In het hypermoderne nieuwe onderkomen van DPG Media kijk je je ogen uit én raak je snel gedesoriënteerd
Drie jaar lang werd er gebouwd aan het nieuwe Amsterdamse onderkomen van DPG Media, de Mediavaert. Nu ruim 2.000 medewerkers in ‘waves’ verhuisd zijn nam Villamedia een kijkje. Alles ademt hypermoderniteit, maar zo’n verhuizing is ook wennen – incluis bitterballen in het fonkelnieuwe tapijt. Bekijk alle foto's in de carrousel door op de pijltjes te klikken.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?
Het pand ligt in de oksel van de Amsterdamse ringweg, ingeklemd tussen een spoorweg en een industrieterrein, ver van de bruisende Amsterdamse binnenstad. Bij het redactiekantoor van Het Parool en de Volkskrant in Amsterdam-Oost stopte de tram voor de deur. Vanaf het oude pand in Hoofddorp was het drie keer koprollen naar het trein- en busstation.
Vanaf metrostation Overamstel is het volgens Google Maps nog tien minuten wandelen. Dat lijkt een understatement. De tocht leidt langs een GVB-remise, hotels van verschillend pluimage, opslagplaatsen en grijze kantoorkolossen. Lopen hoeft niet: vanaf de trein- en metrostations Duivendrecht en Amsterdam Amstel rijdt ook een pendelbus.
Wandelend vraag je je af waar dat ene pand nou zit, tot het op de hoek opeens opduikt. En dan kun je er niet omheen, want Mediavaert is groot, erg groot.
Zeven verdiepingen, twee sportruimtes
De cijfers zijn duizelingwekkend. Het nieuwe hoofdkantoor van DPG Media telt een bruto-oppervlakte van 44.691 m2 en zo’n zevenduizend m3 aan hout. In dat oppervlak worden ongeveer 2.000 DPG-collega’s gehuisvest, die gebruik kunnen maken van zeven verdiepingen, twee restaurants, 430 meter aan looproute rondom het gebouw, twee sportruimtes en vier radiostudio’s, vermeldt het boekje dat DPG-medewerkers kregen op hun eerste werkdag in het nieuwe pand.
Aan het einde van de rondleiding door het hele pand hebben we volgens de stappenteller zo’n drie kilometer gewandeld.
De locatiekeuze lijkt misschien vreemd, op deze rafelrand van Amsterdam. Maar de keuze was simpel, legt woordvoerder Babet Verstappen, die ons vandaag rondleidt, uit. Naast de Mediavaert zit de DPG-drukkerij; de uitgever bezat de – peperdure– grond simpelweg al.
De komst van de nieuwbouw betekent wel dat de drukkerij in de toekomst niet meer uitgebreid kan worden. Is dat een teken aan de wand voor het einde van print? ‘We zijn een bedrijf met een fundament in print en dat koesteren we ook’, zegt Verstappen op het dakterras met uitzicht op de drukkerij, ‘maar de kans is klein dat de drukkerij zal uitbreiden’.
In de wijde omtrek van het nieuwe pand is nu weinig te beleven. Dat zal veranderen, meent de woordvoerder. ‘Over een jaar of vijf á tien is dit misschien wel de nieuwe NDSM-werf.’
‘Mediamakers’
Nu (bijna) alle DPG-medewerkers verhuisd zijn is de (openlijke) kritiek grotendeels verstomd. Al wordt er – nog steeds – geklaagd over de bezoekerspasjes waarop journalisten ‘mediamakers’ worden genoemd en dat flexwerkplekken ervoor zorgen dat je geen persoonlijke spullen kunt achterlaten.
Van een gebrek aan werkruimte is op deze woensdagochtend geen sprake. Op iedere verdieping zijn genoeg vacante plekken.
Schuin tegenover de hoofdingang zit een ‘barista café’ waar diezelfde barista alle denkbare vormen van koffie serveert. In de begindagen was de koffie gratis, na twee weken hing DPG toch een prijskaartje aan de koffie.
‘Het barista café ging een beetje aan z’n succes ten onder’, vertelt Verstappen. ‘De meterslange rij voor de koffie stond tot aan de voordeur.’ De ‘automatenkoffie’ elders in het pand is wel gratis.

Foto: Jean-Pierre Jans.
In een plint van de begane grond bevinden zich de radiostudio’s en redactieruimten van Qmusic en Joe. Er wordt nog volop gezaagd, getimmerd en gebouwd: de radiostudio van Joe is nog niet klaar, zegt Roland Snoeijer, programmadirecteur van Qmusic en Joe. Pas in juli 2023 werd duidelijk dat het laatste radiostation een FM-frequentie kreeg, toen er al volop gebouwd werd aan het nieuwe pand.
On-air
In deze radiovleugel is de akoestiek anders dan elders in het pand, legt hij uit. Nog niet alles is af, blijkt als hij een radiostudio in wil lopen om deze te laten zien: er ontbreekt nog een ‘on air’-lampje waardoor het maar gissen is of we een live-radio-uitzending onderbreken.
De radiostudio van Joe is van binnenuit afgeplakt met tape. ‘Het zal je verbazen, maar er zijn echt genoeg radiofreaks die precies willen weten welke knopjes we gebruiken’, lacht de woordvoerder.
Voor zowel Qmusic als Joe is een ‘bandjesruimte’ opgetuigd waar bands in kunnen optreden. In het verleden bezaten de radiostations dat niet, en moest worden uitgeweken naar locaties elders in de stad. ‘Niet erg efficiënt’, zegt een medewerker van Q en Joe op de redactievloer. ‘En je kon ook niet een artiest spontaan iets laten zingen.’
Sausje
De redactieruimten zijn nog erg grijs en kaal, zegt deze medewerker. ‘We moeten ons eigen sausje er nog overheen doen’, zegt ze. De woordvoerder vergelijkt het met het kopen van een nieuwbouwhuis: ‘Dat moet je je ook nog eigen maken nadat je eenmaal verhuisd bent’.
Ze vindt het nieuwe onderkomen ‘een stuk ruimer’: ‘Bij Qmusic zaten we hutjemutje bovenop elkaar. Het is een beetje wennen.’
Op de eerste verdieping bevinden zich de directie en stafafdelingen. Anders dan een soortgelijk gebouw van DPG Media in Antwerpen, zit de directie hier niet op de bovenste verdieping. ‘In België is het misschien meer traditie dat een directie bovenin zit’, zegt woordvoerder Verstappen. ‘Erik [Roddenhof, CEO] zit graag in de buurt van collega’s.’
Op dezelfde verdieping zit een eindeloze rij aan vergaderruimten. De gangen zijn versierd met foto’s van ‘iconische’ mensen, de selectie van die foto’s is gemaakt door de verschillende fotoredacties van diverse titels. De selectie gaat alle kanten op: zo hangt er ook een foto van Rob de Nijs aan de muur.

Foto: Jean-Pierre Jans.
Sporten
Eén etage hoger zit een van de twee sportscholen, waar het volgens Verstappen vooral aan de randen van de werkdag erg druk is, net zoals rondom de lunchpauze. Er is net een sportklasje afgelopen, een groepje medewerkers loopt bezweet de gymruimte uit. Iedereen kan – gratis – gebruik maken van de sportscholen na het volgen van een intakeles.
De kantine is voorzien van tijdelijk meubilair – ‘de levertijden zijn ontzettend lang’. De kosten van een maaltijd zijn er, relatief, laag gehouden. Een bewuste keuze, zegt Verstappen. ‘In INIT en in Hoofddorp waren de prijzen énorm hoog. We deelden die panden met anderen, dus we konden niks doen aan de prijs.’
Met een eigen cateringservice kunnen medewerkers nu lunchen voor ongeveer 5 euro en avondeten voor zo’n 8 euro.
‘Door de hoge prijzen namen medewerkers in Hoofddorp en Amsterdam eten mee vanuit huis en aten dat achter hun bureau op. Niet gezellig, en het is ook niet goed om de hele dag achter je bureau te zitten. Sinds de verhuizing is het hier élke lunchpauze vol.’
Buiten op het dakterras, met zicht op de drukkerij, is het door het warme weer niet druk. Normaal doet het Verstappen denken aan een ‘schoolplein’, zegt ze. Van buitenaf valt op dat diverse ramen open staan. ‘Het klimaatsysteem is nog niet helemaal lekker ingesteld’, vertelt ze. ‘Soms is het te warm, soms te koud, daar wordt nu hard aan gewerkt.’
Afwerking
Dat merk je ook als je door het pand loopt: de ene ruimte is warmer dan de ander. Tegelijkertijd wijst de woordvoerder erop dat het op de dag van de rondleiding buiten ook warm is. Momenteel vindt er een ‘afwerking’ plaats, zoals extra bekabeling aangelegd en bewegwijzering.
Een etage hoger zitten vier verschillende podcastsstudio’s, die door alle titels gebruikt kunnen worden. Technische kennis van het maken van podcasts is niet nodig: door de ‘Audionize’-software is het een kwestie van zitten, praten en gaan. In de toekomst wordt het ook mogelijk om podcasts met beeld op te nemen.
Wat wandelend door het pand opvalt is dat het bijna muisstil is. Met bijna 2.000 ‘bewoners’ verwacht je een kakofonie aan geluid, maar je hoort – op bedompte stemmen in de verte – nauwelijks iets. Het is bijna ‘white noise’, zegt de woordvoerder.
Op de bovenste drie etages van het pand bevinden zich de redacties van de dagbladen, magazines en NU.nl. De grote redacties zitten altijd aan de kopse kanten van het pand. ‘Daar is lang en veel over gesproken met de redacties.’ Tussenin zitten de kleinere redacties en afdelingen.
‘Aanlandplekken’
Aan de redacties is specifiek gevraagd wat ze nodig hebben. Zo heeft de redactie van Het Parool bijvoorbeeld veel ‘aanlandplekken’, werkplekken die niet specifiek tot één deelredactie behoren maar de mogelijkheid bieden om ‘even iets af te maken’. De keuze voor de leverancier van de koffiebonen werd ook genomen na een ‘bonentest’ onder medewerkers.
‘In vergelijking met INIT ben ik tevreden’, zegt Parool-hoofdredacteur Kamilla Leupen. ‘Daar liepen de muizen door mijn werkkamer.’ De redactieruimte is nog een beetje kaal, erkent ze.
Op de vloer staan verschillende schilderijen en foto’s die te zijner tijd aan de muur bevestigd worden. ‘We mogen zelf geen spijkertjes in de muur slaan.’ De avocadoplant die meeverhuisd is leeft in de nieuwe locatie helemaal op. ‘Op INIT was-ie meer dood dan levend – te weinig zonlicht.’

Foto: Jean-Pierre Jans.
Parool-verslaggever Tahrim Ramdjan is tevreden over de verhuizing, zegt hij. ‘In de Mediavaert voel ik mij een beetje als een medewerker van Adyen of Booking.com: een poppetje in een groot radarwerk. En het voelt een beetje als een cruiseschip, omdat je een rondje in het pand kan lopen. Eén rondje is 430 meter, loop er twee en je zit direct aan één kilometer.’
‘Dit gat vond ik wel raar’, zegt hij, wijzend naar boven.
De redactie van Trouw bevindt zich boven die van de Amsterdamse stadskrant, en via een gat in het plafond zouden de twee redacties in theorie naar elkaar kunnen zwaaien. ‘Je kunt elkaar wel horen, maar niet zien. Op de eerste dag vond ik het raar, tot dusver hebben we weinig geluidsoverlast van de bovenburen.’
Bij de trap naar de volgende verdieping wordt binnenkort een wegwijzer geplaatst met daarop een overzicht van wat zich waar in het pand bevindt. ‘Je raakt inderdaad nog wel eens de weg kwijt of raakt gedesoriënteerd’, zegt de woordvoerder.
‘Synergie’
Het feit dat alle redacties kriskras door elkaar zitten, zorgde vooraf voor ‘huiver’ bij medewerkers, zegt ze. De website van de architect van het pand spreekt van een ‘synergie tussen verschillende gebruikers, functies en activiteiten’.
‘De diverse bloedgroepen snuffelen voorzichtig aan elkaar. Het feit dat alle afdelingen bij elkaar zitten zorgt dat het gemakkelijker is om eens bij elkaar binnen te vallen.’ Nee, lacht de woordvoerder, ‘de Story steelt de scoops van de Volkskrant niet.’
Op de begane grond, naast de ingang, is een enorm podium met ruimte voor honderden bezoekers. ‘Artiesten van Q Music kunnen hier optreden voor luisteraars en de kranten kunnen correspondentendagen houden met publiek.’
Steriel
In oktober volgt een officiële opening waarop ook familieleden van medewerkers welkom zijn. ‘Drie maanden na de eerste verhuizing is het vooral wennen’, zegt de woordvoerder. ‘Het is inderdaad her en der nog een beetje steriel. De redacties moeten nog een beetje hun eigen identiteit krijgen.’

‘Na een verhuizing duurt het even voordat je het huis naar eigen smaak hebt ingericht. In de eerste drie maanden zijn we geland, we kijken nu waar we tegenaan lopen, samenleven in één pand met zoveel diverse medewerkers.’
Veel medewerkers waren ‘zenuwachtig’ dat er door de flexwerkplekken te weinig werkruimte zou zijn. In praktijk valt dat mee, zegt de woordvoerder. ‘Op drukke dagen, dinsdag en donderdag, zie je hier niet verhit mensen zoeken naar een werkplek.’
Platgedrukte bitterballen
Met zo’n 2.000 medewerkers is het ‘samenleven’ niet altijd even makkelijk. In het Slackkanaal ‘Slackstickgezellig’ maakte de facilitaire dienst onlangs melding van een mobiele telefoon die sneuvelde na een val van het atrium, platgedrukte bitterballen in het fonkelnieuwe tapijt, een brandalarm dat afging omdat er een heliumballon voor de sensor hing en dat er op ramen en muren werd geschreven met een watervaste stift.
‘Het is een mooi gebouw en we houden het graag netjes’, zegt de woordvoerder. ‘Vier vooral feestjes, dat is prima. Maar zo’n bitterbal in het tapijt… Dat is zonde.’
De panden in Amsterdam en Hoofddorp waren al ‘in verval’, zegt ze, dus dan gaan mensen er ook minder netjes mee om. ‘We willen geen handboek met regels opleggen en zeggen “Gij zult niet”, maar laten we met z’n allen ons best doen.’
Die hints moeten nog een beetje landen. Op de stoep voor het pand staan - tegen de ‘aanwijzingen’ in - nog een paar fietsen geparkeerd. Een jongeman komt net aangefietst en parkeert zijn fiets op de stoep. ‘Het is een automatisme man’, zegt de fietser.


Praat mee