anp banner november

— vrijdag 25 juli 2014, 11:01 | 0 reacties, praat mee

Journalisten houden schnabbels liever voor zichzelf

Journalisten houden schnabbels liever voor zichzelf, laat een rondgang langs verschillende media zien. Alle media-organisaties letten op dat hun vaste medewerkers en vaak ook hun freelancers niet bijklussen of alleen als het hun functioneren niet belemmert. Een openbaar register, daar voelen de meeste media niet voor. Marcel Gelauff (NOS Nieuws): “Ik vind het opwerpen van de vraag al vreemd. Het is niet aan de NOS om openbaar te maken wat onze mensen aan nevenactiviteiten doen, maar aan de betrokken journalist en zijn andere opdrachtgever om al dan niet transparant te zijn.''

Journalisten, vooral freelancers, werken vaker en soms voornamelijk voor niet-journalistieke opdrachtgevers. Om het hoofd boven water te kunnen houden, of extra vakantie. Moeten ze de opdrachtgevers openbaren, zodat transparant wordt wiens brood ze eten?

Binnen de club van onderzoeksjournalisten VVOJ is een register van nevenactivitgeiten voor de leden ter discussie gesteld. En de Volkskrant stelde het schnabbelen van journaallezeres Astrid Kersseboom aan de kaak. Van politici noteren we bijbanen en de omgang met ‘bonnetjes’. Wetenschap ligt onder ons vergrootglas van integriteit en werkt aan transparantie, met publieke datasets en financieringsbronnen. En heus niet omdat het allemaal Diederikjes zijn.

We openbaarden dat bouw, corporatie en kerkelijke machthebbers iets minder nobel bleken dan ze zelf vermoedden. Aan de kaak gesteld door journalisten. Die zelf natuurlijk de allerhoogste morele standaarden hanteren. Het zijn de anderen die de dunne lijn overschrijden.

Dit verhaal gaat niet over goed of fout van het bijklussen in onze strijd om het bestaan. De vraag luidt: wel of niet transparant maken van niet-journalistieke werkzaamheden door journalisten? Het morele oordeel moet iedereen dan zelf maar vellen.

Een groeiend leger zelfstandigen eet van de dunner wordende spoeling van journalistieke opdrachtgevers en ziet de bijverdiensten zoetjesaan het hoofdinkomen worden. Journalistiek wordt wellicht zelfs voor velen nagenoeg onbetaald als een vorm van marketing om naam, opdrachten en tarieven bij niet-journalistieke opdrachtgevers op peil te houden. Je moet gezien worden.

Begin bij jezelf: op de mat viel een ‘branded content’ blad van Delta Lloyd, met een essay van mij. Ik wist er uiteraard van, maar schrok toch. Ondanks dat ik onbetrouwbaarheid van financiële instellingen noemde, want ik werk louter zonder journalistieke beperking. Maar laat het vooral openbaar zijn: 600 euro van het tekstbureau gebeurd, van Delta Lloyd.

Journalistiek maakt niet-journalistieke opdrachtgevers doorgaans niet transparant, als is het soms heel zichtbaar met de tonnen van Rabo voor Humberto Tan. Willen en durven we onze belangen openbaar te maken? Of gaan anderen dat voor ons doen, bijvoorbeeld studenten journalistiek?

KRO’s Reporter voerde in 2004 lange WOB-procedures om van ministeries te vernemen welke journalisten daar klusten. Dat leverde een fraaie lijst op, met bijvoorbeeld Gijs Wanders voor twee ton en Annette van Trigt veertig mille UWV-werk. Maar ook 8.127 gulden (inclusief reiskosten?) van Peter van Ingen van EZ en nog ettelijke tienduizenden guldens elders; Maria Henneman (cheffin Netwerk), Victor de Coninck, Rick Nieman, Felix Meurders en natuurlijk ‘top of the bill’ Marcel van Dam met een kleine 200.000 gulden neveninkomsten verpatsten hun kunde aan ministeries. Those were the days.

