— donderdag 23 november 2017 13:00 | 0 reacties , praat mee

Interview met Harriet Duurvoort: ‘Ik ben een navelstaarder, vrees ik’

Interview met Harriet Duurvoort: ‘Ik ben een navelstaarder, vrees ik’
© TRIK

Ze noemt zichzelf een bruggenbouwer, maar is met haar ‘zwarte gezeurzeik’ een favoriete boksbal van GeenStijl. Volkskrant-columnist Harriet Duurvoort over racistisch pesten, #MeToo en journalisten met een kleurtje. ‘Als ze niet op de scholen zitten, moet je ze ergens anders zoeken.’ Laatste wijziging: 27 november 2017, 15:39

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Boudewijn Geels. Ook lid worden?

Bij GeenStijl vinden ze Harriet Duurvoort een ‘zwarte zeurzeiker’. Nou, dan hadden Marck ‘Pritt’ Burema en zijn redactie eens een kop koffie moeten gaan drinken met haar vader. Duurvoort: ‘Voor hem was álles racisme. ‘Iedere dag in Nederland is een verloren dag geweest’, klaagde hij. Zo heeft hij zichzelf kapot gemaakt, want het was ook een manier om nooit zelf verantwoordelijkheid te nemen. Het tastte zijn gezondheid aan; hij overleed te jong. Mijn vader voelde zich altijd slachtoffer.’

Zijn 48-jarige dochter probeert dat in haar Volkskrant-column niet te zijn, zegt ze. Wel schrijft ze vaak over de multiculturele samenleving. Dat is, zou je kunnen zeggen, haar core business.

Maar hoe leuk vindt Duurvoort - ze woont in de zeer multiculturele Rotterdamse wijk Charlois - het nog? Aan het begin van het interview laat ze zich ontvallen dat ze het onderwerp ‘al zeker duizend keer herkauwd’ heeft. In die woorden klinkt een zekere vermoeidheid door. Ze knikt. ‘Als er al iets verandert, dan is het dat de polarisatie toeneemt. Ik ben een echte multiculturalist. De multiculturele samenleving ís er nu eenmaal. Dan kun je maar beter bruggen bouwen.’

Dat anderen die bruggen met sardonisch genoegen aan flarden schieten, ontgaat haar allerminst.

Over de telefoon zei je: ‘Ik ben huiverig voor GeenStijl.’
‘Nou, huiverig, er zijn momenten dat ik het gewoon niet goed kan hebben. Elke keer weer die karaktermoord, of beter gezegd: die karakterdiarree die wordt uitgestort op een moment dat je er zelf niet op bedacht bent. GeenStijl noemde me ook ‘de lijkbleke beroepsnegerin van de Volkskrant’. Dat is dus racistisch pesten, hun vorm van amusement. Inmiddels denk ik: “it’s part of the game”, GeenStijl en twittertrollen horen erbij. Maar als het op bedreigingen uitdraait… Dat heb ik helaas meegemaakt rond Zwarte Piet. Kreeg ik telefoontjes thuis. Ik was alleen en dacht: wie gaat mij beschermen?’

Bedreigingen en scheldpartijen horen al weer jaren bij het vak van opiniemaker.
‘Helaas. En dan te bedenken dat ik min of meer toevallig de journalistiek ben ingerold. De VPRO zocht in 1993 mensen voor het tv-programma “Marco Polo”, over multiculturele wijken. Anil Ramdas - hij kende me van mijn multiculturele studentenvereniging waar we hem ooit hadden uitgenodigd - had mijn naam doorgegeven aan eindredacteur Peter van Ingen. Ik had geen journalistieke achtergrond en eigenlijk ook geen ambities. Ik ben met vreselijke ruzie vertrokken. Vond het heel stigmatiserend allemaal.’

Je had eigenlijk advocaat willen worden. In je Volkskrant column van 9 november beschrijf je wat er mis ging: een ‘MeToo’-ervaring.
‘Na een studie rechten van zes jaar zocht ik heel lang tevergeefs een stageplek. De directeur van een Europese NGO op het gebied van ontwikkelingssamenwerking leek een opening te bieden. Hij nodigde me uit op zijn hotelkamer. Daar maakte hij avances. Het ging vrij ver. Ik ben weggelopen, maar naar die stage kon ik fluiten.’

