foj 2019

— maandag 2 maart 2015, 11:17 | 0 reacties, praat mee

Journalist met een mening

© TRIK

Fréderike Geerdink is freelance journalist in de Turks-Koerdische stad Diyarbakir. Op 6 januari werd ze een paar uur door de Turkse autoriteiten verhoord en inmiddels loopt er een rechtszaak. Ze begrijpt de strijd van de Koerden om meer rechten. Maar dat maakt haar geen activiste. Wel een journalist met een mening.

Propaganda voor een terroristische organisatie, luidt de aanklacht tegen Fréderike Geerdink (44). Op 8 april moet ze ­voorkomen. Tot haar grote verrassing stond de Turkse anti-­terrorisme­politie op 6 januari ineens voor haar deur. Of ze maar even wilde meekomen. Een paar uur later was ze weer thuis. Waarom zo snel, is nooit helemaal duidelijk geworden, maar waarschijnlijk heeft de druk van minister Koenders van Buitenlandse Zaken, die toevallig op dat moment in Turkije was, wel geholpen. Bij haar thuis is niets in beslag genomen. ‘Gelukkig zijn mijn bronnen daarom nooit in gevaar geweest’, concludeert Geerdink.

Een aanklacht wegens propaganda voor een terroris­tische organisatie. Dat klinkt ernstig. Hoe ga je daarmee om?
‘Zo relaxed mogelijk. Natuurlijk ben ik ermee bezig. Het leeft in mijn achterhoofd. Het nieuws over de rechtszaak leidt me af van mijn werk en daar baal ik ontzettend van. Uiteraard vind ik de rechtszaak niet leuk. Ik kan mij er nu heel druk om gaan zitten maken, maar dat heeft geen enkele zin. Daarom werk ik gewoon door, want daarvoor ben ik hier. Meer kan ik niet doen.’

Brengt de rechtszaak ook iets positiefs?
‘Ja. Ik word strijdbaar van alle steun die ik krijg. Ik heb er een paar interviews over gegeven en dat genereert aandacht. Ook heb ik er zelf een paar artikelen over geschreven. Dat is mooi, want ik ben freelancer en heb er dus een beetje geld mee verdiend (lacht). De aandacht voor mijn persoon gebruik ik ook om aandacht te vragen voor mijn specialiteit, de Koerden. Zij zijn nu vaker in het nieuws, maar er ontbreekt nog veel achtergrondinformatie. Dat komt denk ik, omdat media het nieuws over Koerden door hun Irak- of Turkije-correspondenten laten verzorgen. Hier ligt een belangrijke taak voor mij als Koerdistan-correspondent. Veel mensen denken dat de Koerdische kwestie in Turkije zo goed als is opgelost, maar niets is minder waar. Daarom is het fijn dat ik daar aandacht voor kan vragen.’

Wat zijn jouw verwachtingen over de rechtszaak?
‘Daar valt moeilijk iets over te zeggen. Turkije is een onvoorspelbaar land. Ik ga ervan uit dat de staat mij niet echt in de gevangenis gaat gooien, maar tot begin januari dacht ik ook dat de anti-terrorismepolitie niet bij een buitenlandse journalist op de deur komt kloppen. Wat op het ene moment in Turkije ondenkbaar is, kan de volgende dag gewoon gebeuren en een week later routine zijn.
Mijn advocaat, een vriend van mij, zegt dat de zaak flinterdun is. Dat zijn politieke zaken volgens hem in principe altijd, en ik heb niks verkeerds gedaan. Hij zegt dat ik “high-profile” ben, want de hele wereld schrijft over mij en in Turkije ben ik ondertussen redelijk bekend. Mijn advocaat denkt dat dit er misschien voor kan zorgen dat het bij één zitting blijft. Dat hoop ik dan maar, maar garanties zijn er niet. Dat is natuurlijk anders dan bij veel andere politieke zaken. Zeker als het Koerden betreft. Doorgaans kan het geen mens wat schelen als een Koerd wordt opgepakt en in de bak wordt gegooid.’

Waar komt jouw interesse voor de Koerden vandaan?
‘Het is in de eerste plaats een journalistieke interesse. Ik zit nu ruim acht jaar in Turkije en de Koerdische kwestie is Turkije’s grootste probleem. Het is dus journalistiek relevant om je daarop te richten.

