foj 2019

— vrijdag 18 november 2011, 15:17 | 0 reacties, praat mee

Journalist mag zijn werk doen, tenzij…

Een politieperskaart verschaft toegang tot een plekje vooraan bij een brand, ongeluk of delict. Maar totale vrijheid heeft de journalist niet. Korpsen komen met eigen richtlijnen. Dat leidt soms tot conflicten.

Onlangs rukten brandweer, politie én ANPfotograaf Marcel van Hoorn uit voor een brand in Heerlen. Het was een stevige fik. Van Hoorn kon niet goed zijn werk doen, vertelt hij. ‘In het belang van zijn veiligheid’ hield een dienstdoende agent hem op grote afstand. De fotograaf voelde zich belemmerd in zijn werk. ‘Het kwam tot vloeken, duwen en trekken, met als gevolg dat mijn politieperskaart werd ingenomen.’
Een incident; het zoveelste tussen politie en pers in Zuid-Limburg. Oorzaak van de irritaties telkens: wat mogen journalisten, fotografen en cameralieden wel en niet ter plekke? ‘In Noord- Limburg is het veel prettiger werken’, zegt Van Hoorn. ‘Onlangs nog bij een verkeersongeluk. Tot op twee meter van de plek kon ik mijn werk doen. Die agenten weten dat ik ethisch verantwoord omga met mijn gemaakte beelden.’
Cameraman Fer Traugott, ook werkzaam in Limburg, voert geregeld discussies met hulpverleners over hoe dicht hij bij een brand of ongeluk mag komen voor het schieten van beelden. ‘Agenten willen een houvast hebben om je toch weg te krijgen. Dan roepen ze al snel dat het gevaarlijk is. Of dat je moet wachten totdat er een voorlichter ter plaatse is. Ja, en het vuur bijna gedoofd is. Dat leidt tot irritaties.’

Voor de professionele journalist is het helder. Hij beschikt over een politieperskaart en dus mag hij zijn werk doen binnen het afgezette werkgebied. Het gevaar schat de journalist zelf in. De politie plaatst daar mitsen en maren bij, en soms zelfs nieuwe spelregels, weet voorzitter Bob Nuys van de Stichting Landelijke Politieperskaart.

‘Het Openbaar Ministerie gebruikt de politieperskaart als entreebewijs bij de rechtbank. Daar is de perskaart niet voor bedoeld. Die is er voor het kunnen uitoefenen van het dagelijkse werk in het veld. Van de andere kant menen journalisten dat een politieperskaart het recht geeft op gratis parkeren. Dat is niet zo.’
Nuys bereiken af en toe klachten van journalisten die in aanvaring komen met de politie. Tegelijk moet de voorzitter toegeven dat niet alle incidenten hem bereiken. Zo kent hij het voorbeeld in Zuid-Limburg niet.

‘Het kwam tot vloeken, duwen en trekken, met als gevolg dat mijn politieperskaart werd ingenomen’


Ook elders gebeurt het. Freelance camerajournalist Niels Damstra moest zich in april verwijderen uit de buurt van een ongeluk op de A1. Damstra luisterde naar de agent, om escalatie te voorkomen. De politie verklaarde later dat de journalist geen hesje had gedragen. Rijkswaterstaat zou de politie hebben verzocht om Damstra om die reden weg te sturen.

De politieperskaart bestaat sinds 1980. Dit is wat de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken zeggen over de betekenis ervan: ‘Met het oog op de betekenis van de journalistiek voor de realisering van de vrijheid inlichtingen te verzamelen en door te geven wordt veelal aan journalisten toegang verleend tot plaatsen, die voor anderen ontoegankelijk zijn, bijvoorbeeld afgezette gedeelten van de openbare weg. Daarbij dient de journalist op verzoek zijn politieperskaart te tonen.’
De richtlijn geeft de journalist dus niet honderd procent vrij spel. Bij calamiteiten, zoals een gijzeling, kunnen beperkingen worden opgelegd. De richtlijn: ‘De burgemeester kan, als de omstandigheden hiertoe noodzaken, algemene voorschriften afkondigen op grond waarvan het personen, die middelen voor het vastleggen van beelden of geluiden bij zich hebben, verboden is zich in een bepaald gebied op te houden.’

