Intervisie werkt probleemoplossend en stressverlagend, maar journalisten doen het zelden
In de aanloop naar het Villamedia/NVJ event 'De Nieuwe Freelancer' op 10 juni in Den Haag, besteden we de komende tijd extra aandacht aan 'de freelancer'. Terwijl intervisie in veel beroepsgroepen vanzelfsprekend is, blijft het onder journalisten een zeldzaamheid – zeker in gestructureerde vorm. Freelancer Rianne van der Molen doorbreekt dit patroon door regelmatig met collega's samen te komen voor reflectie. Een pleidooi voor meer zelfevaluatie in de journalistiek.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?
Het is eind 2024, tussen kerst en oudjaarsavond, als ik gebeld word. Een organisatie waarvoor ik ieder half jaar cursussen creatief schrijven geef, krijgt onverwacht geen subsidie meer. Nieuwe cursussen zitten er niet meer in. Een dag later komt een mail van Villamedia waar ik veel voor werk; ze gaan van zes naar vier uitgaven. Die middag belt de redacteur van een uitgeverij waarvoor ik een boek ga ghostwriten. Ik heb al een afspraak staan met de bekendere Nederlander in kwestie, maar die heeft zelf opeens een kennis geregeld om het boek te maken.
In drie dagen tijd worden grote delen van mijn agenda leeg geveegd. In mijn twintig werkzame jaren ben ik gewend aan de golven van het freelancebestaan, maar zo rond de jaarwisseling voel ik paniek. Komt het wel goed? Papier lijkt steeds meer te verdwijnen, online is er veelal geen werkend verdienmodel en wat gaan alle ontwikkelingen rondom AI betekenen? Lukt het me opnieuw om nieuwe opdrachtgevers te vinden?
Ik besluit de vraag voor te leggen aan mijn intervisiegroep; een clubje van op dat moment vijf mensen - allemaal werkzaam in de journalistiek - waarmee ik eens in de zes weken afspreek. Met Nynke van Spiegel heb ik ooit samen een kantoor gedeeld en Franka Hummels was in 2005 mede-stagiair bij het Algemeen Dagblad. Al jaren drinken we af en toe koffie en bespreken we onze journalistieke doelen voor het jaar. Tot Franka in 2021 opperde om het wat serieuzer aan te pakken. Dat had ze al eens eerder gedaan met mensen buiten de journalistiek. Onze koffiedates werden daarna gestructureerder en het gezelschap groeide met wat andere journalisten uit ons netwerk tot de huidige zeven. Iedere keer bereidt een van ons de bijeenkomst voor. De rest stuurt vooraf een vraag of een casus in. Onze afspraken zijn losjes, maar we volgen grotendeels de regels die online te vinden zijn. Bijvoorbeeld die van Kessel & Smit of van Blankestijn & Partners.
‘Simpel gezegd is intervisie het praten met gelijkgestemden over dilemma’s die je tegenkomt in je werk’, zegt Gwyn van der Giessen van Goudraad Intervisie. Als coach begeleidt ze voornamelijk sessies van advocaten, ondernemers en zorgpersoneel. ‘De dilemma’s die je inbrengt moeten recent en urgent zijn, maar de verdere inhoud hangt af van je beroep. Zo kan het gaan over timemanagement, omgaan met de balans tussen werk en privé of de vraag of je nog wel door wil in een bepaalde functie. Het mag heel breed zijn. De kern is dat het je helpt op het gebied van persoonlijke groei.’
Te soft?
In veel beroepsgroepen zijn intervisiebijeenkomsten heel gewoon. Voor zorgprofessionals en advocaten is het zelfs verplicht. In de journalistiek is het echter helemaal niet zo gangbaar. Intervisiecoach Aart Helder probeerde het acht jaar geleden op te zetten via de NVJ Academy, maar de animo bleek beperkt. ‘Om de een of andere reden kwam het niet van de grond’, zegt hij, ‘ook al leek er in eerste instantie wel enthousiasme te zijn. Na een bericht in de nieuwsbrief van de NVJ kreeg ik allemaal reacties van mensen die het een ontzettend goed idee vonden. Maar toen je je eenmaal kon aanmelden, viel het tegen. Heel jammer.’ De cursus wordt nog wel steeds aangeboden.
