Afstudeerprijs Villamedia 2019

— maandag 28 oktober 2019, 09:00 | 0 reacties, praat mee

Jonathan Ursem: ‘Je fouten toegeven en ervan leren’

© Maaike Putman

Hoofdredacteur Jonathan Ursem, van Nieuwe Revu, trok in januari alle artikelen in die ‘sjoemeljournalist’ Peter Blasic voor zijn blad schreef. Hij vroeg studenten van de School voor Journalistiek om onderzoek te doen naar diens bronnen. Omdat hij de bevindingen niet alleen voor zichzelf wil houden, deelt hij ze nu met collega’s.

‘We hebben gefaald; daar moeten we open over zijn, van leren en onszelf verbeteren.’  Het is een kop die je als hoofdredacteur nooit hoopt te hoeven schrijven, maar op 23 januari moest ik er toch aan geloven.

Uitkijkend over de oude VOC-tuinen schreef ik in mijn tijdelijke appartement in Kaapstad niet wat ik daar eigenlijk moest doen – een boek – maar een artikel waarin ik verantwoording aan de lezers van Nieuwe Revu aflegde nadat ik alle 27 artikelen die Peter Blasic voor ons schreef, had ingetrokken.

Een week eerder kreeg ik een mailtje van de redactie van De Groene Amsterdammer met vragen over het werk van Blasic. Uit onderzoek dat het blad deed, blijkt dat hij ‘op grote schaal’ plagiaat heeft gepleegd en dat er ‘grote twijfels’ zijn over de veelal anonieme bronnen die hij gebruikt in zijn werk voor verschillende media in Nederland en België, waaronder dus Nieuwe Revu. Mijn blad haalt zo’n beetje alle on- en offline media, en ik ben op vakantie.

Te mooi om waar te zijn
Toen het mailtje ’s avonds binnenkwam, voelde ik me betrapt. Iemand deed mijn werk beter dan ikzelf, en die persoon werkte bij een ander blad. Genaaid voelde ik me ook, door Blasic – áls het waar was, want dat was toen nog niet helemaal duidelijk. Ik dacht: ik doe gewoon alsof ik dat bericht niet gezien heb en reageer morgen wel. Misschien zou de mail wel uit zichzelf verdwijnen. Maar hij verdween niet. Fuck.

Het eerste wat ik deed, was Blasic op non-actief stellen. Wat er allemaal waar was van de aantijgingen wist ik toen nog niet, maar alleen al het vermoeden dat er iets goed mis was, was voldoende om de relatie met de journalist, die in het dagelijks leven nota bene ambtenaar bij de gemeente Roermond blijkt te zijn, in elk geval tijdelijk te verbreken.

‘Te mooi om waar te zijn’ was de titel van het artikel in De Groene waarin op 22 januari onthuld werd hoe ‘een journalist ­jarenlang de boel kon oplichten’. De ravage die Blasic niet alleen bij Nieuwe Revu maar ook bij Elsevier (22 korte artikelen) en HP/De Tijd (302 korte artikelen) aanrichtte, is enorm. Het duurde even voordat ik de humor in kon zien van het feit dat hij voor Revu nog een artikel over mensen met een dubbelleven aan het schrijven was. Het waarderen van ironie kost tijd.

Er waren ook vragen. Waarom sprak De Groene in een conceptversie van het artikel over ‘ruim dertig’ ­artikelen, als ik zelf niet verder kom dan 27? En iemand een oplichter noemen, dat mag toch niet zomaar? Er was ook ­chagrijn; mij was toegezegd dat in het artikel zou komen te staan dat ik de samenwerking met Blasic heb ­beëindigd, zoals inmiddels het geval was, terwijl er nu staat dat ik hem ‘slechts’ op non-actief heb gezet. Nog weer later kwam de boosheid. Mijn collega bij HP, die nota bene voor Revu werkte in de periode dat Blasic dat ook deed, wist al bijna twee jaar dat Blasic niet correct handelde. In plaats van die informatie te delen is Blasic’ werk in het geniep offline gehaald. Ruim driehonderd artikelen onder het tapijt geveegd in de hoop dat niemand erover zou struikelen… Dit had zo makkelijk voorkomen kunnen worden.

Hoe nu verder?
Na contact met mijn redactie – lang leve de appgroep – is besloten dat onze lijn zou worden: toegeven dat er fouten zijn gemaakt, zoveel mogelijk openheid van zaken geven en ervan leren zodat het niet nog eens mis gaat. Niets laten verdwijnen, maar juist alles online laten staan met een vette disclaimer erboven, en die ook boven alle artikelen op Blendle laten zetten. Alles vanuit het idee dat we open kaart moeten spelen, want dat was wel het minste wat we voor onze lezers konden doen. Dat bleek al snel de weg van de meeste weerstand, want door in alle openheid je fouten toe te geven, ben je een makkelijke prooi op social media. En als er één beroepsgroep is die collega’s graag de maat neemt, hoe terecht ook, dan is het wel de journalistiek.

Nadat ik de artikelen had ingetrokken en de relatie met Blasic had verbroken, verantwoording aan mijn lezers had afgelegd en vanuit Kaapstad wat interviews had gegeven, begon het vinden van een antwoord op de vraag: hoe nu verder?

