Hizir Cengiz: ‘Soms twijfel ik ook of ik wil blijven schrijven. Ik weet nog niet welke kant ik uiteindelijk op ga’
Als jonge jongen leerde Hizir Cengiz (23) op straat in de Schilderswijk dat journalisten erop uit zijn om moslims en inwoners van de wijk kapot te maken. Nu hij zelf journalist is, wil hij vooral pijn op tafel leggen. Interview met een jong talent.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?
Aan complimenten had Hizir Cengiz geen gebrek, toen hij in 2017 als 18-jarige scholier de allereerste Jan Paul Bresser-prijs kreeg uitgereikt. De jury van de journalistieke prijs roemde zijn essay ‘De wereld is een bak vol modder’ in De Groene Amsterdammer, om de rauwe en beeldende manier waarop Cengiz schreef over zijn leven als Turks-Nederlandse scholier in de Schilderswijk. En de jury was niet de enige die enthousiast was. Ineens gingen er talloze deuren open voor Cengiz. Uitgeverijen klopten aan met de vraag om een boek, televisiemakers en kranten vroegen om interviews en Cengiz kreeg aanbiedingen om columns te schrijven. ‘Maar van al die complimenten werd ik vooral heel onzeker. Succes staat mij niet.’
Waarom is dat zo, denk je?
‘Het voelde niet veilig. Ik groeide op in een gebroken gezin aan de rand van de Schilderswijk, waar we met zijn zessen leefden (Cengiz, zijn moeder, broer en drie zussen, red.) van de uitkering van mijn moeder. Thuis was het vooral stil. We praatten amper met elkaar. Dat onzichtbare, dat was vertrouwd voor me. En ineens krijg je alle kansen waar je ooit van hebt gedroomd. Ik had heel erg het gevoel dat dat niet hoorde. Ik ging daardoor ook twijfelen of mijn essay wel zo goed was als mensen zeiden dat het was. Met die onzekerheid worstel ik nog steeds. Blijkbaar voel ik me beter in de schaduw. Al klinkt dat zwaarmoediger dan ik het bedoel.’
Ondanks die onzekerheid ga je wel zelf op zoek naar kansen. Bij de meeste plekken waar je publiceerde – van Straatnieuws tot De Groene Amsterdammer – heb je zelf aangeklopt.
‘Dat is een bijvangst van het hebben van een sober netwerk. Ik ben als 4-jarige naar Nederland gekomen en woonde sinds mijn 8e in de Schilderswijk. Met mijn vader heb ik geen contact meer en mijn moeder heeft ook geen groot netwerk. Als je zonder netwerk toch iets wilt bereiken, dan moet je het zelf “halen”.’
Als kind leerde je van andere jongeren op straat dat journalisten de pik hebben op moslims, en op Schilderswijkers in het bijzonder. Waarom dan toch de journalistiek in?
‘Ik heb lang gezocht naar erkenning. Dat is ook de reden dat ik mijn essay naar De Groene stuurde en waarom ik ook lang dacht dat ik een roman wilde schrijven. Zodat men zou zeggen: “Hizir heeft een roman geschreven”. Dat komt denk ik doordat ik die erkenning heb gemist in mijn eigen jeugd. Intussen heb ik wel geleerd dat ik die erkenning niet per se nodig heb. Er zit ook wel iets triests in: je waarde laten afhangen van wat anderen vinden.’
Als je niet werkt voor erkenning, wat is dan je drijfveer?
‘Ik wil pijn op tafel leggen. Mijn eigen pijn, maar ook de pijn van een ander. Bijvoorbeeld die van een laaggeletterde vrouw of van een docent die werkt met kinderen die van school zijn gestuurd. Hij vertelde me dat je leerlingen wel spellingsregels kunt willen aanleren, maar dat sommige van die kinderen niet eens een plek hebben om te slapen. Of de pijn van Fatma Aktaș, die hier in de wijk werkt aan de emancipatie van migrantenvrouwen, omdat ze zelf heeft gezien wat huiselijk geweld met vrouwen kan doen. Ik werk vanuit mijn eigen interesse. Als er iets bij me wordt aangewakkerd wat me boos maakt of frustreert omdat het meer aandacht verdient, dan zorg ik voor die aandacht.’
