Afstudeerprijs Villamedia 2019

— dinsdag 2 juni 2015, 16:13 | 0 reacties, praat mee

Het ­kabinet weet de freelancer snel te vinden als het wat oplevert

De ZZP’er staat in de belangstelling bij het kabinet. Dat is bepaald niet alleen maar goed nieuws, meent NVJ-jurist Petra Oudhoff. Met een mix van verbeteringen en verslechteringen lijkt het er op dat het rijk op de eerste plaats aan zichzelf denkt.

Jarenlang werd het ondernemerschap gestimuleerd door het kabinet, bijvoorbeeld door het starten van een eigen bedrijf vanuit de WW makkelijker te maken, de invoering van de VAR, het invoeren van de MKB vrijstelling en vanzelfsprekend door de starters- en zelfstandigenaftrek.

Het ondernemerschap was hét antwoord op de rigide arbeidsmarkt, ook voor journalisten. Niet alleen kunnen zzp’ers flexibel ingezet worden, ook vangen zij de klappen van de conjunctuur op. En het eenvoudiger maken van het ondernemerschap kwam ook tegemoet aan de wensen van velen om zelf hun boontjes te doppen.

Nu echter zijn er – wederom – plannen om de zelf­standigen­aftrek af te schaffen. Nadat een eerste poging hiertoe in 2013 strandde vanwege forse protesten, vindt het kabinet dat dit ‘extraatje’ wel weg kan. Dat terwijl de rechtvaardiging van deze belastingfaciliteit vooral gelegen is in de extra kosten die een zzp’er maakt. Hij moet immers zelf zijn vakantie betalen, zelf vakantie­geld reserveren, zelf pensioen opbouwen, zelf zijn verzekeringen regelen. Kosten die een werkgever groten­deels voor zijn werknemer financiert en al snel 50 procent van het salaris bedragen. Er is een petitie geweest en op 2 juni vindt in Nieuwspoort een mede door de NVJ georganiseerde hoorzitting over de zelfstandigenaftrek plaats.

Ook is het kabinet van mening dat schijnzelfstandigheid dient te worden bestreden. Hoewel volstrekt onbekend is hoe groot dit ‘probleem’ is, kunnen freelancers al enige tijd niet meer voor hun ex-werkgever werken, althans niet vanuit de startersregeling van de WW. Dat terwijl die opdrachten vaak een goed opstapje waren voor het starten van een eigen freelance praktijk. Ook zijn er – gelukkig nog vage – plannen om zzp’ers verplicht te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Zo is het overheidsbeleid een mix tussen betutteling en ‘zoek het zelf maar uit’.
Veranderingen die reeds vast staan en van belang zijn voor zzp’ers zijn de volgende: mogelijkheid om pensioen op te bouwen, afschaffing van de VAR en invoering van het auteurscontractenrecht.

Pensioen
Sinds 1 januari 2015 is het voor zelfstandigen mogelijk om deel te nemen aan een collectieve pensioenregeling. Er zijn er momenteel drie: ZZP Pensioen, Bright ­Pensioen en Brand New Day.

Alle drie de regelingen zijn individueel en ­vrijwillig. Het is dus geen collectief pensioen, maar eerder een lijfrente, waarbij de kosten lager zijn doordat er meerdere zelfstandigen deelnemen. Bij deelname kan de zelfstandige zelf bepalen hoe hoog de inleg is, en die inleg kan per jaar of zelfs per maand verschillen. Het ingelegde bedrag mag afgetrokken worden van het belastbaar inkomen, maximaal tot de fiscale jaarruimte, die berekend kan worden met de rekenhulp van de Belastingdienst. De pensioendatum kan tussen de 60 en 72 liggen en men kan kiezen tussen een uitkeringsduur van twintig jaar of levenslang.

De pensioengelden worden collectief belegd. Het voordeel daarvan is dat het risico gespreid wordt, en dat de kosten lager zijn dan wanneer een individuele lijfrente wordt afgesloten. De kosten verschillen per aanbieder en afhankelijk van de hoogte van de inleg zal de ene aanbieder goedkoper zijn dan de andere. Ten aanzien van de beleggingen wordt het risico in de laatste jaren voor het pensioen verlaagd omdat er dan voorzichtiger wordt belegd. Het ingelegde geld blijft van de deelnemer en gaat in geval van overlijden naar de erfgenamen.

