data als kans

— donderdag 19 april 2012, 12:01 | 12 reacties, praat mee

Last van de voorlichter

Persvoorlichters zijn er in vele soorten en maten. Maar het cliché is gewoon waar: meestal zijn ze je tot last. Vooral die op het Mediapark. Villamedia-redacteur Frans Oremus put uit eigen ervaringen. ‘Handiger is het om in Hilversum zelf telefoonnummers te verzamelen.’

Laatste wijziging: 1 mei 2012, 17:41

Kunt u mij doorverbinden met de redactie van Nieuwsuur/NOS Nieuws/Altijd Wat etcetera stuit bij de gebrainwashte telefonistes van de publieke omroep steevast op de vraag of je van de pers bent. Wanneer je dat eerlijkheidshalve toegeeft worden verdere mededelingen niet afgewacht en heb je enkele seconden later een persvoorlichter aan de lijn:

‘U wilde de redactie van Nieuwsuur spreken, wat kan ik voor u doen?’
‘Doorverbonden worden met de redactie van Nieuwsuur’.
‘Ja, dat begreep ik, maar mensen van de media vragen wij altijd eerst even wat ze willen, zodat we zeker weten dat u de juiste persoon krijgt die u zoekt. Kunt u een mailtje sturen met de vragen die u hebt?’
‘Nou, ik heb vanmiddag een deadline en zou graag een vraag stellen aan de redacteur die zich met de val van Prins Friso nabij Lech heeft bezig gehouden.’
‘Als u een mailtje stuurt dan zal ik dat doorgeven aan mijn collega. Ik zit vanmiddag in overleg. Hij zal zorgen dat u zo snel mogelijk iets hoort. Als de omroep hier iets over wil zeggen.’

Recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) stelt dat de sector public relations, voorlichting en communicatie in de afgelopen tien jaar aanzienlijk meer is gegroeid dan werd aangenomen. Er waren in Nederland anno 2011 circa 150.000 voorlichters, communicatiemedewerkers en PR-adviseurs actief. Dat is tien keer zoveel als het huidige aantal van circa 15.000 journalisten. Het leger van vergaderende en zich vervelende professionals dat als enige taak heeft zich met jouw stuk of ‘mediaproduct’ te bemoeien groeit en groeit. Veel BN’ers werken met contracten waarin voorlichters tot achter de komma bedingen met welke fotograaf en visagist wordt gewerkt en op welke pagina de foto wordt afgedrukt.

Goede relaties opbouwen met persvoorlichters biedt weinig soelaas. Wekenlang hebben mijn collega Linda Nab en ik NCRV-voorlichter Mariëlle Groenendijk ervan moeten overtuigen dat we niks kwaads in de zin hadden met onze wens Ghislaine Plag te interviewen toen zij door de omroep als het gezicht voor ‘opinie en debat’ naar voren werd geschoven. Het interview verliep moeizaam. De voorlichter (zelf oud-journalist) eiste aanwezig te zijn bij het gesprek, waar uiteindelijk niemand zijn vingers aan kon branden. Geheel in lijn met ons nieuwe beleid om geen geijkte portretfoto’s meer op de cover te zetten werd Ghislaine gefotografeerd terwijl ze werd geschminkt. Zowel Nab als ik werden – nadat het nummer was verschenen – direct gebeld door een gebelgde Groenendijk: hoe hadden we een zo seksistische, rolbevestigende en vrouwonvriendelijke coverfoto kunnen kiezen; een man zouden we nooit zo hebben afgebeeld?

Huh, we begrepen echt niet waar ze het over had. Had het misschien te maken met het feit dat de omroep zelf onder vuur lag omdat allerlei andere media hadden bericht dat presentatoren als Cees Grimbergen en Aart Zeeman de laan zouden zijn uitgezet omdat ze te oud werden en daarom werden ingeruild voor deze jonge vrouw? Op hoge toon eiste ze wel drie keer uitleg, tot aan de hoofdredacteur toe, die duidelijk maakte dat wij gewoon het mooiste plaatje hadden gekozen en haar boosheid wellicht meer met eigen perceptie te maken had.