Journalist en onderwijskundige Karlijn Goossen liet in 2020 door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek optekenen dat wat haar betreft 2021 het jaar zou worden van lerend vermogen en zelfreflectie in de journalistiek. ‘Sindsdien is er veel gaande, maar het meer bewust en gestructureerd organiseren van leren of reflectie in journalistieke organisaties is nog niet helemaal gelukt’, erkent ze. Al langer is ze bezig met dit thema, ook gekoppeld aan journalistiek leiderschap. ‘Het belang van intervisie is helder, maar het is lastig om precies te duiden waarom het zo weinig gebeurt in de journalistiek. Misschien omdat het een beetje soft klinkt? Of te veel op zelfzorg lijkt? De gedachte onder veel journalisten lijkt te zijn: knal gewoon hard door en doe je werk.’
Timon Ramaker, docent op de Christelijke Hogeschool Ede, ziet wel dat de aandacht voor het thema de laatste jaren groeit. Hij promoveert dit jaar aan de Universiteit van Amsterdam met zijn onderzoek naar reflectie in de journalistiek en gelooft dat journalisten bewuster moeten kijken naar hun eigen handelen. ‘Een belangrijk effect van intervisie is dat je er als journalist achter komt dat anderen met vergelijkbare zaken worstelen. Dat je niet de enige bent die iets lastig vindt. Je kunt elkaar helpen om met dilemma’s om te gaan.’
Herkenning vinden
Zo werkt het precies tijdens onze samenkomsten. Mede-journalist en intervisieleider Nynke van Spiegel vraagt - nadat ik eerdergenoemd dilemma heb geschetst - aan de anderen om vragen op post-its te schrijven. Stapels post-its worden er gemaakt, die ik daarna categoriseer. Ik kan kiezen tussen relevant (en al over nagedacht), relevant (maar een nieuwe gedachte) en niet-relevant. Zo verschijnt er een lijst aan vragen en zie ik verrast in één oogopslag waar het probleem zit. Mijn paniek zit vooral op het gebied van geld. Want als er zoveel wegvalt, heb ik over een paar maanden dan nog wel genoeg inkomen? Is die angst wel terecht, vraagt een van de aanwezigen. Ik twijfel, er blijven immers genoeg opdrachtgevers over. De vragen zette me aan het denken: kan ik de vrijgekomen tijd niet gewoon benutten voor langdurige projecten die ik al langer wil doen? In plaats van direct stapels pitches sturen naar allerlei redacties?
De sessies zijn voor mij en mijn mede-journalisten momenten waarop we zoeken naar de kern van wie we willen zijn in ons vakgebied. Allerlei vragen komen voorbij. De een wil meer ruimte maken voor diepgravend onderzoek, een ander twijfelt over het blijven werken voor een bepaalde opdrachtgever en weer een ander heeft veel vaste opdrachtgevers en wil autonomer gaan werken. Regelmatig terugkerende thema’s zijn de balans tussen werk en privé en het evenwicht tussen goedbetaalde commerciëlere klussen en journalistiek werk.
‘Intervisie werkt probleemoplossend en stressverlagend’, zegt intervisiecoach Helder. ‘Op die momenten is de hijgerigheid van de dag even weg en draait het niet om deadlines, maar om de eigen ontwikkeling.’ Ook Goossen gelooft dat het veel kan opleveren als meer journalisten dit gaan doen. ‘Iedereen is druk met zichzelf en met het werk. Tegelijk zijn er veel collega’s die opbranden. Af en toe even stilstaan en terugkijken op de keuzes die je maakt of wil gaan maken kan ervoor zorgen dat je nieuwe ideeën krijgt, herkenning vindt bij anderen of veerkrachtiger wordt.’
Willen reflecteren
Maar hoe pak je dat aan? Als zelfstandige kun je oud-studiegenoten of freelancende stadsgenoten vragen om een groepje te starten, maar wanneer je in vaste dienst bent is het ingewikkelder. Te meer omdat het volgens Ramaker echt niet de bedoeling is dat een leidinggevende aanwezig is. Intervisie draait om van elkaar leren, in een veilige setting. Ook gelooft hij dat de deelnemers altijd vrijwillig moeten aansluiten. ‘In sommige beroepsgroepen is het verplicht, maar ik denk dat dit niet werkt in de journalistiek. Je moet willen reflecteren. Journalisten houden van hun eigen autonomie.’