Het pensioenvermogen hoeft niet aangesproken te worden bij een beroep op de bijstand. Dit in tegenstelling tot spaargeld, dat moet in principe opgegeten worden. Bij faillissement is het pensioengeld niet opeisbaar. Wel is het mogelijk om het opgebouwde pensioen op te nemen in geval van arbeidsongeschiktheid. De uitkeringen zijn in zo’n geval belast – net als wanneer het als pensioen wordt uitgekeerd - maar er is geen revisierente van 20% meer verschuldigd. Door die revisierente kon de belastingheffing oplopen tot 72 procent, namelijk 52 procent in de hoogste schijf, verhoogd met 20 procent. Bij het benutten van het opgebouwde pensioen bij arbeidsongeschiktheid, is er voor het uiteindelijke pensioen natuurlijk minder over.

De grootste voordelen van de collectieve regelingen zijn dat de kosten lager kunnen uitvallen dan een individuele lijfrente, dat het beleggingsrisico gespreid wordt, dat de pensioengelden in de bijstand niet te hoeven worden opgegeten, en dat het geld kan worden gebruikt bij arbeids­ongeschiktheid zonder revisierente. Het grootste nadeel blijft echter bestaan: de freelancer zal zelf zijn pensioen volledig moeten financieren.

VAR-voorbeeldovereenkomsten
De VAR of verklaring arbeidsrelatie is in 2005 in het leven geroepen om duidelijkheid te krijgen over de vraag of een opdrachtgever wel of niet belasting moest afdragen als een freelancer ingehuurd werd. Ook als er geen sprake is van een dienstverband, is het mogelijk dat een opdrachtgever belasting moet afdragen. Dat leidde soms tot forse naheffingen bij opdrachtgevers die ten onrechte bruto betaald hadden. De invoering van de VAR maakte hier een einde aan. Als een freelancer een VAR WUO heeft, is de opdrachtgever gevrijwaard van naheffingen. De freelancer moest de belasting betalen, en pas als aan het urencriterium werd voldaan, kreeg de freelancer zelfstandigenaftrek. Bij een VAR ROW moest de opdrachtgever nagaan of er loonbelasting ingehouden moest worden en lag het risico bij de opdrachtgever. Bij een VAR Loon werd loonbelasting ingehouden en bij de VAR DGA moest de BV loonbelasting betalen over het loon van de directeur. Een zeer duidelijke situatie.

Toch vond staatsecretaris Wiebes dat de VAR niet meer voldeed. In 2012 stelde hij ‘Het kabinet acht het verder gewenst dat de balans tussen de verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer wordt hersteld. De opdrachtgever moet weer verantwoordelijk worden voor een juiste weergave van de feiten en omstandigheden waarop hijzelf doorslaggevende invloed heeft’. Ofwel, Wiebes twijfelde er nogal aan of de afgegeven VAR-en wel overeenkwamen met de werkelijkheid. Kort gezegd: hij ging er vanuit dat veel aanvragers (de opdrachtnemers) logen bij de aanvraag. En dat de Belastingdienst te weinig capaciteit had om dat allemaal te controleren. Daarom stelde Wiebes in 2012 nog een webmodule voor, waarbij de opdrachtgever bij elke klus de arbeidsrelatie moest toetsen. De zogenaamde Beschikking geen loonheffingen (BGL). Na vele protesten vanuit zzp-organisaties, werkgevers en vakbonden, is dit voorstel teruggedraaid en zal er vanaf 1 januari 2016 met voorbeeldovereenkomsten gewerkt gaan worden.

Ook dit wordt gepresenteerd als een geweldige verbetering door Wiebes: ‘En we zijn er ook van af dat als er iets fout is, de zzp’er eenzijdig de rekening krijgt.’ Die rekening zou dan het verliezen van belastingvoordelen zijn, ofwel de zelfstandigenaftrek, indien de freelancer toch verkapt werknemer was. Hoe vaak dit voorkomt, is onduidelijk. Bij de afdeling Advocaten & Juristen NVJ zijn er hierover geen zaken geweest.

