De Kraamkamer van Planet Internet: ‘Je werk doen met weinig meer dan snot en morsecode’
In De Kraamkamer blikken we terug op verdwenen journalistieke platforms. Dit keer: de eerste volledig online redactie Planet Internet (1995-2008). KPN financierde die redactie bovenal om abonnementen bij hun internetaanbieders te slijten en abonnees wegwijs te maken op het prille publieke internet. Onbedoeld bijproduct: een kweekschool voor online journalistiek. Villamedia-redacteur Lars Pasveer werkte er tussen 1999 en 2003 en haalt herinneringen op met oud-collega’s.
Bijna dertig jaar geleden zat de eerste volledig online redactie van Nederland achter de spiegelramen van jaren-tachtigpand ‘Gemini B’ aan de Printerweg, op het bedrijventerrein De Hoef in de Amersfoorte buitenwijk Schothorst. De redactie werd in 1995 opgericht in Diemen en verhuisde twee jaar later naar Schothorst.
‘Voor het tijdsbeeld: rond het jaar 2000 hielden IT-bedrijven sollicitatiegesprekken in showrooms. Als je recht uit je ogen keek en niet naar drank rook mocht je meteen een leasebak meenemen. Ik had geen rijbewijs, dus ik ging met de trein naar de Printerweg waar ik na een overhoring over wat html-tags werd aangenomen’, grapt oud-collega Lennart Wesel (48) over zijn start bij Planet.
De Planet-website was onderverdeeld in dertien katernen om een brede doelgroep te bedienen: kinderen, gamers, nieuwsjunks, vakantiegangers en richtte zich verder op lifestyle, sport en economie. Wesel, die tegenwoordig wetenschappers mediatraining geeft, werd al na twee weken gedetacheerd richting De Bus, een reality-tv spinoff van Endemol/SBS.
Dat probeerde mee te liften op het succes van Big Brother, door deelnemers zestien weken op te sluiten in een luxe tourbus en daar, naast dagelijkse uitzendingen op SBS6, doorlopend online verslag van te doen.
Wesel: ‘Daar schreven we in het zachtgroene licht van de infrarood-camerabeelden verslagjes van nachtelijke livestreams - ‘Jop zet een tent op’ - om mensen warm te krijgen voor breedband internet.’
Collega Josefine Calma (51) startte ook bij De Bus, maar stapte daarna over naar het vrouwenkatern Womens Planet. Na een carrière van vijftien jaar bij contentmarketingbureau LVB Networks werkt ze nu voor het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Calma: ‘Het voelde als een duik in een nieuwe wereld. De Planet-redactie bestond toen voornamelijk uit jonge, tech-savvy mannen die hun eigen jargon spraken en een unieke humor hadden.’
Het is een treffende omschrijving van de studentikoze sfeer op de redactie. Niemand keek op van de H&M-poster van Salma Hayek aan de muur, uit een uitdagende campagne waar indertijd menig bushokje en reclame-abri voor werd gesloopt. ‘Toen mochten er nog meisjes in bikini worden opgehangen op de redactie’, lacht Calma.
“Ik vertelde dat gisteren nog aan een collega van 23, hij kon het zich niet voorstellen”, zegt Schong. Voor het evenwicht werd later een poster van acteur Josh Hartnett opgehangen.

H&M-model Salma Hayek hield jarenlang toezicht op de redactie - iets dat vermoedelijk nu niet meer zou kunnen.

Een poster van Josh Hartnett bracht een en ander hormonaal weer in balans. Roken op de redactie mocht ook nog.
Pionieren
Ondanks de primitieve stand der techniek werd er stevig gepionierd. De Planet-redactie bedacht online journalistieke oplossingen die, als Romeins beton, pas jaren later opnieuw werden uitgevonden. Mensen waren niet zoals nu constant mobiel online.
Martijn van Es (43) , tegenwoordig senior-communicatieadviseur bij het Rode Kruis Nederland, begon na zijn studie journalistiek bij het nieuwskatern News Planet: ‘Voor nieuws moest je radio luisteren of de tv aanzetten. Maar iedereen had mail, dus we bedachten de News Planet-alert. Bij een belangrijk nieuwsmoment kregen mensen een mailtje. Een soort pushbericht voordat er überhaupt pushberichten bestonden. Het valt nooit te zeggen dat je daar de uitvinder van was. Maar we waren op dat moment in Nederland wel de enige.’
