website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Het jaar 2026: Het maatwerk van de nieuwstoren

Klaske Tameling — Geplaatst op zondag 28 augustus 2016, 11:00

© TRIK

120 jaar Villamedia en haar voorgangers bestaan deze maand 120 jaar. Dat vieren we met een speciale uitgave van Villamedia magazine. Online publiceren we elke dag een artikel uit onze jubileum-uitgave. Vandaag het jaar 2026. Hoe ziet de journalistiek er over tien jaar uit? Media-onderzoeker Klaske Tameling deelt haar ideeën over de nieuwsorganisatie van de toekomst aan de hand van een fictief interview met een fictieve oprichter van een fictief nieuwsmerk. Ze praat met Janna Bromans, initiatiefnemer van De Nieuwstoren, een bedrijf dat sinds 2021 bestaat en nu haar 5-jarig jubileum viert.

Wanneer ik om 10.50 uur de hal van de A’DAM toren betreed, de voormalige Shelltoren in Amsterdam-Noord die tien jaar geleden is geopend als creatieve broedplaats, hotel- en horecagelegenheid, krijg ik direct een welkomstbericht van Slackify* dat initiatiefneemster Janna Bromans (32) van De Nieuws­toren me over tien minuten komt ophalen voor ons interview. Vervolgens verschijnt de community-manager in mijn scherm met de vraag of ik in de tussentijd zin heb om mee te kijken met de verhalen die ze aan het maken zijn. Ik krijg een aantal onderwerpen aangeboden die aansluiten bij mijn eigen interesses. Dat is geen toeval, deze komen overeen met mijn Slackify-profiel.

Als Janna om 11.00 uur de lift uit komt lopen, zit ik middenin een productie over de plannen van minister Klaver om het basisinkomen in te gaan voeren. De Nieuws­toren zoekt uit wat het effect daarvan is op ZZP’ers. Als we vervolgens samen in de lift stappen naar de 9e verdieping, legt Janna het principe van De Nieuwstoren nog eens uit. ‘Wat we hier hebben gedaan is een eigen nieuws-ecosysteem ontwikkelen rondom de overkoepelende interesses van de medewerkers, de relaties en de bezoekers van de A’DAM toren. Al deze mensen hier hebben ontzettend veel kennis en ze horen en leren elke dag nieuwe interessante dingen. De informatie die in dit gebouw aanwezig is, ontsluiten wij via De Nieuwstoren.’

Waar gaan die verhalen dan over?

‘De producties die wij maken zijn altijd gerelateerd aan actuele ontwikkelingen in de creatieve-industrie. Dat varieert van Amsterdamse gemeentepolitiek tot ontwikkelingen over maatschappelijk verantwoord ondernemen en nieuwe culturele hotspots. We maken direct contact met mensen die dit gebouw binnenkomen om te monitoren waar hun interesses en specialisaties liggen. We vragen of ze deel willen nemen aan ons eco­systeem. Jij kreeg dus net informatie over de plannen van minister Klaver omdat je een Nederlandse ZZP’er bent, net als pak ’m beet 60 procent van de bezoekers van de ADAM-toren.

We zijn aangekomen op de verdieping van De Nieuws­toren en nemen plaats in een van de offline kamers. Hier worden alle devices automatisch offline gezet wanneer je de ruimte betreedt; geen onderbrekingen door pushberichten of andere alerts. Geen ‘internet of things’, maar ‘internet off things’ dus.

Maar jullie bestaan toch bij de gratie van een online omgeving?
‘Ja, dat klopt. Toch ben ik veel offline. Natuurlijk volgen we nauwgezet wat er in de wereld gebeurt, maar veel makers zitten geregeld in een offline kamer. Het werkt prettig om de buitenwereld even on hold te zetten. Dat klinkt gek voor een nieuwsorganisatie, maar de tijd dat media elkaar beconcurreerden met veel dezelfde nieuwsverhalen – met een focus op snel en veel – heeft plaats gemaakt voor een meer complementair landschap waar het veel meer gaat over kwaliteit en unieke verhalen. Wie tien jaar geleden als eerste een pushbericht over een aanslag de wereld in slingerde, was goed bezig. Althans, zo dachten de journalisten toen. Als je keek op de sites van NU.nl, RTL Nieuws of NRC, vond je min of meer dezelfde nieuwsberichten. Zelfs regionale media publiceerden landelijk nieuws. Nu is het duidelijker: je hebt twee grote nieuwsspelers die het algemene nieuws brengen en die live-verslag doen bij breaking news. De eerstelijnsnieuwsmedia gericht op de massa.’

