Journalisten over hun positie op de arbeidsmarkt (aflevering 6). Cécile Koekkoek roept op: ‘denk aan de nieuwe generatie’
Cijfers over de journalistieke arbeidsmarkt zijn hard nodig. De NVJ doet onderzoek binnen de NVJ Arbeidsmarktmonitor. Villamedia is benieuwd naar de journalistieke praktijk. Daarom vroegen we negen journalisten uit drie generaties naar hun positie op de arbeidsmarkt. De groep tussen de 35 en 50 jaar. Hoe kijken zij, in het spitsuur van hun leven, tegen hun werk aan? Voor aflevering 6 sprak Chris Helt (42) met Cécile Koekkoek (52).
Na haar studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de UvA ging Cécile Koekkoek (52) bij de VARAgids werken, waar ze onder meer de positie van eindredacteur en later hoofdredacteur vervulde. Ze presenteerde daarnaast op de radio, schreef meerdere boeken en werkte bij Pauw en DWDD. Sinds 2021 is ze chef Sport & Media bij de Volkskrant.
‘Ik heb veel verschillende dingen gedaan. Als hoofdredacteur van de VARAgids kon ik er ook andere dingen naast doen. Ik maakte bijvoorbeeld interviews voor Esquire. En ook wel radio- en televisiedingen.
En omdat ik interesse heb in voetbal ben ik tussen mijn 35ste en 40ste de excuustruus van het voetbal geweest. Want vrouwen die van voetbal houden, die bestaan kennelijk niet. Dat was wel tijdens mijn hoofdredacteurschap.
Ik heb ook altijd achter de schermen voor tv-programma’s gewerkt. Ik heb één keer geprobeerd om het voor de schermen te doen. Meer om te kijken of ik het interessant vond. Ik wilde dat uiteindelijk absoluut niet. Dat iedereen iets van je vindt lijkt me gewoon gruwelijk.
Ik werkte twintig jaar in vaste dienst. Bij de VARAgids voelde ik me veilig. Alles was geregeld. Toch vond ik dat een stap moest maken. Die redactie was bijna een soort familie. Dat kan je ervan weerhouden om iets nieuws te gaan doen.
Ik wist al heel lang dat ik ooit bij de Volkskrant wilde werken. Maar ik moest kennelijk eerst bij DWDD werken om in aanmerking te komen. Maar het is gelukt en ik ben hier heel gelukkig.
Ik denk dat ik ooit nog wel een overstap zal maken. Ik ben gewoon ambitieus. Inmiddels heb ik zoveel ervaring dat ik die nog weleens ergens anders wil inzetten. Ik bemoei me graag overal mee. Misschien op een andere redactie van de krant. Maar dat is nu absoluut niet concreet.
Ik heb de neiging om jonge mensen ergens bij te betrekken omdat ik daar zelf veel van leer. Ik wil niet iemand worden die zegt: vroeger was alles beter. Het is waardevol om mensen op te leiden en ze kansen te geven. Als je mensen vertrouwen geeft dan krijg je daar ontzettend veel voor terug. Ik vind het geweldig als je iemand ziet groeien. De meeste jonge mensen, dat moet ik ze echt nageven, staan heel erg open voor feedback. Natuurlijk vinden ze het spannend een stuk terug te krijgen waarin allerlei dingen zijn aangepast. Maar mijn ervaring is dat ze meestal dankbaar zijn omdat ze daar echt iets van leren.
Daan Dijksman ontfermde zich op eenzelfde manier over mij toen hij hoofdredacteur van de VARAgids was. Ik sprak hem laatst op een borrel ter gelegenheid van de verschijning van het Buis en Haard-boek. Ik zei: “Daan, ik heb alles aan jou te danken”. Hij mompelde een beetje ongelovig: “Is dat wel zo?” Daan zag iemand in mij die zou kunnen interviewen en heeft me gewoon in het diepe gegooid. Dat ene moment dat iemand tegen je zegt: ga het maar doen. Daar heb je de rest van je leven iets aan.
Over journalisten die tot ver na hun pensioen doorwerken, denk ik vaak: stop nou gewoon. Vooral als het om columnisten gaat. Denk aan de nieuwe generatie. Je moet niet wat jij vindt afzetten tegen wat zij vinden. Verlos jezelf van die houding: “vroeger was alles beter.”’


Praat mee