— woensdag 25 augustus 2021, 11:10 | 0 reacties, praat mee

Lale Gül : ‘Sorry, maar ik kijk echt neer op recensenten’

© Foto: Duco de Vries

Schrijver en student Nederlands Lale Gül maakte met een knal haar entree in de literaire wereld. Haar debuutroman wordt veel verkocht én besproken. De media hebben bijgedragen aan haar emancipatie. ‘Jammer dat programma’s achter de NPO-betaalmuur komen. Jonge meisjes gaan daar echt geen abonnement op nemen.’ In onze serie Lessen voor de Pers praat ze over haar mediagebruik en ervaringen met journalisten.

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Raymond Krul. Ook lid worden?

Een kleine week voor de afspraak mailt Lale Gül (23) met de vraag of het interview een paar uur verzet kan worden. The New York Times (NYT) wil haar voor een uitgebreid profiel op dezelfde dag spreken als Villamedia.

Als we ons op het afgesproken tijdstip melden op het statige kantoor van uitgeverij Prometheus aan de Amsterdamse Herengracht, is NYT-correspondent Thomas Erdbrink net vertrokken. Sinds Gül in februari haar autobiografische debuutroman ‘Ik ga leven’ uitbracht, is haar ster razendsnel gerezen. Ze schetst in haar boek op nietsontziende wijze het conservatief-islamitische Turkse milieu waarin ze in Amsterdam-West opgroeide.

Het bleef niet zonder gevolgen. Gül heeft geen contact meer met familie. Ze werd – en wordt – bedreigd, waardoor ze tijdelijk in een safe house moest worden ondergebracht. Gül vertelde talloze keren haar verhaal in de media, en intussen groeide haar boek uit tot een onverbeterlijke bestseller – de teller staat inmiddels op ruim 150.000 verkochte exemplaren.

Toch lijkt ze niet onder de indruk van de mediahype. Dat The New York Times haar wil spreken, zegt haar eigenlijk niet zoveel. ‘Ik denk niet van wow, dat is The New York Times en dit is Villamedia. Laatst sprak ik met het gratis blaadje MUG Magazine. Ik vind eigenlijk alles wel leuk.’

Zolderkamerterroristen
Toch had het niet veel gescheeld of Gül had helemaal geen interviews meer gegeven. Toen presentator Fidan Ekiz haar in het voorjaar bij De Vooravond aankondigde, zei ze dat het misschien wel Güls laatste interview zou zijn. ‘Op dat moment voelde ik dat zo’, legt Gül uit. ‘Ik was er klaar mee dat ik zoveel bedreigingen kreeg en dacht: wat doe ik mezelf aan? Dus op dat moment was ik ervan overtuigd dat ik zou stoppen met schrijven en interviews geven.’

Uiteindelijk kroop het bloed toch waar het niet gaan kon; Gül pakte de pen weer op. Ze schrijft columns voor onder andere Het Parool en het AD en werkt aan haar tweede boek. Ook dat zal weer sterk autobiografisch zijn en handelt over wat Gül allemaal meemaakt nadat ‘Ik ga leven’ was uitgekomen. ‘Ik wil schrijven en opiniëren, ik hou van de camera en van interviews geven. Dus waarom zou ik dat allemaal opgeven voor die paar zolderkamerterroristen? Buitenstaanders noemen me dan wispelturig. Maar zo ben ik gewoon, ik zeg hoe ik me voel en ik speel geen spelletjes.’

Gül gaf haar allereerste interview bij Op1, in die zin zou je kunnen zeggen dat ze meteen in het diepe sprong. Helemaal als je bedenkt dat Gül liever geen voorgesprek voert. ‘Ik houd zo’n gesprek graag spontaan.’ Nadeel daarvan is dat Gül minder goed voorbereid is op de vragen die gesteld worden. Bij Op1 was ze verrast hoe snel het gesprek een politieke wending nam, zegt ze. ‘Ik had iets over de PvdA geschreven in mijn boek en daar werden meteen allerlei vragen over gesteld. Normaal vraag je een schrijver: waarom schrijf je? Of: waar gaat je boek over? Nu moest ik mijn mening over politiek geven. Dat vond ik wel pittig, ook omdat ik best zenuwachtig was. Maar gelukkig kreeg ik na afloop veel positieve reacties.’

Boeien
Haar roman mag dan een commercieel succes zijn, de literatuurcritici reageerden beduidend behoudender op Güls debuut, of in haar eigen woorden: ‘Ik heb alleen maar slechte recensies gekregen.’

Wat doet die kritiek met haar? ‘Sorry, maar ik kijk echt neer op recensenten. Ik word ook niet onzeker van die artikelen ofzo. In de Volkskrant werd ik vergeleken met Sofie Lakmaker, die ook succes heeft met haar debuut. Er stond iets in de trant van: vijf sterren voor Lakmaker en Gül, nou ja: leuk geprobeerd. Ze vonden mijn taalgebruik slordig. Ik dacht alleen maar: boeien… Jij hebt geen boek geschreven en ik wel, dus waar hebben we het dan nog over? Ik spreek mensen van boekhandels die me vertellen dat er mensen voor mijn boek komen die ze nog nooit eerder in hun winkel gezien hebben, namelijk jongeren en allochtonen. Dat is voor mij veel waardevoller dan goede recensies. Van een lezer heb ik nog nooit een negatieve recensie gekregen. Ik ben trots dat ik als schrijver van Turkse afkomst een heel nieuw publiek aanboor, daar zouden recensenten best wat meer oog voor kunnen hebben.’

