Gereedschapskist vakbladjournalist gevuld met
Vakbladen hebben het moeilijk. Tientallen titels met de vaak daarbij behorende websites verdwenen of werden gedecimeerd. Honderden journalisten moesten daardoor de afgelopen jaren omzien naar andere banen. De journalisten die nog werkzaam zijn in de sector moeten minder traditioneel gaan denken. Hoe ziet hun werk er in de toekomst uit en waarmee moet hun ‘gereedschapskist’ gevuld zijn?
Met een ferme plof viel jaren geleden het reclamevakblad Adformatie nog op de deurmat. De titel van Kluwer/Adformatie Groep stond barstensvol met personeelsadvertenties. Adformatie die tegenwoordig vrijdag op de mat valt, moet bijkans met een loodbandje worden verzwaard anders waait hij de mat af. Er staan nog slechts enkele personeelsadvertenties in.
De neergang van het aantal personeelsadvertenties als gevolg van het barre economische klimaat van de laatste jaren trof dit vakblad en de gehele vakbladsector midscheeps. Het werd ook nog eens verergerd door het feit dat internet hét medium is geworden voor het werven van professionals. ‘Ja, die plof is echt jaren geleden. Het blad is dunner geworden, maar dat wil niet zeggen dat onze lezers minder te lezen hebben. Nieuwe en sociale media zorgen ervoor dat we als vakbladjournalisten op meer platforms acteren. De lezers van vakbladen zijn nog nooit zo goed en snel geïnformeerd als nu.’
Aan het woord is Theo van Vugt. Sinds 1 december vorig jaar is hij hoofdredacteur van Adformatie en Tijdschrift voor Marketing (TvM). Even voordat dit gesprek plaatsvond, stuurde hij nog een tweet naar zijn bijna 1900 volgers over een actualiteit en besprak hij het gebruik van een QR-code (soort streepjescode/red.) bij een artikel.
In een van zijn vorige levens als journalist bij een maandblad was Van Vugt een week aan het denken, een week aan het uitzetten, een week aan het interviewen en een week aan het schrijven. ‘Heel traditioneel. Nu gaat alles veel sneller, en dat is ook het leuke aan dit tijdsgewricht. Je doet voor TvM, de Allerhande voor Marketeers, een interview voor het blad. Maar onderwijl maak je een goede nieuwsaankeiler voor de website en daags voor verschijning gooi je er een tweet uit. Tussendoor maak je ook nog de wekelijkse nieuwsbrief. Maar er zijn hier collega’s, die de geïnterviewden ook nog iets voor camera laten zeggen en dat ook gelijk op de website zetten. Ik durf de stelling wel aan dat vakbladen veel beter nieuwe en sociale media gebruiken dan kranten.’
De somberheid van de afgelopen jaren heeft bij Yvonne Dankfort, secretaris van de NVJ-sectie Vaktijdschriften, plaatsgemaakt voor voorzichtig optimisme. Ook al hoor je haar niet zeggen dat de ergste klappen achter de rug zijn. ‘Ooit dacht ik dat de bladen met niet met nog minder mensen gemaakt kon worden. Niets bleek minder waar. Het kon. Zo’n gigant als Reed Business verkocht een behoorlijk aantal bladen, trok bij sommige de stekker eruit (FEM Business) en heeft de gehele interne structuur aangepast. Het ging ten koste van behoorlijk wat werkgelegenheid. Daar is nu één hoofdredacteur verantwoordelijk voor een geheel cluster. De bladen die daar nog onder hangen worden grotendeels door een smalle romp-redactie gemaakt, aangevuld met freelancers.’
Wat Dankfort goed vindt, is de opkomst van de kleinere uitgeverijen die ‘passie en hart’ voor de bladen hebben. ‘Iets dat ik mis bij Reed dat alleen maar bezig is met winstmaximalisatie. Als ik zie hoe Eisma in Leeuwarden bezig is met vakbladen geeft me dat hoop voor de toekomst. Zij hebben liefde voor hun bladen.’
