— maandag 22 januari 2024 11:51 | 3 reacties , praat mee

Het Ikje van NRC is na twintig jaar een instituut. Een goed Ikje lijkt simpel, maar is het niet

Het Ikje van NRC is na twintig jaar een instituut. Een goed Ikje lijkt simpel, maar is het niet
'In een nieuwsbericht staat de belangrijkste informatie vooraan. Bij een Ikje is dat andersom: je moet de spanning opbouwen tot het einde.' - © NRC/fotobewerking Villamedia

Een miniatuurvenster op de wereld, een lach, een traan, een rake opmerking: misschien is de rubriek ‘Ikje’ op de achterpagina van NRC wel de populairste onder lezers. Paul Steenhuis, de chef Achterpagina bij de krant, geeft een kijkje in de keuken. Een persoonlijke anekdote van 120 woorden: het klinkt als kinderspel, maar het luistert nauw. Laatste wijziging: 23 januari 2024, 07:08

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Ilse Heemskerk. Ook lid worden?

Paul Steenhuis zit voorovergebogen, op het puntje van zijn stoel. We zitten in een geluidsdichte werkruimte op de NRC-redactie in Amsterdam. Hij wijst naar het computerscherm voor hem.

‘Kijk’, zegt-‘ie. In een mailbox van NRC druppelen de ‘Ikjes’ binnen.

De krant hoeft niet verlegen te zitten om kopij. De e-mailbak telt 43.459 ongelezen berichten. ‘Al zit er veel spam tussen. Vroeger kregen we veel mail over penisvergroting’, voegt Steenhuis toe.

NRC ontvangt zo’n tien á dertig Ikjes per dag. Eén lezer nam in de krochten van de nacht, om 3 uur, de moeite om een Ikje in te zenden.

Loze ruimte
Het Ikje komt voort uit de rubriek ‘Prikbord’, waarin NRC-redacteuren en medewerkers ‘kleine wijsheden’ noteerden. Want onder de column van Frits Abrahams (‘hij gaat al érg lang mee’) bleef in de broadsheetvariant van NRC een loze ruimte over die érgens mee gevuld moest worden.

Na een tijd droogden de anekdotes van NRC’ers op. Dus zette de krant de luiken open voor de lezer zelf.

‘Die werden per post ingestuurd. Enorme chaos was dat, eindeloos corresponderen met lezers die maar bleven bellen met de vraag wanneer hun inzending gepubliceerd werd of waarom hun “Ikje” ingekort of geweigerd werd.’

Dus stelde NRC strenge spelregels op. Inzenden louter per e-mail, maximaal 120 woorden, over wel of geen publicatie wordt niet gecorrespondeerd. ‘Anders blijf je bezig.’

Nog steeds mailen lezers verbolgen als hun inzending niet gepubliceerd wordt. Steenhuis neemt niet de moeite om hen te antwoorden.

Het is teveel werk om Ikjes te verzinnen

Eens in de zoveel tijd laait op sociale media de kritiek op dat de Ikjes zodanig corny zijn dat ze wel verzonnen móeten zijn. ‘Het is teveel werk om Ikjes te verzinnen’, lacht Steenhuis. De kracht zit ‘m juist in de rake observatie, een toevallige opmerking.’

Onderbuikgevoel
‘Eigenlijk is het andersom: vroeger verzonnen wij als redacteuren anekdotes.’ De een werd iets meer aangedikt dan de ander.

‘Nu verzamelen we persoonlijke anekdotes. We laten de lezer voor ons werken…’ Het werk gebeurt deels op onderbuikgevoel: ‘Als ik voel dat iets een broodje aap is, dan publiceren we ’t niet.’

De ombudsman van de krant boog zich een keer over de rubriek omdat een lezer met een inzending mogelijk haar medisch beroepsgeheim had geschonden. Het Meertens Instituut analyseerde zelfs duizenden Ikjes om zo de Nederlandse volkscultuur in kaart te brengen.

In 2008 spande de Rotterdamse huisarts Tralies Carlier de kroon met 18 gepubliceerde Ikjes. Wie dat nu is, durft Steenhuis niet te zeggen. ‘Maar je hebt veel veteranen.’ (Voor meer nuttige, triviale feitjes: zie kader.)

Hij werkt enkele dagen vooruit. ‘Als je alles op de dag zelf laat afkomen, zit je met paniek als er toevallig niks leuks, grappigs, mooi of ontroerends tussenzit.’

