Journalistiek moet eigen vak hoog houden
Van Britse afluisterschandalen tot het op straat gooien van mails van politici: journalisten brengen zelf schade toe aan hun vak, meent Hella Liefting, vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ).
Wij journalisten zien onszelf graag in onze meest verheven vorm: die van waakhond van de democratie. Via de media krijgt het publiek inzicht in de werking van de macht in de samenleving, en kan zo beoordelen of dat een beetje naar behoren gaat. Dat houdt de instituties scherp, want ze worden gedwongen tot transparantie en zelfreflectie. Het publiek is gebaat bij journalisten die de juiste vragen stellen, zich onafhankelijk opstellen en zich geen zand in de ogen laten strooien.
In een tijd waarin het nieuws via allerlei media de hele dag langs komt denderen, is het prettig als er vakmensen zijn die weten hoe je hoofd- en bijzaken, waarheid en flauwekul, zin en onzin van elkaar kunt onderscheiden. Hoe meer informatie er rondgaat, hoe groter de behoefte aan professionele journalisten die kunnen selecteren, valideren en in relevante context plaatsen. Zo bekeken is er een gouden toekomst voor de journalistiek. Mits de beroepsgroep zelf ook waakt over de normen en waarden van de eigen beroepsuitoefening.
Recente mediahypes hebben weer eens duidelijk laten zien hoe die normen en waarden onder druk staan. Van de afluisterschandalen in Groot-Brittannië tot het op straat gooien van de mails van Mariko Peters, van het jagen op een tienermoeder tot de onderbroekfoto’s van Amerikaanse senatoren: in alle gevallen is de vraag gerechtvaardigd of de journalisten die erbij betrokken waren, zich niet even achter het oor hadden moeten krabben, en eerlijk moeten nadenken over de echte beweegredenen achter publicatie. Nadenken over de mogelijke effecten op het lijdend voorwerp had wellicht ook geen kwaad gekund.
Niet vanuit ethisch besef, op dat glibberige pad begeef ik me niet. Het gaat mij om universele ambachtelijke waarden. De bestaande (gedrags)codes voor journalistiek werk zijn allemaal een beetje verschillend, maar vallen toch op door hun overeenkomsten. Of het nou gaat om de code van Bordeaux uit 1954 of het redactiestatuut van de BBC, het komt allemaal neer op niet liegen, eerlijk berichten, goed controleren, je niet laten omkopen, niet lasteren en niet stelen. Dat journalisten daar dagelijks en masse de hand mee lichten is een uitholling van het vak zelf, nog los van het morele oordeel dat je daarover kunt vellen. Door deze elementen van goed vakmanschap te negeren breng je schade toe aan de professie zelf en daarmee aan het aanzien en het bestaansrecht van de hele beroepsgroep.
En die staat al genoeg onder druk. Iedereen heeft continu toegang tot informatie op maat, en is als getuige ook in staat meteen verslag te doen. Journalisten hebben haast. Door de toegenomen concurrentie en tijdsdruk is de eerste berichtgeving niet zelden slordig en ongecontroleerd. Het nieuws zo snel mogelijk brengen is zwaarwegender dan nog even een extra bron zoeken. Meer jachthonden dan waakhonden dus. De snelheid versterkt een andere trend: we doen het met getuigen, passanten, vox populi. Nieuws is steeds vaker opinie, steeds vaker persoonlijk en steeds minder feitelijk. En zie een eenmaal gevestigd beeld, hoe gekleurd en weinig feitelijk ook, maar weer eens bijgebogen te krijgen.
De beroepsgroep is door al die incidenten veel krediet kwijtgeraakt. Om dat tenminste gedeeltelijk terug te verdienen moeten journalisten zelf het debat over hun ambachtelijke principes durven voeren. Anders wordt het niks met die gouden toekomst.
De NVJ voert in eigen kring al geruime tijd een discussie over de criteria van goed vakmanschap in de journalistiek. Ze belegt dit najaar een werkconferentie over het onderwerp.
Het komt allemaal neer op niet liegen, eerlijk berichten, goed controleren.
