— maandag 26 december 2022 09:00 | 0 reacties , praat mee

Jason Pinas: We moeten onverschrokken de muilkorf terzijde schuiven en niet zwichten voor intimidatie

Jason Pinas: We moeten onverschrokken de muilkorf terzijde schuiven en niet zwichten voor intimidatie
De Surinaamse vicepresident Ronnie Brunswijk spreekt de pers toe. In Suriname gingen mensen in juli de straat op om te protesteren tegen de regering van Chan Santokhi. - © RANU ABHELAKH/ANP

De Surinaamse journalist Jason Pinas werd vorig jaar door beveiligers van vicepresident Ronnie Brunswijk mishandeld. Kort daarna vond hij twee handgranaten onder zijn auto. Maar Pinas is nog steeds journalist en nog steeds strijdbaar. 'Stil zitten en het over ons heen laten komen is absoluut geen optie', schrijft hij in dit essay voor Villamedia. Laatste wijziging: 27 december 2022, 10:27

Even een jaartje terug in de tijd fietsen, dinsdag 14 december 2021. Dé dag die mijn leven in een oogwenk heeft veranderd. Alleen maar omdat ik een fotomoment wilde maken van de zich ‘almachtige’ wanende Surinaamse vice president Ronnie Brunswijk. Diens politieke macht is gebaseerd op zijn verleden als ‘rebellenleider’ van de Jungle Commando, die in opstand kwam tegen het Nationaal Leger onder leiding van toenmalig dictator Desi Bouterse, die de militaire coup leidde op 25 februari 1980.
Het was een zonnige ochtend. Voor de Ware Tijd moest ik een verslag maken van de lancering van het ‘Safe Area Exercise’ van de overheid, bedoeld om de bevolking meer te laten bewegen in de nadagen van corona.

Nadien bleef ik nog even hangen, wachtende voor een andere activiteit op het terrein van Fort Zeelandia dat bekend staat om de decembermoorden van 1982. Op de terugweg zag ik een opvallende drukte voor De Nationale Assemblee, het Surinaams parlement, niet vermoedende dat het om aanhangers van Brunswijk ging.

Later bleek dat de groep verhaal kwam halen bij het assembleelid en dissident Edward Belfort omdat hij twee dagen daarvoor fel had uitgehaald naar de voorzitter van zijn eigen partij Abop, Brunswijk dus. Ondanks mijn nieuwsgierigheid reed ik toch voorbij. Toen ging mijn telefoon.

Ik werd van achteren in een wurggreep genomen door zijn beveiligers, op de grond gesmeten, geslagen en geschopt

Plek des onheils
“Hallo Jason, waar ben je? Ik heb een mooi item voor je. Er zijn enkele mensen hier om te protesteren voor het DNA gebouw. Misschien kan je een mooi verslag daarvan maken. Kom je?”, klonk het uitnodigend. Daarop keerde ik terug naar wat later bleek de ‘plek des onheils’.

Het leek een mooi verslag te worden, maar kort na interviews met enkele protesteerders werd roet in het eten gegooid. Brunswijk liep van het DNA terrein naar zijn dienstvoertuig en stapte in, waarop een deel van zijn aanhangers de auto bestormde.

Dat ik van dat moment foto’s maakte, viel bij hem niet in goede aarde. En ontstak hij zijn tirade. “Ik heb je eerder al gewaarschuwd. Doe dit nooit meer”, schreeuwde hij woedend richting mij met de bijbehorende krachttermen. Van geen kwaad bewust probeerde ik de vicepresident nog te overtuigen dat er niets aan de hand was. Het mocht niet baten.

Ik werd van achteren in een wurggreep genomen door zijn beveiligers, op de grond gesmeten, geslagen en geschopt. De telefoon waarmee ik de foto’s had gemaakt werd weggerukt, terwijl ik weerloos op de grond lag.

“Ik ga jou vermoorden!”, dreigde een van de beveiligers op boze toon terwijl hij op mijn arm trapte om zo de telefoon los te krijgen. Ik sprong op, probeerde nog iets te doen, maar besefte dat ik in mijn eentje niet was opgewassen tegen de vicepresidet en zijn bloeddorstige bende. In volle vaart reed de clan weg terwijl ik verweesd en beduusd achter bleef. Wat vooral opviel was dat geen van de aanwezige omstanders-enkele ken ik zelfs persoonlijk-op dat moment opkwam tegen de openlijke geweldpleging tegen een journalist. Het leek wel normaal voor hen en sommigen hebben zelfs genoten van de harde aanpak. Vol ongeloof stapte ik in mijn auto en ging naar de redactie.

