Wetenschappelijke Raad: ‘Overheid moet snel werk maken van nieuw mediabeleid’
De overheid zou het liefst "morgen" al van start moeten gaan met het opstellen van nieuw mediabeleid om er zorg voor te dragen dat de waakhondfunctie van de journalistiek in de democratie niet verder in gevaar komt. Ondanks dat de journalistiek een "opmerkelijke veerkracht heeft laten zien in de afgelopen twee decennia", met alle online veranderingen die zich hebben voltrokken, staat die functie onder grote druk, stellen onderzoekers van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport 'Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies', dat vandaag is gepresenteerd. "Er bestaat een constellatie aan bedreigingen", aldus Catrien Bijleveld. Daarom komt de WRR met vier aanbevelingen.
In de marge
De informatiesamenleving is in de afgelopen decennia door twee grote ontwikkelingen behoorlijk op de schop gegaan. WRR noemt het de “platformisering van de online publieke ruimte”. Het komt er op neer dat grote mondiaal opererende platformbedrijven de dienst uitmaken en journalistieke media in een gestaag proces steeds meer naar de marge worden verdrongen.
Digitalisering en de platformisering hebben geleid tot een nieuw speelveld voor journalistieke media. En daaraan kleven “grote risico’s” voor de democratie, aldus Catrien Bijleveld. Want dat het mediasysteem de democratie versterkt, is al lang geen vanzelfsprekendheid meer, zo is in het ruim 200 pagina’s tellende rapport te lezen.
Een zorgwekkende constatering is bijvoorbeeld dat hoewel journalistieke media meer en anders zijn gaan produceren, het journalistieke aanbod desondanks een steeds kleiner deel uitmaakt van het totale, sterk toegenomen informatieaanbod. De vindbaarheid en het bereik van journalistieke merken neemt af. “Daarvan stellen wij, daar moet je aan sleutelen, zodat er een gelijker speelveld ontstaat tussen de commerciële partijen enerzijds en de journalistieke media anderzijds,” aldus Alyt Damstra.
Nieuw mediabeleid is volgens de WRR noodzakelijk om de democratische functies van media opnieuw te borgen. Die drie democratische functies zijn: het informeren van de samenleving, het controleren van de macht en een forum bieden aan verschillende ideeën, opinies en perspectieven die in de samenleving rondgaan. Het ‘oude overheidsbeleid’, “waarbij de overheid acteert vanuit de oude infrastructuur” en daarbij voortbouwt “op niet meer passende kaders, die ze aanvult met telkens nieuwe regels, vooral waar het de regulering van platformbedrijven betreft”, past niet meer, concludeert de Raad.
Europese wet-regelgeving gebruiken
De Nederlandse overheid moet daarom volgens de onderzoekers zo snel mogelijk gebruik maken van Europese wet- en regelgeving die er nu al ligt. “Het Europese pakket wat we hebben is niet volmaakt. Maar in onze ogen is het het beste wat we nu hebben en in potentie heel impactvol,” aldus Damstra. “Alleen dan is het noodzaak dat de nationale regering daar echt nu met voorrang prioriteit aan gaat geven.”
Overnames, transparantie van algoritmen bij platforms en de aanpak van haatzaaien zijn daarbij volgens de WRR belangrijke aandachtspunten.
Ordenen van informatie
Een tweede aanbeveling is het prominent zichtbaar en goed vindbaar te maken van belangrijke informatie. Vooral commerciële bedrijven sturen wat we zien, vertelt Erik Schrijvers tijdens de presentatie. Een voorbeeld dat hij geeft is dat de eerste zoekresultaten die je ziet, niet de resultaten zijn met de beste informatie, of de meest betrouwbare informatie. Het zijn ook vaak niet de originele bronnen, maar dat zijn de resultaten waar het beste een advertentie bij past.
“Dat is een vorm van ordenen van informatie. Een andere vorm is de knop op de afstandsbediening die rechtstreeks toegang geeft tot Netflix.” Allemaal onderwerpen waar volgens de projectcoördinator opnieuw over nagedacht moet worden.