Dit opiniestuk werd ook gepubliceerd in Trouw, 15 augustus
Hella Liefting is vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten


Praat mee
9 reacties
Janh55, 16 augustus 2011, 16:56
Ik zit 38 jaar in de journalistiek en ben, mezelf meegerekend, aan het werk met de derde generatie journalisten. Allemaal discussiëren ze met passie over hun vak, over de normen, de waarden en de ethiek. De passie is dezelfde; de normen, de waarden en de ethiek zijn inmiddels drie keer opgerekt.
Ik ben nog maar zelden een collega tegengekomen die niet af en toe last had van opgerekte principes. Het is van alle tijden.
Nieuw in vergelijking met vroeger is wel dat discussies steeds vaker worden beëindigd met de woorden: maar ja, van principes kun je niet eten.
De vraag is waar de discussie over moet gaan. Moet die gaan over de moraal van de beroepsjournalist. Of moet die gaan over uitgevers en omroepbazen die als generaals vanuit hun tent de journalisten het slagveld in sturen om zich te offeren voor kijk- en luistercijfers, oplages en - vooral - pageviews. Waren zij vroeger bewapend met een kladblok, tegenwoordig komen daar een openameapparaat, een camera en een smartphone om te twitteren bij.
Cijfers hebben de leiders nodig hebben om adverteerders en subsidienten te imponeren ten opzichte van het groeiende leger concurrenten. Geldschieters die nodig zijn om het medium en de werkgelegenheid in stand te houden.
Ik vind het duivels dilemma en vraag me af op welk punt je de discussie moet oppakken.
Vincent Verweij, 17 augustus 2011, 15:47
Onzinnig om de Britse afluisterpraktijken op èèn lijn te zetten met de openbaarmaking van emails van Mariko Peters. In het eerste geval ging het om een systematische, ongerichte inbreuk op de privacy, om daar systematisch primeurs mee te kunnen scoren. In het geval Peters betreft het een incidenteel geval van slechts enkele, gerichte mails, die journalistiek van belang waren om aan te kunnen tonen dat er sprake was van een relatie tussen Mariko en Robert. Omdat die relatie er was, was er ook sprake van (schijn van) belangenverstrengeling bij de subsidie-aanvraag. Publicatie van die mails was dus causaal en relevant.
Olivier, 17 augustus 2011, 21:36
Helemaal eens met Vincent. Wat een ongelooflijk ongelukkig gekozen vergelijk. Over afluisteren kan je kort zijn. Dat kon niet, kan niet en zal nooit kunnen. Het is een schending van iemands privacy die volgens de wet niet mag en die zo doelgericht fout is dat je ook met boerenverstand aanvoelt dat het gewoon niet kan. Bovendien was het materiaal dat uit die gesprekken kwam vaak van niveau huilende celeb om verloren liefde. Kwaad woog dus helemaal niet op tegen baten.
In het geval van onze GroenLinks mevrouw ligt het anders. Het is materiaal dat niet actief uit de mailbox van Peters is gehaald door een journalist. Althans voor zover we weten. Het is doorgespeeld en gebruikt omdat het raakt aan een belangrijk principe. Dat we mogen verwachten dat ambtenaren besluiten over geld op basis van objectieve criteria. Daar mag je na het lezen van zulke mails op zijn minst aan twijfelen. Dat wilde HP - terecht lijkt me - aan de kaak stellen. Kwaad weegt dan volgens mij absoluut op tegen wat je ermee bereikt. Namelijk controleren van macht.
Wat me persoonlijk heel erg stoort aan het betoog en de reactie van Jan is de suggestie dat het vroeger allemaal zo geweldig was. Dat alle journalisten ethisch waren en veel betere research deden.
Ik vraag me heel eerlijk af of dat zo is. Ja, de wereld is enorm veranderd sinds de komst van internet en sociale media in het bijzonder. Informatie gaat sneller rond en we moeten daar als journalisten verantwoord mee omgaan. Maar we moeten niet zoals sommigen suggereren net doen alsof het er niet is. We leven als journalisten niet op een eiland en moeten deze informatie verantwoord gebruiken.