Medeleven
“Jason is afgetuigd”, meldde adjunct hoofdredacteur Terence Oosterwolde aan hoofdredacteur Iwan Brave nadat ik op kantoor kwam. Ze besloten onmiddelijk een spoed vergadering te houden over dit voorval. Oosterwolde adviseerde mij om direct aangifte te doen bij de politie.

Hij informeerde ook bij een medewerker van het parlement of er camerabeelden waren. Die persoon wist niet zeker of “het gebouw over cameras beschikt aan de voorkant.” Het nieuws ging intussen als een lopend vuurtje rond.

Collega’s van verschillende media namen er notitie van en spraken hun afkeuring erover uit. Ze waren het allen over eens;  het was een ernstige aanslag op de vrije pers.” Dat mocht in geen geval geaccepteerd worden. Meerdere hoofdredacteuren kwamen bijeen om de juiste aanpak en strategie te bespreken terwijl de leiding van de Ware Tijd er alles aan deed om mij te beschermen.

Ook internationale organisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Associatie van Caribische Mediawerkers en de Amerikaanse Ambassade veroordeelden deze ‘laffe daad’. De steunbetuiging van het overgrootste deel van de samenleving heeft ons ook gesterkt. De eensgezindheid van de media die toen is gedemonstreerd was subliem en hartverwarmend.

‘U hebt het zelf opgezocht’
Mijn aangifte werd met duidelijke tegenzin opgenomen door de politie. “U hebt het zelf opgezocht. Beveiligingsmannen gaan u niet zomaar mishandelen”, was de eerste reactie die we moesten aanhoren van een dienstdoende politieman.

Hij verwees ons naar een collega die het nog bruiner bakte. In het proces-verbaal, dat ik overigens niet mocht inzien, nam zij op dat ik “alleen een vergoeding wenste en geen verdere vervolging.” Een pertinente leugen natuurlijk.

Daarnaast beweerde de woordvoerder van Brunswijk, die met zijn neus boven de mishandeling stond, dat hij niets had gezien. Wel wist hij te verklaren dat ik “provocerend” was geweest naar de vicepresident.

“Hij was geld komen zoeken bij de vice-president. Omdat hij dat niet heeft gekregen stelt hij zich nu zo op”, was een andere verzinsel van een protesteerder. Maar de grootste leugen kwam van Brunswijk zelf. Op dezelfde dag van het incident verklaarde hij tijdens de vergadering van De Nationale Assemblee dat ik “helemaal in zijn auto” was geweest. “Ik stapte in m’n auto en nam 500 SRD(Surinaamse dollar) uit m’n auto. Toen ik me omdraaide zag ik een journalist helemaal in m’n auto. Wat doe je hier in m’n auto?”, aldus zijn leugenachtige verklaring.

De camerabeelden die tijdens het strafproces in de rechtszaal werden vertoond, zouden het tegendeel bewijzen. Opmerkelijk is dat die beelden om tot nog toe duistere redenen nooit voor het groter publiek zijn geopenbaard.

Intimidaties, bedreigingen en leugens waren ondertussen niet om over naar huis te schrijven. Pijnlijk en triest was het om te zien hoe mensen met een behoorlijke ontwikkeling zich leenden om zich bewust over mij als journalist uit te laten. Een aantal kennissen nam afstand, omdat ik hun politieke leider Brunswijk in verlegenheid zou hebben gebracht.

De zaak kon volgens hun ‘anders opgelost’ worden. Dus buiten alle media aandacht. Boezemvrienden en familie waarschuwden, uit vrees voor mijn leven, maar te laten voor wat het is. “Jouw leven is te kostbaar. Je bent niet opgewassen tegen deze machtige politici dus laat het maar gaan”, is vaker aan mij gezegd. Maar omdat wij als journalisten overtuigd waren van de rechtvaardige strijd zijn we onbevreesd doorgegaan.

Wel was ik volgens een van hen een “brutale en arrogante journalist die Brunswijk het altijd moeilijk probeerde te maken”

Excuses en berechting
Na hevig protest van met name de Surinaamse Vereniging van Journalisten(SVJ) hebben de president en vicepresident schoorvoetend hun ‘excuses’ aangeboden. Het Openbaar Ministerie startte een onderzoek naar het handelen van mijn belagers.

Omdat de hoofdverdachte een politieman was werd de interne afdeling Onderzoek Politionele Zaken(OPZ) hiermee belast. Drie verdachten kwamen in beeld. Brunswijk bleef buiten schot want hij veegde zijn straatje schoon door te stellen dat hij “niet kan bepalen voor de beveiligers wat ze moeten doen.”