Handiger is het om in Hilversum zelf telefoonnummers te verzamelen van redacteuren, presentatoren en programmamakers. Want hoewel voorlichters moeilijker en gewichtiger doen naarmate het coryfeegehalte van de gewenste gesprekspartner hoger is; je hoort ze nooit achteraf klagen als je zelf contact hebt gezocht met Jeroen Pauw, Carel Kuyl, Ad van Liempt, Ferry Mingelen of Paul Witteman – gewoon omdat je hun nummers in je mobieltje hebt. Ik kan me ook niet voorstellen dat ze de betreffende BN’ers lastig vallen met een tirade dat contact met de pers zonder hun tussenkomst niet past in het beleid van corporate communicatie. Zelf gegevens vergaren is dus nog altijd de beste lange neus naar de voorlichter.

Een dramatisch voorbeeld van een reportage die tot stand kwam op basis van onderhandeling met een voorlichter ging over het uiteenvallen van de redacties van actualiteitenrubriek Netwerk. We wilden op de werkvloer rondlopen en met journalisten praten. Na veel mailen en bellen wist ik de voorlichter ervan te overtuigen dat we de omroep niet per se belachelijk wilden maken, maar uitsluitend wilden registreren. Met een fotograaf wandelde ik over de redactie, waar groepjes getraumatiseerde redacteuren ons zoveel mogelijk probeerden te negeren. In ons kielzog liep op nog geen meter afstand de voorlichter mee met een dreigend gezicht. Als we met iemand praatten bleef ze ongemakkelijk nét binnen gehoorsafstand staan, af en toe een aantekening makend in haar papieren. Na een half kladblok met nietszeggende quotes te hebben vol gepend, dropen we af. De voorlichter bleek ineens toch een glimlach te bezitten, zij het een zeer representatieve.

Controledwang en bemoeizucht is waar de Hilversumse voorlichters aan lijden, liefst tot in de kleinste details. Zo word je soms vijf keer gebeld of je van plan bent op een ‘persgesprek’ van de NOS te komen, vooral wanneer men verwacht dat de opkomst niet al te hoog zal zijn. Maar meestal is zo’n persgesprek een zielloze bijeenkomst, alleen al omdat er nooit wat nieuws wordt verteld. Met een beetje ‘geluk’ kun je daarna even spreken met de NOS-bobo die het gesprek heeft geleid, uiteraard in het bijzijn van de voorlichters. Dit soort ‘gesprekken’ – inclusief het kleffe broodje zalm en de gratis uitrijkaart voor het Mediapark – suggereren de pretentie van een departementale organisatie die beleid uitvent; het Ministerie van Nieuws.

In het bedrijfsleven is het overigens niet echt beter. Het zwaarst in het pak genaaid werd ik ooit door de voorlichter van toenmalig uitzendgigant Content Beheer, waar destijds de kleurrijke topvrouw Sylvia Tóth nog aan het hoofd stond. Ik had de primeur dat het bedrijf samen met het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) zes grote uitzendbureaus voor de bouwsector wilde opzetten, een belangrijke stap die de concurrentie in één keer buiten spel moest zetten. Ter bevestiging belde ik met de woordvoerder, tevens secretaris van Tóth. Hij smeekte haast het verhaal een dag later te publiceren in ruil voor extra informatie die hij me zou verschaffen. Ik liet me vermurwen – ook al had ik goede bronnen – door zijn emotionele toon; het leek alsof zijn baan er vanaf hing als ik direct publiceerde. Twee uur later zat ik in de auto, op weg naar een afspraak, toen ik op de radio ineens mijn primeurtje hoorde in het nieuwsbulletin. Woedend – en onbeheerst slingerend op de snelweg – belde ik de woordvoerder met de vraag hoe dit kon. Op totaal andere toon – rustig en zakelijk – zei hij dat ik toch wel begreep dat een beursgenoteerd bedrijf het zich ten opzichte van zijn aandeelhouders niet kon permitteren dit nieuws via de krant te vernemen. Hij had na mijn telefoontje direct een persbericht naar het ANP gestuurd. ‘Maar ik kan wel een exclusief interview met mevrouw Tóth regelen.’