De onthulling van Reporter had bij geen van de journalisten, die vooral debatten bij departementen leidden, gevolgen voor loopbaan of imago. Uitzonderingen daargelaten zoals het vertrek van Wanders van Het Journaal, het stoppen met bijklussen door Paul Witteman en een ‘links lullen, rechts vullen’ beeld van Marcel van Dam. De regering maakte een einde aan het inhuren van journalisten.

Frenk van der Linden, freelancer staat in de lijst als ontvanger van 11.500 gulden bij EZ voor drie seminars, plus een klus voor Vrom zonder bedrag. Standaard openbaarmaking? “Ik bepleit zelf graag transparantie, ook bij onze natuurlijke ‘tegenstanders’ zoals politici. Dan lijkt het me logisch dat wij journalisten die ook zelf betrachten. Temeer daar het aandeel niet-journalistieke opdrachtgevers toeneemt omdat ik het anders financieel simpelweg niet meer zou bolwerken. Media betalen anno 2014 lousy.”

Laat anderen rustig beoordelen of de klussen mijn geloofwaardigheid tarten, zegt Van der Linden. hij nodigt ‘iedereen die er behoefte aan heeft’ uit om op congressen en dergelijke te komen kijken of hij zijn journalistieke ziel aan de duivel verkoopt.

Frenk doet geen mediatraining of -advies. “Ik werk bij welke klus voor wie dan ook doodgewoon op journalistieke wijze. Bijvoorbeeld een artikel voor reclamebureau FHV BBDO over hun werk, als advertenties in landelijke kranten te verschijnen. Maar mij bleek dat de reclamemakers van Douwe Egberts zelf Supra van Van Nelle te drinken omdat het goedkoper was. Daar begon ik het stuk mee. Prompt werd de opdracht gecanceld. Wel ben ik betaald, en iedereen mag het weten.”

Coen Verbraak, freelancer, zegt juist wel ‘een goede boterham’ met journalistiek te verdienen: “Ik doe alleen wat klussen in het verlengde van de interviewseries, vooral congressen van psychiaters, een debat met advocaten, maar geen commerciële dingen voor bedrijven.”

Openbaar maken? “Ik weet het eigenlijk niet. Aan de ene kant moet je niets te verbergen hebben, maar journalisten hebben geen openbare bestuursfunctie. Er moet wel aanleiding voor zijn. En wie moet dat bijhouden?”
Verbraak begint een serie Kijken in de ziel: journalisten waarin hij dit onderwerp niet aansneed. “Maar het is wel een heel goed en ook een interessant thema. Ik vind het angstaanjagend als er zakelijke relaties ontstaan.”

Brigit Kooijman (bestuurslid FLA, op persoonlijke titel): “Uit publicatie van m’n stukken op m’n site kun je wat niet-journalistieke opdrachtgevers afleiden zoals het KWF. Maar ik houd geen lijstje bij van alle opdrachtgevers. Als dat gebruik zal worden in ons metier, zou ik er geen moeite mee hebben. Maar wek je juist met publicatie niet verdenkingen op? Iedereen kan beter zelf de integriteit in het oog houden en de schijn van belangenverstrengeling voorkomen.”

Joost de Haas, adjunct-hoofdredacteur van De Telegraaf, wijst op een aanscherping van de interne regels voor nevenactiviteiten, naar aanleiding van de affaire-Koolhoven in 2012. “PR-advies en mediatraining zijn sinds 2012 ten strengste verboden en redacteuren mogen geen activiteiten ontplooien die ten koste kunnen gaan van onze integriteit en onafhankelijkheid”, geeft De Haas aan.

Anders dan de andere kranten houdt De Telegraaf ook freelancers – zoals binnen- en buitenlandse correspondenten – expliciet aan deze code: “Ze tekenen ook een overeenkomst waarin ze de gedragscode van TMG onderschrijven.”
Voor openbaarmaking van opdrachtgevers door freelancers vindt De Haas “wel wat te zeggen. Je kunt beter traceren welke belangen ze elders hebben. Maar voor de vaste redacteuren zullen we zeker niet overgaan tot openbaarmaking van nevenwerkzaamheden,  mochten die er nog zijn.”

