— donderdag 19 mei 2011 11:15 | 8 reacties , praat mee

Journalistieke prijzen? M’n zolen!

Ik beken: ik ben een beklagenswaardige sukkel. Al zo’n drie decennia doende in de professionele journalistiek en voor al dat geploeter nog nimmer een prijs gekregen. Geen vetleren medaille zelfs. Maar deze sukkel bevindt zich daar wel bij. Weg met de journalistieke prijzen.

Laatste wijziging: 27 mei 2011, 16:59

Zonder prijs moet je in journalistiek Nederland wel een ongelooflijke kneus zijn. Ga maar na: nog zonder de vele subcategorieën kent het lieve vaderland liefst honderd (!) prijzen voor schrijvende en fotograferende journalisten.

Maar eerst moet ik een misverstand wegnemen. Ik schrijf dit stukje niet uit rancune, ik voel me geenszins miskend en op collega’s die prijzen in de wacht hebben gesleept of dat nog zullen doen, ben ik niet jaloers. Sterker nog: wie een journalistieke prijs wint en zich daarover verheugt, gun ik lof en blijdschap van harte.

Wel moet ik bekennen dat de toenmalige hoofdredactie van Haarlems Dagblad/IJmuider Courant me vele jaren geleden (met enkele collega’s, want het betrof een collectieve inspanning) heeft voorgedragen voor zo’n loftuiting. Helaas kan ik niet meer zeggen voor welke productie dat was, maar dat zegt misschien iets over het belang dat ik aan de competitie hechtte. Hoe het ook zij: we wonnen niet. Naar eer en geweten kan ik melden dat ik dat een hele opluchting vond.

Waren we wel onderscheiden, dan had ik me daarmee vast geen raad geweten. Historici hebben terecht een barre hekel aan wat-als-vragen. Maar wat nu als we destijds wel waren gelauwerd? Gesteld voor het dilemma de prijs in ontvangst te nemen of liever thuis een kop koffie of een biertje te drinken, had ik vermoedelijk voor het laatste gekozen.
De verklaring is nogal simpel: al voordat mijn naam voor het eerst op de loonlijst van een mediabedrijf verscheen (in mijn geval het ANP) kreeg ik pukkeltjes van journalistieke prijzen.
Ik kom daarop doordat ik in NRC Handelsblad van 12 april de mooie necro las die Mark Kranenburg en Hubert Smeets wijdden aan het journalistieke bestaan van Joep Bik. Met de al dan niet verborgen meningen in Biks stukken was ik het vrijwel altijd oneens, maar zijn aanpak heeft me bekoord: veel feiten, analytisch, goed geschreven. Zijn stukken hielpen me aan munitie voor mijn eigen mening. Zulke stukken, daar had je wat aan.

En wat memoreerden Smeets en Kranenburg tot mijn vreugde in die necro? Dit: ‘Het maakte hem (Joep Bik, RF) in die periode een zeer invloedrijk journalist op het Binnenhof. Het lag voor de hand dat hij toen of later de Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek zou hebben gekregen, Maar hij wilde die eer niet. Hij was, zo schreef hij de jury ooit, “geen voorstander van prijzen voor journalisten” en wilde “daarom liever geen kandidaat zijn”.’

Hulde voor Bik! Ook ik zie ik journalistieke prijzen niets. Niet eens omdat het najagen daarvan kan leiden tot ontsporingen – zie de verzonnen verhalen van Janet Cooke voor The Washington Post die in 1981 zomaar een Pulitzer Prize waard bleken. Ik zie in prijzen voor journalisten domweg niets, omdat onze eer ergens anders moet liggen.
Wie een schandaal onthult, doet daarmee zijn lezers een plezier. Zo hoort het althans te zijn. Wie een prachtdocumentaire maakt of een fantastische reconstructie in elkaar sleutelt, biedt lezers, luisteraars of kijkers handvatten om in de samenleving iets te doen – al was het maar stemmen op de ene partij of juist een andere partij die stem onthouden.

Wij werken niet voor prijzen (soms regelrecht toegekend door belangengroepen) of voor vakgenoten, wij doen dat voor ons publiek – althans behoren dat te doen. Natuurlijk is het leuk van je baas of directe collega’s eens een pluimpje te krijgen. Maar laat het dan bij dat informele pluimpje blijven. In vredesnaam geen prijzen, geen klatergoud, geen Tegels – hoe goed bedoeld ook.

Collega’s, laten we ongegeneerd trots staren naar het knipsel met een stukje van eigen hand, naar het beeld van eigen makelij of luisteren naar onze eigen prachtopnames. Maar laten we ons realiseren dat ijdelheid nog nooit tot betere journalistiek heeft geleid. Dus laten we zo’n product van eigen hand na enig trots gezwijmel opbergen en beginnen aan nieuwe producties die ons publiek een handje helpen.