In de praktijk komen politiekorpsen met eigen interpretaties van de richtlijnen. In Rotterdam- Rijnmond mogen journalisten bij een brand of ongeluk – op eigen risico – onbelemmerd werken binnen het door de politie afgezette gebied. Wel dienen ze aanwijzingen altijd op te volgen. Bij een moord komt de pers niet binnen het afgesloten gebied. Maakt een afzetting het werken onmogelijk, dan wordt bekeken of de media iets dichterbij mogen komen, maar ze moeten wel achter het lint blijven. Haaglanden en Flevoland stellen dat de pers haar werk mag doen binnen de afzetting als dat de opsporingsbelangen, de hulpverlening en de eigen veiligheid niet schaadt. Hollands Midden en Gooi en Vechtstreek geven de journalist beperkte toegang als anders sporen verloren dreigen te gaan. De journalist schat het gevaar zelf in en maakt de (ethische) afweging wat wel en niet te publiceren. Kennemerland legt de nadruk op een goede samenwerking met de pers. ‘Blijf vriendelijk. Niets doet het slechter op tv dan een boze agent(e) die een hand voor de camera houdt. Besef dat de pers altijd op zoek is naar een verhaal. Als ze van de politie geen informatie krijgen, gaan ze wel op zoek naar andere bronnen. Een goede relatie met de pers draagt bij aan ons imago.’

Ook Zuid-Limburg hamert op een goede samenwerking met de pers. En ook hier; journalisten hebben altijd toegang tot de plaats incident – zolang zij de hulpdiensten niet in de weg lopen of sporen vernielen.
Dat staat haaks op de bevindingen van cameraman Traufott en fotograaf Van Hoorn. Over het incident met de ANP-fotograaf zegt woordvoerder Bert van Klaveren van het korps Limburg-Zuid: ‘Het was een ongelooflijk felle brand. Levensgevaarlijk. De fotograaf vond dat hij bepaalde dingen wel mocht en zette een grote mond op. De perskaart heeft hij de volgende dag teruggekregen.’
Van Klaveren herleidt de incidenten tot een veranderend medialandschap. Het gaat er tegenwoordig hectischer aan toe. ‘Vroeger investeerden media in politieverslaggevers, tegenwoordig veel meer in incidenten. En er zijn zoveel media bijgekomen, daar ergeren de traditionele media zich aan. De een publiceert iets, de ander belt meteen en vraagt om een bevestiging. Media rollen over elkaar heen. Nog voordat er een persconferentie is belegd, willen ze het motief van de verdachte al weten. “Laat me even mijn werk doen”, denk ik dan.’ Wellicht dat een reguliere ontmoeting met de media een oplossing biedt, oppert Van Klaveren. Zoals de collega’s in Noord-Limburg dat sinds jaar en dag doen. Volgend jaar schuiven beide voorlichtingsafdelingen in elkaar, vooruitlopend op een fusie van de Limburgse politiekorpsen.

Woordvoerder Hans van Kruchten in Venlo zegt dat het er in de Randstad spannender aan toe gaat dan in Limburg. ‘Daar heb je veel meer media waarmee aanvullende afspraken worden gemaakt. Hier gaan we vrij ontspannen om met de pers. Een journalist kan faciliteiten krijgen. In het woordje kan zit het venijn. Bij een plaats delict zullen we eerst alle sporen moeten veiligstellen. We regelen dat journalisten op bepaalde momenten door de afzetting mogen om foto’s en filmopnamen te maken.’ Conflictsituaties zullen altijd blijven bestaan, gezien de uiteenlopende belangen. Van Kruchten: ‘Dat is niet erg, zolang er begrip en respect voor elkaar is.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.