Was dit incident meteen fataal?
‘Er was toen veel werkloosheid en ik had geen kruiwagens. Dan is zo’n gebeurtenis heel ontmoedigend. Het ging bovendien nog een keer fout. Als je voor jezelf begint als advocaat, heb je een buitenpatroon nodig, die je begeleidt. Uiteindelijk vond ik er een, een halve bejaarde. Was ik alleen met hem op zijn kantoor, en kwam-ie zurig in mijn oor ademen. Toen dacht ik: dit gaat het gewoon niet worden.’

Zie je reacties op de ‘MeToo’-golf die je verbazen?
‘Ja. Wilma de Rek van de Volkskrant had een stuk waarin ze totaal op de “blaming the victim”-toer ging.  Ze had het over vrouwen die zich omhoog neuken.’

Zijn die er?
‘Absoluut, maar dat is een heel ander onderwerp. Als een vrouw zelf het initiatief neemt, met een bepaald doel, dan gebeurt het dus met wederzijdse instemming. Het is overigens niet kies, want je werkt zo mee aan een klimaat waarin het normaal wordt om seks te vragen aan een ondergeschikte. Dat is ook niet leuk voor je collega’s, want oneerlijke concurrentie. In de culturele hoek hoor je inderdaad vaak: zij kreeg die rol omdat ze het vriendinnetje was van de regisseur. Als je zwicht voor de druk en toegeeft omdat je anders geen baan krijgt, ben je overigens ook slachtoffer.’

Veteraan-feministe Fay Weldon noemde de ‘MeToo’-explosie ‘nogal hysterisch’. ‘Het is zo modieus geworden een willoos slachtoffer te zijn’, zei ze in ‘jouw’ Volkskrant. Voelde dat als verraad?
‘Nee hoor. Maar ik wás dus geen willoos slachtoffer van die ngo-directeur. Ik ben weggegaan. Maar ik stond wel met lege handen.’

Weldon zei ook: ‘U weet toch wel dat een hele hoop vrouwen er niets op tegen hebben om een beetje seksueel lastig gevallen te worden?’ Als Thierry Baudet zoiets roept, wordt hij meteen opgeknoopt.
‘Vrouwen vinden het heerlijk om seksueel lastig gevallen te worden door mannen die ze sexy vinden. Dat is het spel. Maar verder niet.’

Komt seksuele intimidatie in mediaorganisaties net zo vaak voor als elders?
‘Geen idee. In de media heb je wel veel freelancers. Dan ben je erg onzeker over je positie. Dat maakt misschien dat je minder snel op je strepen zult staan. Ik werk aan een boek over mijn moeder, literaire non-fictie. Mijn redacteur bij uitgeverij Atlas Contact is op non-actief gesteld, want hij schijnt jonge schrijfsters onheus bejegend te hebben. Als dat waar is, is dat afschuwelijk voor die meisjes die zo graag een literair contract wilden, maar ook voor mannelijke schrijvers. Zij zagen dat ze geen schijn van kans maakten.’

Een docent op een school voor journalistiek die het met studentes aanlegt, kan dat?
‘Nee. Het vervormt de boel. Doet hij net zo hard zijn best om een stage voor je te regelen als je hem afwijst? Of als je een man bent? Je weet het gewoon niet.’

Je profileert je als schrijver, spreker en adviseur op het gebied van diversiteit. Je critici vinden je drammerig. Ze hebben de indruk dat je bent geobsedeerd door je etniciteit.
‘Ik ben er wel door geïnspireerd. Als ik in een museum iets zie van een zwarte kunstenaar, of van een vrouw, vind ik het extra interessant. Omdat zwarten en vrouwen minder vertegenwoordigd zijn.’

Je bent dus voortdurend bezig met: wie heeft dit gemaakt? Je kunt ook denken: vind ik iets mooi of niet?
‘Ik zie dan iets van iemand die op mij lijkt, in een omgeving waar niemand is die op mij lijkt. Zo simpel is het. Ik ben een navelstaarder, vrees ik.’

In oktober schreef je een column over je zus, die vroeger danste in het Nationaal Ballet. En jawel: het ballet is volgens jou niet divers genoeg. Nu is je zus choreograaf, en lezen we dat een thema in haar choreografieën de slavernij is.
‘Jij kunt dan denken: daar gáán we weer, maar wij vinden de slavernij gewoon een interessant thema. Het is een belangrijk deel van onze geschiedenis. Ik begrijp dan ook niet waarom er nog steeds geen slavernijmuseum is.’