Pieter Klok, adjunct-hoofdredacteur Volkskrant, vindt openbaarmaking van schnabbels van redacteuren niet noodzakelijk omdat die er niet zijn: “We staan schnabbels voor eigen mensen in principe niet toe, want de neutraliteit van verslaggevers is een groot goed. Een neutraal voorzitterschap is vrijwel het enige dat bespreekbaar is, en dan nog alleen als het onderwerp niet raakt aan de kwesties waarover de verslaggever schrijft.”

Aan freelancers kan de krant die eis niet opleggen. “De lezer gaat ervan uit dat de journalist onafhankelijk is en volstrekt neutraal. Als dat niet zo is, moet de journalist dat zelf melden. De hoofdredactie werkt hierin op basis van vertrouwen. Dat is nog nooit beschaamd.”

Echter, die laatste opmerking is geen conclusie van onderzoek. “We hebben nog nooit klachten gekregen over onze onafhankelijkheid. Daarom zien we geen reden tot onderzoek. Behalve als we vermoeden dat er mogelijk sprake zou kunnen zijn van relevante nevenwerkzaamheden, zoals in een geval van Frank Kalshoven.”

Kalshoven schreef een column over Aedes en de hoofdredactie eiste dat hij meldde dat Aedes een opdrachtgever van hem is. Op de Vk-website staat straks van iedereen een auteursprofiel. “Daar zouden redacteuren relevante nevenwerkzaamheden vrijwillig kunnen melden.”

Marcella Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur van NRC Media, wijst op het hoofdstuk nevenfuncties in het Stijlboek van NRC: “Voor alle activiteiten, ook onbezoldigde, die voortkomen uit het redacteurschap moet toestemming worden gevraagd bij de hoofdredactie…De hoofdredactie beoordeelt of de nevenfunctie naar concurrentie zweemt of dat afbreuk kan worden gedaan aan de onafhankelijke positie van de krant.”

De hoofdredactie heeft geen inzicht in betalingen. “Gezien het karakter van de meeste meldingen, zullen daar geen grote bedragen tegenover staan. Een openbaar register is in ons geval niet aan de orde.”
De normering voert de hoofdredactie niet door voor freelancers. “Het is nog nooit aan de orde geweest. Wellicht is het goed is om er over na te denken. Ik zal het eens bespreken met de hoofdredactie. Maar ook voor freelancers geldt dat de hoofdredactie niet verrast wil worden en dat de onafhankelijke positie van de krant niet in het geding mag komen.”

Joep Dohmen, onderzoeksjournalist van NRC die mede VVOJ-bestuur en directeur kapittelde op beschuldiging van gebrek aan transparantie over verdiensten, is voorstander van openbaarmaking: “Het gaat om de helderheid, dat de lezer, kijker of luisteraar inzicht kan hebben in de activiteiten van een journalist. Het is relevant als blijkt dat iemand die een stuk over een bedrijf publiceert, daar een half jaar eerder betaald dagvoorzitter was of mediatraining gaf aan de bestuursvoorzitter.”

Behalve toetsing door de NRC-hoofdredactie vindt Dohmen het “verschaffen van helderheid aan de lezer op de website een goede tweede stap. Ik zou daar geen probleem mee hebben.”
Een landelijk register lijkt Dohmen even gewenst als onhaalbaar omdat het verre van compleet zal worden bij gebrek aan sancties. Hij vermoedt de nodige relevantie: “Bij freelancers zijn het geen schnabbels maar ‘bedrijfsactiviteiten’. Bij sommige zal publicatie een lange, verhelderende lijst opleveren.”

Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur RTL Nieuws: “Persoonlijk heb ik niets tegen openbaarheid over nevenactiviteiten of eventuele belangen van journalisten. Maar journalisten zijn geen bestuurders en ik vraag me eerlijk gezegd af wat het zou opleveren.”

De lijn van RTL Nieuws is dat journalisten vooraf aan de hoofdredactie goedkeuring vragen voor eventuele bijverdiensten. “ Als wij denken dat het wringt met de rol van de journalist, of raakt aan de onafhankelijkheid van RTL Nieuws, dan gaat het niet door. Omdat het vaak publieke optredens betreft, is dat voor derden al controleerbaar.”


Marcel Gelauff, hoofdredacteur van de NOS, betoont zich de felste tegenstander van openbaarmaking: “Ik vind het opwerpen van de vraag al vreemd. Het is niet aan de NOS om openbaar te maken wat onze mensen aan nevenactiviteiten doen, maar aan de betrokken journalist en zijn andere opdrachtgever om al dan niet transparant te zijn. Wij staan er buiten. We hanteren hele strenge regels en komen er toch verzoeken dat beoordelen we die intern. Het is nee, tenzij…”
Zo zegt Gelauff nooit te zullen toestaan dat zijn redacteuren en presentatoren worden uitgevent door sprekersbureaus, zoals Twan Huijs en Mariëlle Tweebeke te boeken zijn. “Ik sta niet toe dat er met ons merk acquisitie wordt gepleegd. Dat doet er afbreuk aan.”

Freelancers vraag Gelauff niet naar hun opdrachtgevers. Openbaarmaking vindt hij ook onnodig: “En wordt er dan van de NOS verwacht dat wij transparant zijn over de andere opdrachtgevers van een freelancer? Ze zien me aankomen.”
Dat de Volkskrant opvallend aandacht schonk aan de schnabbel van Kersseboom, vond Gelauff ook onnodig: “In het algemeen vind ik dat de samenleving doorschiet met het nemen van de maat van personen. Je hoeft niet alles minutieus langs de meetlat te leggen. Het werk van Kersseboom voor VNO-NCW was eenmalig, raakt haar presentatie voor het Journaal niet en ze kan die twee zaken zelf scheiden.”

Joost Oranje, hoofdredacteur van Nieuwsuur: “Ik ben het eens met die opvatting van Marcel Gelauff over sprekersbureaus. Maar een eventuele opdracht via zo’n bureau komt toch altijd bij de hoofdredactie voor goedkeuring. En ik ben bij Nieuwsuur zeer terughoudend met schnabbels. Adagium is : niet, tenzij; dus heel sporadisch werken onze mensen buiten de deur.”
Oranje is voor transparantie over schhabbels: “Openbaarheid over opdrachten vor derden in de journalistiek is heel logisch. Hoe kan je transparant zijn zonder openbaarheid? Dus: ja.”

Charles Groenhuijsen twitterde vrolijk over de verdediging van de schnabbel van Kersseboom door Gelauff. Immers, met diens voorganger Hans Laroes vocht hij een heftige strijd uit over schnabbels. “Die tweet over Kersseboom heb ik verwijderd vanwege de boze reacties.”

“Ik ben nu op de eerste plaats ondernemer en niet meer primair journalist. De inkomsten uit nevenactiviteiten zijn veel hoger dan uit journalistiek. Dat moet ook, want ik rijd nu bijvoorbeeld over de campus van een Amerikaanse universiteit met één van onze kinderen.”

Groenhuijsen doet het heel goed in het circuit en wil daar geen geheim van maken. “Iedere journalistieke opdrachtgever die wil weten voor wie ik werk kan een lijstje krijgen met de namen van de bedrijven zoals KPN en ministeries waarvoor ik werk.”

Hans Laroes, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek: “Ik ben een aanhanger van transparantie, maar dit vind ik ingewikkeld. Aan de ene kant zouden opdrachtgevers daar standaard betere afspraken met hun freelancers over moeten maken dan nu meestal gebeurt. Zodat bij hen standaard bekend voor wie hun freelancers nog meer werken.