Ik ben naar Diyarbakir verhuisd voor de research voor mijn boek “De jongens zijn dood”. Dit boek gaat over een bombardement van het Turkse leger op Koerdische smokkelaars waarbij eind 2011 34 mensen omkwamen, hoofdzakelijk minderjarigen. Het was op dat moment niet zo handig om in Istanbul te zitten, omdat áls er iets gebeurt in het Koerdische gebied, ik twee dagen onderweg ben. Ik kon tijdelijk bij een vriendin intrekken. En daarna ben ik gebleven.
Eerder had ik al bedacht om de Engelstalige markt op te gaan. In Istanbul is het echter heel lastig om je te onderscheiden van de vele Engelstalige freelance journalisten. Toen dacht ik, dat als ik hier in Diyarbakir blijf, ik ook kan proberen om de Engelstalige markt te veroveren en dat lukt aardig.

En ik voorspelde dat de Koerden nog wel eens belangrijk gingen worden. Niet alleen in Turkije, maar ook in Iraaks Koerdistan dat, voordat het gedonder met ISIS begon, relatief stabiel was en waar het economisch heel goed ging. Ook in Syrië zijn de Koerden sinds 2012, begin 2013, redelijk in opkomst. Ze proberen daar hele interessante dingen op te zetten met zelfbestuur. In het Engels zeggen ze dat wel mooi: “The Kurds turn from a factor into an actor.” Er valt veel over te vertellen, maar er wordt nog veel te weinig over geschreven. Daarom wilde ik mij juist daarin graag specialiseren.’

En in de tweede plaats? Persoonlijke interesse?
‘Ja, er zitten ook persoonlijke aspecten aan. Toen ik net in Turkije kwam, snapte ik er vaak niks van. Het is een ingewikkeld land en veel dingen betekenen hier wat anders. In de loop der tijd leer je het land toch een beetje kennen en kwam ik erachter dat het hele begrip mensenrechten in Turkije moeilijk ligt. Turkse nationalisten, en daar zijn er een heleboel van, zeggen dat mensenrechten een westers concept zijn. Als je het dan over Koerden hebt, zeggen zij dat wanneer je het Koerdische volk autonomie geeft dat dat de eenheid van Turkije aantast. En de eenheid van Turkije is een van de pijlers van de Turkse republiek.

Toen heb ik de switch gemaakt van mensenrechten naar identiteit. Ik kwam er namelijk bij mezelf achter dat mijn eigen identiteit heel erg in beweging kwam toen ik naar Turkije verhuisde. Toen was ik in één keer een buitenlander, hoewel mij dat gevoel hier nooit gegeven werd. Het is hier niet zoals in Nederland, waar je generaties lang allochtoon wordt genoemd. Dat woord bestaat hier niet eens. Toch ben je in een ander land, waar je op de een of andere manier je weg moet zien te vinden, waar je niet alles weet en waar je niet alles kunt volgen. Ook merkte ik, dat ik niet altijd mezelf kon zijn en dat knaagde aan mijn eigen identiteit. Nu heb ík er bewust voor gekozen om in Turkije te gaan wonen, maar dat geldt niet voor de Koerden. Hun identiteit wordt met geweld onderdrukt. Alle mensen hebben meerdere identiteiten, dus ook Turken en Koerden. Ik ben bijvoorbeeld vrouw, journalist, Twentse en Nederlandse. Volgens mij gaan mensenrechten uiteindelijk over identiteit en is het als je het op die manier bekijkt goed toepasbaar in de Turkse situatie.’

Hoe bewaak jij de grens tussen geëngageerde ­journalistiek en activisme?
‘Er zit bijvoorbeeld een foto van mij in het rechtbankdossier. Op deze foto staan jonge Koerden bij de grens bij Kobani met een sjaal om hun gezicht, waardoor ze onherkenbaar zijn, en ze zwaaien met vlaggen van de PKK. Ik doe veel verslag via Twitter, dus deze foto heb ik getweet. Het is een van de taken van de journalistiek om verhalen van mensen te vertellen die niet gehoord worden. Maar ik ga natuurlijk niet zelf met die vlaggen zwaaien.