Natascha Neef (48), die aan de School voor Journalistiek in Utrecht de studierichtingen tijdschrift en sportjournalistiek deed, herkent het gevoel van pionieren. ‘Omdat er geen voorbeeld bestond van een online sportmagazine moesten we eigenlijk het wiel opnieuw uitvinden. Dat gold niet alleen voor de sportredactie, maar ook voor de andere katernen op Planet.nl. Je begon vanaf nul.’ Het sportkatern bracht naast wedstrijdverslagen ook achtergrondartikelen en columns van sportcommentator Theo Bakker, De Vrije Man. Foto’s werden vanaf een aparte computer met toegang tot de ANP-fotobank op floppy’s gezet waarmee je naar je eigen computer slofte.
We moesten het wiel opnieuw uitvinden
Neef: ‘Nadat in 2008 het licht definitief uitging bij Planet.nl heb ik nog een periode als redacteur voor de KNVB gewerkt. Sindsdien heb ik allerhande tijdelijke en freelance klussen gedaan. Hoewel de sportjournalistiek altijd favoriet zal blijven, doe ik er al jaren niets meer in. Soms lopen de dingen zo.’

Een Dutch angle van de Planet-redactie, datum onbekend.
Calma: ‘Ik interviewde indertijd Heleen van Royen, toen haar boek De Gelukkige Huisvrouw verscheen. We brachten uren bij haar thuis door om uiteindelijk een enorm lange video te maken voor Womens Planet. We snapten toen nog niet dat zo’n online video snel en flashy moest zijn. Heleen begreep wél meteen de kracht van internet. Ze leverde wekelijkse columns aan Womens Planet, inclusief haar later beroemde selfies. Haar columns - die ook verschenen in Het Parool - zorgden soms voor controverse, zoals toen ze schreef over het prostitutiebezoek van Rob Oudkerk en de vermeende toupet van een nieuwslezer.’
(Internet)brekend nieuws
Op zaterdag 13 mei 2000 voltrok zich in Enschede de vuurwerkramp, waarbij een complete woonwijk werd verwoest en 23 mensen omkwamen. Het was weekend maar er werd door toenmalig redacteur Tonie van Ringelestijn snel een liveblog opgestart die doorlopend werd bijgewerkt. De uitvinding van het liveblog is in de jaren daarna herhaaldelijk geclaimd door verschillende media. Toch was Planet de eerste.
Peter Schong (46), nu journalist bij AD Groene Hart: ‘Tegen de tijd van de oorlog in Irak in 2003 hadden we de moderne liveblogvorm wel bepaald. Puntsgewijze updates met tijdstippen ervoor. De tijden vulden we nog handmatig in. Echte liveblog-tools kwamen pas een jaar of tien later.’
Brand
Een ander heftig nieuwsmoment: op oudejaarsnacht 2000 op 2001 vatte kerstversiering vlam in het Volendamse café Het Hemeltje. Bij de felle brand vielen uiteindelijk 14 doden en honderden gewonden. Het was onduidelijk hoe die brand zó heftig om zich heen had kunnen grijpen.
De website van het café was op zwart gezet. Ik achterhaalde de originele index-pagina. Uit een online fotoalbum van december werd duidelijk dat het pand al rond Sinterklaas stampvol dennentakken was gepropt. Niet geïmpregneerd, bleek later. We brachten dat nieuws, met foto’s, waarop ik de gezichten van bezoekers - en daarmee potentiële slachtoffers - van zwarte balken had voorzien. Dat kwam ons desondanks op flinke kritiek te staan. Van Volendammers, waar ik nog wel begrip voor kon opbrengen, maar ook van andere media.
Want mijn bewerkte foto’s zaten diezelfde avond in het Achtuurjournaal, waarbij als bron alleen ‘een internetprovider’ werd opgevoerd. Dat vond ik vrij kleinzielig, maar ook indicatief hoe indertijd op internetjournalistiek werd neergekeken. De foto’s werden later gebruikt bij het officiële onderzoek door het toenmalige Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding.
9/11
Schong: ‘Ik zal verder nooit vergeten hoe de hele redactie op 11 september 2001 in no-time omschakelde naar verslaglegging vanuit alle mogelijke invalshoeken. Zonder draaiboek of calamiteitenoefening. Gewoon improviseren. Ik stortte me op het live-artikel en andere collega’s verzamelden reacties.’
De nieuwshonger was enorm, nieuwssites als CNN en BBC kraakten in hun voegen. In overleg met marketing stopte de Planet-site met het serveren van banners, om de druk te verlichten. Schong: ‘Terwijl de websites van de traditionele media bezweken onder het massale bezoek, bleef Planet in de lucht.’