Aan de andere kant mag je van journalisten verwachten dat ze 24 uur per dag integriteit nastreven. Journalisten kunnen heel goed voor de Kampioen schrijven en toch de ANWB-baas kritisch interviewen.
Als je dan hun opdrachtgever ANWB openbaar maakt, vrees ik dat dit zal leiden tot verkeerde beeldvorming en dat complotdenkers ermee aan de haal gaan. Die opdrachtgevers uitvoerig publiceren wordt onhanteerbaar voor freelancers.”

Bart Nijpels, eindredacteur van Brandpunt Reporter: “De NOS moet zich schamen. Het is juist zéér relevant. Het Journaal is bij uitstek het journalistieke tv- medium dat zich geen deuken kan permitteren wanneer het gaat om onafhankelijkheid en betrouwbaarheid. Natuurlijk speelt het meer bij freelancers maar die hebben zij volop in dienst.”

Nijpels is de krachtigste pleitbezorger van transparantie door publicatie. Hij bepleitte onlangs bij de VVOJ de invoering van een openbaar register waar journalisten al hun opdrachtgevers/klussen in noteren. Op te zetten met de NVJ. De KRO gaat er zelf wel toe over.

“Het lijkt me een goed begin wanneer alle zichzelf serieus nemende media dat publiceren. Want wanneer de schnabbelaars van mening zijn dat ze niets verkeerds doen, is er ook geen reden om zaken verborgen te houden. Ook in de journalistiek wijken principes vaak voor pecunia en wringen de schnabbelaars zich in opmerkelijke bochten om hun zakkenvullerij goed te praten.”

Nu freelancers meer werken buiten de journalistiek, is transparantie noodzakelijker, “Ik stel mij voor dat het register een zelfreinigend effect kan hebben want het uiteindelijke oordeel is dan aan de kijker/ lezer/ luisteraar en journalisten zullen zich verdomd goed realiseren hoe hun activiteiten in die ogen vallen.

Journalisten en hun bazen roepen veel te makkelijk dat zij wel kunnen beoordelen of hun nevenactiviteiten schadelijk zijn voor hun geloofwaardigheid of onafhankelijkheid. Dat getuigt van arrogantie. Dat oordeel is namelijk niet aan hen maar aan het publiek. Dat komt aan die meningsvorming echter niet toe omdat journalisten niet transparant zijn. En dat is diep treurig.”

Eric de Kluis, hoofdredacteur van Binnenlands Bestuur, zegt strenger te zijn voor vaste redacteuren dan voor freelancers: “Van mijn redacteuren wil ik het weten. Zo werkt er een voor een lokale Rekenkamer, dus hij schrijft daar niet over. Eerder vertelde een redactrice dat haar partner directeur werd van een belangenorganisatie. Daarover kon ze niet langer schrijven.
Freelancers moeten het zelf weten, want ze zijn afhankelijk van verschillende opdrachtgevers. Ze krijgen het voordeel van de twijfel dat ze hun zaken goed scheiden, tot het tegendeel bewezen.”

Louis van de Geijn, vice-voorzitter van de NVJ, is voorstander van transparantie: “Dat een freelancer duidelijk maakt voor wie hij/zij allemaal werkt, lijkt me logisch. Ik denk dat het heel gebruikelijk is dat freelancers in hun profiel opnemen voor wie ze allemaal werken. Publiceren daarvan ligt niet bij de opdrachtgever.”

Hij wijst ook op de code van Bordeaux, die in algemene termen aanstuurt op transparantie en het vermijden van belangenverstrengeling. Een register levert volgens Louis van de Geijn geen toegevoegde waarde op en de NVJ zal daarin ook geen rol op zich nemen. “Wij zien dit als een verantwoordelijkheid van de journalist zelf en van diens werkgever of opdrachtgever. Als zij er te losjes mee omgaan, slaat dat op henzelf terug. Betrouwbaarheid en geloofwaardigheid is kostbaar.”

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.