De eerste stap was het aanpassen van de werkwijze. Alle freelance journalisten waarmee ik werk, wil ik persoonlijk ontmoeten, dus er werden aardig wat kopjes koffie ingepland na mijn vakantie – iets wat er om inmiddels begrijpelijke redenen met Blasic nooit van is gekomen. Hij zat bij de boedel toen ik in 2016 bij Revu kwam werken, en is ondanks een paar uitnodigingen nooit op de redactie geweest. Het contact verliep altijd per e-mail.

Daarbij wordt er nu kritischer gekeken naar het gebruik van anonieme bronnen. Ik wil de identiteit van zo’n bron weten en ook hoe, waar en wanneer er met hem of haar gesproken is. Het gebruiken van geanonimiseerde bronnen is niet vanzelfsprekend meer toegestaan; sinds januari heb ik meermaals bedankt voor een artikel waarin de bronnen niet met naam en toenaam genoemd worden.

Rommelen met citaten
Stap twee was inzichtelijk maken wat er precies fout is gegaan. Want hoe ging Blasic nou eigenlijk te werk? Om dat helder te krijgen, heb ik het freelancebureau van de School voor Journalistiek van de Hogeschool Utrecht benaderd voor een opdracht. Een team van drie studenten – Yentl Neutkens, Loes Vijgen en Max van der Heijden – is in Blasic’ Revu-oeuvre gedoken, met speciale aandacht voor zijn bronnen. Hun werkwijze: van ieder artikel inventariseren welke bronnen worden opgevoerd en die waarderen op geloofwaardigheid, volgens de stoplichtmethode: groen is goed, rood is slecht en oranje is twijfelachtig en dus niet goed genoeg.

Als je kunt spreken van een methode-Blasic, dan gaat die als volgt: hij schrijft een artikel over iets dat in de actualiteit is en geeft er een spectaculaire draai aan met veelal anonieme bronnen die niet te traceren of controleren zijn. Deze bronnen worden aangevuld met citaten uit een of ander onderzoek of met een reactie van een al dan niet gesproken expert, waarmee het geheel van geloofwaardigheid wordt voorzien.

De onderzoekers onderscheiden vier soorten bronnen in de artikelen die Blasic voor Nieuwe Revu heeft geschreven. Bronnen die:

• alleen met een voornaam of een functie genoemd worden en zodoende niet traceerbaar zijn, zoals ‘voormalig maffialid Benito’ of ‘Syriëganger Arsalan’.
• met naam en toenaam worden opgevoerd maar niet lijken te bestaan, zoals ‘psycholoog Simon Janssen’ of ‘douanier Harry Winders’.
• met naam en toenaam worden genoemd maar ontkennen contact met Blasic te hebben gehad.
• bestaan en zeggen contact met Blasic te hebben gehad.

De Excel sheet met de onderzoeksresultaten heeft nog het meest weg van de tribune bij een thuiswedstrijd van het Nederlands elftal: overwegend oranje, met hier en daar een plukje van een andere kleur. Het betekent dat er bij het overgrote deel van de bronnen op z’n minst twijfel is. Ja, ze kúnnen bestaan en ja, hij kán ze gesproken hebben, maar dat is niet erg waarschijnlijk. Maar hoe bewijs je dat iemand als ‘voormalig maffialid Benito’ ook buiten Blasic’ fantasiewereld bestaat? Dat hebben de onderzoekers niet kunnen aantonen, maar het feit dat hij geen vragen heeft kunnen of willen beantwoorden, zegt eigenlijk wel genoeg.

Naast het opvoeren van ongeloofwaardige bronnen, rommelde Blasic ook met citaten. De onderzoekers onderscheiden twee categorieën van copy paste-citeren. Enerzijds zijn dat citaten die van een website gehaald zijn, maar gepresenteerd worden alsof hij iemand geïnterviewd heeft. Anderzijds gebruikt hij citaten uit andere media zonder de herkomst ervan te melden, in een enkel geval zelfs met toestemming van de geciteerde persoon. De ondeugdelijke bronnen en citaten bij elkaar opgeteld, kent ieder Blasic-artikel wel een aantal journalistieke doodzonden.

Niet onder het tapijt
Na het onderzoek door de School voor Journalistiek en eerder door De Groene Amsterdammer kan je stellen dat een belangrijk deel van Blasic’ bronnen en ook de herkomst van een aantal citaten zo twijfelachtig te noemen is, dat er van een journalistiek product geen sprake meer is. Zelfs in een artikel waarin ik hem de bronnen eigenhandig heb aangedragen, weet hij er nog een anonieme bron in te fietsen waardoor ik ook voor dat stuk mijn hand niet in het vuur durf te steken. Het terugtrekken van de artikelen is dan ook de enige juiste beslissing geweest. Niet onder het tapijt, maar voorzien van een disclaimer op revu.nl/blasic.

Jonathan ­Ursem (38) werkt sinds 2016 bij Nieuwe Revu, eerst als adjunct en later als hoofdredacteur. Hij begon zijn carrière in 2006 bij Quote, tot hij in 2012 naar Kaapstad verhuisde. Daar richtte hij samen met zijn vrouw een marketing­bureau op, en schreef hij freelance voor o.m. Esquire, JFK en FD Persoonlijk. Voorjaar 2020 verschijnt het boek dat hij in Zuid-­Afrika aan het schrijven was, over voetbalclub Ajax Cape Town.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.