Redigeren doet Steenhuis nauwelijks: soms wordt er iets ingekort of licht herschreven om de pointe beter te maken. De pagina gaat tussen twee en vijf uur ’s middags naar de drukker: je wil niet in tijdsnood komen.

Spanningsboog
‘Een oude veteraan die opnieuw naar het front is gestuurd’, noemt Steenhuis zichzelf. Hij doet dit werk al jaren. Wat is in de ogen van ‘Chef Ikjes’ een goede inzending?

‘Het heeft te maken met de vorm, opbouw, inhoud. In een nieuwsbericht staat de belangrijkste informatie vooraan. Een nieuwsbericht begint met een stomp in de maag en eindigt met een krul. Bij een Ikje is dat andersom: je moet de spanning opbouwen tot het einde. En het moet iets persoonlijks zijn, maar teveel borstklopperij weren we ook.’

“Keep it simple, stupid!”
De rubriek is zodanig geliefd onder lezers dat er op ‘De nacht van NRC’ cursussen werden gegeven aan lezers over de vraag hoe je een goed Ikje schrijft.

Steenhuis toont een slide waarin de spanningsboog van de rubriek wordt getoond. Uit dezelfde presentatie komen schrijftips: “Keep it simple, stupid!” en “Het kan altijd korter!”

Het feit dat de rubriek nog steeds zo populair is noemt hij in het Frans ‘la joie de se voir imprimé’: losjes vertaald als “de vreugde om jezelf gedrukt te zien”. ‘“Gedrukt” kun je tegenwoordig ruim opvatten. Het geldt ook voor je zelf “gepubliceerd online” te zien.’

In het begin deelden lezers veel anekdotes over (klein)kinderen en (groot)ouders. Lang werden die geweerd. ‘Dat heeft te maken met de demografische ontwikkeling van onze lezers. Maar er zijn ook veel kinderen die iets insturen. Vaak vermelden ze, uit eigen intitiatief, hun leeftijd. Wij vragen daar nooit naar.’


Er is werk aan de winkel. De rubriek moet gevuld worden voor de komende dagen. Een lezer schrijft over zijn partner die ten val kwam en hoe dankbaar hij was voor het toegesnelde ambulancepersoneel. ‘Hij is ontroerd door de hulp’, vat Steenhuis samen. ‘Wel schattig. Niet persé een goed Ikje.’ Next.

Feestdagen? Het is januari!

Een andere lezer schrijft een anekdote over Sinterklaas. ‘Feestdagen? Het is januari!’ Next. Dan schrijft een vrouw over de toetsweek van haar dochter. ‘Geen lessen. Maar wel elke dag een of twee toetsen. Op woensdagmiddag tref ik haar lamlendig aan de keukentafel. Het is haar duidelijk allemaal te veel. Als ik vraag hoe het gaat werpt ze een blik op haar telefoon: “Mijn telefoon is één procent. Ik ook.”.’

‘Kanshebber’, oordeelt de rot in het vak. ‘Blijkbaar zijn er toetsweken, lekker actueel.’

Een strafrechter mailt over een advocaat die in de rechtszaal bananen had meegenomen voor de rechter en griffier.

Steenhuis: ‘Advocaten, rechters, dokters, notarissen: NRC-lezers!’ Als de rechter aan de advocaat vraagt waarom, antwoordt deze: ‘Uit onderzoek blijkt dat rechters die honger hebben zwaarder straffen.’

Hij kijkt over z’n schouder naar de verslaggever: ‘Dit is wel een mooie voor zaterdag, toch? Geeft wel een lekker zaterdagochtendgevoel’.

Verhaal slaat dood
Een inzending over een medische keuring van het CBR wordt afgewezen. ‘Duurt te lang’, verzucht Steenhuis halverwege.

Een andere anekdote van een docent wordt evenals naar de prullenbak verwezen. ‘Alleen grappig als je er zelf bij was’, oordeelt hij. ‘Iets kan grappig zijn, maar je moet het ook leuk kunnen opschrijven. Het slaat dood als een platitude.’

Een andere inzending die de ballotage wél haalt is een verhaal van een man die de Ai Weiwei-expositie in de Rotterdamse Kunsthal bezocht. ‘Die loopt nog, eén streepje voor.’