J.C. Roodenburg, 18 augustus 2011, 14:49
Er is niets nieuws onder de zon. Onder de journalisten, ook de leden van de NVJ, zitten altijd onbetrouwbare sujetten. Consequent goed opleiden kan dat nog voor een deel voorkomen.Laat om te beginnen ‘de reaguurders’ voor hun eigen naam uitkomen. Of laten zij zich verhuizen naar onbetrouwbare journalistieke sites als GeenStijl.
Petrus Gerardus, 20 augustus 2011, 16:47
Het is altijd goed om de morele principes te bewaken in de journalistiek. Maar journalisten moeten er ook voor waken dat zij niet alleen voor het “scoren” en de “hypes” alleen komen opdagen. Dat wekt fouten in de hand en verraad een gebrek aan professionaliteit met gedegen vakkennis over het onderwerp.
En het is zeker ook waar dat er daardoor onschuldigen worden veroordeeld alleen omdat de feiten en/of beschuldigingen onvoldoende worden gecontroleerd. Liever zie ik dat de journalist zijn of haar werk goed en gedegen doet en de codes in acht neemt. Zelfreflectie is altijd noodzakelijk. Niet alleen voor de journalist, maar ook voor de Hoofdredactie.
Dat het soms echt mis gaat weet ik uit ervaring. Een voorbeeld: Ik heb mij al 25 jaar gespecialiseerd in de Katholieke Kerk, weet veel ins- en outs (tot in de diepste delen van de keuken om het maar zo even te zeggen) maar wat mijn schrijvende collega’s in de papieren kranten en de televisie ervan maken is echt onvoorstelbaar. Ik vraag mij wel eens af of ze ooit goed onderzoek hebben gedaan en het verhaal goed begrepen hebben waarover ze schrijven. En dan heb ik het nog niet over de Code van Bordeaux.
Persoonlijk vind ik dat iedereen een eerlijke kans moet krijgen zijn hoor en wederhoor te geven. Helaas is de praktijk zo verworden dat tegenwoordig alleen de kritiek op het instituut - die klakkeloos wordt overgenomen - wordt gepubliceerd, maar een fatsoenlijke wederhoor zie je vrijwel nooit. En daar moeten we eens van af.
Hella Liefting, 21 augustus 2011, 10:10
Mooi dat mijn oproep tot zelfreflectie onder journalisten tot reactie leidt. Dat wilde ik bereiken, zeker nu ik deel uitmaak van een groep die de NVJ-conferentie over het onderwerp kwaliteit en vakmanschap aan het voorbereiden is. Hoe meer inzichten vanuit de beroepsgroep daarin een rol spelen, hoe beter de conferentie. Vragen zoals Kees Schaepman stelt, en die helemaal niet gemakkelijk te beantwoorden zijn, horen daar thuis. Een ander substantieel onderdeel is het onderzoek dat NVJ-bestuurslid Tony van der Meulen onder een smaldeel van journalistieke beleids-en smaakmakers over het onderwerp kwaliteit heeft gehouden.
Overigens trek ik geen vergelijking tussen Peters en NotW. Ik deel de opvatting dat het om verschillende zaken gaat. Ik heb in een zin vier recente kwesties opgesomd met als verbindende schakel dat ze tot vragen over journalistiek handelen hebben geleid. Dat is iets anders dan zaken op een lijn plaatsen, laat staan ze met elkaar vergelijken.
Olivier, 22 augustus 2011, 09:30
@Petrus… Ik begrijp en deel je punt dat wanneer je specialist bent op een een gebied je kan zien dat de collega’s niet alleen maar briljante prestaties neerzetten. Om het eufemistisch te zeggen. Maar ik vind je punt wat betreft hypes etc een beetje sleets.
De suggestie is tegenwoordig dat journalisten alleen nog maar van hypes zijn. Een groot verschil met vroeger. Maar is dat op zichzelf niet weer een hype, binnen de beroepsgroep. Volgens mij verdringen journalisten zich al vele decennia om wat dan het nieuws van de dag is. Of het nou een opvallende moord, de eerste vlucht van Fokker rond de kerk in Haarlem of de borsten van Georgina Verbaan is. Dus opnieuw, laten we niet doen alsof het vroeger zoveel beter was.