Tijdens mijn verhoor op 6 januari vroegen ze naar mijn interview met Cemil Bayik, de tweede man van de PKK. Of ik die inderdaad had geïnterviewd? Ja, dat is nogal evident. Op een foto in mijn strafdossier schud ik Bayiks hand en op de achtergrond hangt een PKK vlag. Deze foto heb ik als journalist zelf de wereld ingestuurd. Dat noemt de Turkse staat propaganda. Maar als ik een Turkse minister interview, dan tweet ik uiteraard ook zo’n foto waarop misschien wel een Turkse vlag te zien is. Dat is dan toch ook geen staatspropaganda?

Ik hou juist heel duidelijk afstand van activisme, omdat het mijn journalistieke integriteit aantast. Mensen hier begrijpen dat soms niet zo goed. Tijdens Newruz, het Koerdische Nieuwjaar op 21 maart, kwam ik een bekende tegen. Zij wilde samen met mij op de foto en plotseling wilde zij een vlag van PKK-leider Öcalan in beeld. Ik protesteerde fel, zei dat ik journalist was en dat het een ramp zou zijn als die foto rondging. Zij begreep het niet en zei: “Je bent hier toch om feest te vieren?”

Ik ben geen Koerd en ik ben geen Turk. Ik ben een Nederlandse journalist met een mensenrechtenbril, of beter een identiteitsbril. Ik heb er ook een mening over en dat mag volgens mij. Ik vind meningen vooral interessant als mensen weten waar ze over praten. Ik denk dat ik weet waar ik over praat. Ik onderbouw mijn mening altijd en ben kritisch op beide kanten, maar ik geloof wel dat de Koerden gelijk hebben wanneer ze opkomen voor hun basisrechten. Mensenrechten die door VN verdragen worden ondersteund. Als bepaalde mensen dat activistisch noemen, so be it.’

Word je vaak bekritiseerd of zelfs lastig gevallen?
‘Soms word ik door Turkse nationalisten lastig gevallen. Maar er zijn nog nooit directe bedreigingen geweest. “Rot op uit ons land”, is wat ik doorgaans hoor of “Ga over Srebrenica schrijven”. Blocken op Twitter en klaar. Ik voel me er niet onveilig door. Het gebeurt ook niet zo vaak. Het aantal steunbetuigingen overtreft zonder overdrijven duizenden keren de boze tweets.’

Je leeft alleen in Diyarbakir. Kan dat in een mannen­wereld als Turkije?
‘Buiten dat de hele wereld een mannenwereld is, valt het in Koerdistan wel mee. Ja, ze zijn daar heel patriarchaal, maar ondertussen is er een enorme politieke beweging die vrouwenrechten hoog in het vaandel heeft staan.

Een goede vriendin probeerde me hier in Diyarbakir aan de man te helpen, maar ik ben niet echt “compatible” met de mannen hier. Ik werk, reis, ben niet religieus en ben ook nog eens 1 meter 80. En de mannen hier zijn al getrouwd; met een vrouw of met de Koerdische strijd. Ik ben trouwens ook getrouwd, met de journalistiek en in hoeverre is er in dat rare leven van mij plaats voor een man? Toch zou het wel fijn zijn om iemand te hebben, om op te leunen. Dus ik zie wel wat er op mijn pad komt.’

Je plaatst ook veel persoonlijke tweets. Doe je dit met een reden?
‘Volgens mij valt dat wel mee. Mensen die mij echt kennen, weten dat ik maar weinig van mijn privéleven prijsgeef. Het zijn alledaagse dingen die ik graag deel en volgens mij zijn mensen ook wel benieuwd naar het dagelijks leven in Koerdistan.’

Wat moeten journalisten weten voordat ze over de Koerden berichten?
‘Dat de Koerden nu in de strijd tegen ISIS meer een eenheid zijn gaan vormen. En dan bedoel ik de Koerden die in de verschillende landen wonen. De Peshmerga uit Iraaks Koerdistan hebben bijvoorbeeld de Syrische Koerden bijgestaan in Kobani en zijn heel belangrijk geweest voor de overwinning. Omdat er verschillende stromingen onder de Koerden zijn, wordt vaak gezegd dat ze geen eenheid vormen en dat is een verwijt. Maar Turkije is ook geen eenheid. Hier is er bijvoorbeeld een religieuze en een seculiere, Kemalistische stroming. Dat  is ook logisch omdat niet iedereen hetzelfde denkt.