De man loopt tussen de ‘welvarende mede-babyboomers’, terwijl de tentoonstelling juist gaat over de tegenstellingen tussen arm en rijk. Bij het afrekenen in het restaurant wil de man fooi geven aan de ober, en vraagt haar of het publiek ‘veel fooi geeft’. Het antwoord: ‘U bent de eerste vandaag’.

Niveau
‘Je hebt mazzel vandaag’, grijnst Steenhuis. De selectieronde duurde nog geen tien minuten. ‘Intern en extern wordt er soms geklaagd over het niveau van de Ikjes. Kan ik weinig aan doen: je bent afhankelijk van de inzendingen.’

Eigenlijk moet de grootste horde dan nog genomen worden. Zuchtend springt Steenhuis door de diverse, digitale hoepels die genomen moeten worden om de verse Ikjes op de juiste plek op de krantenpagina te wurmen. Er komen vreemde afkortingen en technische termen voorbij.

Op deze ochtend was hij nog een half uur bezig om een plaatje van de krantenpagina in een internetartikel te plaatsen.

‘Dit is het meest ongebruiksvriendelijke systeem ooit’, zegt hij over het systeem waarmee bij NRC de krantenpagina’s worden opgemaakt en artikelen worden voorbereid voor publicatie.

‘Waarom kan dit niet makkelijker in tijden van kunstmatige intelligentie?’, foetert hij naar het computerscherm.

Over de kop wordt nog getwijfeld. ‘Een lezer klaagde dat de koppen soms de grap al weggeven.’ Dus wordt de kop boven de anekdote over de toetsweek uiteindelijk ‘toetsweek’ en niet ‘één procent’.

En warempel: de inzending past précies in het kadertje op de pagina. ‘Halleluja.’

Triviale feitjes over het ‘Ikje’ voor de nerds en/of liefhebbers:

    Een van de Ikjes die voor veel ophef zorgde was een inzending van een lezer, die beschreef dat een Canadese oorlogsveteraan beboet werd in een Nederlandse trein omdat hij geen geldig vervoersbewijs zou hebben. Het regende boze brieven aan de NS en smalend commentaar in Nederlandse en internationale media. Uit onderzoek van de NS bleek uiteindelijk dat de veteraan in kwestie helemaal geen boete had gekregen: de lezer had zijn fantasie ‘de vrije loop’ gegeven.
    De ‘Ikjes-cursus’ werd gehouden op verschillende edities van ‘De Nacht van NRC’ door redacteuren van de Achterpagina. Sinds de coronapandemie wordt deze nacht echter niet meer georganiseerd.
    Het Meertens Instituut heeft ruim 32 duizend ‘Ikjes’ opgenomen in de ‘Verhalenbank’, ‘een online database met een grote collectie historische en hedendaagse sprookjes, moppen, sagen, legenden, raadsels en broodjeaapverhalen’. Theo Meder, de beheerder van de Verhalenbank: ‘Een rubriek als ik@nrc.nl biedt toekomstige onderzoekers veel informatie over de sores van het dagelijks leven. Wat zouden we graag zo’n verzameling anekdoten van honderd jaar geleden willen hebben’.
    In principe is de rubriek ‘voor de lezer’ en schrijven NRC-redacteuren en medewerkers geen ‘Ikjes’, al laat Steenhuis er soms wel eentje doorheen glippen als ze ‘erg goed’ zijn.
    In 2008 maakte Ward Wijndelts, destijds verantwoordelijk voor de pagina en thans hoofdredacteur van Vrij Nederland, een analyse van wie de auteurs van de rubriek precies zijn. Zijn conclusies uit destijds: “Studentes van 25 schrijven over vreemde dingen die hen op straat overkomen. Onrecht en ontroering zijn de thema’s van vrouwen van vijftig. Mannen die inzenden, zegt Wijndelts, zijn vaak 79 en generaal buiten dienst. Ze laten een jonger familielid het ikje intikken en vergezellen hun anekdote van een dwingend kattebelletje: ‘Dit gaarne meteen plaatsen.’ Jonge mannen, concludeert Wijndelts na lezing van zo’n 15.000 inzendingen, zijn geen ikjesschrijvers.”
    In het verleden verschenen bij uitgeverij De Harmonie verschillende boeken met bundelingen van Ikjes, die door grote waardering van de lezers diverse herdrukken kreeg. Dat behoort tot het verleden. Steenhuis: ‘Daar ga ik niet meer aan beginnen’. De uitgever heeft nog enkele jaren de Ikjes gebundeld in scheurkalenders, maar lijkt daar in 2021 mee gestopt te zijn.
    In 2015 boog de Ombudsman van NRC zich over de rubriek, omdat een gynaecoloog een Ikje had ingezonden over een baby die kort na geboorte overleed. In het Ikje, getiteld “Eeuwige rust”, vraagt de arts aan de ouders waar de baby gebleven is. De moeder antwoordt: “Nu even in de koeling, dokter. Hij wordt zo bij ons gebracht, maar mijn zoon slaapt graag uit”. Achteraf bleek dat de auteur vooraf toestemming gevraagd had aan de ouders en dat zij vaker columns en Ikjes schreef.
    Een advocaat vond via de rubriek een oude liefde terug toen hij de liefde die hij voor haar voelde als student opschreef in de rubriek. De dame in kwestie herkende zich in de anekdote en zocht via-via contact met hem op. Later zijn ze met elkaar in het huwelijk getreden. (Helaas vermeldt het archief van NRC niet welk jaartal dit voorval betreft.)
    Een docent aan de Haagse Hogeschool gaf zijn studenten een cursus literair schrijven en gaf de studenten in kwestie een tien als hun inzeding in de Ikjes-rubriek gepubliceerd werd. Een Ikje van dezelfde auteur, waarin studenten klaagden over seksuele intimidatie op de opleiding, ging een beetje een eigen leven leiden toen de inzending belandde op Hookers.nl, een website waar hoerenlopers informatie met elkaar uitwisselen.
    Lange tijd was het voor lezers mogelijk om via de website van NRC te reageren op de Ikjes. Deze functie is echter uitgeschakeld toen een klein, select groepje “reaguuders” de Ikjes van anderen stelselmatig begon af te zeiken.
    De meest voorkomende onderwerpen/thema’s van Ikjes (deze lijst dateert uit 2008, maar het lijkt er sterk op dat deze informatie anno 2024 nog steeds relevant is): 1. (klein)kinderen; 2. zieke/dementerende ouders; 3. lompe artsen, dan wel domme patiënten; 4. de omgang met allochtonen; 5. hufterig gedrag op straat, in de trein, in winkels et cetera.
    Marcel Broersma, hoogleraar journalistieke cultuur en media aan de Rijksuniversiteit Groningen, keek met een wetenschappelijke blik naar de rubriek. Zijn conclusie: De rubriek is ‘een vorm van user generated content [De auteur distantieert zich van dit hippe taalgebruik, RdQ] mogelijk gemaakt door moderne technologie’ en past in de vorm van “lezersparticipatie”’.
    In de eerste zes jaar van de rubriek werden er 1.500 inzendingen gepubliceerd, 250 per jaar. Zo’n 30.000 inzendingen werden niet geplaatst.


(De informatie uit dit kader is afkomstig uit eerdere artikelen van NRC over het Ikje, waarnaar verwezen wordt in bovenstaand artikel en/of door Paul Steenhuis, zoals dat gaat kon helaas een gesprek van bijna veertig minuten niet integraal uitgetikt worden.)

Bekijk meer van

Paul Steenhuis NRC Ikje
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

3 reacties

Jasper Enklaar, 23 januari 2024, 12:38

In het kader van meer ikjes-trivia: vanwege frustratie over mijn niet-geplaatste Ikjes lanceerde ik de website http://nikjes.nl, het platform voor Nikjes - oftewel afgewezen Ikjes: voor alle Ikjes die de Achterpagina van NRC niet haalden.

Peter Olsthoorn, 23 januari 2024, 13:52

Tientallen belangrijke journalistieke kwesties en prachtige en slechte verhalen en reportages te bespreken, maar Villamedia weet een een heel verhaal te bieden over de Niksjes. Armoe?
De historicus zegt: “Een rubriek als .(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit e-mail adres te bekijken) biedt toekomstige onderzoekers veel informatie over de sores van het dagelijks leven.“Als Wordt dat werkelijk het niveau van de geschiedschrijving?
Niet daargelaten dat Paul Steenhuis een reuze aardige, creatieve collega is die onder meer geweldige puzzels maakte.

Han Sjakes, 23 januari 2024, 14:57

Het artikel gaat juist over de laten we zeggen ‘ongehoorde’ rijkdom van Ikjes. Maar goed, iets anders: het is per se, niet persé