uitreiking JvhJ 2021

— vrijdag 29 januari 2010, 21:11 | 0 reacties, praat mee

‘Het is harder werken’

© Truus van Gog

Zeventien jaar lang was Hans Kouwenhoven (60) verbonden aan de Zilveren Camera. Nu stopt hij. Een nieuwe generatie staat klaar. ‘Ik kan met een gerust hart vertrekken. De Zilveren Camera staat als een huis.’

De entree is onbedoeld maar wel zo vorstelijk. Hans Kouwenhoven komt zijn bezoek ophalen bij de ingang van het parlementsgebouw, zijde Lange Poten. We lopen tussen manshoge letters door die de woorden Tweede Kamer vormen. De letters zijn beplakt met foto’s die verwijzen naar democratie en samenleving. Kouwenhoven, achteloos in het voorbijgaan: ‘Dat zijn mijn foto’s.’ De fotograaf zal deze weken, of hij wil of niet, een paar keer moeten omzien. Op 1 februari werkt hij precies veertig jaar in Nederlands politieke centrum. Bij wijze van uitzondering heeft hij voor zijn trouw een zilveren koetsje gekregen, van de Kamervoorzitter. Als parlementair fotograaf besteedde hij sinds 1993 honderden uren aan de organisatie van de Zilveren Camera (ZC), de belangrijkste wedstrijd van fotojournalisten. De laatste dertien jaar was hij voorzitter. Met secretaris Werry Crone en de andere bestuursleden neemt hij afscheid. Tijdens de uitreiking van de ZC 2009 sprak hij zijn laatste woorden als voorzitter.

Waarom moest je van jezelf vertrekken?
‘Er komen interessante vernieuwingen aan. Ik heb veel energie gestoken in de overgang van analoog naar digitaal. Dat is voltooid. Alles is digitaal: de inzendingen, het proces van jurering, de website. Nu zijn er nieuwe ontwikkelingen. Crossmedia: film, fotografie en geluid. Een andere generatie heeft meer kennis.’

Schets de situatie eens toen je begon, in 1997.
‘Het was nog een volledig analoog tijdperk. Alle ingezonden foto’s waren van papier. We stonden op de drempel van de digitalisering en wisten geen van allen welke kant het op zou gaan. In 1998 kwamen de eerste digitale camera’s. Ik herinner me fotograaf Cor de Cock die met z’n computer naar ons toekwam en vroeg : “Er staat een foto op, maar hoe kan ik hem bekijken?” Naast de papieren foto’s had je dia’s. Daarna volgde het inscannen van foto’s en verzenden met een analoge telefoonlijn. De CD met foto’s kwam en uiteindelijk verdween de papieren afdruk. Vier jaar geleden begon de volledige overgang naar internet.’

Dat waren turbulente technische ontwikkelingen. Waren die er ook in het bestuur?
‘Secretaris Werry Crone was altijd behoudender, ik wilde sneller vooruit. Dat botste wel eens. Maar we haalden altijd samen de eindstreep. We hadden een sterk gezamenlijk streven. Een eerlijke en zuivere wedstrijd moest het zijn. Dat is gelukt. Geen vriendjespolitiek, nooit. Hoe kun je met 25 juryleden sjoemelen en niet zuiver zijn? En toch werd er altijd kritisch over ons geschreven. Kritiek kreeg je altijd van verliezers. Ongenuanceerd, meestal gespuid op websites. Dat heeft me niet koud gelaten. Fotografen vormen een lastig volk, allemaal solisten die snel reageren. Maar ik durf te stellen: alle winnaars hebben terecht gewonnen.’

Het ZC-bestuur heeft ook te stellen gehad met weerstand vanuit de NVF, de beroepsgroep van fotojournalisten. Hoe is de verhouding nu?

‘We zaten met de NVF lange tijd niet op één lijn. Zij wilden de spelregels tijdens de wedstrijd veranderen, wij hielden eraan vast. We wilden dat de wedstrijd openstond voor alle beroepsfotografen. De NVF wilde alleen fotojournalisten. We vonden dat je niet zomaar regels kunt veranderen die bij oprichting zijn opgesteld. Onder dat conflict heeft vriendschap met het NVF-bestuur zeker geleden. De NVF en de ZC kijken nu weer vooruit. De relatie is aan het normaliseren en de toon is zakelijk.’

Dat waren technische en bestuurlijke verwikkelingen. Hoe ging het binnen de ZC met de fotojournalistiek zelf?
‘In het allereerste begin waren de ingezonden foto’s heel erg aan Nederland gebonden, kleine onderwerpen. Zoals die van Hans Akkersdijk, die wint met een foto van een brandende molen. Of het rooien van aardappelen op de Dam. Langzaam ging het niveau omhoog, de inzendingen richtten zich meer op de samenleving: de Molukse treinkaping, arrestaties in Den Haag en de moord op Pim Fortuyn. Veel fotografen vertrokken naar het buitenland. Ze kwamen terug met reportages die ze in kranten kwijt konden. Nu hebben redacties er geen geld meer voor over.’