Ja er zijn hypes en de omloopsnelheid daarvan wordt hoger nu we als beroepsgroep het monopolie op de openbaarheid kwijt zijn. En ja, als journalist moet je niet klakkeloos achter alles aanhollen. Maar dat je het verhaal van de dag vertelt; dat is voor een belangrijk deel ons werk. Want laten we het ook niet meer verheven maken dan het is. Mensen houden van verhalen en uiteindelijk is journalistiek niet meer dan interessante verhalen vertellen. Of een poging wagen tot…
Edwin Decker, 28 augustus 2011, 16:47
Volgens de auteur is ethisch besef iets anders dan “universele ambachtelijke waarden”. Volgens mij is dit niet correct. Al die journalistieke codes, al die leidraden vormen samen het beeld van de normen, waarden en principes van de journalistiek - en waar ‘goede’ journalistiek aan zou moeten voldoen.
Het gaat om nastrevenswaardig gedrag, ergo: (beroeps)ethiek.
Voor sancties hebben we wetten en rechters.
Voor ethiek ons eigen besef, onze ‘concullega’s’ en vooral de lezer/kijker/luisteraar. Verantwoording afleggen op het ethisch vlak. Ik heb er behoefte aan dat media dit meer, duidelijker en liefst ook uit zichzelf zouden doen.
J. Hartman, 31 augustus 2011, 15:22
Als opgeleid journalist heb ik geleerd dat journalisten de “luizen in de pels” van bestuurders zijn en hiermee een belangrijke maatschappelijke functie hebben. Dat de pen machtiger is dan het zwaard. Dat het als mens onmogelijk is om volledig objectief te zijn, maar je dat als journalist zo goed mogelijk benadert. Dat hoor en wederhoor regel nummer 1 is. En dat je geloofwaardigheid je het meest lief is van alles. Als media-onderzoeker merk ik inderdaad dat dit streven van journalisten niet altijd wordt gehaald.
Volgens Liefting is de toegenomen werkdruk van journalisten de grote boosdoener van de teruglopende kwaliteit van het vak: “Het nieuws zo snel mogelijk brengen is zwaarwegender dan nog even een extra bron zoeken”. Van waakhond van de democratie naar jachthond. Daarnaast is nieuws volgens haar steeds vaker opinie, steeds vaker persoonlijk en steeds minder feitelijk. En hierdoor ziet zij de mogelijk gouden toekomst in gevaar komen.
Terecht denk ik. Als kwaliteit niet is gegarandeerd, behoud en creëer je geen publiek. Maar wat naar mijn mening ontbreekt in het stuk van Liefting is waarom journalisten druk voelen. Is dat omdat lezers en kijkers ander nieuws willen dan in de jaren ’50 (meer sensatie, minder feiten), of is het omdat kijkers en lezers niet langer bereid zijn te betalen voor journalistiek van een kwaliteit die je ook gratis kunt krijgen?
Dat de journalistiek nu op het punt is gekomen waarbij het “normaal” is dat een redacteur 8 artikelen per dag schrijft, waarbij hij/zij met wat geluk nog net tijd heeft om een quote bij een ANP-bericht te bellen, vind ik heel erg. Maar misschien vind ik de verontwaardiging die bestaat onder journalisten over het feit dat het zo slecht gaat met het vak nog wel erger. “Concurrentiedruk” en “verandering van nieuws” zijn zaken die journalisten zelf hebben gecreëerd en daar kunnen zij zelf ook iets aan doen. Als mensen vaker nu.nl lezen dan een krant, zegt dat veel over de toegevoegde waarde van die krant. Namelijk te weinig om €1,20 aan te besteden. Daar zou de journalistiek zich op moeten focussen.
De weg naar de “gouden toekomst” van de journalistiek die Liefting beschrijft, waarbij journalisten vooral informatie filteren en in een context plaatsen, lijkt ook mij de weg die het vak zou moeten volgen. Alleen op die manier krijgt het vak in onze informatiemaatschappij opnieuw een waarde. En dat journalisten zich daarbij aan hun eigen statuten moeten houden, daar zou niet eens discussie over moeten zijn!