Uitgeefdirecteur Gerbert Tiecken van de Eisma Media Groep is hoorbaar tevreden over het compliment van Dankfort. Hij gelooft in vakbladen. ‘Waarom? Om als professional je werk succesvol en met continuïteit te kunnen doen, heb je goede informatie nodig; need tot know. Je wilt toch onderscheidend zijn ten opzichte van je concurrent? Om die reden lees ik de vakbladen Adformatie en Mediafacts. Onze journalisten hier bij Eisma leveren voor mensen in diverse sectoren de juiste verhalen. De samenstelling van een redactie is een mix van mensen die vakinhoudelijk erg goed zijn, maar ook van mensen met een journalistieke achtergrond. Maar of alleen papier de drager is, betwijfel ik. De inzet van andere platforms als Facebook, twitter of een app voor de iPad wordt steeds belangrijker.’
Het pad naar die multimediale omgeving in de vakbladwereld was de laatste jaren bar en boos. Er werd en wordt namelijk geen stuiver mee verdiend. De papieren uitgaven vormen toen en nu nog steeds de financiers van deze stappen. Onderzoeken tonen aan dat de reclamebudgetten verschuiven van
kranten en (vak)tijdschriften naar televisie en ook het web, omdat steeds meer mensen hun tijd online doorbrengen.
Het is dus zaak om als journalist van vakinformatie volop met het web bezig te zijn, meent onderzoeker Bas Broekhuizen van de Universiteit Leiden. Hij gaf donderdag 14 april op een door de NVJ sectie Vaktijdschrift georganiseerde middag, een workshop over interactieve journalistiek. In een vorige betrekking was hij betrokken bij de internetredactie van de Volkskrant.
Broekhuizen: ‘Het web geeft je de mogelijkheid interessante bronnen te volgen. Daarnaast kan je veel interactiever met je lezers bezig zijn. Het is toch publiek met veel kennis van zaken waar je nuttig gebruik van kan maken. Ik verwacht dat vakinformatie door alle ontwikkelingen in de digitale media veel meer gepresenteerd zal gaan worden op andere platforms dan sec krant of tijdschrift. Daarbij is vooral de opkomst van de tablets en e-readers veelbelovend.’
Maar wat voor bagage moeten journalisten aan boord hebben om hun lezers goed te bedienen? Een rondgang leert dat vakjournalisten veel meer dan bijvoorbeeld dagbladjournalisten nieuwe en sociale media uit hun ‘gereedschapskist’ moeten halen om de informatie onder de aandacht van de lezer te brengen. Maar er is nog meer aan de hand. ‘Gewoon een journalist die tegels licht blijft. Maar zijn rol zal minder prominent zijn. Veel meer dan nu zal hij moeten optrekken met lezers, de experts. Een vakjournalist schrijft samen met de experts de verhalen of stimuleert juist experts te schrijven.’
Het zijn de woorden van de hoofdredacteur van Intermediair, Alex Beishuizen. In de wereld van de vakbladjournalistiek is hij geen onbekende. Hij bouwde het papieren computervakblad Computable, net als Intermediair onderdeel van VNU Media, om naar een internetuitgave en schreef over deze ervaring het boek ‘Online of flatline’.
Eens per twee weken wordt bijna geheel geautomatiseerd het magazine samengesteld uit artikelen die al op de website hebben gestaan. Net als bij Reed speelde ook hier geld een belangrijke drijfveer om het roer resoluut om te gooien. Een redactie van negen mensen maakt nu Computable, terwijl daar in het verleden 22 mensen voor nodig waren.
De stelling in Beishuizens’ boek is dat het geschreven product niet meer van de redactie is, maar van de lezer. Naast journalistieke vaardigheden, kennis van nieuwe en sociale media is nederigheid een ander vereiste waar de moderne vakbladjournalist over moet beschikken, want je werkt voor het brand Computable.
Beishuizen: ‘Het platform Computable is het sterke merk geworden waar de doelgroep naartoe komt, vanwege die hoogwaardige informatie. Het is een community die discussieert en reacties levert en als journalist speel je daarin de rol van moderator. Een toekomstige vakbladjournalist is toch meer een moderator die daarvoor wel zijn journalistieke gereedschapskist gebruikt.’
——-


Praat mee