Giselle van Cann: ‘We waren te veel gericht op de inhoud, te weinig op de mens’
Giselle van Cann trad twee jaar geleden aan als hoofdredacteur van NOS Nieuws en kreeg direct zware dossiers op haar bord: de commissie-Van Rijn constateerde een giftige bedrijfscultuur en de politiek zag de publieke omroep liever gaan dan komen. De bedrijfscultuur is inmiddels langzaam aan het veranderen. ‘Ik ben me er met terugwerkende kracht van bewust dat we de mens nooit op één hebben gezet.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Frans Oremus. Ook lid worden?
Transparant, gedreven en nuchter, zo typeren mensen in de omgeving van Giselle van Cann (58) de hoofdredacteur van de grootste nieuwsredactie van Nederland.
Genoemde kwaliteiten komen van pas bij haar belangrijkste doel: de beste zijn in de eerstelijns nieuwsjournalistiek. De transparantie manifesteert zich volgens verslaggever Gerri Eickhof bijvoorbeeld in het feit dat hij ‘niet meer als een valse bouvier langs de secretaresse hoeft’ als hij iemand van de hoofdredactie wil spreken. Daarnaast is de verduistering op de glazen wanden weggehaald. ‘Je ziet wie er zit.’
Van Cann runt een 24 uursbedrijf dat een groot publiek bereikt via talloze platforms. Ze ziet de recente nominatie voor het liveblog Israël-Gaza voor De Tegel - in de categorie eerstelijns verslaggeving - dan ook als een belangrijke erkenning voor het vakmanschap van de brenger van het eerste nieuws.
‘We zitten in een tijd waarin de nieuwskeuzes die de NOS maakt er ongelooflijk toe doen. Het is in deze gepolariseerde samenleving niet meer eenvoudig om nieuws te maken. Omdat alle feiten betwist worden, omdat mensen graag bevestiging willen horen - en wij daar niet voor zijn - en wij vaak het nieuws verslaan terwijl we soms nog helemaal niet weten wat de context is. Dus goed dat de nieuwsjournalistiek eens op een voetstuk wordt geplaatst, want meestal gaat de eer naar onderzoeksjournalistiek en bijzondere projecten.’
Hoe is het om nieuws te brengen over je eigen organisatie, waarvan de grootste politieke partij in Nederland vindt dat ze maar beter kan verdwijnen?
‘Dat vind ik niet zo ingewikkeld. Want dat zijn voorstellen van een politieke partij. En die raken ons misschien als professional of als bedrijf. Maar zo zijn er allerlei voorstellen van politieke partijen of de overheid die journalisten persoonlijk raken. Daar doen we verslag van, gewoon feitelijk.
We hebben hier wel wat meer gevoel bij dan voor een onderwerp dat ons minder direct raakt. Alleen kan dat niet door de berichtgeving heen lopen. Kijk, het doet wel iets met onze mensen, met mijn mensen. Maar ik vind het wel heel belangrijk dat we die politieke partijen niet vanuit een persoonlijk belang bevragen, maar vanuit journalistieke interesse: oké, maar wat is dan je visie op de samenleving? Onze berichtgeving is bedoeld voor het publiek. We doen het niet voor onszelf en ook niet voor Den Haag. Wij doen niet aan lobby via onze journalistiek.’
Hoe denk je eigenlijk over de politieke plannen voor de publieke omroep?
‘Er ligt nu een regeerakkoord waarin staat dat er op de publieke omroep honderd miljoen euro wordt bezuinigd. Een heel fors bedrag. Er staat ook in dat in een rechtsstaat een betrouwbare nieuwsvoorziening van wezenlijk belang is. En dat bij de NPO hoogwaardige journalistiek moet worden gewaarborgd. Dat vind ik - als hoofdredacteur van de grootste nieuwsorganisatie - logisch en geruststellend tegelijk.
Maar ik heb er wel twee aantekeningen bij: ook als er niet bezuinigd zou worden op de NOS, is het belangrijk dat de rest van de publieke omroep programma’s kan blijven maken voor een breed publiek, voor iedereen. Waak ervoor dat je het kind niet met het badwater weggooit. Anders hebben we straks fantastische journalistiek voor mensen die zich toch al goed informeren. Daar heb je het belastinggeld niet voor gekregen.
Ten tweede - en nu zoom ik een beetje uit: als je betrouwbare journalistiek zo belangrijk vindt in een rechtsstaat, waarom verhoog je dan de BTW op kranten en tijdschriften van 9 naar 21 procent? Dat is heel fors. We hebben in Nederland een rijk en pluriform krantenlandschap. Dan is het niet in het belang van diezelfde rechtsstaat om dat minder toegankelijk te maken.’
Kun je je voorstellen dat de publieke omroep - of specifieker, NOS Nieuws - op een gegeven moment de straat opgaat om te demonstreren?
