foj 2019

— vrijdag 8 april 2011, 10:00 | 0 reacties, praat mee

Kagie, ‘de kleine journalist’

Het autobiografische werk ‘Schuifkaas’ van Vrij Nederland redacteur Rudie Kagie ligt net in de winkel. In zijn ‘meest persoonlijke werk ooit’, beschrijft hij 
een reünie van het kindertehuis in Nieuw Voordorp waar hij van zijn 10e tot zijn 14e verbleef. Hij wist op die leeftijd al dat hij journalist wilde worden. 
‘Dat vooruitzicht maakte dat ik het volhield.’

Toen Rudie Kagie (1950) twee jaar geleden door een van de oud-pupillen van kinder­tehuis Nieuw Voordorp gevraagd werd om plaats te nemen in het comité voor de reünie van het tehuis, moest hij wel even nadenken voor hij toezegde. Toegegeven: Nieuw-Voordorp onderstreepte een periode in zijn leven waar hij ‘nog iets mee moest’. Hij schrijft daarover in zijn boek: ‘We zien wel. Misschien knarst de deur naar het verleden niet direct open omdat de boel stevig zit vastgeroest. Het is ongewis wat we daar zullen aantreffen. De puinhoop kan van zo’n dramatische omvang zijn dat het beter is rechtsomkeert te maken.’

Op 28-jarige leeftijd schreef hij al een journalistiek boek over de Jeugdzorg, getiteld ‘De kinderbeschermers’. Zijn toon was redelijk bitter. Kagie: ‘Ik verzweeg dat ik zelf veel ervaring had met de Jeugdzorg – bang dat ik een stempel opgedrukt zou krijgen.’ Toen het boek jaren later werd herdrukt, paste hij het voorwoord aan en bekende hij niet totaal objectief ten opzichte van het onderwerp te staan. ‘Met de reünie kreeg ik een prachtige vorm aangereikt om mijn eigen verhaal op papier te zetten.’

Kagie groeide op in de Molenwijk in Den Haag. De titel van het boek verwijst naar de armoede in zijn jeugd. Schuifkaas: Op een boterham wordt een kwart plakje kaas gelegd. Na elke hap schuift het steeds kleiner wordende stukje kaas iets op – de illusie van een belegde boterham. Breed hadden ze het thuis niet. Kagie is de zesde van acht kinderen. Zijn vader was automonteur – een vermoeide, opvliegende man, die vaak ruzie maakte met zijn moeder.

De rol van journalist, ging Kagie als kind al natuurlijk af. ‘Als mijn ouders weer eens ruzie hadden, vlogen de kopjes en schoteltjes door de woonkamer. Ik dacht alleen: ik ben hier geen onderdeel van en deed verslag vanuit het keukenkastje.’ Hij schrijft: ‘Vanzelfsprekend neem ik daarbij de professionele objectiviteit in acht, een effectieve grondhouding voor een kind dat de scheiding van zijn ouders moet overleven.’ ‘In mijn verbeelding was ik al journalist. Op de avond waarop onze moeder het gezin had verlaten, werd er aangebeld. Mijn eerste reactie was dat dit een verslaggever was. Mijn vader riep geïrriteerd: kun jij nou nooit aan iets anders denken?’

Na de scheiding bracht de Kinderbescherming de broers en zusjes Kagie naar het tehuis Nieuw Voordorp. ‘Nu is dat ondenkbaar. Alleen bij ernstige gedragsproblemen of als justitiële maatregel wordt tegenwoordig nog tot uithuisplaatsing overgegaan. In de jaren ’60 was het volstrekt normaal dat kinderen van gescheiden ouders in een tehuis werden geplaatst. Bepaald gezellig was het daar niet, er heerste een streng regime. Als kind kreeg je toch een beetje het gevoel dat jij debet was aan de scheiding van je ouders.’

Kagie pakt een envelop met foto’s – de foto’s van zijn jeugd. Het is een dun stapeltje, uit allerhande familiealbums gescheurd. ‘Kijk, deze foto is voor het gebouw van Nieuw Voordorp gemaakt.’ Een klein jongetje staat een beetje bedremmeld voor de camera. ‘Wat heb ik in mijn hand, zie je dat?’ Het lijkt op een krant. ‘Ik denk dat het een notitieblok is.’ Om zijn schouder hangt een camera. ‘Mijn Kodak.’ Kagie ­triomfantelijk: ‘de kleine journalist’.

