘een paar euro’ per uitgezette opdracht. Bolsius: ‘Heel beperkt, ja, maar het geeft toch een beetje zekerheid. Zo kan ik voor de krant blijven werken, in mijn eigen streek. Want uiteindelijk blijf ik die Brabantse jongen.’ Het gesprek loopt ten einde, Miranda is al naar de garage vertrokken. Na de vakantie wacht weer volop werk.

Bolsius zit nog aan tafel, als hij onverwacht ­‘anekdote!’ roept. Hij was ooit in een stadje, vertelt hij, diep in Canada, richting Noordpool. In ploegjes vlogen ze op en neer, om te werken bij gasboringen. Op een donkere avond keek hij met zijn maten naar de televisie. In een soort wereldjournaal verschenen plotseling beelden van bossen. Bomen in een hoog ritme, machtig mooi. Zijn ogen schoten vol. ‘Daar kom ik vandaan’, riep ik tegen die Canadezen. ‘Het leek op de omgeving van Schijndel, het waren Brabantse bossen. Beng, beng! De beelden gingen rechtstreeks naar mijn hart.’

Hij valt stil en onderbreekt de anekdote. Zegt dan: ‘Kom ik laat je de garage zien.’   

 

Marc Bolsius (Schijndel, 1956)

Opleiding: Fotografie in Edmonton, ­Canada (1980)

Prijzen: Zilveren Camera, diverse prijzen in verschillende categorieën (1999, 2000, 2005 en 2011) en Joep Lennarts Trofee, beste nieuwsfoto in Brabant (2012)

Publicaties: Bossche pracht (2002), Onze Zoete Lieve Moeder (2005), De Sint Jans­kathedraal van ’s-Hertogenbosch (2010), Verhalen van Brabant (2011), Stadskronieken (2013), Erfgoed van de Brabanders en Het Nieuwste Brabant (2014), Het grootorgel van de Sint-Janskathedraal (2016) en De mooiste Kastelen en Voorname Huizen van Noord-­Brabant, uitgeverij (2019).

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, coördinator magazine

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Nick Kivits, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Emiel Smit

Teddy van der Laan

Webbeheer

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

vacatures@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.