website over journalistiek

x

Download de Villamedia-app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Kunnen we nog trots zijn op ons vak?

Frans Oremus — Geplaatst in discussie op donderdag 17 augustus 2017, 11:00

© Berend Vonk

Het vertrouwen in de pers daalt, zo blijkt uit onderzoek. Er is een grote groep teleurgestelde Nederlanders die is afgehaakt van de journalistiek. Merken collega’s dit ook in de praktijk? Rens Koldenhof: ‘Altijd weer die linkse media, is het vooroordeel dat nog heel veel langskomt.’

Zeven jaar geleden schreef ik in dit magazine een verhaal met de kop ‘Ik vertel het niet meer op feestjes’, over het fenomeen dat er lang niet altijd enthousiast werd gereageerd als ik bij gelegenheden vreemde mensen ontmoette en vertelde dat ik journalist was. Meer collega’s bleken daar mee te zitten, merkte ik aan de reacties. Maar de teneur onder de meeste vakbroeders was toch vooral die van: joh, zeik niet zo.

Het vertrouwen in de journalistiek is, zo laat recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (zie ook pagina 32) duidelijk zien, sindsdien alleen maar gedaald.

Rens Koldenhof, chef nieuwsdienst bij HMC Media, onderkent die tendens. Het vooroordeel tegenover de media leeft volgens hem vooral onder hen die al eerder zijn afgehaakt van de krant en alleen op internet kijken. ‘Ik merk het bij onze online rubriek “De Stelling”, waarin altijd een stevige bewering wordt gedaan. Reacties daar tonen dat die stelling vaak wordt geïnterpreteerd als zijnde de mening van de redactie. “Altijd weer die linkse media”, is het vooroordeel dat nog heel veel langskomt. Maar dat zijn mensen die de papieren krant niet zien. Online bestaat er een grote groep teleurgestelde Nederlanders die is afgehaakt van journalistiek én politiek. Mensen die gefocust zijn op het onrecht in Nederland, en die dit duo zien als “dezelfde kliek” of “het ­esta­blishment”.’

In de jaren 90 van de vorige eeuw was daar ook wel aanleiding voor, vindt Koldenhof. De journalistiek gedroeg zich vaak politiek correct en hing sterk naar de linkerkant van het politieke spectrum: ‘Ik was in die periode de eerste chef bij het Haarlems Dagblad die niet verklaard PvdA-lid was. Ik vond het onzin een politieke kleur uit te dragen. Maar ook de mores op de redactie waren links, er was geen veelzijdigheid. In de krant noemden wij een misdadiger steevast “Haarlemmer”, ook als we wisten dat het om een Marokkaan ging. Nu zetten we dat er in een signalement duidelijk bij.’

De moord op Pim Fortuyn heeft volgens Koldenhof een bruut einde gemaakt aan dit politiek correcte denken. ‘Veel media hebben zichzelf tegen het licht gehouden. Er is veel veranderd, maar de krantenlezers die destijds afhaakten gedragen zich als geëmigreerden naar ­Australië – die denken dat Nederland twintig jaar later nog hetzelfde is. Die lezers krijg je dus niet meer terug.’

Hij ziet vooral een uitdaging in het aanboren van nieuwe groepen lezers. Jongeren zijn nu eenmaal meer geïnteresseerd in online dan in het lezen van een krant. Misschien kunnen we dat bijstellen door een krantenmerk herkenbaarder aan het begrip betrouwbaarheid te koppelen. En beginnen met andere digitale media serieuzer te nemen en als potentiële bronnen te onderkennen, die je wel zorgvuldig moet checken. Van GeenStijl krijgen veel mensen in krantenland rode vlekken in de nek. Ik volg het op de voet. Ze hebben soms goede nieuwsonderwerpen te pakken, misschien verkregen via obscure bronnen, maar soms hebben ze gewoon beet. Dan moet je dat niet negeren.’

Redactiechef Fred Hoogendoorn van het Noordhollands Dagblad vertelt op feestjes gewoon dat hij journalist is. ‘Ik schaam me er niet voor. En ik krijg zelden nare reacties.’ Toch ziet hij op sociale media en op tv wel veel kritiek op het vak. Dat komt volgens hem vooral door sociale media en ‘nieuwscowboys’: mensen die met een camera langs ongelukken en calamiteiten rijden en dat onmiddellijk op hun eigen site zetten. ‘Figuren die geen enkele journalistieke opleiding of bagage hebben. Tja, dan gaat het nog wel eens fout met de zorgvuldigheid. En voor je het weet staat zo’n bericht op wel twintig sites en wordt het gedeeld via duizenden Facebook-berichten. In die zin geldt de wedervraag aan de criticasters: op welke site kijk je voor nieuws? Tik je een onderwerp in of ga je naar een medium dat je als betrouwbaar ervaart?’

Want daar zit het verschil volgens Hogendoorn en het is heel belangrijk dat je als serieus journalistiek medium niet wordt meegesleurd in de hijgerigheid om als eerste het nieuws te brengen. Een voorbeeld? ‘In 2016 werden in Alkmaar en Heerhugowaard babylijkjes gevonden. Een schokkend en kwetsbaar nieuwsonderwerp. In eerste instantie gingen alle luiken dicht. De politie deed geen enkele mededeling en de burgemeester ook niet. Tegelijk stroomden Twitter en Facebook vol en ook andere sites pleurden er rücksichtslos berichten op, waar achteraf grote fouten in bleken te zitten. Wij zaten met een dilemma; voelden dat we het aan onze stand verplicht waren dit nieuws te brengen. Maar ook zorgvuldig. We zijn daarom niet mee gegaan met de geruchtenstroom op internet. We dachten: wij bezitten de beste contacten en we hebben er meteen drie mensen op gezet. Pas na een half uur, toen we een officiële bevestiging kregen, hebben we gepubliceerd.’

In de buurt waar dit speelde waren de mensen later woest op de media. Hogendoorn: ‘We kregen “kutjournalisten” te horen en “jullie gooien alleen maar onzin de wereld in”. Onze journalisten werden over één kam geschoren met andere, onzorgvuldige media.’

Het lukte de krant uiteindelijk het vertrouwen terug te winnen. ‘Je moet toch verder en we hadden bronnen nodig. We hebben ze gewezen op de berichtgeving op onze site, die correct was, en ik heb sommige mensen PDF’s gestuurd van krantenpagina’s. Het is een proces van lange adem, maar ik hoop dat op een gegeven moment bij het publiek doordringt dat het voor nieuws naar een betrouwbaar medium moet gaan.’

Politiek verslaggever Maarten Brakema van Omroep West ziet ook, op met name Twitter, dat mensen te weinig onderscheid maken tussen persoonlijke websites met ‘nieuws’ en gerenommeerde bronnen. ‘Hier in Den Haag bestaan nogal wat blogs en sites die soms door meerdere mensen worden gerund, maar die niet volgens journalistieke mores werken. Toch heb ik het idee dat de meerderheid van het publiek Omroep West als een betrouwbaar medium beschouwt.’ In bepaalde delen van Den Haag, zoals de Schilderswijk, is er wel een stevig wantrouwen, merkt hij. ‘De buurt komt vaak in het nieuws als een wijk van armoede, achterstanden, spanningen – noem het maar op. Er zijn een paar jaar achtereen geregeld rellen geweest. Het is belangrijk dat je ook goed nieuws brengt. Geen non-nieuws van “de zon schijnt hier in de Schilderswijk en het is hier zo leuk”. Nee, dat zou onzin zijn. Maar je kunt wel óók op de positieve gebeurtenissen letten. Zo hebben we laatst een uitgebreid item gemaakt van de 10+ Zomerschool, waarbij kinderen op een leuke manier educatieve onderwerpen behandelen. Op een plein in de wijk was een steekspel georganiseerd met ridders te paard, alles in een middeleeuwse setting. De zon scheen en iedereen genoot. Ook dan moet je in die wijk aanwezig zijn.’

Volgens Brakema heeft het ook te maken met onderwijs over media. Hij werkt daarom als vrijwilliger aan de IMC Weekendschool, die nieuwsgierige jongeren uit achterstandswijken laat kennismaken met enthousiaste professionals in uiteenlopende vakgebieden. ‘Ik sta geregeld in de Schilderswijk voor een klas om les te geven over hoe de journalistiek werkt’.

Heeft de kwestie met Perdiep Ramesar, die een aantal jaren geleden voor Trouw talloze artikelen schreef over de Schilderswijk zonder traceerbare bronnen, invloed gehad op het vertrouwen aldaar in de media? Brakema: ‘Ja, zoiets heeft altijd impact. Er is nog steeds veel wantrouwen, ik woon er om de hoek. Maar we moeten dat niet overdrijven; ik zie vooral dat men wel doorhad dat het hier ging om één man en één medium. De journalistiek heeft wel vaker fantasierijke types gekend.’

Dagchef nieuws Martijn Hooijer van Omroep West merkt dat ook vertrouwen is te winnen door het publiek serieus te nemen en te betrekken bij het nieuws. ‘En dat gaat verder dan een tiplijn. We hebben een rubriek Rake Vragen, waar lezers ons aan het werk kunnen zetten. Dat en onze wekelijke Facebookvergadering – waarbij mensen bij de redactievergadering kunnen meekijken en suggesties voor onderwerpen mogen doen – kunnen het vertrouwen weer terugbrengen.’

Verslaggever Wieberen Elverdink van de Leeuwarder Courant proeft vooral wantrouwen bij overheden die ‘steeds lijviger’ communicatie-apparaten optuigen. ‘Ze proberen vaak dingen uit de krant te houden en stellen irritante vragen als: “Waarom wil je dat weten” en “wie benader je nog meer?”.’ Maar bij lezers ontmoet hij zelden bevooroordeeldheid of argwaan. ‘Geïnterviewden vragen wel vaak: “Je maakt er toch wel een leuk stukje van?”, en ik merk ook dat steeds meer mensen vooraf inzage willen hebben in de tekst, ook als het gaat om minder zware onderwerpen.’ De Twitter-accounts en 112-websites die gerund worden door particulieren schaden de Leeuwarder media niet. ‘De lezer ziet heel goed wat voor vlees hij in de kuip heeft’.

Het wantrouwen in de journalistiek, en de bejegening op feestjes dientengevolge, weet ik zeven jaar geleden aan de moord op Fortuyn. De overwegend linkse media vielen voor een groot deel van de bevolking ‘door de mand’; ze zouden een klimaat hebben geschapen waarin een politieke moord mogelijk werd. De jaren hierop woei een zelfreinigende wind door de media. Menig kwaliteitsmedium sloeg aan het reflecteren. De voxpop kwam op, journalisten die banden hadden met de politiek werden daarop afgerekend en een enkeling kon zelfs vertrekken. Het zou zo maar kunnen dat de groep die destijds afhaakte, zoals Koldenhof suggereert, nu nog zijn stempel drukt op de cijfers over vertrouwen. Dat kan in de toekomst dus alleen maar beter worden. Zeker als we ons onderscheiden van de ‘nieuws­cowboys’, en het publiek het verschil tussen ‘nieuws’ en journalistiek gaat waarderen.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Masterclass EU