Hoger beroep: Depothouders van Mediahuis zijn werknemers en hebben recht op transitievergoeding
In hoger beroep heeft het gerechtshof te Amsterdam geoordeeld, dat een aantal depothouders van Mediahuis werknemers zijn en geen freelancers. Met dat besluit hebben de depothouders recht op een aantal vergoedingen, omdat zij minder werk kregen toen zowel NRC als Het Parool overgingen op een ochtendkrant.
Mediahuis dient de depothouders uiteenlopende ontslagvergoedingen te betalen, oplopend tot ruim 75.000 euro bruto per geval. Ook moet Mediahuis de proceskosten vergoeden.
Tot april 2020 was DPG Media verantwoordelijk voor de verspreiding van de middagkranten in Nederland (Het Parool en NRC), maar dit werd overgeheveld naar Mediahuis. Toen deze middagedities in 2021 gestaakt werden door stijgende kosten voor de bezorging, werd de overeenkomst tussen de depothouders en Mediahuis opgezegd. Achttien depothouders (de groep Amsterdam) maakten daar bezwaar tegen, omdat er volgens de depothouders sprake was van een arbeidsovereenkomst.
Al in eerste aanleg oordeelde ook de kantonrechter dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, maar tegen die uitspraak ging Mediahuis in hoger beroep.
Lees ook: Rechtbank: ‘zelfstandige’ depothouders van Mediahuis waren werknemers
‘Weinig ruimte om werk anders in te richten’
De depothouders waren volgens Mediahuis ‘vrij [om] hun werk te verrichten zoals zij dat wilden op de tijden die zij wilden’, maar het gerechtshof volgt die redenering niet. ‘De werktijden waren in praktijk niet flexibel’, aldus het hof, want de middagkranten werden op gezette tijden aangeleverd en moesten ook weer op tijd bezorgd worden bij de lezers.
‘Het hof leidt uit de geschetste feitelijke gang van zaken af dat er heel weinig ruimte was om het werk anders in te richten en dit op andere tijden te verrichten.’ Daarnaast waren de depothouders feitelijk gedwongen om gebruik te maken van een dochterbedrijf van Mediahuis voor de afwikkeling van de (financiële) administratie.
Ook de looproutes van de krantenbezorgers werden in praktijk door Mediahuis zelf bepaald, in sommige gevallen gaf de uitgever daar ‘concrete instructies’ voor de bezorgers bij. Daarbij maakten de depothouders gebruik van een app van Mediahuis (die ook door DPG Media gebruikt wordt). ‘Mediahuis heeft aangevoerd dat het hierbij slechts om ‘ondersteuning’ ging en dat de depothouders de vrijheid hadden om af te wijken van de door Mediahuis voorgestelde procedures, maar ook dit was slechts een ‘papieren vrijheid’, aldus het gerechtshof.
Aansturing
De rayonmanagers van Mediahuis, die zich volgens de uitgever alleen bemoeiden met het ‘eindresultaat van de opdracht’, bemoeiden zich in praktijk met vele dagelijkse problemen. De rayonmanagers stuurden bijvoorbeeld de depothouders aan. Dit blijkt uit het feit dat de depothouders opdrachten kregen om iemand te ontslaan of bezorgers overeenkomsten te laten ondertekenen.
De uitgever deelde aan de rayonmanagers onder andere snoepzakjes, kerstpakketten, uitjes en regenpakketten uit. ‘Uit dit alles blijkt dat Mediahuis zich met meer dan alleen het eindresultaat bemoeide.’ En op papier konden de depothouders zich wel laten vervangen door anderen, maar in praktijk bleek dit zeldzaam omdat Mediahuis ‘tijdig’ wilde weten wie de depothouders zou vervangen. Volgens de depothouders was het ‘not done’ om zich te laten vervangen.
De overeenkomsten die de depothouders met Mediahuis, en eerder met DPG Media, aangingen waren voorgedrukte formulieren, waardoor de depothouders in praktijk geen mogelijkheid hadden om te onderhandelen over hun tarieven en (secundaire) arbeidsvoorwaarden. En slechts vier van de negentien depothouders die zich verenigden in deze zaak stuurden facturen en waren btw-plichtig aan Mediahuis. Ook waren slechts vier van hen ingeschreven als zzp’er bij de Kamer van Koophandel.
Dit alles doet niet direct denken aan een zelfstandige maar eerder aan een werknemer
Geen ondernemersrisico’s
In praktijk liepen de depothouders bovendien geen ‘ondernemersrisico’ zoals zzp’ers: zij hoefden slechts een vervoermiddel te hebben, overige investeringen waren niet nodig. Ook was een verzekering niet nodig: dat liep via de uitgever. ‘Wanneer zich een probleem voordeed loste Mediahuis dit op en het “ondernemersrisico” van de depothouders bleef dus bij een “papieren” risico.’
Gemiddeld werkten de depothouders zo’n vijf uur per dag en kwam het loon van hen - gemiddeld geschat op 46,83 euro bruto per dag - neer op 9,36 euro per uur. ‘Dat is een zeer lage vergoeding [...], die lager ligt dan het in 2021 geldende minimumloon (9,72 euro bruto). Bij elkaar opgeteld lijkt dit niet direct op de functie van een zelfstandige, maar eerder op een werknemer.’
Dit alles ‘duidt op een arbeidsovereenkomst en weegt zwaarder dan het ontbreken van een formele regeling van allerlei typische arbeidsrechtelijke aanspraken’, zo oordeelt het hof.
De depothouders werden vertegenwoordigd door advocaten Marise Eckhart en Louiza Oass.
Een woordvoerder van Mediahuis laat weten: ‘Wij hebben de beschikkingen van het Hof ontvangen en nemen nu de tijd om deze grondig door te nemen en vervolgens te bepalen welke stappen wij zullen ondernemen’.


Praat mee