— dinsdag 14 juni 2011, 13:50 | 1 reactie, praat mee

‘Journalist neem toekomst in eigen hand’

Wie op Google de zoekterm ‘toekomst krant’ invoert, scoort ruim vier miljoen hits. Een aanzienlijk deel daarvan (ik heb niet álle teksten gecheckt) is somber over die toekomst. Maar geen nood: goede raad is overvloedig voorhanden, op de wal verdringen de stuurlui elkaar. Want dat valt wel op: de meeste mediaprofeten zijn geen journalisten. We hebben de vernieuwing van ons vak laten schaken door communicatiewetenschappers en techneuten.

Het journalistieke onderwijs, dat een laboratorium voor experimenten zou moeten bieden, is allerminst een bakermat voor journalistieke vernieuwing. En hoofdredacties gebruiken gebrek aan geld en tijd als standaardexcuses om zaken lang, vaak te lang, bij het oude te laten.

Op zichzelf hoeft het feit dat impulsen voor vernieuwing van buiten komen geen probleem te zijn. Buitenstaanders worden niet gehinderd door de vastgeroeste zekerheden van professionals. Als je koetsiers honderd jaar geleden had gevraagd naar hun wensen, zouden ze snellere paarden gevraagd hebben. Ford bouwde auto’s, waardoor trouwens de koetsiers van de bok verdwenen. Journalisten riskeren ook om, samen met kopijlopers en loodzetters, in de kelders van het Persmuseum te belanden als zij de mogelijkheden negeren om met hun ambacht aansluiting te vinden bij hun eigen tijd. Maar gelukkig ontluikt er een nieuwe generatie vakgenoten die niet hoeft te slikken bij termen als user generated content of crowd surfing en die zich niet schaamt voor een eigen twitter-account.

Wat wel opvalt, is dat die minderheid van jonge, met het beeldscherm getrouwde journalisten lijkt te denken dat de geschiedenis bij hen begint en dat het verleden geen waarde voor de toekomst heeft. Een nieuwe lente, een nieuw geluid? De mogelijkheden om gegevens boven water te krijgen zijn oneindig verbeterd. Onderzoek waar ooit weken voor nodig was, is nu in een uur gefikst. Maar Izzy Stone bedreef in de jaren van de Vietnamoorlog al data-journalistiek. Met engelengeduld vergeleek hij elkaar tegensprekende officiële documenten om zo de leugens van de regering Nixon aan de kaak te stellen. Inschakelen van het publiek bij journalistiek onderzoek? De eerste leerlingen van de eerste School voor de Journalistiek leerden al dat het nieuws op straat lag – als je maar wist te kijken en als je maar een netwerk had, al was dat toen nog niet digitaal.

Niet door de digitale revolutie, maar door de illusie dat daardoor álles verandert, gaan beroepstrots en vakkennis onnodig met het badwater mee. Die radicale herijking wordt versterkt doordat het vak tegelijkertijd amorfer wordt nu iedereen zich journalist of fotograaf kan wanen, dankzij blogs, discussiesites, videocamera’s en mobiele telefoons. Dat leger doe-het-zelvers groeit nog steeds en manifesteert zich luid en duidelijk. Professionele persfotografen voerden een bij voorbaat hopeloos verzet tegen de plaatsing van amateurkiekjes in dag- en weekbladen.

En distributie van nieuws is niet langer een monopolie van hbo-gediplomeerde redacteuren. De werkelijkheid houd je nooit tegen. Het trieste lot van ambachtslieden is dat zij weggespoeld worden door innovaties en sociale ontwikkelingen als zij er niet in slagen zich tijdig aan een nieuwe werkelijkheid aan te passen.

De meerderheid van middelbare vakbroeders (bij dagbladen is dat heel duidelijk een meerderheid) hebben zichzelf altijd beschouwd als leden van een gilde. Zij reageren afwachtend en argwanend op vernieuwende impulsen, zeker als buitenstaanders hen de les lezen. Zoals een ingenieur beter niet aan een timmerman kan vertellen hoe hij zwaluwstaartjes moet zagen, zo wordt het ook niet op prijs gesteld als een communicatiewetenschapper een verslaggever uitlegt hoe hij zijn werk beter kan doen.