Een week later toog ik naar het zielloze gebouw van het SFB aan de Amsterdamse Basisweg. La Tóth was er om met toenmalig SFB-topman Joep Schouten te toosten op de samenwerking. Ze deden dat met een glaasje Blue Curaçao, waarschijnlijk vanwege de kleur van het logo van de nieuwe uitzendketen. Ik kreeg ook een glaasje. Tóth toonde zich aller-charmantst maar had werkelijk niks interessants te melden en ik had niet het idee dat ze iets afwist van een toegezegd exclusief interview. Na een half uurtje droop ik af. De voorlichter was nergens te bekennen. Sindsdien ga ik – als ik zeker ben van mijn bronnen –  nooit meer in op een verzoek te wachten met publiceren.

In politiek Den Haag lijkt het ondoordringbare woud aan voorlichters als gevolg van de departementale bezuinigingen de laatste tijd iets uit te dunnen. Misschien hadden Haagse journalisten het uitdijen van het communicatieapparaat ook wel een beetje aan zichzelf te danken. Niks veiliger immers dan geautoriseerde tekst. Een jaar of tien geleden maakten voorlichters en journalisten in de Commissie Paradijs (vernoemd naar toenmalig Haags redactiechef Sjuul Paradijs van De Telegraaf) de afspraak om artikelen niet meer vooraf te laten autoriseren.

Het heeft me altijd verbaasd dat dit initiatief niet afketste op de onwil van voorlichters, maar juist van journalisten. Sommigen bleken onzeker over hun schrijfsels; juist zij wilden dat hun teksten vooraf werden gelezen zodat de voorlichter hen voor fouten kon behoeden en in feite medeverantwoordelijk werd voor een stuk. Omdat het was geautoriseerd. Tja, zo houden we de voorlichterpopulatie ook zelf in stand.

Bekijk meer van

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

12 reacties

Roland Kroes, 19 april 2012, 14:52

Het spijt me, maar dit stuk komt me iets te anekdotisch over. Allereerst het noemen van die 150.000 “voorlichters, communicatiemedewerkers en PR-adviseurs” tegenover 15.000 journalisten. Alles goed en wel, maar daar valt natuurlijk wel het een en ander over te zeggen. Sterker, dat is al eens gebeurd. Zie oa hier http://www.communicatieonline.nl/opinie/bericht/pr-journalistiek-10-0/.

Je noemt een aantal vreselijke voorbeelden, dat is waar. Maar hier tegenover zijn meer dan voldoende voorbeelden te geven van woordvoerders en voorlichters die hun werk wél goed doen. Die bereikbaar en beschikbaar zijn voor vragen (én antwoorden) en die weten wanneer ze een plek hebben en wanneer niet.

Het zou fijn zijn als bespiegelingen over de rol van woordvoerders versus de rol van journalisten dit soort anekdotes eens ontstijgt. Blijven hangen in bovenstaande clichés is net zo werkbaar als journalisten omschrijven als linksstemmende shagrokende mannen met spijkerjasjes.

J.C. Roodenburg, 19 april 2012, 15:10

Ik heb ongeveer dezelfde ervaringen als Frans. Nog een anekdote van een collega van mij: ‘In de gemeente Rotterdam waren er in het begin van de jaren ‘70 drie persvoorlichters en zo’n 80 dagbladjournalisten die zich met Rotterdam bezig hielden. Nu heeft de gemeente 80 voorlichters en zijn er nog maar drie dagbladjournalisten die zich met de gemeente bezig houden…’

bouma, 19 april 2012, 15:12

Het spijt mij ook, Roland Kroes, dat de anekdotes over vreselijke voorlichters zo moeiteloos uit Frans Oremus’pen vloeien. Dat komt omdat het géén clichés zijn. De controledrift van de beroepsgroep is de laatste jaren enorm gegroeid. Met als toppunt dat voorlichters tegenwoordig bepalen wat ‘nieuwswaardig’ is en of de instelling waar ze voor werken de vragen die je van plan bent te stellen überhaupt wel willen beantwoorden.

Michel van Baal, 19 april 2012, 15:23

Ik sluit me aan bij Roland, dit is wel eenzijdig en zwart-wit.

