Hogescholen: ‘degelijk taalbeleid vergroot slagingskans’
Dat een soepel taalgevoel je helpt bij je studie klinkt logisch, maar de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Odisee uit Vlaanderen zeggen dat de resultaten het bewijzen. Een structureel taalvaardigheidsbeleid in het hoger onderwijs vergroot de slagingskans van studenten, stellen ze.
Taalbeleid of taalondersteuning (in Engels en Nederlands) moet een integraal onderdeel zijn van het takenpakket van onderwijsinstellingen. Na een taaltest kunnen studenten worden geïdentificeerd die extra hulp nodig hebben. Verplichte cursussen werken daarbij niet - het gaat om veelal digitale ondersteuning (schrijfhulp, tests) die studenten op vrijwillige basis kunnen gebruiken.
Bij Odisee kunnen studenten punten verdienen als ze een als onvoldoende beoordeelde paper via digitale schrijfhulp verbeteren. “Als ze dat goed doen, kunnen ze twee punten extra krijgen. Op twintig punten”, aldus talenbeleidcoördinator An de Moor.
Bij de Hogeschool van Amsterdam screenen de meeste opleidingen alleen het taalniveau bij de eerste schrijfopdrachten. Docenten overschatten de woordenschat van hun studenten daarbij meestal schromelijk.
Dat werd aangetoond met een filmpje waarin tien procent van de woorden niet bestond of alleen léken op bestaande woorden. “Dat werkt als een eyeopener voor docenten. Vervolgens kijken we op individueel niveau hoe dat uitpakt voor de opdrachten van de betreffende docent”, aldus Matthijs Eijgelshoven, projectmanager taalbeleid aan Hogeschool van Amsterdam.
De hogescholen zien dat taalbeleid- ondersteuning werken, maar hebben nog geen harde cijfers voorhanden. Er loopt een vijfjarig onderzoek “waarin we de resultaten uit de taaltest vergelijken met examenresultaten, gekoppeld aan indicatoren als opleiding van moeder, taalsituatie thuis en functiebeperkingen”, zegt De Moor. Meer bij De Taalunie


Praat mee