NPO-app
In haar boek beschrijft Gül hoe ze als middelbare scholier mede dankzij de NPO ontdekte wat er allemaal in Nederland en de wereld gebeurt: Kranten had ik niet, Vader vond dat geldverspilling, het nieuws was immers ook gratis op de tv, maar ik kon wel de NPO-app installeren en shows terugkijken die niet achter de betaalmuur zaten. Zo kwam ik voor het eerst in aanraking met de Nederlandse opiniewereld.

Niet normaal hoe de Turkse media zaken uit hun context kunnen rukken

Gül was verslingerd aan de NPO-app, vertelt ze. ‘Ik keek alles. Documentaires, Pauw & Witteman, Jinek, alles… Bij ons thuis stonden alleen de Turkse media op, maar door de NPO leerde ik hoe er in Nederland naar zoiets als de islam werd gekeken. Ik kan me bijvoorbeeld nog die advocaat herinneren die geen handen wilde schudden (Mohammed Enait, red.) en hoe belachelijk ik dat vond.’

De media hebben bijgedragen aan Güls emancipatie. Daarom vindt ze het jammer dat voor haar gevoel steeds meer programma’s achter de betaalmuur van NPO Plus belanden. ‘Jonge meisjes gaan daar echt geen abonnement op nemen, terwijl die programma’s wel heel erg kunnen helpen bij het vormen van hun mening.’

En nog steeds kan Gül genieten van wat de journalistiek te bieden heeft. Jeroen Pauw en Sven Kockelmann zijn haar journalistieke sterren. ‘Ik heb bijna alle afleveringen van Oog in Oog gezien, zó goed. Ik hou van dat directe van Sven. Daarom ga ik ook graag naar GeenStijl. Sommige mensen noemen dat riooljournalistiek en willen het verbieden. Dat vind ik nou zo Turks. Ik raak geïrriteerd van mensen die alles maar fatsoenlijk en respectvol willen houden. Ik hou van die video’s waarin ze mensen op straat een microfoon onder de neus duwen en om hun mening vragen. Bovendien is Bart Nijman echt een slimme man, net als Wierd Duk trouwens. Daarom snap ik niet dat die twee zo’n negatief stigma hebben.’

Turkse media
En de Turkse media? Daarover kunnen we wat Gül betreft kort zijn. ‘Die zijn verschrikkelijk.’ Wat overigens niet wil zeggen dat we de Turkse media dan maar moeten negeren. ‘Nederlandse journalisten zouden eens moeten kijken hoe iemand als Arnoud van Doorn (oud PVV-Kamerlid, bekeerde zich in 2013 tot de islam, red.) wordt bejubeld in de Turkse media. In Nederland vindt niemand hem interessant, maar in het Midden-Oosten is hij een held, want hij is een blanke bekeerling. Niet normaal hoe de Turkse media zaken uit hun context kunnen rukken. Van Doorn heeft ook van alles over mij geroepen en dat nemen media dan allemaal over.’

Dan gaat Güls telefoon. Ze laat haar scherm zien. ‘Hoofdredactie Parool’ staat erop. ‘Die moet ik even opnemen’, zegt Gül. Er moeten nog wat zaken worden afgestemd over haar wekelijkse column. Gül zet de telefoon op de speaker. ‘Vanmorgen was The New York Times op bezoek en nu is Villamedia er’, zegt ze blijmoedig. ‘Ken je dat, Villamedia?’, vraagt Gül. Gelukkig is het antwoord aan de andere kant van de lijn bevestigend.

DE LESSEN VAN LALE GÜL
• Kijk bij recensies niet alleen naar de kwaliteit van een boek, maar ook naar de impact op de maatschappij.
• ‘Ik vind dat journalisten soms wat objectiever mogen zijn, ik erger me aan partijdigheid. Als journalisten Trump een racist noemen, hoef ik het al niet meer te lezen.’
• De NPO zou zoveel mogelijk programma’s gratis beschikbaar moeten houden in de NPO-app; dit draagt bij aan de meningsvorming van jonge moslims.
• Kijk ook hoe Turkse en andere media over Nederland berichten.

MEDIAGEBRUIK
‘Het verbaast me hoeveel mensen tv kijken. Ik ken niemand die tv kijkt en zelf kijk ik ook niet. Toen ik bij Beau werd uitgenodigd, dacht ik dat hij een vrouw
was. Ik kijk soms wel programma’s online terug. Verder luister ik nu vooral podcasts, daar ben ik enorm fan van. Welke? Van “Nooit meer slapen” en “Onze man in Deventer” tot “Kunststof”, “De Jortcast” en “Het land van Wierd Duk”. Het zijn allemaal gratis cadeautjes, je leert er zoveel van.’

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.