Opmerkelijk want twee verdachten waren ex-leden van de Jungle Commando, waarvan hij de alles bepalende rebellenleider was.
De rechtszaak begon twee maanden later op 14 februari. Behalve dat de camerabeelden alle twijfels over mijn lezing van het geweldincident wegnamen, hadden alle drie de verdachten een volmondige bekentenis afgelegd bij de rechter.

Wel was ik volgens een van hen een “brutale en arrogante journalist die Brunswijk het altijd moeilijk probeerde te maken.” Dus mij moest daarom een lesje geleerd worden. Lachwekkend misschien, maar dat is kennelijk hoe sommige politici denken over journalisten die geen blad voor de mond nemen. Op 16 juli 2021 volgde de uitspraak van de rechter. De drie beveiligers werden schuldig bevonden en kregen een voorwaardelijke straf van drie maanden en een proeftijd van twee jaar.

Je tuimelt als land niet zomaar binnen een jaar van de 19e naar de 52e plaats op de World Press Freedom Index

Persvrijheid onder druk
De persvrijheid in Suriname staat al geruime tijd onder hevige druk van de zittende regering. Dat heb ik dus letterlijk aan de lijve ondervonden. Politieke leiders in het machtscentrum, die het vrije woord moeten helpen beschermen, lijken zich eerder structureel en harder in te zetten voor de neergang van de journalistiek als zuurstof van de democratie.

President Santokhi kijkt de andere richting op, vicepresident Brunswijk heeft alleen zin in de media wanneer het hem goed uitkomt en minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, de zogenoemde coördinator van de regering, is te arrogant om zijn eigen afspraken met de SVJ na te komen. Je tuimelt als land niet zomaar binnen een jaar van de 19e naar de 52e plaats op de World Press Freedom Index. Dat geeft aan dat het ernstig mis gaat. Wat te doen hiertegen? Vraagt het Surinaamse journaille zich in gemoede af.

De vrije en kritische pers kan in elk geval niet rekenen op de toezeggingen van de regering voor wat betreft de persvrijheid. Die toezeggingen zijn slechts lippendienst gebleken. De “machtsarrogantie”, zoals hoofdredacteur Iwan Brave dat noemt, viert hoogtij. Maar terwijl ik dit schrijf besef ik dat journalisten nu wel meer dan ooit waakzaam moeten zijn en elkaar een hart onder de riem steken om deze tijd van intimidatie en rancune te kunnen overbruggen.
Niet geleerd

Je zou denken dat regeertoppers van deze aanslag en de nasleep daarvan geleerd hebben. Duidelijk niet. Dit getuige de houding van minister Ramdin die het in november tijdens een persconferentie nodig vond om journalisten de les voor te lezen. Tegen mij opende de bewindsman verbaal openlijk de aanval, wat voor mij duidelijk maakt dat ik in hun ogen een doelwit ben.

Scherpe handgranaten
Het antwoord van Ramdin op vragen van een collega-journalist ontlokte een glimlach. Niet uit hoon, maar omdat het bij mij een eerder antwoord bracht. “Meneer Pinas u lacht, waarschijnlijk durfde u die vragen toen niet te stellen, toen ze gesteld moesten worden”, zei een gepikeerde Ramdin.

Met ‘toen’ doelde hij op regeerperiode (2010-2020) met Desi Bouterse als president. Hiermee heeft Ramdin mij willen labelen als politiek verdachte journalist, die sympathiseerde met Bouterse. Dat is zeer verwerpelijk en onverantwoordelijk, aangezien kort na het geweldincident tegen mij twee scherpe handgranaten onder een auto op ons erf werden aangetroffen.

Dat hoeft niet per se uit de hoek van Brunswijk of ex-leden van de Jungle Commando afkomstig te zijn, maar het bewijst wel waartoe verbaal geweld en opruiing door onverdraagzame politici kunnen leiden. In de Verenigde Staten weten ze, na de Capitoolbestorming, daarover mee te praten.

Ik heb mijn portie van doelwit-zijn wel gehad, in een periode waarin onze geliefde moeder ons is komen te ontvallen. Deze verbale druppel van Ramdin heeft mij doen besluiten om niet meer naar persconferenties te gaan. Deze (zelf)beknotting van de vrije pers zal Suriname geen bonuspunten opleveren voor de World Free Index. Een schrijven naar de president is tot op dit moment onbeantwoord gebleven.

Stil zitten en het over ons heen laten komen is absoluut geen optie. We moeten blijven opkomen en strijden voor de persvrijheid in Suriname. Dat is niet alleen een taak van journalisten maar geldt voor iedere burger die voorstaander is van een rechtsstaat. We moeten, zoals ex-president Ronald Venetiaan heeft opgeroepen: “Onverschrokken de muilkorf terzijde schuiven en niet zwichten voor intimidatie.”

Bekijk meer van

Suriname Jason Pinas
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee