Iraakse overheid bedreigt persvrijheid
Journalisten in Irak, die al over hun persoonlijke veiligheid moeten waken, krijgen er de laatste tijd een probleem bij: rechtszaken, aangespannen door de leden binnen de Iraakse overheid. In de laatste weken zijn drie dagbladen en een tv-station aangeklaagd wegens smaad. Daarbij worden forse schadevergoedingen geëist van enkele miljoenen dinars - omgerekend honderdduizenden euro's. Persorganisatie Reporters sans Frontières (RSF) stelt dat het voortbestaan van de media wordt bedreigd door hoge boetes. "Hoe kan de persvrijheid in Irak overleven in zo'n omgeving?, luidt de retorische vraag. Zorgelijk daarbij is dat de Iraakse premier Al Maliki en president Talabani de wens hebben geuit "aggresieve media" uit te bannen. Journalisten in Irak leggen dat uit als "alle media die niet aan de leiband van de overheid meelopen". Een veertig jaar oude wet is door de nieuwe Iraakse regering niet aangepast. 'Wet 111' regelt strafmaatregelen tegen de pers, van boetes tot zelfs de doodstraf. Nabil Jassam, media-professor aan de Universiteit van Baghdad, stelt dat de wet enkel het uithollen van de persvrijheid dient. "De huidige regering kiest ervoor dit deel van de wet rond vrijheid van meningsuiting ongewijzigd te laten, terwijl dat voor de voortgang van persvrijheid in Irak wel nodig is", stelt Jassam.


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.