In plaats van de VAR komen er voorbeeldovereenkomsten per sector, die door zelfstandigen en opdracht­gevers gebruikt kunnen worden. Belangenorganisaties van opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen straks overeenkomsten opstellen en aan de Belastingdienst voorleggen. De Belastingdienst geeft vervolgens uitsluitsel of de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden en betalen. Zolang daadwerkelijk volgens de overeenkomst gewerkt wordt, blijft het oordeel gelden en zal er geen naheffing volgen. Mocht echter toch in de praktijk sprake zijn van een verkapte arbeidsovereenkomst in plaats van ondernemerschap, dan volgt naheffing bij de opdrachtgever. De verantwoordelijkheid voor de inhouding en afdracht van de loonheffingen is hiermee weer terug waar die hoort: bij de opdrachtgever.

De voorbeeldovereenkomsten worden op de site van de Belastingdienst gepubliceerd, zodat elke opdrachtgever en opdrachtnemer daar gebruik van kan maken. Ook individuele overeenkomsten kunnen aan de Belastingdienst worden voorgelegd. Als er geen loonheffingen hoeven te worden ingehouden, heeft de zelfstandige geen aanspraak op uitkeringen op grond van de werk­nemersverzekeringen: de WW, WIA en Ziektewet.

In 2015 geldt een overgangsregeling. De VAR uit 2014 blijft gelden als de werkzaamheden hetzelfde blijven. Alleen bij andere werkzaamheden hoeft een nieuwe VAR aangevraagd te worden.

De nieuwe voorbeeldovereenkomsten moeten nog gemaakt worden, maar het risico is aanwezig dat zo’n model leidt tot een keurslijf waarin freelancers hun werk moeten doen. Anderzijds komt de verantwoordelijkheid voor de loonheffing weer bij de opdrachtgever te liggen, die er voor moet zorgen dat met echte zelfstan­digen gewerkt wordt. Het zal voor de Belastingdienst vast veel rompslomp schelen, maar voor de freelancers was de VAR een uitkomst.

Auteurscontractenrecht
Zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes? Nou, eentje dan. Op 12 februari 2015 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel auteurscontractenrecht aangenomen, waarmee het voorstel nu bij de Eerste Kamer ligt. De regeling beoogt de contractuele positie van makers te versterken ten opzichte van degenen die hun werken exploiteren. Het gratis wegcontracteren van het auteursrecht is niet meer mogelijk, er moet een billijke vergoeding voor het verlenen van de exploitatiebevoegdheid betaald worden. Tevens is er recht op een billijke vergoeding voor exploitatie van het werk die bij het sluiten van het contract nog onbekend was.

De verenigingen van makers en exploitanten mogen collectief onderhandelen over die billijke vergoeding. Die vergoeding kan dan door de minister van OCW vastgesteld worden, op verzoek van deze verenigingen. Nadat het mededingingsrecht het onderhandelen en adviseren over freelance tarieven onmogelijk maakte, is hier weer een mogelijkheid om collectief voor freelancers op te treden.

Mocht het werk een enorm succes worden en de vergoeding als gevolg daarvan ernstig onevenredig is in verhouding met de opbrengsten, dan heeft de maker recht op een aanvullende vergoeding (de bestsellerbepaling). Omgekeerd, indien de uitgever het werk onvoldoende exploiteert, kan de maker ontbinding van de overeenkomst vragen (de non-usus bepaling). Onredelijk bezwarende bedingen kunnen door de maker vernietigd worden.

Niet alleen geeft het auteurscontractenrecht recht op een billijke vergoeding, ook de inhoud van het contract zal redelijker en evenwichtiger moeten worden. Goed nieuws voor alle makers dus.

Wel heeft het veel voeten in de aarde gehad voordat de rechten van de makers een versterking kregen in de vorm van dit wetsvoorstel. Al meer dan tien jaar geleden heeft het Instituut voor Informatierecht (IViR) onderzoek gedaan naar de behoefte van makers voor bescherming van hun positie. Het wetsvoorstel zelf was in de zomer van 2012 ingediend en heeft dus tweeënhalf jaar op behandeling liggen wachten. Het moge duidelijk zijn dat de prioriteit van het kabinet niet ligt bij het versterken van de positie van zelfstandigen, maar dat regelgeving die is bedoeld om de Belastingdienst te ontlasten, wel snel ingevoerd kan worden.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.