In Memoriam Maarten van Laarhoven: “Hij was het meest journalist van ons allemaal”
Journalist Maarten van Laarhoven, die zijn sporen verdiende bij het Limburgs Dagblad en de Limburger, overleed afgelopen weekend volkomen onverwacht in zijn slaap. Arno Kantelberg schreef dit In Memoriam over hem.
Ik weet niet meer precies wat ik aanhad, die eerste dag van de introductieweek op wat toen de Academie voor Journalistiek & Voorlichting heette. Ik denk een spijkerbroek, want iedereen droeg toen spijkerbroeken. Een T-shirt? Misschien een polo. Gympen misschien. In ieder geval nog niet de suède cowboylaarzen die ik zou kopen nadat ik ze had gezien bij Marco Gerdes, ook een eerstejaars.
Ik weet nog wel wat Maarten van Laarhoven droeg. Het was warm – tweede helft augustus, het zonnetje brandde aan de Tilburgse hemel – maar Maarten liep het gebouw aan de Groenstraat, een voormalig Philipspand, binnen in een pantalon, een overhemd en een gebreide trui, zo’n trui met een motief. De helft van de leerlingen dacht bij binnenkomst dat hij de leraar was. Ik zag een jongen die volledig atypisch was op een opleiding die gedomineerd werd door leren jassen, Palestijnse sjaals en betweters.
Op de tweede dag van de introductieweek droeg Maarten een colbertje en een stropdas. Ik dacht: die doet het erom.
Die dag moest hij een verhaal houden in de kantine van de school, onderin het gebouw. In zijn jasje stond hij achter een microfoon tegenover dus iets van tweehonderd in leren jassen en Palestijnse sjaals gestoken betweters. Het verhaal duurde nogal lang, en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat Maartens stem nooit echt zoetgevooisd was, maar het was desalniettemin een rotstreek van een ouderejaars mentor om de stekker eruit te trekken – hilariteit onder de Palestijnse sjaals, haha, die gekke jongen met die stropdas. Maarten bleef gewoon doorpraten, ook al konden alleen de eerste twee rijen hem nog verstaan.
Die ouderejaars kreeg uiteindelijk zijn verdiende loon (na de opleiding werd hij voorlichter bij het CDA, de lókale afdeling), maar Maarten nam het hem niet kwalijk. Hij was gewend een buitenbeentje te zijn, tegenwind was geen aanleiding om van koers te wijzigen.
Van alle jongens en meisjes van onze generatie in Tilburg was Maarten het meest journalist. Je zou kunnen zeggen dat er studenten waren die na hun afstuderen tot grotere hoogten stegen – ze werden hoofdredacteur van het een of ander, directeur van een omroep, baas van een productiehuis, schrijver van bestsellers – maar niemand was zo autonoom en – dus – onafhankelijk als Maarten, en niemand nam de journalistiek zo serieus als hij. Hele avonden konden we het erover hebben, aan de pils in café Polly Magoo – jongens waren we, met een toekomst voor ons.
Maarten was een jongen uit een arbeidersgezin uit Tilburg-Noord. De Corellistraat, ik zal het nooit vergeten, zoals ik ook het adres van zijn eerste appartementje in Tilburg nooit zal vergeten, een studio aan de Hart van Brabantlaan 150, waar we met twee vrienden de muren hebben staan latexen omdat Maarten twee linkerhanden had. Ingeborg Möller kwastte eerst het woord LUL op een van de muren, gewoon omdat het kon. Daarna schilderden we er overheen, maar nog jarenlang zag je de schaduw van die drie letters op de muur. Maartens moeder kon er niet mee lachen. Maarten zelf gelukkig wel. Niets raakte hem, hij was op een bepaalde manier onkwetsbaar, alles gleed van hem af.
Wat anderen in de schoot werd geworpen, daar moest Maarten voor ploeteren. Dat arbeidersgezin dus. Maar ook: eerst de MAVO, daarna de HAVO, vervolgens het VWO. Hij was al 22 toen hij in zijn gebreide trui naar de introductieweek kwam.
Maarten las NRC Handelsblad. Dat klinkt niet gek voor een student journalistiek, maar werkelijk niemand op de Academie voor Journalistiek & Voorlichting las eind jaren tachtig NRC Handelsblad. De Volkskrant, Vrij Nederland, VPRO, dat was de heilige drie-eenheid. Liberaal was een scheldwoord. Ik las de Haagse Post (toen al meer bezig met de buiten- dan met de binnenkant), dat was al op het randje, maar Maarten zwoor bij zijn NRC. Die las hij al toen hij nog middelbare scholier was. De krantenjongen moest er waarschijnlijk flink voor omfietsen – de vereniging van NRC-abonnees in Tilburg-Noord was een kleine.
Studenten in die tijd hadden of een flinke beurs (zoals ik), of een bijbaantje in de horeca. Maarten niet. Maarten werkte ’s avonds in het magazijn van de Albert Heijn. Daar droeg hij ook die overhemden en die truien. Gek genoeg accepteerden die mannen hem daar wel, waarschijnlijk omdat hij volledig zichzelf was. Hij ging wel enorm zweten in die truien, waarna een van de collega’s opmerkte: “Menneke, wat heb jij toch veel condens op je zegel.” Maarten kwam het me lachend vertellen in het Tilburgs dialect dat hij, de jongen die notabene was opgegroeid in Tilburg-Noord, niet eens fatsoenlijk sprak.
Mijn Vlaamse vriend Eric Goens, ook een generatiegenoot uit Tilburg, vertelde me vandaag dat Maarten nog wel voor NRC Handelsblad heeft geschreven. Ik kan het me niet meer herinneren. Het doet er ook niet toe. Maarten werd de journalist die hij wilde worden, maar dan in het diepe zuiden. Eerst voor het Limburgs Dagblad, daarna voor de Limburger.
Politiek, stadsverslaggeving, nieuwsdienst, eindredactie, the works. Hij vond er zijn draai en bleef er ook wonen en, later, werken als zelfstandig journalist, onder meer voor het mediahuis van Sjuul Paradijs en Jan-Kees Emmer, de voormalige Telegraaf-tycoons die hij had leren waarderen tijdens zijn stage bij de Financiële Telegraaf (een titel die in Tilburg bovenaan de zwarte lijst stond – Maarten ging toch).
Het ging bij hem de laatste jaren vaak over wijn, of over eten. Gek genoeg bleef hij daar dezelfde journalistieke mores bij hanteren als bij de journalistiek van de nieuwsgaring, terwijl – vertel mij wat – het nergens zo verleidelijk is om je ziel aan de duivel te verkopen als in de lifestylejournalistiek.
Onlangs appte hij me om snel langs te komen in Maastricht. Niet om gewoon wat te drinken, nee, we gingen ‘Bacchus een offer brengen voordat de tijd ons inhaalt’. Toen ik dat bericht vandaag teruglas, dacht ik: alsof hij wist dat de tijd hem op de hielen zat.
Nooit zal ik het hese stemgeluid van mijn lieve vriend nog eens horen. Maarten van Laarhoven, journalist in hart en nieren, overleed afgelopen weekend. Plots. Zomaar. In zijn slaap. De stekker werd er definitief uitgetrokken.


Praat mee