Om ‘eigen’ nieuws over de aanslagen te genereren, heb ikzelf enkele uren via een obscure en dus bereikbare Yahoo-pagina naar scannerverkeer van de Newyorkse politie geluisterd en daarover een artikel gemaakt. Calma: ‘Ik schreef voor mijn doelgroep dan weer over de architectuur en het interieur van de Twin Towers.’
Wesel herinnert zich ophef over een stuk dat hij in diezelfde periode maakte: ‘Na 11 september was de poederbrief een tijdje populair om mensen te bedreigen of te besmetten met miltvuur. Ik heb toen eens uitgezocht hoe je aan miltvuur kunt komen. Daar zat wel wat scoringsdrang achter. In mijn herinnering stond het artikel daarover nog geen kwartier online of de politie belde al voor verwijdering. Daar werd snel gehoor aan gegeven.’
Out of the box
‘Waar ik best trots op ben is de manier waarop we de Olympische Spelen in Sydney hebben verslagen op Sport Planet’, zegt Neef. ‘Met één collega in Sydney. Vanwege het tijdsverschil met Australië zat ik dan, vaak midden in de nacht, in m’n eentje op de redactie op het verlaten, doodstille bedrijventerrein.
Op 2 februari 2002 trouwden Willem-Alexander en Máxima in Amsterdam. De Planet-redactie ging met cameraploegen op pad onder het publiek, vox-popjes sprokkelen. Van Es: ‘In journalistiek opzicht had dat natuurlijk nul gewicht, maar we zochten een manier om alles snel online te krijgen. Je had wel goed internet nodig. In Amsterdam. Waar we geen redactie hadden. En uiteraard geen straalwagens.’
Van Es kreeg een ingeving: ‘Ik wist toevallig dat op het Rokin, om de hoek bij de Dam, een Primafoon-winkel zat. Als er érgens goed internet moet zijn… En wij zijn toch van KPN?’ De winkel werd in essentie gevorderd. Van Es: ‘We hebben daar zitten monteren en de site bijgewerkt, met uit Amersfoort meegesleepte desktopcomputers - want laptops waren niet krachtig genoeg voor monteren.’
Van Es herinnert zich de enige tegenprestatie die werd verlangd: ‘De Primafoon-jongens vonden een of andere prinses, uit Zweden geloof ik, een lekker ding. We hebben een foto voor ze uitgeprint.’
Tikkie erotiek
Over lekkere dingen gesproken: Wesel onderhield elke vrijdag de Sex Planet, de letterlijke money maker op de redactie. Het was een mix van foto’s of een - laten we zeggen - ‘thematisch’ openingsverhaal vol verwijzingen naar sites en betaaldiensten. Alles om zoveel mogelijk dure telefoontikken te verkopen.
Wesel: ‘Op zich een goede deal om op m’n werk de websites te bekijken die ik anders thuis had moeten opvragen met een veel tragere verbinding. Een marketeer heeft een keer laten zien hoeveel er in real-time werd afgerekend. Hij vertelde dat ze met de telefoontikken álle redactionele fte’s betaalden. Het kan zijn dat ik mezelf belangrijk voelde, dat met mijn halve dag per week een voltallige redactie financieel werd bedropen’, stelt Wesel.

Toenmalig hoofdredacteur Dolf Rogmans kijkt met Wesel mee bij het opmaken van de lucratieve Sex Planet, met suggestieve zachtroze opmaak. Wesel bedacht de (helaas nooit officieel gebruikte) slogan ‘Surfen met links’.
Van Es: ‘Wat ik wel bij Planet heb opgedaan is gewoon dingen doen. De kracht van: oké, vind jij het een goed idee? En vind jij het een goed idee? Dan gaan we het doen. Niet eindeloos bespreken, maar gewoon zorgen dat er binnen nu en een week of twee iets tastbaars staat.’
Neef valt bij: ‘Wat Martijn zegt, dat herken ik wel. Oeverloos vergaderen en dan nog niets besluiten, heb ik wel in een andere baan ervaren en dat frustreerde me mateloos. Bij Planet kon er redelijk snel gehandeld worden als er plannen waren. Er werd volgens mij ook niet snel gezegd dat iets niet kon. Ook was er - zeker in de beginjaren - financieel gezien redelijk veel mogelijk. De internetbomen groeiden toen nog tot in de hemel, zeg maar.’