Het is ook belangrijk om te weten dat de Koerden in Turkije en Syrië een fundamenteel andere kijk op de samenleving hebben dan de Koerden in Irak. In Syrië en Turkije komt de politieke beweging voort uit het ­marxisme, omdat ze heel erg tegen de traditionele feodale, clan-gerichte Koerdische samenleving zijn. De seculiere PKK strijdt niet alleen tegen het Turkse systeem, maar ook tegen het oude Koerdische systeem. Daartegenover staat dat het politieke systeem in Iraaks Koerdistan daar juist op is gestoeld. Hier vind je nog steeds belangrijke clans en families zoals de Barzani en de Talabani die de dienst uitmaken.

Tot slot de parlementsverkiezingen op 7 juni. Die zijn echt heel spannend. De Koerdische partij, de HDP wil deze keer de kiesdrempel van 10 procent halen. Dit is riskant, want als de HDP daaronder blijft gaan alle restzetels naar de AKP, de partij van Erdogan. Tot nu toe wist de HDP dat te voorkomen door hun kandidaten onder hun eigen naam mee te laten doen. De AKP kan met die restzetels een absolute meerderheid behalen, waardoor zij eigenhandig een nieuwe grondwet kan invoeren, waardoor Erdogan waarschijnlijk veel meer macht krijgt.’

Vind je dat in Nederland goed over de Koerden en het Turks-Koerdische conflict wordt bericht?
‘Ik ben altijd bang om een verhaal over Koerden van iemand te lezen die zich niet gespecialiseerd heeft. Dan denk ik: wat voor verkeerde aannames liggen er aan dit verhaal ten grondslag? Maar gelukkig zitten er ook vaak prima artikelen tussen.

Wat jammer is, en dat valt niet zozeer de Nederlandse media te verwijten, is dat het vooral om het harde nieuws gaat. Ik begrijp dat wel, want toen ik tussen 2007 en 2013 voor het ANP werkte, schreef ik ook zulke nieuwsberichten. Nu is er een staakt-het-vuren, maar toen ging het over hoeveel militairen bij een PKK-aanslag waren omgekomen of hoeveel burgerslachtoffers het Turkse leger had gemaakt. Het was altijd gerelateerd aan de gewapende strijd en ik baalde dat ik vooral zulke stukken schreef. Daarmee frame je als media het geweldprobleem. Terwijl het eigenlijk een mensenrechtenprobleem is. Maar zo werkt nieuws, ook in de Nederlandse media.

Ik zie dit nu bijvoorbeeld ook in de berichtgeving over Kobani. Toen ISIS daar een grote aanval op opende, was dat heel veel in het nieuws. Ik heb daar ook veel over gepubliceerd. Nu de Koerden daar gewonnen hebben, zie je dat al die “parachutejournalisten” daar naartoe komen.’

Parachutejournalisten?
‘Ja, die vliegen eventjes over vanuit waar dan ook ter wereld. Die blijven dan drie dagen en typen snel hun stukjes. Ik merk heel erg dat die veel achtergrond­informatie missen en dat is zo jammer. Kobani is meer dan een lapje grond. Het is voor de Koerden van grote symbolische waarde en dat verhaal lees je heel weinig. Nu ga ik zelf dat verhaal voor De Groene Amsterdam­mer maken. Daar krijg je nog gewoon lekker de ruimte.’

Fréderike Geerdink (44) is sinds 2012 als freelance correspondent in de Turks-Koerdische stad Diyarbakir gevestigd. Ze werkt voor Nederlandse media zoals De Groene Amsterdammer, Het Parool, NTR- en VPRO-radio, voor Engelstalige media zoals The Independent, Al-Monitor en Beaconreader, en voor de Turkse onafhankelijke nieuwssite Diken. Hiervoor woonde ze enkele jaren in Istanbul en werkte ze onder meer voor het ANP. Daarnaast doet ze geregeld verslag op Twitter en is ze een fervent blogger. Begin 2014 verscheen haar boek ‘De jongens zijn dood’. Op 13 maart komt dit boek ook in het Turks uit.

platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.