Je prijswinnende essay voor De Groene oogstte veel lof omdat je de Schilderswijk beschreef vanuit de wijk zelf. Doet de journalistiek dat genoeg: verhalen vertellen vanuit zulke wijken?
‘Nee. En dat geldt niet alleen voor de Schilderswijk. De media proberen de samenleving vaak te verklaren door naar mensen te luisteren die op een bepaalde positie zitten. Politici bijvoorbeeld, of leidinggevenden in grote organisaties. Maar de mensen die de problemen in de samenleving aan den lijve ondervinden zie je weinig terug. Dat doet een journalist als Wierd Duk bijvoorbeeld goed: hij laat vaak mensen aan het woord die je normaal niet ziet. Al maak ik me vaak niet heel populair als ik dit zeg.’
Cengiz denkt gedurende het gesprek met Villamedia regelmatig lang na over zijn antwoorden. Hij slaat denkpaden in en geeft soms terughoudend antwoord. Die aarzelingen zag de hoofdredactie van De Correspondent ook terug in zijn schrijfwerk, toen Cengiz twee jaar terug bij het online platform begon. Het leverde hem de titel ‘Correspondent Twijfel’ op.
Op het moment van schrijven is Cengiz in dubio over zijn toekomst. Tegenover het AD stelde Cengiz - die bezig is met zijn master Straf- en Strafprocesrecht - in juni dat hij op langere termijn officier van justitie wil worden. ‘Ik heb plannen, maar vind dat je je daar nooit in vast moet bijten omdat er dan veel kansen aan je voorbij kunnen gaan. Maar soms twijfel ik ook of ik wil blijven schrijven en interviewen. Ik weet nog niet welke kant ik uiteindelijk op ga.’
Wat al wel zeker is, is dat Cengiz dit najaar weer op het podium staat. In het theater De Vaillant in de Schilderswijk, interviewt hij tijdens de maandelijkse bijeenkomst Voetnoot* bekende en onbekende personen over hun leven, drijfveren en werk. Daarvan start in september het tweede seizoen.
Tegen het AD zei je dat je zulke gesprekken eigenlijk fijner vindt dan geschreven interviews. Waarom is dat?
‘Het is gelijkwaardiger en ook eerlijker voor de geïnterviewde. Als schrijver heb je meer regie over het resultaat en vertel je iemands verhaal. Terwijl ik er juist voor pleit om mensen zelf een podium te geven. Als je dan elke keer degene bent die hun verhalen wilt vertellen… dat wringt.’
Tijdens Voetnoot*, maar ook bij De Correspondent, interview je vaak mensen die kwetsbaar zijn, maar zich ook inzetten om anderen te helpen. Streef je dat zelf ook na?
‘Nee, het is oneerlijk om te zeggen dat ik anderen help met mijn werk. Maar ik hoop wel dat lezers en kijkers door mijn werk meer begrip krijgen voor anderen. Dat deed ik onbewust ook al met mijn essay over de Schilderswijk. Ik wilde wat er in de wijk gebeurt op het gebied van misdaad en drugs niet goedpraten, maar laten zien waarom mensen doen wat ze doen. Veel jongeren hier in de wijk kiezen er niet voor om in drugs te handelen. Maar het kan een logisch gevolg zijn van hun jeugd. Iedereen heeft pijn. Wat het gevolg daarvan is, ligt niet per se aan die persoon zelf.’
Hizir Cengiz (23) werd geboren in Turkije. Op 4-jarige leeftijd kwam hij voor gezinshereniging met zijn moeder, broer en drie zussen naar Nederland. Toen Cengiz 8 jaar oud was, verhuisde het gezin – zonder Cengiz’ vader – naar de Schilderswijk. Cengiz studeert momenteel de master Straf- en Strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en werkt als freelance journalist en moderator, onder andere voor De Correspondent. In 2017 won hij de Jan Paul Bresser-prijs. Cengiz is tevens Haags Jeugdambassadeur.


Praat mee