Versterken lokale en regionale journalistiek
De derde aanbeveling die de WRR geeft is de lokale en regionale journalistiek versterken. Een van de onderdelen is het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op de toekomst van de lokale en regionale journalistiek, waarbij de democratische functies van lokale en regionale media centraal staan. En waarbij de focus op traditionele distributiekanalen en infrastructuren wordt losgelaten, want die is immers door digitalisering en de platformisering veranderd.
Daarnaast adviseert de WRR een neutraal financieringsmodel voor lokale en regionale journalistiek dat voorbij gaat aan het traditionele onderscheid tussen private en publieke aanbieders en de journalistiek integraal ondersteunt.
De concurrentie tussen private en publieke media wordt ook hier tijdens de presentatie aangestipt. “Wij constateren, en baseren ons daarbij ook op wetenschappelijk onderzoek, dat idealiter een gemengd systeem eigenlijk de beste kaarten heeft voor een pluriform en ook een hoogwaardig aanbod,” aldus Alyt Damstra.
“Op lokaal niveau zie je nu bijvoorbeeld een situatie waarin onbedoeld met initiatieven om lokale media te versterken, de private spelers het heel moeilijk krijgen. Omdat die publieke omroepen meer ondersteuning krijgen. En daarvan zegt de WRR: doordenk nou hoe je die journalistiek in de brede zin, dus dan heb je het weer over een gemeentesysteem waarbij zowel publieke als private spelers van waarde zijn, hoe je het in de brede zin kan versterken.”
Schrijvers vult aan: “Maar we vinden ook echt dat er een groter probleem is dan de concurrentie tussen die beide spelers. En dat is de concurrentie van deze spelers samen in dat nieuwe mediasysteem. Dat is toch echt de grote thematiek van het rapport.”
De lokale en regionale journalistiek kan verder volgens de Raad, behalve financieel, ook infrastructureel versterking krijgen, om de lokale productie te stimuleren en vergemakkelijken. WRR stelt ook voor dat de mogelijkheid wordt onderzocht om onafhankelijk en feitelijk gecheckte informatie aan lokale journalistieke media beschikbaar te stellen.
Verantwoordelijkheid gebruikers
Een opvallende rol in de laatste aanbeveling van de WRR is weggelegd voor de gebruiker. Want die moet volgens de Raad verantwoordelijkheid nemen voor hun rol en positie in het nieuwe mediasysteem. Tot nu toe is het beleid van de overheid erg gericht geweest op mediawijsheid. En dat gaat uit van de burger als consument en mogelijk als slachtoffer van bijvoorbeeld misinformatie.
“Je bent niet alleen maar consument in dit systeem. Je bent actor,” aldus Catrien Bijleveld. “Jij draagt bij aan wat er gebeurt in die online publieke ruimte. Dus realiseer je dat je een zelfstandige verantwoordelijkheid hebt.”
Rol overheid
Ook de overheid heeft in de verantwoordelijkheid van de gebruiker een rol. Want “verantwoord gebruik van media geldt in het bijzonder voor actoren die een zichtbare, publieke of anderszins belangrijke rol spelen in de openbare informatievoorziening en het publieke debat”. Daarom adviseert de Raad ook dat de gedragsregels voor politici en politieke partijen in het licht van de digitalisering van politieke communicatie geactualiseerd worden. Politici hebben immers een voorbeeldfunctie.
“Ze dienen daarom allereerst terughoudend te zijn met het gebruik van informatie die afkomstig is van sociale media, en die geen duidelijke, betrouwbare bron heeft. Zij hoeven geenszins kritiekloos informatie over te nemen van gezaghebbende instituten, maar hebben wel een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van gegevens die als feiten gelden.”
“Van partijen met een publieke taak, zoals de overheid, mag verder verwacht worden dat ze voorkeursbeleid ontwikkelen ten aanzien van de platforms en kanalen die ze voor hun communicatie gebruiken, zowel intern als extern. In de huidige discussie over het socialemediagebruik domineren argumenten over nationale veiligheid, en misstanden als discriminatie, desinformatie en haatzaaien. Een positievere benadering is wenselijk, waarbij geredeneerd wordt vanuit de waarden die van belang zijn in de communicatie tussen overheid en burger.”
Er komt op een later moment nog een reactie op het rapport van de minister van OCW.


Praat mee