Heeft de nieuwsfoto aan betekenis gewonnen?
‘Ja, fotografen volgen het nieuws beter, ze zijn alerter. Dat moet ook wel, want er is weinig te verdienen. In het begin bood je foto’s aan op redacties en had je veel kans, want er was weinig aanbod. Toen begonnen redacties fotografen zelf op pad te sturen. En nu komt weer de ontwikkeling terug dat fotografen zelf de onderwerpen moeten bedenken. Het is harder werken, verdomde moeilijk. Kranten zijn vaak ’s middags om drie uur al opgemaakt en je foto’s gaan erin als een plaatje bij een praatje.’

Welke invloed heeft die ontwikkeling op het niveau van de Nederlandse fotojournalistiek?
‘Er loopt veel talent rond, maar er is steeds minder plaats voor hun werk. Zelf ben ik zeven jaar geleden met fotojournalistiek gestopt. Dat had ook met de veranderingen bij kranten te maken. Fotografen worden minder vaak op pad gestuurd en dat voor minder geld. De prijzen staan onder druk. Budgetten worden belangrijker. Digitaal kost niks, denken ze tegenwoordig. Dat is een misvatting. Na aankoop van een analoge fotocamera kon je er zes tot zeven jaar mee vooruit. Dan waren er nog kosten voor filmpjes en ontwikkelaar, maar verder niet. Nu moet je om het jaar een nieuwe camera, software of computer aanschaffen.’

Wat is grootste bedreiging?
‘De krimpende budgetten. Alle kranten en tijdschriften roepen dat beeld zo belangrijk is. Maar geen redactie die nog een behoorlijk budget heeft. Boosdoeners zijn de budgetbepalers, de directeuren en managers, die boven de hoofdredactie zitten. “Geen geld meer,” roepen ze. “Iedereen kan fotograferen, pluk het maar van internet.” Hoofdredacteuren hebben doorgaans een school voor de journalistiek gevolgd. Ze kunnen mooie verhalen schrijven. Van geld weten ze weinig, en op beeld hebben ze weinig kijk. Ze tonen een onderwaardering voor fotografie. Zo heb ik een onderwaardering voor hoofdredacteuren. Ze zijn niet echt met beeld bezig.’

Wat kunnen fotojournalisten ertegen doen?
‘Zit niet bij de pakken neer, het komt niet vanzelf. Richt je meer op websites, minder op kranten. Word veelzijdiger. Traditionele kranten hebben hun langste tijd gehad. Websites worden steeds belangrijker. Probeer als fotojournalist de middenweg te bewandelen. Niet alleen gokken op de krant. Die kunnen je van de ene op de andere dag aan de kant zetten en dan heb je niets meer. Met een platte foto alleen red je het niet meer. Je moet een totaalproduct aanbieden van foto, bewegend beeld en geluid. Onderscheid je. Nu kan ook de secretaresse een foto maken. Als fotograaf moet je iets aanbieden waar de klant behoefte aan heeft en wat de secretaresse niet kan. Het integrale product, dat is de weg. Dat journalistieke product kun je kwijt aan tv, aan een tijdschrift of een website. Ik ben niet echt somber. Fotojournalistiek zal blijven bestaan, alleen krijgt het een andere inhoud. Fotojournalisten krijgen misschien een andere naam. Ze gaan breder werken. Maar er zal altijd behoefte zijn aan beeld.’

Als de ‘platte foto’ verdwijnt en video en geluid steeds belangrijker worden, is er dan nog bestaansrecht voor de ZC?
‘De komende tien jaar nog wel. Wel zal de prijs anders worden ingevuld. We moeten andere vormen van fotografie naar voren halen. Veel fotografen zenden niet in omdat de ZC het imago van nieuwsfotowedstrijd heeft. De inzendingen van portretten dit jaar vond ik bijvoorbeeld mager. Die mis ik, net als de featurefoto’s. Mannen zijn goed in nieuwsfotografie, maar vrouwen veel beter in portretten. Ik mis die fotografie van de vrouw. Ze sturen niet in. We moeten een andere kant op. Niet meer de belangrijkste prijs voor de nieuwsfoto, maar voor featureachtige fotografie of een crossmediale product. De nieuwsfoto en het integrale journalistieke product zouden wel eens van stuivertje kunnen wisselen. Het product dat de ZC wint? Dat zou ik goed vinden.’

En Hans Kouwenhoven? Wat gaat hij doen?
‘Sinds zeven, acht jaar fotografeer ik in opdracht van de Tweede Kamer. Boekjes, tijdschriften, portretten, websites. Alles blijft intern, hoor, voor eigen media. Daarnaast werk ik voor bedrijven en PR-bureaus. Ik doe niets meer voor kranten en dat bevalt goed. Ik werp me op de nieuwe media, met video en geluid, en wil me blijven vernieuwen.’

Je bent een werkend voorbeeld van iemand op hogere leeftijd die de ontwikkelingen niet wil missen…
‘…Ik ben niet óp, hoor. Ik kijk graag vooruit. Omkijken doe ik niet graag.’

Praat mee

nvj e-learning  artikel

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Marjolein Slats, waarnemend hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Karin Bais

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.