Toen hij acht was, had de juf van de basisschool een verrassing voor hem. Na school nam ze hem mee naar de redactie van de Haagsche Courant. ‘Je wilt toch journalist worden?’, vroeg ze. Een kennis van haar gaf hem een rondleiding door het gebouw. Hij zal nooit vergeten hoezeer hij onder de indruk was. ‘De koningin der aarde, zo wordt de pers genoemd’, vertelde de man. Kagie hoort het hem nog zeggen.

Hij herinnert zich deze dag als het moment dat zijn leven richting kreeg. Hij wist waar hij het voor deed, hij moest zijn best doen op school, want later zou hij journalist worden, later zou het leven leuk zijn. ‘Bijna, was daar een stokje voor gestoken. Het tehuis wilde mij naar de lagere technische school sturen. Om journalist te worden had ik Mulo nodig.’ Hij zag zijn wereld instorten. Nog steeds is hij boos om het gegeven dat het tehuis hem een toekomst probeerde te ontzeggen. Uiteindelijk mocht hij toch naar de Mulo, zo was van hogerhand besloten.

Vanuit het tehuis schreef Kagie stukjes voor De Omroeper, het huis-aan-huisblad van Voorschoten. Later, op 13-jarige leeftijd, mocht hij ook stukjes schrijven voor het Leidsch Dagblad. Hij leverde de kopij aan bij Joop Peeters, correspondent van het Leidsch Dagblad en vier andere regionale dagbladen. Voor ieder stukje kreeg hij twee kwartjes. Peeters was zijn leermeester. ‘Niet dat hij me exact vertelde hoe 
de structuur van een artikel eruit zag, maar wel het wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe-verhaal.’

Tot in detail omschrijft hij zijn herinneringen in ‘Schuifkaas’, met zoveel kleur, geur en smaak dat het lijkt alsof hij een direct verslag doet. Hield Kagie een dagboek bij in het tehuis? 
‘Nee, veel te gevaarlijk dat de groepsleiding het zou lezen.’ De herinnering is een film in zijn hoofd. Hij observeert en registreert, maar vergeet daarbij niet de journalistieke codes in acht te nemen: hoor en wederhoor.

‘Schuifkaas’ is dan ook geen autobiografisch verhaal in de zuiverste betekenis van het woord. Andere oud-pupillen van Nieuw Voordorp komen ook aan het woord. Veel van hen hebben het verblijf in het tehuis als zeer traumatisch ervaren. Er zijn verhalen van kinderen die hun eigen kots moesten opeten, een verliefdheid die bekoeld werd door dagelijks opsluiting in de isoleer, zwemlessen die bijna tot de verdrinkingsdood leidden. Wederhoor: de groepsleiding zegt: Zo erg was het niet, wisten wij veel van opvoeden. Voor ons was het ook geen makkelijke baan, slecht betaald ook nog eens.

Uit Kagies mond hoor je niet direct hoe erg het was. Wel voert hij schrijver Alfred Birney op, tevens oud-pupil van Nieuw Voordorp. Birney zegt: ‘Jij had het moeilijker dan ik. Jij woonde van je 10e tot je 14e in dat tehuis (..) Ik werd ook gestompt en gepest (door de medepupillen) maar niet zo erg als jij.’ Kagie: ‘Dat is de waarnemer in mij, maar ik heb juist geprobeerd om het zo persoonlijk mogelijk op te schrijven.’
‘Ik heb me wel eens afgevraagd: hoe zou mijn leven zijn verlopen als ik thuis was blijven wonen? Misschien was ik dan blijven hangen in het arbeidersmilieu in Den Haag, misschien was ik dan geen journalist geworden. Ik heb mijn hele jeugd gedacht dat ik in de verkeerde film terecht was gekomen. In mijn twintiger jaren dacht ik eindelijk: het leven is nu. Ik schrijf al sinds 1972 voor Vrij Nederland en daarnaast heb ik rond de dertig boeken geschreven – en de ideeën zijn nog steeds niet op. Het heeft even geduurd, maar ik heb het leukste leven dat er is.’


——-

Bekijk meer van

vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.