De methodiek die je vervolgens gebruikt, mag wisselen. Als intervisiegroep kiezen wij ervoor om steeds iemand anders de leiding te geven. Het gesprek wordt voorbereid op basis van een van de werkvormen die online te vinden is. De ene keer diepen we een succeservaring uit, een andere keer gebruiken we de roddelmethode. Bij die vorm gaat de probleeminbrenger met de rug naar de anderen zitten, die ‘roddelend’ de ingebrachte praktijksituatie bespreken. ‘Hoe je het ook aanpakt, het belangrijkste is dat je simpelweg oefent met intervisie en psychologische veiligheid creëert’, zegt Ramaker. ‘Het helpt om dit te doen in een vaste groep waar je samen gespreksregels mee afspreekt. Voor veel mensen is het prettig als er in het begin een begeleider bij is die duidelijk de kaders stelt.’
Afspraken plannen
De rol van de facilitator is volgens Van der Giessen een belangrijke. ‘Die moet een niet-oordelende houding hebben. Ook laat de gespreksleider de groep met elkaar praten en oplossingen zoeken, zonder daar zelf onderdeel van te worden. Hij of zij geeft zelf geen advies en vat vooral samen.’ Ze gelooft dat journalisten die enthousiast worden van dit verhaal, het beste maar gewoon kunnen beginnen door een groepje te maken met vier tot zes mensen uit de eigen omgeving. ‘Plan simpelweg een aantal afspraken vooruit. Doe je dat niet, dan is er een kans dat je het laat verzanden. Laat het gesprek leiden door iemand die er ervaring mee heeft of nodig een trainer uit. En probeer vooraf een gestructureerd format te kiezen, zodat de sessies niet verzanden in gezellig geklets. Als zo’n eerste bijeenkomst goed werkt, weet ik zeker dat de meeste aanwezigen zeggen: wauw, dit hadden we eerder moeten doen.’
Volgens Timon Ramaker is het in de journalistiek keihard nodig om zelfonderzoek te doen, juist nu. ‘Deze vorm van reflectie gaat niet alleen over ons werk, maar ook over ons mentale welzijn. Daar is veel te weinig aandacht voor. Intervisie kan een mooie plek zijn om dat te bespreken en samen te zoeken naar oplossingen die daaraan bijdragen.’
Tijdens onze bijeenkomst helpt het mij al om te horen dat vrijwel iedere freelance journalist in de ruimte zich soms zorgen maakt over geld en wegvallende opdrachten. Ik neem een stapel post-its mee naar huis met teksten zoals ‘Geef jezelf na zulk nieuws twee weken de tijd om bij te komen’, ‘Ga niet meteen acquireren, maar bedenk wat je echt wil’, ‘Zoek naar de voordelen van de vrijgekomen tijd’ en ‘Rianne ervaart ontstane ruimte niet als ruimte’. Al die gele post-its plak ik in mijn favoriete notitieblok, om niet te vergeten. Als er weer een periode van rust komt, ga ik niet als gestreste kip ideetjes uitsturen, maar eerst genieten van de vrijgekomen tijd.
Als die ruimte er tenminste komt. Want wanneer we zes weken later een kort rondje doen langs de ingebrachte dilemma’s van de vorige keer, zeg ik met roodgekleurde wangen: ‘Tja, hoe het met mijn vraag van de vorige keer is? De rust is ver te zoeken, mijn agenda is weer overvol.’ De anderen grinniken. Een van hen voegt vrolijk toe: ‘Ga je dat onthouden als het weer eens rustig is?’ Ik knik braaf.
De Nieuwe Freelancer
Op 10 juni vindt het evenement De Nieuwe Freelancer plaats in Nieuwspoort Den Haag. Een middag waarop freelance journalisten en mediawerkers bij elkaar komen. Niet om te klagen, maar om te reflecteren: hoe doen we dit eigenlijk en hoe blijven we overeind? Er zijn workshops, lezingen en persoonlijke sessies over tariefonderhandelingen. Daarnaast leer je hoe je van AI geen vijand maar vriend kunt maken en hoe je je eigen financiën stuurt. Bovendien veel gesprekken met collega’s én een ode aan het freelancen! Je kunt je hier gratis aanmelden.


Praat mee