En de rest van de media, op welke manier bedienen zij nieuwsconsumenten?
‘Andere nieuwsmerken zijn, net als wij, georganiseerd rondom een eigen ecosysteem. Deze spelers vervullen nieuwsbehoeftes voor een specifieke groep. Andere media brengen ook nieuws over het basisinkomen, maar wij doen dat vanuit onze invalshoek en we formuleren oplossingen samen met de gebruikers uit ons eigen ecosysteem. Wij functioneren in feite als een hyperlocal; we verzorgen locatie georiënteerde verslaggeving op basis van de gedeelde interesses en kennis van de mensen die hier komen. Zie het als de verzuiling 2.0: iedereen zit in een eigen ecosysteem, alleen in tegenstelling tot vroeger is het normaal om in meerdere systemen plaats te nemen.’

Maar RTL Z bediende toch altijd al een specifieke doelgroep. Of Het Parool?
‘Wij gaan een stap verder: elke bezoeker krijgt een unieke en persoonlijke behandeling, net als je dat bij een kapper of van een arts verwacht. Het nieuws is bij ons maatwerk, maar dan wel volledig geautomatiseerd. We gaan een relatie met mensen aan in de mate waarin iemand dat zelf wil. Je kiest wat je wilt gebruiken en delen, en wat niet. Het publiceren van updates of nieuwsbrieven op vaste tijdstippen is achterhaald. Onze gebruikers hebben niet hetzelfde, en al helemaal geen vast ritme. Niemand werkt meer op vaste tijden en dagen. We behandelen bovendien elke publicatie als een kwalitatief hoogstaand product: het moet functioneel en uniek zijn, in zowel inhoud als vorm.’

De term constructive journalism, dat was dus geen buzzwoord, dat is hoe jullie dagelijks journalistiek bedrijven?

‘Ja, dat is nu inherent aan de journalistiek, de term constructive is eigenlijk overbodig geworden. In een nieuws-ecosysteem helpen makers en gebruikers elkaar om te begrijpen wat nieuwsontwikkelingen betekenen; we denken in oplossingen. En buzzwoorden en hypes zijn nou eenmaal onderdeel van ons vak. Crossmediaal, internet- of mobile-first, die termen gebruiken we nu ook niet meer. Nieuws en informatie is gewoon 24/7 beschikbaar op een scherm. Mensen kiezen zelf hoeveel schermen ze hebben en hoe groot deze zijn. Elk scherm herkent automatisch wie je bent en synchroniseert al jouw informatie.’

Over termen gesproken: jullie spreken niet over journalisten, maar over co-creators. Is dat de verslaggever 2.0?

‘Ja, we werken met co-creators. Ik geef toe, dat klinkt best vreselijk. Iedereen die hier werkt creëert onafhankelijke informatie. Dat kan de creatie van code zijn, een verhaal, of gebruikersdata. Aan die losse brokken informatie hebben we niks, het gaat om het samenvoegen van die kennis en het afleveren daarvan in de juiste vorm, bij de juiste gebruiker(s). In het team van co-creators zitten designthinkers, maar ook story­tellers. Die rol noemden we inderdaad enkele jaren geleden nog redacteuren en verslaggevers. Dat onderscheid is ooit gecreëerd omwille van efficiëntie: het plannen van nieuwsgebeurtenissen om draaiboeken te vullen. Een redacteur bereidt het verhaal inhoudelijk voor, een verslaggever maakt het af. Dat is de productionele logica van massamedia, maar voor een ecosysteem is dat niet logisch. Wij werken op basis van nieuwsprojecten en thema’s en kijken per productie welke expertise of vaardigheden – en welke freelancers we eventueel extra nodig hebben – zodat we altijd flexibel kunnen schakelen.’