Ik was kort geleden op een symposium georganiseerd door het Stimuleringsfonds voor de Pers waar ‘bladenmaker’ Maarten van Rossem als feestspreker was uitgenodigd. Eenzaam op het podium (maar daar leek hij niet mee te zitten) ging hij in tegen de tijdgeest. Twitter? Onzin. Een groeiende informatiebehoefte bij consumenten? Hoezo? Er volgde een kleine overhoring van de zaal en, jawel, daar had je het al: niemand had de afgelopen weken The New York Times of The Economist gelezen. E-books? Niet besteed aan Van Rossem, omdat er alleen flutterige bestsellers verkrijgbaar zijn, je vindt digitaal nooit een behoorlijk boek over opkomst of ondergang van het Romeinse Rijk.

Ook van Rossem wordt ouder en mist wel eens een ontwikkeling: hij sprak vrijmoedig over de PTT alsof die nog steeds onze post bezorgt en haalde euro’s en guldens door elkaar. Van Rossem zette, ik vrees onbedoeld, een treffende karikatuur neer van de ouder wordende verslaggever die het allemaal eerst nog maar eens moet zien, en die het dan nog liever niet wil geloven. Het is natuurlijk een beetje dom om te doen of er niets nieuws onder de zon is. Natuurlijk speelde facebook een grote rol in de Egyptische en Tunesische revoluties en kunnen wij, dankzij laptops en digitale camera’s, ooggetuigenverslagen en amateurbeelden krijgen uit landen die voor journalisten ontoegankelijk zijn. Ook míjn schrijfmachine, adresboekje en knipselarchiefje, ooit heilige bezittingen, zijn lang geleden in vuilniszakken verdwenen.

De combinatie van gebrek aan historisch besef bij een minderheid en angst voor de toekomst bij de meerderheid binnen dezelfde beroepsgroep,  blokkeert de discussie over de vernieuwing van ons vak. Wie geen digitale loyaliteitsverklaring aflegt, toont zich blind voor de beloftes van een nieuwe tijd, roept de ene partij. De andere zijde beschouwt enthousiasme over spectaculaire nieuwe mogelijkheden al snel als nieuwlichterij en verraad aan het eigen ambacht.

Het gevolg is dat die journalistieke vernieuwing stroef verloopt. Akkoord: redacties gaan met de bus de buurt in. Spraakmakende redacteuren schrijven blogs. Media experimenteren, al dan niet gesubsidieerd, met actualiteit op maat. Het zijn stapjes, maar het zijn er weinig en ze komen laat. De meeste hits op Google bij ‘toekomst krant’ zijn artikelen over de vraag of er een toekomst is voor papier. Die vraag is allereerst van belang voor uitgevers. Ik vind het, voor mijn vak, niet de interessantste vraag. Ik wil meer weten over data-journalistiek, over nieuwe mogelijkheden om censuur te vermijden, over de bedreiging van de veiligheid van journalisten door het verdwijnen van privacy, over consequenties van nieuwe technieken voor journalistieke ethiek en vakmanschap, over, over, over. ..

De velden zijn wit om te oogsten. Maar als ik probeer discussies binnen de NVJ te volgen en als ik kijk naar gerealiseerde journalistieke vernieuwingen bij de gevestigde media, dan blijft die oogst vooralsnog pover.

Bekijk meer van

Praat mee

1 reactie

Leon Krijnen, 16 juni 2011, 16:45

Beetje te kort door de bocht: dat zijn ruim 4 miljoen artikelen waarin of het woord krant of het woord toekomst voorkomt, en niet noodzakelijk in een samenhangende context.
Met dubbele aanhalingstekens hou je 415 artikelen over.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.