Voor de balans wellicht een verslag van de andere kant te lezen? Twee hectische dagen ‘persvoorlichting’ over de ontdekking van het Majorana’s deeltje: http://michelvanbaal.weblog.tudelft.nl/2012/04/17/leo-kouwenhoven-avond-the-making-of

Overigens valt er inderdaad veel over dat leger van 150.000 persvoorlichters te zeggen. Vooral dat ie er grotendeels niet is ;->
http://michelvanbaal.weblog.tudelft.nl/2011/05/04/een-klein-dorpje-journalisten-houdt-dapp

Roland Kroes, 19 april 2012, 16:17

@JC Roodenburg Als Nederland Rotterdam was, dan zouden we dus eígenlijk een factor 25+ in plaats van een factor 3 moeten toepassen?

@bouma Iemand heeft uiteindelijk toch gewoon de mogelijkheid om een vraag níet te beantwoorden? Dat dat voor de organisatie of de voorlichter niet altijd handig is, is een tweede. Maar dat er niet per definitie een antwoord wordt gegeven, vind ik niet ‘het toppunt’.

Henk Langerak, 19 april 2012, 17:23

Ach, zoals je goede en slechte journalisten hebt, zo heb je ook goede en slechte voorlichters en pr-mensen.
Ik heb ze in diverse modellen meegemaakt. Ja, óók zo’n snuggere voorlichter die mijn primeurtje nog voordat ik het kon publiceren aan het ANP doorgaf. Maar ook voorlichters die me van vragen voorzagen, of die zeiden: “Je hebt het niet van mij, maar eh.” en dan vertelden wat er bij hun omroep gaande was.
Of voorlichters die je wel degelijk verder hielpen als je nieuws op het spoor was. Voorlichters aan wie je zonder vrees voor uitlekken een verhaal kon voorleggen en die je dan off the record bevestigden dat wat jij vermoedde wel degelijk juist was.
Maar dus ook de kneus die als voorwaarde voor een interview met zijn radiodirecteur een voorafgaande lezing eiste. Toen ik na het interview aan die man vroeg waarom hij het eigenlijk eert lezen wilde bleek deze van niets te weten. Het was dus de persdienst die inzage wilde en niet de directeur. Dus met die voorlichter heb ik nooit meer zaken gedaan.
En verder, ja, het is natuurlijk altijd handig als je mensen rechtstreeks kunt benaderen. Ook bekende mensen geven rustig hun telefoonnummer als ze weten dat je hen niet om de haverklap lastig valt.

Jacques Happe, 20 april 2012, 08:55

Beste Frans en anderen,

Ik vind het stuk nogal denigrerend en aanmatigend. Als je als journalist poogt een verhaal te schrijven waarin je anekdotes weergeeft van slecht voorlichterschap en deze lardeert met de tekst “Het leger van vergaderende en zich vervelende professionals dat als enige taak heeft zich met jouw stuk of ‘mediaproduct’ te bemoeien groeit en groeit.” dan haal je in een pennenstreek je eigen stuk onderuit.

Op dat moment ben ik er feitelijk al klaar mee. Dan weet ik, hier schrijft een gefrustreerde man, die gebiologeerd is door een (kwalijk) incident en er dan voorbeelden bij gaat zoeken. Dat blijkt dan ook, want de ‘affaire Toth’ komt uit een ander millennium dan het incident met de NCRV.

Ik ben het overigens helemaal niet met je oneens, Frans, dat er vreselijk slechte vakbroeders en -zusters zijn. Zowel in de journalistiek als in de communicatie! Ik ben al bijna 26 jaar werkzaam in beide vakgebieden en heb wat dat betreft genoeg meegemaakt. Ik heb daar vorig jaar twee stukken over geschreven: “Zou jij deze communicatiekeuzes hebben gemaakt?” http://blog.highlow.nl/#post6 en “Hoe ga je als woordvoerder met een onbeschofte journalist om?” http://blog.highlow.nl/#post5.

Je hebt dus slechte journalisten en slechte voorlichters. Maar ook goede. Dus om daarmee maar een hele beroepsgroep over de kling te jagen, daarmee doe je niet alleen een vakgroep tekort, maar vooral jezelf!