Wat moet zo’n journalist, of excuus, een co-creërende storyteller, allemaal kunnen?
‘Ze hebben een kritische en onafhankelijke houding: ze zijn sterk algemeen ontwikkeld, ze zijn analytisch, creatief en ze weten hoe je een verhaal kan vertellen. Daarnaast zijn ze sociaal vaardig en reflectief. Je moet samenwerken met de bezoekers en medewerkers van de A’DAM toren, maar ook met onze developers en business-analisten. Feedback geven en ontvangen is een belangrijk onderdeel van je werk. Dat is een vaardigheid die studenten journalistiek nu leren op hun opleiding. Vroeger was dat wel anders: feedback werd meestal ervaren als een persoonlijke aanval. Je ziet gelukkig ook minder ego’s in de journalistiek.’

Is dat ook de reden waarom jij jezelf geen hoofd­redacteur noemt?
‘Jouw vraag impliceert alsof ik dat alsnog wel ben, maar wij spreken niet over een redactie en dan is er dus ook geen hoofdredacteur. We hebben geen vaste functies, wel specialisaties en rollen. Ik ben een storyteller, maar mijn specialisatie ligt momenteel bij de strategie en organisatie van De Nieuwstoren. Dat kan over een jaar ook iemand anders zijn, die daar op dat moment betere ideeën over heeft. Je mag het best een redactie noemen, maar mensen zullen dat associëren met deelredacties, vergaderingen op vaste tijdstippen, met hiërarchie van redacteuren en chefs. Dat is hier allemaal niet het geval.’

Doen jullie dan ook niet aan verdienmodellen?
‘Haha, zeker wel! Maar we hebben niet één verdienmodel, maar veel verschillende. Die zijn voortdurend in ontwikkeling, een verdienmodel is nooit af. We leren je als lid van ons ecosysteem eerst beter kennen en we tasten af of en wanneer je meer wilt lezen over – of bijdragen aan – bepaalde onderwerpen en in welke mate en vorm. Als je blijft terugkeren, ga je betalen per verhaal. Als je veel gebruikt, dan bieden we een abonnement aan dat voordeliger is. Wat zo fijn is in dit tijdperk: je kunt flexibel inspelen op aanwezige kennis en daaraan gerelateerde behoeftes. Als wij weten dat hier volgende week een delegatie wetenschappers in het hotel van de ADAM-toren logeert, dan kunnen we kijken of we dat bezoek kunnen omzetten naar waardevolle informatie, in elke willekeurige vorm voor een specifieke groep.’

De manier waarop dit verhaal wordt gemaakt is trouwens enorm 2016. Ik schrijf en zend, het publiek ontvangt…
‘Ja, het is hopeloos ouderwets. Het verschijnt toch in ieder geval wel online?’

‘Zeker, zelfs wel éérst online. En het verschijnt ook in Blendle!’

‘Oh ja, Blendle. Ik weet nog dat Christian van Thillo Blendle in 2016 min of meer ging kopiëren met Topics. We weten nu ook hoe dat is afgelopen: Alexander Klöpping heeft De Persgroep een jaar geleden overgenomen. Klöpping zal vermoedelijk de doordeweekse kranten snel schrappen en alleen nog dikke weekendkranten bezorgen vanaf vrijdag. Net zoals Het Financieele Dagblad dat al een paar jaar doet.’

Wij gaan ook wel een beetje met de tijd mee hoor. We willen onze lezers graag laten reageren op het medialandschap anno 2026.
‘Goed plan! Koppel er een # aan, dan kunnen mensen het makkelijk vinden.’

‘Doen we!’

Hoe denk jij dat de journalistiek er in 2026 uitziet? Reageren kan op Twitter met #journalistiek2026 of op de Facebook-pagina van Villamedia.

Klaske Tameling (1984) promoveerde in 2015 met haar proefschrift ‘En wat doen we online?’ op de digitale transitie van nieuwsorganisaties. Klaske is verbonden aan het Lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek van de Hogeschool Utrecht en werkt daarnaast als (freelance) publicist, adviseur en projectmanager op het gebied van media & innovatie. Eerder werkte ze als redacteur en verslaggever voor BNN, AT5 en RTV Noord. Klaske is voorzitter van de Stichting Vrouw & Media.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

expertisedag 2019

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.