Jan Prins (1944-2008)
Journalistiek is vakwerk, maar soms moet je ook een beetje geluk hebben met een wereldprimeur. Zoals in 1976, toen Jan Prins dankzij zijn achternaam een vinger kreeg achter de geruchten over betrokkenheid van Prins Bernhard bij de Lockheed-affaire. Prins probeerde de hoogste baas van de vliegtuigbouwer aan de telefoon te krijgen. President-directeur Kotchian was er niet, maar zijn secretaresse legde een briefje voor hem neer. Prince, The Hague kwam daar waarschijnlijk op te staan, want niet veel later belde Kotchian hoogstpersoonlijk terug en begon zich te verontschuldigen: ‘Sorry, I couldn’t keep you out of this affair’. Kotchian beëindigde abrupt het gesprek toen hij hoorde dat hij niet de Prins der Nederlanden aan de lijn had, maar de Nederlandse journalist Prins.
De anekdote is tijdens zijn ruim veertigjarige loopbaan als journalist en hoofdredacteur nog vaak aangehaald door Jan Prins, die vrijdag 7 maart op 63-jarige leeftijd overleed. Les 1 in de journalistiek volgens Prins: ‘Je moet altijd dingen proberen.’ Zelf was hij een man van wilde plannen – een denker en een doener. Met geniale ingevingen kon hij komen. Twijfel bij de redactie sloeg steevast om in geestdrift als bleek dat zijn intuïtie goed was en de lezers konden worden verrast met spraakmakend nieuws.
Prins geloofde in traditioneel journalistiek vakwerk maar was vooral een groot vernieuwer. Als een van de eerste hoofdredacteuren liet hij consequent lezersonderzoek doen. Ook stak hij veel energie in vooruitstrevende vormgeving die de krant gemakkelijk leesbaar maakte. Kans op echte vernieuwing kreeg hij gek genoeg toen ‘zijn’ Rotterdams Nieuwsblad in 1991 ophield te bestaan om met Het Vrije Volk samen te smelten tot Rotterdams Dagblad. Velen geloofden niet dat het zou lukken Rotterdam te winnen voor die (vermeende) mengelmoes van links en liberaal.Rotterdams Dagblad werd een sensatie in de Nederlandse dagbladwereld. Onder eendrachtige leiding van Prins en Leo Pronk werd het een krant met lef – in de vormgeving en in de verslaggeving. De oplage groeide, er werd winst gemaakt.
Voor Prins was commercieel succes belangrijk , maar wat hem vooral plezierde was de belangrijke rol die de krant kon spelen in de lokale samenleving. Prins had niets met kranten en journalisten die meenden zelf te weten wat goed was voor hun lezers.
Voortdurend zocht hij naar manieren om meer lezers te bereiken. Hij ontwikkelde een nieuwssite op internet. Prins voorzag de grote rol die dit medium zou krijgen en lanceerde in 1994 RD.nl. Niet alleen de nieuwssite was uniek, ook het feit dat hij meteen de hele redactie (tevens) internetredacteur maakte.
Recent werd Prins voor zijn journalistieke betrokkenheid onderscheiden door het stadsbestuur van Rotterdam. Hij ontving de Wolfert van Borselenpenning, met als inscriptie: ‘Krantenman met hart voor de stad’.
Melancholiek was Prins toen hij in 2003 werd gevraagd directeur/uitgever te worden van de Algemene Media Groep (AD, Rotterdams Dagblad, De Dordtenaar, Rijn en Gouwe). ‘Ik doe het, maar ik wil als journalist met pensioen gaan.’ Het is wrang, maar de pensioengerechtigde leeftijd heeft Jan Prins niet meer mogen halen. Een slopende ziekte maakte onverhoeds een einde aan een rijk journalistiek leven.
Bart Verkade,
AD Rotterdams Dagblad


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.