Heb je op Sylvana Simons’ partij Artikel 1 gestemd?
‘Nee. Ik ben het wel vaak met Simons eens, maar ik schrijf ook over integratieproblemen. Die zijn een bedreiging voor het evenwicht in de maatschappij. Je moet je niet altijd achter racisme en discriminatie verschuilen. Hier in de buurt is een Pakistaanse vermoord door haar man. De positie van vrouwen in dat soort gesloten ultraconservatieve moslimgemeenschappen is kwetsbaar. Dat mag ik van mezelf aankaarten, maar voor een deel van de activisten begeef ik me dan op glad ijs.’

Wie niet telkens zijn eigen slachtofferschap uitvent, kan burgemeester van Rotterdam worden.
‘Zeker. Als je maar niet doorslaat de andere kant op.’

Je betichtte Steven Brunswijk, artiestennaam Braboneger, in september van ‘cooning’, het ten koste van de eigen groep vermaken van blanken. Brunswijk spreekt altijd vol zelfspot over zijn eigen gemeenschap. Zijn motto: niet zeuren maar gáán; maak er wat van!
‘Dat mag hij vinden.’

Brunswijk is een held van GeenStijl, zoals je na je tweet ondervond…
‘En ik vind zijn soort humor dus niet leuk. Begrijp me goed, ik heb ook witte familie - sommigen zitten zelfs dicht tegen de PVV aan - en ik wil graag iedereen bij elkaar krijgen. Bruggen bouwen. Misschien wil Brunswijk dat ook, maar zijn manier vind ik niet grappig en vaak zelfstereotyperend.’

Telt Nederland genoeg gekleurde journalisten?
‘Op de redacties valt dat nog steeds tegen.’

Waar komt dat door?
‘Weet ik niet. Volgens mij gaan er bijna geen gekleurde Nederlanders naar de scholen voor journalistiek.’

Het vak heeft in die kringen weinig status, lees je vaak. Maar er wordt wel geklaagd over een gebrek aan gekleurde journalisten. Dat heeft iets geks.
‘Ze moeten zich inderdaad wel zelf melden. Maar je kunt als krant ook kijken of je mensen via een postdoctorale studie alsnog de journalistiek in kunt trekken. Dat werkt vaak beter. Er zijn namelijk wel veel allochtone economen of juristen. Voor kranten als de NRC en de Volkskrant is een zekere intellectuele bagage sowieso nodig. Ik heb vroeger zelf bladen gemaakt, en dan vond ik School voor Journalistiek-stagiairs soms ernstig tekortschieten op dat front.’

Wij journalisten schrijven vaak over discriminatie op de arbeidsmarkt. Bestaat er een kans dat die discriminatie ook in ons eigen metier voorkomt?
‘Nee, ik denk dat er gewoon heel weinig donkere sollicitanten zijn. Al moet ik wel zeggen: bij de tijdschriften die ik vroeger heb opgericht was 90 procent van de medewerkers gekleurd. Dus het kan wél.’

De media wordt nogal eens politieke correctheid verweten. Dat zou haaks staan op eventuele huiver voor het aannemen van medewerkers met een migratieachtergrond.
‘De media, en met name kranten, kijken niet ver genoeg. Kijk naar al die bloggers: veel mensen blijken te kunnen schrijven. Met freelancers kun je makkelijk het experiment aangaan. Ik ken heel wat mensen die zeer geschikt zouden zijn. Ik heb hier en daar ook wel eens een balletje opgeworpen, maar daar is nooit gebruik van gemaakt.’

De taalvaardigheid schijnt nog wel eens een probleem te zijn.
‘Als je zoekt onder mensen die al schrijven, kun je dat zelf vaststellen. En voor de derde generatie is Nederlands gewoon de moedertaal, hoor.’

Cécile Narinx, hoofdredacteur van Harper’s Bazaar, zei onlangs in Villamedia: ‘Misschien moeten we sollicitanten met een kleurtje maar iets harder voortrekken.’ Goed idee?
‘Ehh, ik vind voortrekken, en überhaupt positieve actie, altijd een moeilijk iets. Het geeft de buitenwereld het idee dat je niet goed bent in je vak. Nieuwe markten aanboren vind ik een veel betere insteek: zoeken naar goede journalisten die ook ingangen hebben in een bepaalde gemeenschap. Ik vind het heel goed dat Narinx zich inzet voor diversiteit, maar ze moet niet de suggestie wekken dat ze goeie witte kandidaten zou afwijzen.’

Je schrijft sinds 2012 columns voor de Volkskrant en werkt dus aan een boek. Doe je nog meer?
‘Eigenlijk niet zoveel meer. Ik hou één of twee keer maand een praatje of presentatie. Mijn zoon River van 7 heeft autisme en een verstandelijke beperking. Daardoor kan ik veel minder werken dan vroeger. Vorig jaar zomer deed ik een project met veel vergaderingen. ‘s Middags ging River naar de buitenschoolse opvang. Daar is hij totaal in regressie gegaan. Toen merkte ik: ik kan wel ambities hebben, maar dat kan River gewoon niet aan. Hij heeft een moeder nodig die er altijd is als hij thuis komt. Bovendien doe ik logopedie en speltraining met hem.’

Op de foto op dat kastje zie ik een soort jonge Barack Obama.
‘Aan zijn uiterlijk zie je inderdaad niets. In het begin dacht ik dan ook: dit is een kerngezond kind dat alleen laat is met praten. Maar helaas. Er is een wereldwijde explosie van autisme gaande, voornamelijk in het westen. In de jaren 70 was autisme nog zeer zeldzaam.’

In alternatieve media wordt vaak een link gelegd tussen vaccinaties en autisme. Maar wie dat doet, heet in de zogenoemde mainstream media al snel een gekkie en een complotdenker.
‘In de autismewereld denken sommige mensen dat die vaccinaties de boosdoener zijn. Wetenschappelijk is aangetoond dat het niet klopt, maar je wordt ook zo onzeker als het je overkomt. Ik heb River de mazelenprik laten geven. Die krijgen kindjes als ze anderhalf zijn, vaak de leeftijd waarop autisme zich begint te manifesteren. En River was heel ziek van die prik. Ik schreef ooit een column over dit onderwerp die op het randje was. Het was de enige keer dat mijn toenmalige chef bij de Volkskrant, Sander van Walsum, zei: “Ik denk dat je hier problemen mee krijgt, maar dit is jouw vrijheid als columnist.” Het was nog steeds een redelijk genuanceerd stuk, maar ik ben wel sceptisch: waarom moeten al die kids die vaccinaties krijgen? Wij hebben vroeger toch ook mazelen gehad?’

Wanneer kreeg hij de diagnose?
‘In november 2014. Een heel grote klap. Ik kwam er ook nog eens helemaal alleen voor te staan. De timing kon bovendien niet slechter. Op 1 januari 2015 zou de transitie in de jeugdzorg beginnen: de gemeenten werden verantwoordelijk. Dat werd één grote chaos.’

Vind je het moeilijk om hier over te schrijven?
‘In het begin wel. Ik vond het te persoonlijk. Maar ik ben het toch gaan doen. Er is zo ongelooflijk op de jeugdzorg bezuinigd. Laatst schreef ik: waar blijft de Hugo Borst voor de jeugdzorg? Daar heb ik erg veel reacties op gekregen.’

Na al dat herkauwen van ‘dat andere onderwerp’ moet jij die Hugo Borst misschien maar worden?
‘Dat zou best eens een uitstekend idee kunnen zijn.’

Harriet Duurvoort werd op 21 mei 1969 geboren in Amsterdam. Haar oma was een Friezin die zwanger raakte van een zwarte Amerikaanse jazzmuzikant. De baby - Duurvoorts moeder - werd na zes weken geadopteerd door een gereformeerd echtpaar. Het was de eerste interraciale adoptie in Nederland. Over haar moeder schrijft Duurvoort nu een boek. Haar vader kwam uit Suriname. Duurvoort studeerde rechten in Amsterdam. Ze richtte twee bladen op, Roof Magazine en Generation Now! Ze heeft een communicatie- en adviesbureau in de oude Rotterdamse arbeiderswijk Charlois en is sinds 2012 columnist voor de Volkskrant.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee