— donderdag 20 april 2023 08:00 | 0 reacties , praat mee

Journalisten en mediamakers verstoppen vreemde woorden en geheime boodschappen in hun werk

Journalisten en mediamakers verstoppen vreemde woorden en geheime boodschappen in hun werk
© TRIK

Een aantal journalisten en mediamakers verstopt of verstopte jarenlang vreemde woorden en andere geheime boodschappen in hun werk. Niet om ontdekt te worden, maar gewoon, voor zichzelf. ‘De rest van de redactie wist niks.’ Menno van den Bos onderzocht de verstopspelletjes in de media. Laatste wijziging: 20 april 2023, 20:14

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Thomas Bruning. Ook lid worden?

Vishandel G. van Es in IJmuiden is niet meer of minder bijzonder dan andere vishandels. Toch haalde de zaak in het eerste decennium van deze eeuw meermaals het landelijke nieuws. Een paar journalisten hadden besloten Van Es zo vaak mogelijk te noemen in hun producties. Hun onderonsje ging zo ver, dat een van hen, toen werkzaam bij de NOS, in de viszaak zelfs een voxpop ging halen voor het Journaal.

Het lijkt een beetje op wat in films, series en games easter eggs worden genoemd. Maar waar easter eggs bedoeld zijn om ontdekt te worden, is het journalistieke paasei vaak het heimelijke pleziertje van een klein gezelschap – soms zelfs alleen van de maker zelf.

De afgelopen jaren legde ik een lijstje aan van journalistieke easter eggs. Vaak gaat het om een vreemd woord dat iemand van zichzelf of een collega in een productie moet verwerken. ‘Nerfstructuur’, bijvoorbeeld. Dat woord verweefde Karel Smouter, mijn voormalig chef bij NRC, ooit in opdracht van vrienden in een stuk over Iran voor CV Koers.

Maar op het moment zelf is geheimhouding van belang. Daarin speelt vast mee dat verstopspelletjes eigenlijk niet de bedoeling zijn, zeker niet bij serieuze nieuwsmedia

 
Acrostichon
Een meer uitdagende variant is het acrostichon, waarbij de eerste letters van elke zin samen een nieuwe zin vormen. Zo verwerkte Jorg Leijten, eveneens NRC, een acrostichon van de titel van een Bob Dylan-song in een nieuwsbericht over de zanger.

Opvallend aan mijn lijstje: veel mannen. Veel voetbaljournalisten ook. Zo onthulde de Vlaamse commentator Peter Vandenbempt op de radio dat hij in opdracht van zijn dochter het woord ‘kerstslinger’ in zijn verslag verwerkte. In de NOS Voetbalpodcast vertelde hij er meer over. Prompt kwamen zijn Nederlandse collega’s met eigen ontboezemingen. Frank Wielaard verwerkte eens het woord ‘ijsmutsen’ in zijn commentaar bij een wedstrijd in een bloedheet Jordanië. En Arno Vermeulen noemde een speler die een pass op Marco van Basten gaf in zijn commentaar ooit bij de naam van een vriend van hem.

Veel gevallen worden pas onthuld wanneer ze verjaard zijn. Zoals toen een DWDD-vormgever bij het stoppen van het programma vertelde dat hij jarenlang gele eendjes in het decor verstopt had. Of de Vlaamse teletekstredacteur die in de jaren 80 via de tv berichten naar haar man stuurde (of hij nog brood wilde halen). Of de RTL Boulevard-producer die jarenlang stiekem een naaktkat in het decor projecteerde (zie kader).

Maar op het moment zelf is geheimhouding van belang. Daarin speelt vast mee dat verstopspelletjes eigenlijk niet de bedoeling zijn, zeker niet bij serieuze nieuwsmedia. Journalistieke wetten als 5 x W+H, schrijven = schrappen en kill your darlings prediken doelmatigheid, niet frivoliteit. Maar wetten zijn er om gebroken te worden. In de antropologie is het een bekend fenomeen dat, wanneer ergens strikte normen heersen, mensen zullen zoeken naar manieren om daar tijdelijk mee te breken.

Daarnaast helpt luchtigheid tegen de sleur. Joram Bolle schrijft als nieuwsredacteur bij de Volkskrant veel berichten in een standaard format. Om niet afgestompt te raken, geeft hij zichzelf opdrachtjes die creativiteit vergen (zie kader). De kunst is volgens Bolle om het zo subtiel te doen dat de eindredactie er overheen leest.

Anders kan het misgaan, blijkt uit het hoofdredactioneel commentaar in NRC uit 2005. De krant nam afscheid van het besturingssysteem Coyote en de beginletters van het commentaar lazen ‘Vaarwel Coyote, huil maar niet’.

De eindredacteur besloot twee zinnen te schrappen en kortte het acrostichon daarmee onwetend in tot ‘Vaarw Coyote’.

Met dank aan Jorg Leijten, Karel Smouter, Lammert Kamphuis en Ward Wijndelts voor hun tips.

JORAM BOLLE – nieuws­redacteur bij de Volkskrant, eerder NOS en NRC
‘De Giro d’Italia was bezig en we hielden bij NRC een liveblog bij. We dachten: zou het niet leuk zijn om elkaar de opdracht te geven er bepaalde woorden in te verwerken? Een collega gaf mij het woord “carpaal tunnel syndroom”, waarvan hij dacht dat het heel lastig zou zijn. Maar het ging vrij natuurlijk. Ik schreef dat de wielrenners moesten “oppassen dat hun handen door de kou niet gaan voelen alsof ze carpaal tunnel syndroom hebben”.

Je breekt met dit soort spelletjes de vierde muur, de impliciete afspraak tussen lezer en journalist dat een nieuwsbericht een onpersoonlijk product is. Vooral nieuwsartikelen worden snel droog. Door er een knipoog in te verwerken, blijf je creatief. Mensen worden niet creatief door ze de vrije hand te geven, maar juist door ze een beperking op te leggen. In mijn NOS-tijd was de uitdaging om de Teletekst-101 helemaal uit te lijnen, zonder puntjes achter de koppen. Daar ga je anders door nadenken: welk alternatief woord kan ik hier gebruiken?

Ik probeerde daar ook vaak mijn vingerafdruk in stukken te verwerken. Het meest letterlijke voorbeeld was een acrostichon van mijn eigen voornaam. Een half metacommentaar op het feit dat er bijna nooit auteursnamen bij artikelen van de NOS staan. Anderen hoeven het niet door te hebben. Dat is ook niet altijd handig, want eindredacteuren hebben de neiging om vrijpostigheden eruit te slopen. Soms bouw ik wisselgeld in: twee grapjes, zodat er één blijft staan. Je moet wel opletten waar het gepast is. Bij een artikel over een aanslag doe je dit niet.’

STEVEN BRAUTIGAM - Head of Studio bij The School of Life, eerder producer bij RTL Boulevard
‘Bij RTL Boulevard was ik van 2012-2016 producer. Destijds werden in het decor achter de presentatoren beelden geprojecteerd die het besproken onderwerp versterkten. Ik bestuurde de machine die deze beelden projecteerde en gekoppeld was aan een database met plaatjes. Ik zat toen in een bandje met als logo een naaktkat tussen cactussen. Op een gegeven moment ben ik die kat gaan photoshoppen in de beelden die ik projecteerde. Als we bijvoorbeeld een item hadden over telefoons, projecteerde ik een smartphonescherm met ons logo als een van de apps. Of een arm vol tatoeages, met het logo ertussen.

Als je dag in, dag uit dit werk doet, weet je op een gegeven moment al ruim van tevoren welke beelden je gaat gebruiken bij welk onderwerp. Daardoor hield ik tijd over om dit soort dingen te doen. Zo blijf je creatief en doorbreek je de sleur. Ik heb het de rest van de redactie nooit verteld, ook omdat ze het waarschijnlijk niet zo leuk hadden gevonden. Ik deed het voor mezelf, en natuurlijk voor mijn maten. Zagen ze opeens Albert Verlinde met ons bandlogo achter zich. Ik heb dit soort dingen na Boulevard nooit meer gedaan, ook in mijn huidige werk niet. Maar als ik het wel zou doen, zou ik het ook niet toegeven.’

CHRIS BAJEMA – radio- en podcastmaker
‘Ik had een weddenschap met Ward (Wijndelts, hoofdredacteur van VN, red.): hoe vaak kun je lukraak vishandel G. van Es noemen? Ik had destijds een boekenrubriek. Dan begon ik met: “Ik zat vandaag bij vishandel G. van Es in IJmuiden de nieuwste Harry Potter te lezen.” Of je probeert het te verwerken in een studiogesprek. De keuze voor Van Es was willekeurig, Ward was er een keer geweest ofzo, maar we hadden er geen speciale band mee. We wilden kijken of het ons zou lukken om van een gewone vishandel iets mythisch te maken. Ik geloof niet dat Van Es er ooit iets van gemerkt heeft (Wijndelts laat weten dat hij eenzelfde afspraak ook met een NOS-redacteur had, die voor een Journaal-item een voxpop bij G. van Es haalde – red.)

Ik wil als radiomaker het speelse bewaren. Als iemand zegt “het moet zó”, dan zeg ik: “nee”. Zo maakte ik voor de RVU in 2009 een fictieve “documentaire” De Lijst van Berlijn, waarin een lijst oorlogscollaborateurs zou worden onthuld. Destijds ergerden luisteraars van Radio 1 zich altijd aan onderbrekingen voor doelpunten bij voetbalwedstrijden. Toen heb ik van te voren met commentator Andy Houtkamp een reeks onderbrekingen opgenomen en erin gemonteerd. Het lijkt een saaie wedstrijd te worden, tot kort voor tijd de 1-1 valt. In de verlenging gaat het los met het ene na het andere doelpunt, ook als de lijst wordt onthuld.’

‘Ik maak verhalende podcasts, en dat kost veel werk. Tegenwoordig denken mensen dat een podcast is dat een paar mensen aan tafel zitten en met elkaar praten. In mijn podcasts voer ik daarom mijn alter ego Bert op. Die schuift dan bij me aan en begint te praten en heel veel te lachen. En dan zeg ik: ja maar Bert, dit is écht niet wat ik wil! Veel luisteraars denken dat Bert echt is.
Het werkt heel goed om jezelf een beperking op te leggen. In mijn podcast Man met de Microfoon verzamel ik verhalen van mensen uit mijn buurt. Als je vraagt “heb je een goed verhaal”, dan weten ze niks. Maar vraag je: “heb je een goed verhaal over je verjaardag als kind”, dan wel.’

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee