‘Ik heb graag en vaak publiek in de studio, maar ik laat ze nooit aan het woord’
Joost Ramaer vindt het interview het meest overschatte genre in de journalistiek. Een van zijn stellingen in deze driedelige reeks: ‘de verslaving aan interviews leidt tot een perverse wederzijdse afhankelijkheid die afbreuk doet aan de vrijheid en onafhankelijkheid van beide partijen. De interviewers zijn permanent op jacht naar voldoende “slachtoffers”, de BN’ers naar airtime en exposure.’ Interviewer Patrick Huisman van Dtv Nieuws reageert in aflevering twee.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?
‘Voor Dtv Nieuws, de lokale omroep voor Den Bosch, Oss, Uden en Bernheze waarvoor ik werk, interviewde ik in maart 2022 Dennis Bekkema, de Bossche lijsttrekker van Forum voor Democratie. Ik had zijn verkiezingsprogramma heel goed gelezen en vroeg hem daar flink op door. Dat interview leverde mij een nominatie op voor de Sonja Barend Award. Ik won hem niet, maar tijdens de uitreiking zat ik naast Catherine Keyl en een paar dagen later was ik tafelgast bij M, de talkshow van Margriet van der Linden. Ik vond het een geweldige eer. Heel jammer dat mijn ouders
dat niet meer hebben kunnen meemaken.
Een opleiding heb ik niet gehad voor dit métier, ik heb het mezelf geleerd. In 2000 heb ik de lokale omroep voor Beuningen heropgericht, nadat die failliet was gegaan. Dat heb ik een jaar of vijftien volgehouden, totdat ik een tijdje in Turkije ben gaan wonen. Ik ben teruggekeerd toen Dtv Den Bosch werd opgericht. En ik werk nu ook één dag in de week. voor Hart van Nederland.
Lees ook de eerste aflevering met Sara Berkeljon: ‘Met een geschreven interview kun je veel dieper gaan’
‘Mijn lokale BN’ers hebben echt geen sterallures’
Jij stelt dat het interview het meest overschatte genre is in de Nederlandse journalistiek, onder meer omdat we steeds dezelfde BN’ers zien langskomen, de interviewers zelf ook sterren worden en er een soort perverse, wederzijdse afhankelijkheid ontstaat tussen interviewer en geïnterviewden omdat ze elkaar nodig hebben. Wat betreft het tv-interview ben ik het daar natuurlijk volstrekt mee oneens, hahaha!
Mijn lokale BN’ers hebben echt geen sterallures hoor. Zelf ben ik ook geen lokale ster, al word ik wel eens herkend als ik op vakantie ben in Gran Canaria. En ik vind die wederzijdse afhankelijkheid totaal geen probleem. Ik drink regelmatig kopjes koffie met politici uit mijn regio, en ik spreek ze vaak na afloop van een gemeenteraadsvergadering. Dat is goed voor de onderlinge verstandhouding en ik weet zo beter wat hen beweegt wanneer ik ze een keer voor de camera krijg. Ik wil niet alleen afhankelijk zijn van de persberichten van de gemeenten hier.
Met wat je soms voorbij ziet komen op de landelijke televisie heb ik wel issues. Een verkiezingsdebat waar gasten rode en groene balkjes moeten indrukken. Talkshows met gasten die niet deskundig zijn: Gerard Joling over politiek. Het publiek vragen laten stellen. Ik heb graag en vaak publiek in de studio, maar ik laat ze nooit aan het woord. Wij journalisten stellen doorgaans betere vragen.
En dan die presentatie door steeds wisselende gelegenheidsduo’s, zoals bij Op1. Corvee Op1, noem ik dat altijd. Voor mijn programma Focus, dat een kwartier duurt, nodig ik één tot hooguit drie gasten uit met wie ik één onderwerp bespreek. Wij hebben ook maar een klein team hè. De redactie, dat ben ikzelf, eigenlijk.
Sonja Barend is voor mij altijd een bron van inspiratie geweest. Zij was juist niet de haaibaai waarvoor zij vaak is uitgemaakt. Zij liet stiltes vallen en luisterde heel goed naar haar gasten. Veel mensen vinden interviews gewoon een prettige manier om informatie tot zich te nemen. En wat zo mooi is aan tv-interviews: je hoort de toon en ziet de lichaamstaal van de geïnterviewde.’


Praat mee