Opheffingsuitverkoop
In juni 2002, kort nadat KPN 711 miljoen euro had uitgegeven aan frequenties voor snel mobiel internet, wilde het niet langer uitgever zijn. Dat kwam trouwens niet als een verrassing: het rookhok was naast de printers. Managers haalden zelden hun uitgeprinte documenten op. KPN’s denkrichting uit vertrouwelijke presentatieslides (letterlijk: drop any content fixation you have en end the magazine approach) circuleerde daarmee nog voordat officieel werd gedeeld dat de redactie werd opgedoekt.
Omdat alle sites nog wel gevuld moesten worden werd een extern persbureau opgericht. Enkele redacteuren van Planet Internet stapten over naar NEOS. Dat bureau bestond uiteindelijk drie jaar en ging daarna vrij onverwacht failliet. KPN besteedde de productie daarop uit aan gratis krant DAG. Na een jaar journalistiek vakkenvullen sneuvelde ook die titel. Er draaide daarna nog een tijdje een zielloze, geautomatiseerde startpagina op planet.nl – toen was het afgelopen. In de woorden van T.S. Eliot: Not with a bang but a whimper.

Toen duidelijk was dat het over-en-uit was voor de redactie, werd voor de goed verstaander door Pasveer een Titanic op de redactionele koffiecam geplakt.
Erfenis
Er is gedeelde ergernis over de wijze waarop KPN is omgegaan met de nalatenschap. Er is niets meer te vinden van de producties, hooguit nog via het Web Archive of een verdwaald screenshot. ‘Het kenschetst wel het gebrek aan liefde. We hebben een omroeparchief en je kunt alle kranten tot eeuwen terug opzoeken. Maar het werk van de eerste echte online redactie van Nederland is achteloos vernietigd. Dat KPN geschiedenis schreef op het gebied van internetjournalistiek zei hen niks’, vindt Schong.
‘Dat is inderdaad eeuwig zonde’, zegt Calma. ‘We hebben de weg bereid voor nieuwssites zoals NU.nl, zo zie ik dat echt. Nu werk ik met jongere generaties en voel ik me soms als “oma vertelt” wanneer ik over mijn tijd bij Planet praat. Maar ik kijk er met veel plezier en trots op terug.’
Van Es: ‘Ik wil trouwens niet honderd procent negatief doen over KPN. Ze hebben het allemaal wel mogelijk gemaakt. Het einde van de eigen redactie was een uitgesproken managementverhaal. Ik denk niet dat er met opzet wat is stukgemaakt.’
Het werk van de eerste echte online redactie van Nederland is achteloos vernietigd
Pew Research Center publiceerde afgelopen mei ontluisterende cijfers over de rot op internet: 38 procent van webpagina’s die in 2013 nog bestonden zijn verdwenen. Van pagina’s uit 2023 is nu al 8 procent vervlogen. Je achterhaalt kortom sneller wat er in het vrachtruim van een VOC-schip zat. Of internetjournalistiek houdbaar en vindbaar blijft, is ook decennia later nog afhankelijk van grillige commerciële belangen van derden.
Online journalistiek in 2024
Neef: ‘Er zijn in de Planet-jaren veel mooie en historische producties gemaakt. Er is nu veel meer mogelijk: video’s bijvoorbeeld of mooie fotoverhalen. Er is ook meer concurrentie en stukken moeten sneller online staan dan twintig jaar geleden. Tegelijk zijn informatie en bronnen nu makkelijker te vinden en te benaderen, ook door de komst van sociale media. Dat is wel winst.’
‘Alles wat ik bij Planet heb geleerd, pas ik nog steeds toe in mijn huidige werk. Bij het AD hebben we de afgelopen tien jaar de transitie gemaakt van krant naar online en daarvoor kwam mijn ervaring goed van pas. Bij de krant was men gewend dat je aan het einde van de dag de deadline hebt, bij online is je deadline altijd nu. Die andere manier van denken hebben ze bij de krant moeten leren, het is een heel ander ritme, dat was echt een omschakeling die vele jaren heeft geduurd’, zegt Schong.
Calma: ‘Bij Planet had je je eigen toko, maar je productie was wel dagelijks zichtbaar voor iedereen. Snel internet, algoritmes en de opkomst van sociale media hebben online journalistiek veranderd. Het nieuws wordt gepersonaliseerd aan jou gepresenteerd. Alles is vindbaar, waar en wanneer je maar wil. En er is ook veel troep, helaas.’