‘Dat is al eens eerder gebeurd. In 2013 voerden de publieke omroepen op initiatief van Jan Slagter actie op het Malieveld tegen de bezuinigingen van het toenmalige Kabinet. We staan bij de NOS doorgaans niet vooraan om onze mening te laten horen maar ik zie geen principiële reden waarom dat niet zou kunnen. Voorlopig houd ik me vast aan de geluiden dat de journalistiek en de nieuwsvoorziening overeind blijven, al denk ik ook: eerst zien, dan geloven.’

©Stefan Heijendael
De bedrijfscultuur van NOS Nieuws gaat op de schop; de cijfers uit het onderzoek van de commissie-Van Rijn liegen er niet om. 84 procent van de respondenten zegt doelwit of getuige te zijn geweest van pesten, intimidatie, seksisme en discriminatie. Een aanzienlijk hoger percentage dan bij de publieke omroep als geheel (73 procent). Hoe kwamen die cijfers binnen?
‘Als een schok. Het beeld is helder. Maar ik ga één stapje terug om uit te leggen waar we de afgelopen tijd doorheen zijn gegaan, en dat begint bij het Volkskrant-verhaal van vorig jaar over de cultuur bij NOS Sport. Dat kwam ook bij NOS Nieuws keihard binnen en leidde tot heftige gesprekken. We vroegen ons af of dit ook bij ons zou kunnen spelen en besloten een cultuuronderzoek te laten uitvoeren naar hoe we met elkaar omgaan en waar de risico’s op ongewenst gedrag zitten. Daar kwam uit dat we heel sterk op de inhoud zijn gericht en te weinig op de mens. Dat we niet voldoende tijd nemen om feedback te geven. Dat we het niet hebben over gedrag en dat de besluitvorming van leidinggevenden duidelijker kan. Als je niet precies weet wat de besluiten zijn en niet vaak genoeg - of goed genoeg - feedback krijgt dan word je daar onzeker van. En onzekerheid leidt tot risico’s op ongewenst gedrag.
Dus we gingen aan de slag om onze cultuur en structuur aan te pakken en meer tijd te maken voor feedback en evaluatie. En toen kwam het rapport-Van Rijn. Nou, dat sloeg op de redactie nog een keer in als een bom; iedereen was enorm geschrokken. Want waar het cultuuronderzoek voornamelijk keek naar risico’s, onderzocht de commissie-Van Rijn de beleving, en dat was veel heftiger.
Achteraf gezien hadden we veel beter moeten handelen. Stilstaan bij incidenten waarover we destijds dingen zeiden als: “Nou ja, zo heeft hij het vast niet bedoeld, jij hebt het zo ervaren” - en dan weer vooruit met de geit. Er hebben toch meer mensen dan we dachten rondgelopen met iets naars - groot of klein - waar ze zich alleen in hebben gevoeld. Dat is wat het rapport-Van Rijn nog een keer heel duidelijk maakte. We hebben onze plannen daarna aangescherpt en eraan toegevoegd dat we meer gaan doen aan erkenning en nazorg.
We werken op twee niveaus. Want over de hele breedte van de NOS wordt nu de gewenste cultuur beschreven en ingevoerd. Alle leidinggevenden - van de omroepdirectie tot aan de chefs van NOS Nieuws - volgen een programma waarin ze leren de competenties te ontwikkelen die we anno nu nodig hebben. De bedoeling is dat dit in onze dagelijkse routine komt. Het is niet genoeg om één keer een training te doen en het is ook niet genoeg om één keer te praten als iemand wat meemaakt. Het moet in onze werkprocessen worden verankerd en dat is niet zo makkelijk. Want we zijn groot (NOS Nieuws telt 470 fte’s), hebben hele diverse redacties en we hebben altijd haast. We zijn nu voorstellen aan het maken hoe we die cultuuromslag kunnen inbedden in ons dagelijks werk. Het moet bij wijze van spreken net zo goed een criterium zijn voor professionaliteit als de journalistieke criteria.’
Jij zit al lang in de hoofdredactie. Hoe keek je voorheen naar de bedrijfscultuur - of was je misschien zelf een schreeuwende leidinggevende?
‘Nee, ik ben niet een schreeuwer. Nou ja, anders dan dat ik in de hitte van een journalistiek gesprek weleens zeg: nú is het genoeg of nú wil ik dat het zo gebeurt. Ik ben niet altijd even geduldig. En ik heb een heel beweeglijk gezicht; je kan vaak zien wat ik denk. Daar moet ik op letten. In de loop der tijd ben ik me wel anders gaan gedragen. Maar dat is ook een individueel proces; omdat je groeit in je rol als leidinggevende. Daar had ik Van Rijn niet voor nodig. Na het uitkomen van Van Rijns’ rapport heb ik voor de redactie gestaan en gezegd: “Jongens, dit is ook hier gebeurd. Ook hier hebben mensen pijn gehad. En sommige mensen hebben dat nog steeds, want het kan heel lang doorwerken. Ik heb ook niet alles goed gedaan. Als hoofdredacteur neem je soms beslissingen die niet fijn zijn voor mensen. Deed ik dat altijd goed? Nou, ik denk dat het beter had gekund”.’
‘Het is lastig’, vervolgt ze, ‘om een concreet voorbeeld te geven want het gaat over personen. Maar er zijn wel gebeurtenissen waarvan ik denk: dat had ik minder haastig of minder op de inhoud of minder scherp moeten doen. Of met meer nazorg. En ik ken ook wel voorbeelden van dingen die ik op die manier heb gedaan en waar mensen eigenlijk nog steeds boos over zijn. Dus dat bestaat. Daarom hebben we in dat cultuuronderzoek ook wel degelijk ruimte gemaakt voor gesprekken over zaken die nog uitgepraat moesten worden.’
Is het dat je door die publicatie in de Volkskrant of door de commissie-Van Rijn zelf het licht ziet en denkt: ja het moet anders?
‘Nou nee. Ik ben zelf toen ik adjunct-hoofdredacteur was ook met deze thema’s bezig geweest. Met diversiteit, doorstroming, omgangsvormen en het oog hebben voor mensen. Dus het is niet zo dat ik ineens het licht heb gezien. Maar wat er veranderd is bij mij, is dat ik met terugwerkende kracht zie dat we de mens nooit op één hebben gezet. Dus we hebben als het erop aankomt toch de inhoud altijd voor laten gaan. Dat doen we nu anders: om de cultuur te veranderen moet je omgangsvormen prioriteit geven.
Toen ik werd benoemd als hoofdredacteur heb ik gezegd: ik wil een zelfbewuste redactie die vol zelfvertrouwen zijn werk kan doen in deze ongelooflijk gecompliceerde wereld. Daarvoor moet je met kracht en met trots je mannetje staan en je werk doen. En dat kan alleen maar als je een inclusieve club bent, waar niet uitsluitend de hardste stem wordt gehoord. En dát kan alleen als mensen nieuwsgierig zijn naar de ideeën van de ander. Daar hoort ook een nieuwe stijl van omgaan bij waarin de hoofdredactie voorop moet gaan.’
Je solliciteerde in 2011 al naar de functie van hoofdredacteur van NOS Nieuws maar toen werd Marcel Gelauff benoemd. Vervolgens stortte jij je als plaatsvervanger volledig op innovatie; blijf je dat doen?
‘Ja ik ben toen op de innovatieagenda gaan zitten en dat was en is fantastisch. Ik kan heel goed functioneren in een team waarvan ik niet de leider ben. Dus ik kon mijn ambitie helemaal kwijt in het opzetten van bijvoorbeeld de NOS app, die toen nog niet bestond.
Supertrots ben ik echt op NOS Stories (dat nieuws brengt uit de wereld van jongeren tussen 13 en 18 jaar via YouTube, Instagram, TikTok en Snapchat, red.) omdat het begon vanuit de gedachte dat we iets moesten doen voor jongeren, maar we tegelijk zagen dat deze groep nauwelijks interesse heeft in nieuws. We twijfelden ook omdat er al veel vruchteloze initiatieven waren geweest waaronder ons eigen NOS Headlines. Toch hebben we gezegd: áls het nou van iemand de taak is om dat te doen, is het de publieke omroep want commerciële uitgevers kunnen daar bijna geen geld mee verdienen. En dat er dan een redactie van nog geen dertig personen uitkomt die van NOS Stories echt een begrip heeft gemaakt, met 784.000 volgers op TikTok en 1 miljoen op Instagram.
De kracht van Stories is dat we er snel bij waren en daardoor zijn meegegroeid met de sociale media waar jongeren naar toe gaan. De redactie bestaat uit jonge mensen die echt onderwerpen en feedback uit de doelgroep halen, bijvoorbeeld door naar scholen te gaan.
Een ander belangrijk initiatief vind ik het format voor mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, dat we vanaf september elke werkdag op tv gaan brengen. Want het gaat maar liefst om zo’n 2,5 miljoen mensen die het nieuws niet altijd goed kunnen volgen, maar er wel over mee willen kunnen praten. Twee jaar geleden begonnen we heel klein en met hulp van de stichting Lezen en Schrijven te onderzoeken of we voor die doelgroep nieuws zouden kunnen maken. We bezochten lessen Nederlands voor volwassenen. We legden hen allerlei varianten en vormen voor en daar kwam uit dat zij het liefst een televisieprogramma willen. De experimentele voorloper daarvan is nu al te zien op YouTube: “NOS Nieuws van de Week”, waarin steeds drie nieuwsonderwerpen in makkelijke taal worden uitgelegd. De naam van het tv programma wordt “NOS Journaal in Makkelijke Taal”.’
Giselle van Cann (1966) studeerde bedrijfsadministratie aan de University of Oregon (1985), studeerde af in bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (1992) en volgde colleges bedrijfskunde aan de Nyenrode Business Universiteit. Na een journalistieke carrière op de financiële- en politieke redactie van Het Financieele Dagblad trad ze in 2004 toe tot de hoofdredactie.
In 2011 werd ze adjunct-hoofdredacteur van NOS Nieuws. In 2022 volgde ze Marcel Gelauff op als hoofdredacteur.


Praat mee