Ronald Frisart

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

8 reacties

J.C. Roodenburg, 19 mei 2011, 18:00

Mooie opmerkingen. Na de vroegere Prijs voor de Dagbladjournalistiek is er een enorme inflatie ontstaan aan journalistieke loftuitingen.

harald de haas, 20 mei 2011, 08:14

Ik neem aan dat J.C. Roodenburg ook de prijzen voor beste interview(er)bedoelt. Goede interviews ontstaan in negen van de tien gevallen bij de gratie van de geïnterviewde, die bereid is opmerkelijke uitspraken te doen. Neemt hij/zij zich voor met de handrem op te praten, dan staan ook de zogenaamde topinterviewers met lege handen. Dat zouden de ijdele interviewers zich (meer)moeten realiseren in plaats van al te nadrukkelijk op de voorgrond te treden.

Olivier, 20 mei 2011, 13:21

Tsja, misschien wel typisch het commentaar van iemand die nooit iets heeft gedaan dat in aanmerking is gekomen voor een prijs. Want hoe nobel de gemeenteraad in IJmuiden volgen is of Reuters kopij bewerken, het is niet direct iets dat een prijs rechtvaardigt. Laten we eerlijk zijn; iedereen heeft wat te mopperen op prijzen tot hij er zelf eentje wint. En zolang dat niet de Pfizer prijs voor beste verhaal over medicijnen is, of iets dergelijks, mag dat ook. Want is ijdelheid niet een prima drijfveer om het in dit vreemde vak uit te houden?

Jurgen Sweegers, 21 mei 2011, 08:20

Die laatste reactie van Olivier geeft precies het probleem met de prijzen weer. Het politieke handwerk wordt niet gewaardeerd, wel psychologisch getinte interviews met Zogenaamd Interessante Personen, zolang daar ten minste na lang hangen en wurgen een quote uitkomt die enigszins controversieel is. Overigens zou er vooral gekortwiekt moeten worden in het aantal prijzen in de kunstsector en prijzen die door leden van het koninklijk huis uitgereikt worden, vooral als daar publieke geld mee gemoeid is. “De appeltjes van Oranje”, laat me niet lachen. Dat media daar überhaupt verslag van doen.

Jurgen Sweegers, 21 mei 2011, 08:21

Ik bedoelde: het journalistiek handwerk.

Luc, 21 mei 2011, 09:21

@harald - Eens! Voor elke interviewer geldt: enige nederigheid is gepast. Onderdruk in je grenzeloze ijdelheid, cq zucht naar erkenning de neiging om jezelf belangrijker te maken dan de geïnterviewde.

Olivier, 22 mei 2011, 10:24

@Jurgen… Ik heb niks tegen eerlijke journalisitieke arbeid zoals het verslaan van commissies en het bewerken van Reuters kopij waarmee collega Frisart en velen van ons een loopbaan vullen. Maar daar hoef je toch geen prijs voor te winnen? Dat is zoiets als een beker uitreiken aan de nr 299 op de marathon alleen omdat hij hem heeft uitgelopen.

Ik ben het overigens wel eens met Frisart dat er wel erg veel prijzen zijn. Velen ook nog ingesteld door tamelijk aparte organisaties. Zoals de Pfizer prijs voor verhalen over medicijnen. Liefst waarschijnlijk die van ehh… Pfizer. Zou er niet al te trots op zijn om die te winnen.

Maar het principe van een prijs is weinig mis. Waarom niet echt bijzondere prestaties belonen? Tuurlijk heeft zoiets een inteelt karakter, maar nou en? Ik denk anders dan Frisart schrijft dat het niet direct hoeft aan te zetten tot mensen die namaak verhalen gaan schrijven alleen om aan die prijs te komen. Het zal best eens zijn gebeurd, maar de uitzondering bevestigt hier niet de regel. Als je kijkt naar de Pulitzer dan hebben ook genoeg geweldige auteurs die gewonnen. 

Uitgangspunt van een paar goede prijzen zou trouwens wel moeten zijn dat alle media een kans krijgen. En dat het niet een groot oh wat zijn de kwaliteitsmedia toch geweldig feestje wordt. Bij De Tegel zag ik de afgelopen jaren maar spaarzaam andere winnaars als NRC, Volkskrant en NOS terwijl er op andere plekken genoeg goede dingen gebeuren.

k.beckmans, 23 mei 2011, 10:35

Sommige journalistieke prijzen ga je pas echt waarderen als je ze zelf gewonnen hebt en weet wat je ervoor gedaan hebt om die prijs in de wacht te slepen.
Zo ben ik zelf Nederlands kampioen geweest bij de journalisten op de fiets… En die trui, ha, die koester ik.