Schong: ‘Verslaggevers moeten nu ook veelzijdiger denken. Iedereen moest leren om verhalen op een andere manier in te steken: hoe vertaal je institutioneel nieuws naar de lezer zodat duidelijk is hoe het hen raakt? In plaats van een abstract bericht vol cijfers over een bezuiniging op de jeugdzorg maak je tegenwoordig een verhaal over een moeder wiens kind nu geen behandeling meer krijgt.’
‘Storytelling’, valt Calma bij. ‘Precies. Nieuws persoonlijker en menselijker maken. Dat wordt veel beter gelezen, en je vertelt hetzelfde verhaal’, stelt Schong.
‘Journalistiek is altijd een vrij beroep geweest, maar internet heeft de drempels wel héél erg verlaagd. Als consument heb ik een tijdlang vertrouwd op Twitter, maar daar heeft Elon Musk een eind aan gemaakt. Het is nu: NRC, de Volkskrant, Nieuwsuur en RSS, precies hoe George Soros het wil.’ Wesel is inmiddels de journalistiek uit. ‘Ik heb een hele gang achter de rug bij de NPO en commerciële productiehuizen (DWDD, diverse populairwetenschappelijke programma’s). Daar is de kaasschaaf zo vaak overheen gegaan dat er nu weinig meer rest dan korst’, zegt Wesel.
Een spreuk waar ik regelmatig aan denk: it’s hard not to patronize the past. De gedachte dat iedereen in de begintijd met weinig meer dan snot en morsecode zijn werk moest doen.
En terugkijkend wás het ook primitief, maar al die technische vooruitgang van de laatste decennia is volstrekt betekenisloos zonder een goede journalistieke basis.
Het artikel omslaat de tijd bij Planet Internet vanaf begin 1999. Er werd toen al enkele jaren op planet.nl gepubliceerd. Daarnaast zijn veel oud-collega’s bij Planet die ik niet sprak ook breed geland. Een volstrekt incomplete selectie:
Hoofdredacteur van het eerste uur Frans Straver is al jaren communicatieadviseur bij Holland Casino. Mede-oprichter Michiel Frackers is ondernemer, met nadruk op Smart Cities.
Francisco van Jole maakte drie jaar lang de legendarische dagelijkse Daily Planet-nieuwsbrief, die in 1998 eindigde. Na onder meer radio- en freelancewerk staat hij inmiddels aan het hoofd van het journalistieke platform Joop.
Erwin van der Zande, maker van het e-zine Shift, is nu hoofdredacteur bij techsite Bright. Tonie van Ringelestijn, die hierboven figureerde, werkt daar tegenwoordig als eindredacteur en was een van de oerbloggers in Nederland, op Tonie.net.
Peter Olsthoorn publiceerde 12 jaar lang (!) de medianieuwsbrief Planet Multimedia. De journalistieke duizendpoot staat aan het hoofd van platformen Leugens en Netkwesties.
De akker van Planet Multimedia (PMM) was overigens bijzonder vruchtbaar: vaste redacteuren van die subuitgave drukken hun stempel al een tijd op de (internet)journalistiek. Ambroos Wiegers stond na PMM aan de wieg van onder meer GeenStijl, omroep PowNed en succesvolle videosite Dumpert. Erwin Boogert schrijft al ruim 15 jaar voor Emerce. Joost Blokzijl is al ruim 17 jaar eindredacteur bij EenVandaag.
Emile Urban, die bij Planet vanuit zijn ‘videohok’ de eerste internetfilmpjes voor de diverse katernen bewerkte en uitzette, is nu journalist bij regionale omroep 1Twente, waar hij Coördinator Programmering is.
Dolf Rogmans was twee jaar hoofdredacteur Planet Internet (2001-2002), daarna hoofdredacteur van Villamedia (2008-2021) en nu manager Vakontwikkeling bij de NVJ.
De voorlaatste Planet-hoofdredacteur Pieter van Twisk stapte over naar de onderzoeksjournalistiek. Zijn project, dat een vermeende verrader van Anne Frank aanwees, deed in 2022 het nodige stof opwaaien.
Ilona Meernik, die lang de Kids Planet runde, werkt sinds 2008 bij uitgever Roularta Media Nederland, als redacteur Plus & Gezondheidsnet.
Voormalig Sport Planet-redacteur Joost Valkhoff is sinds maart van dit jaar algemeen hoofdredacteur van vaktitel Cobouw.
Jeroen Wollaars, inmiddels een van de boegbeelden bij Nieuwsuur, hielp indertijd de helpdesk van World Access optuigen.


Praat mee