Jacques Happe
journalist / communicatiemanager
vice-voorzitter Welcom
Het communicatienetwerk voor de Metropoolregio Amsterdam

Roy Meijer, 20 april 2012, 11:02

Gaap, oude discussie: voorlichters slecht, journalisten goed, en de mythe van het leger van 150.000 er ook maar weer ‘s bij. Vorig jaar een soortgelijke discussie ook al gehad: http://weblogs.nos.nl/binnenlandredactie/2011/01/07/de-voorlichter-moet-een-stapje-terug-doen/ (lees de reacties voor vergelijkbaar commentaar). En er zijn vast meer van dit soort fitties online te vinden.
Zullen we er nu maar ‘s over ophouden en gewoon aan het werk gaan? De volgende escalatiestap is namelijk het verzamelen van anekdotes over al die falende journalisten, en nog meer moddergegooi (dank @jacques voor het mooie voorbeeld). Hmm, toch best een goed idee misschien…

Roy Meijer, wetenschapsvoorlichter TU Delft

robbert ter weijden, 20 april 2012, 11:54

Ik kan me niet herinneren dat we er op de redactie van Netwerk ‘getraumatiseerd’ hebben bijgezeten. Mooi staaltje geschiedvervalsing. Als het aankomt op de controledrang van voorlichters kan ik me daar (ook uit eigen ervaringen) wel wat bij voorstellen. Maar hier wordt een té grote karikatuur geschetst!

Robbert ter Weijden
verslaggever/ samensteller ‘Altijd Wat’ en
oud ‘Netwerk’ verslaggever

Mark Deuze, 22 april 2012, 15:03

los van al het gesteggel rondom de cijfers, lijkt de les van dit soort onderzoek te zijn dat er steeds meer mensen zich op de een of andere manier voltijds bezig houden met het (proberen te) sturen, vormgeven, of anderszins beinvloeden van wat er in media te zien, te horen, te lezen, en te klikken valt - en dat daarbij de scheidslijnen tussen journalisten, bloggers, communicatiemedewerkers, voorlichters, bedrijfsverslaggevers enzovoorts steeds meer doorelkaar heen lopen.

het lijkt er dus op dat hoe het leven in media er uit ziet van wezenlijker belang wordt dan wat het leven is - want om over dat laatste iets zinnigs te zeggen, daar hebben we media voor nodig…

harry van heerden, 23 april 2012, 09:26

Ik werk een groot aantal jaren in de journalistiek( kranten, tijdschriten, vele jaren bij publieke omroep), doe daarnaast vooral ook afgelopen jaren communicatie. Ik vind dit stuk erg klagerig en vooral ook getuigen van eigen onvermogen. Een journalist van beetje formaat weet feilloos langs “lastige” woordvoerders te komen. Dat weet ik uit eigen ervaring. Aan de andere kant is het volstrekt normaal dat bedrijven, organisaties en bekende Nederlanders voorlichters in dienst hebben, om perscontacten te reguleren. Naarmate de pers minder zorgvuldig te werk gaat, vaak te weinig hoor en wederhoor toepast en zomaar ergens binnenvalt met draaiende camera (ook in situaties waarin dat helemaal niet “nodig” is) is het te begrijpen dat men zich wil beschermen tegen onzorgvuldige publiciteit. Te vaak papagaait de pers ook elkaar na, zonder goed te checken. Een artikel over voorbeelden daarvan zou pas écht interessant zijn. Of misschien heb ik dat gemist? :)

Rene Quist, 23 april 2012, 20:52

Goh, wat een vermoeiende en achterhaalde discussie. Je hebt hele goede voorlichters en je hebt hele slechte. In mijn loopbaan als journalist heb ik met beide volop te doen gehad. Het is de kunst om de goede te omarmen en de slechte te negeren. Als je je als journalist daar druk overmaakt, kon je wel eens behoren tot de groep slechte journalisten. In mijn anderhalf jaar als woordvoerder van de Erasmus Universiteit kwam ik helaas tot de conclusie dat veel journalisten slecht voorbereid zijn en zich volstrekt niet verdiepen in de materie. Dan is het logisch dat voorlichters zich meer met een artikel bemoeien.
Kortom ik sluit me aan Roy Meijer en Harry van Heerden. En als nieuwschef van het Rotterdams Dagblad merk ik dagelijks dat onze verslaggevers met de meeste voorlichters prima zaken kunnen doen..

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.